Zondag, 18 augustus 2019

Enkhuizen – Edam

Dag Datum Wind Weer
Zondag 18 augustus 2019 W – ZW 4 -5 Bf sogges regen, somber weer
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
10.45 uur 13.30 uur 17.783 3565,3

Zoals gebruikelijk vroeg wakker, een tijdje liggen lezen. Daarna in de miezerregen met z’n tweeën een wandelingetje gemaakt om de haven heen.

In de havenwinkel kocht ik twee chocoladebroodjes voor bij de koffie. Rond tienen zagen we de Einder naar Edam vertrekken. Om 10.45 uur vonden wij het ook tijd om te gaan. We trokken achteruit uit onze riante ligplek en tuften naar het naviduct, dat reeds openstond om ons te ontvangen. Met nog een paar bootjes werden wij geschut en met een kalm gangetje van 6 knoop bij 1600 toeren ging het op Edam aan. Tsja, wat zal ik ervan zeggen. Er gebeurde weinig bijzonders, het was een niet zo gebeurlijke tocht. We kregen af en toe bruiswater over, maar dat nam drastisch af naarmate wij Edam naderden en op het moment dat ik een foto nam van het totaal aantal gelogde zeemijlen, dat op dat moment op 17.777 stond sprong ie op 17.778. Interessant, hè? Zo zie je maar, dit verhaaltje kakt in, gaat als een nachtkaars uit.

Om half twee legden we de boot neer in onze box, na vlak voor de haven tot drie keer toe achteruit te hebben geslagen om het fonteinkruid van de schroef af te krijgen. Er zal wel wat zijn blijven zitten denk ik. Dat wordt duiken. En daarmee kwam een einde aan een fijne vakantiereis, dus ook een einde aan deze geschriften op deze website, voorlopig.

Totaal aantal afgelegde mijlen             : 588

Totaal aantal motoruren                       : 120,5

Dieselverbruik deze reis                      :  plm. 4,5 liter per uur

Totaal verbruik liters deze vakantie   : plm. 543 liter

Getankt op 4 juli 2018                         : Tank vol, 1400 liter

Verbruikt tot 16 juli 2019                    :  497 liter

Vertrokken op 16 juli met                   :  903 liter

Nog in de tank (18-8-2019)                 : 360 liter

Gemiddeld verbruik van 4-7-2018 tot 18-8-2019  : 5,25 ltr. per uur. In de vakantie hebben we dus gemiddeld iets zuiniger gevaren. Elke mijl kostte iets minder dan een liter diesel. 

MEEP, MEEP, THAT’S ALL FOLKS!

Geplaatst in Logboek | 3 reacties

Zaterdag, 17 augustus 2019

Enkhuizen 2

Tien voor elf. Da’s een tijd geleden dat ik iets ingesproken had. De dag is allang begonnen. We werden uiteraard vroeg wakker, een uur of zes, tegen de Zorg en Vlijt aangeplakt. Dat was dus nog even een puntje van Zorg en Vlijt om te zorgen dat je bijtijds een plekje vindt als die lui willen vertrekken. Ze hadden gezegd ongeveer half elf sogges. Er staat veel wind, zes Bf. Niemand gaat varen voorlopig, heb ik zo het idee. Wij hebben er ook geen trek in. We zijn aan het rommelen gegaan, hebben ontbeten, dingen gedaan, je kent dat wel. Om een uur of half acht zag ik aan de overkant een tweemast tjalk, de Noordster, achteruit trekken van zijn (vaste) ligplaats tussen twee vissersschepen. Ik dacht: dat is een mooie plek! Pal tegenover het havenkantoor en dichterbij het centrum. Ik trok hem aan zijn baadje toen hij met zijn achterschip dicht genoeg in de buurt was om te praaien en vroeg hem of wij op zijn plek mochten liggen. Van hem mocht het want ze gingen naar Lemmer voor het Skûtsjesilen en kwamen pas morgen terug. Maar ik moest het met de havenmeester opnemen, want die ging er eigenlijk over. Om half negen ben ik om de haven gelopen naar het havenkantoor en ik trof zowaar de havenmeester van dienst van wie ik het groene licht kreeg, nadat hij telefonisch contact had gehad met de eigenaar van de ligplaats, want hij vertrouwde het niet helemaal. Geheel enthousiast geworden ging ik subiet betalen voor een nacht met behulp van de geheel gedigitaliseerde betaalautomaat onderaan het havenkantoor (dat is trouwens de enige manier waarop je hier je havengeld kunt en moet voldoen), waarna ik mij spoorslag naar ons schip begaf en dat samen met Ingeborg binnen vijf minuten naar de overkant verlegde in de riante omarming van twee stalen vissersschepen.

We voelden ons meteen thuis. Prachtige steiger en op steenworp afstand van de bezienswaardigheden van Enkhuizen. Ik ben begonnen met schrijven aan het stukje van 14 augustus, ik loop drie dagen achter, en toen scheeën  de batterijtjes van mijn voicerecorder er mee uit, na twee jaar trouwe dienst. Dus ik was zo gek niet of ik moest de stad in, voor batterijtjes. Ingeborg ging niet mee. Ik had al blaren toen ik ze vond bij “De Trekpleister”, een batterijenwinkel die ook drogisterij-spullen verkoopt. Met een omweg kwam ik weer op de boot. Mooie stad, Enkhuizen. Ingeborg gaat koffie zetten en ik ga typen. Ondertussen is het al wat opgeklaard, maar het waait nog steeds pittig. Ik denk dat we vanmiddag gewoon naar Edam vertrekken, waar we een afspraak hebben met een vrije box.

Wat er nou allemaal binnenkomt. Er zijn een heleboel boten vertrokken, de dappere dodo’s, en nu glijdt een superjacht de buitenhaven in. Zeker 22 meter lang of zo. Je vraagt je af wat moet zo’n bakbeest hier en hij ging nog hard ook. Moet ik eigenlijk een fotootje van maken (te laat natuurlijk, hij was al aan het docken en nu lijkt ie kleiner). Het schip werd slechts bemand door een man en een vrouw, niet de jongsten meer. Geen personeel te zien. Knap hoor. 

Ik ben bezig met dingen op de website te zetten, maar het gaat erg langzaam want ik probeer het met de vrije wifi van de Gemeente Enkhuizen, “Gast” genaamd en dat wil niet vlotten.

Kwart over een. Het ei is gelegd, met veel geduld. We gaan de stad in, een hapje eten buiten de deur. We blijven komende nacht liggen omdat het blijft waaien (dat is een smoesje, want we kunnen er best tegenin met onze Bruijs!). Morgen zal het volgens de voorspelling minder worden. Is goed. Patatje eten, misschien iets anders, lijkt ons wel leuk. Nog even wachten want Ingeborg is de koelkast aan het ontdooien, dat is een klus. Ondertussen is het een beetje opgeklaard en de wind iets ingekakt lijkt het wel, maar morgen is het nog minder zeggen ze.

Kwart voor vier is het nu en we zijn net terug van onze wandeling van de buitenhaven dwars door de Dromedaris, langs de binnenhaven naar door het dorp, na een copieuze maaltijd te hebben genoten op een terrasje van een café aan de hoofdstraat. Ingeborg had “tosti’s gezond” en ik had een “Uitsmijter ongezond” met ham en kaas. Heel gezellig en heel lekker.

Daarna een uitgebreide slenterpartij door Enkhuizen, het oude gedeelte dan. Even in de Zuiderkerk gekeken, maar daar is afgezien van de spectaculaire schilderingen op het plafond bitter weinig over van de sfeer die je verwacht aan te treffen in een kerk uit de late middeleeuwen. Er was zowaar een soort restaurant-catering achtig gedeelte en er werden lelijke schilderijen tentoongesteld. Het orgel was wel mooi om te zien, maar werd bespeeld door iemand die eerst lessen zou moeten nemen. Het mooist vond ik de bolkroon luchters. Van die wil ik thuis ook wel een paar ophangen, maar dan iets kleiner natuurlijk. Laat ik het zo samenvatten: het was een kerk waar je niet zacht hoeft te praten en waar je vrolijk mag lachen (met geluid). De buitenkant is trouwens erg karakteristiek.

Ons volgende doel was het “Flessenscheepjes Museum”. Over de oude grachtjes wandelden wij er naar toe, na vlijtig plaatjes te hebben geschoten van de prachtige stadsgezichten aan de buitenkant van Enkhuizen en dat soort dingen.

Genoemd museum hebben wij bezocht omdat het een museum was en wij een museumkaart hebben. Eindelijk maakten wij er eens gebruik van. Ik was niet erg onder de indruk van de tentoongestelde stukken. Ik zag enorm veel flessen van verschillend formaat en enorm veel kinderlijk in elkaar geknutselde scheepjes en andere voorwerpen die zich in die flessen bevonden. Het knappe is natuurlijk dat iemand in staat is gebleken die scheepjes en voorwerpen in die flessen te krijgen. Zeer kunstig. Heel veel nautische Houdini acts hebben we gezien. Maar ze stonden wel erg dicht op elkaar in kleine, benauwde ruimtes. We hadden het al gauw gezien en bleven een beetje hangen om niet de indruk te wekken dat het ons niet zo interesseerde. Zodoende konden we meekrijgen dat een bejaard stel dat er niet onbemiddeld uitzag (dat kan ik zien) probeerde zonder te betalen de “kunstwerken” te aanschouwen. Zij werden al gauw terechtgewezen door de “curator” die gealarmeerd was door de Syrische Caretaker, conciërge, bewaker of hoe moet je dat noemen. Ik weet dat hij uit Syrië kwam omdat de meneer brutaalweg vroeg waar hij vandaan kwam en hij gaf nog antwoord ook, zie je. Toen de mevrouw hoorde dat ze moesten betalen zei zij tegen mannie, die de portemonnee al trok: laten we weggaan. Zij vond het hier ook niks. Maar mannie heeft wel betaald. Mevrouw de klere in en wij via de zolder de trap af naar de buitendeur, waar de curator vroeg of we geen tas bij ons hadden, want die moest je afgeven bij binnenkomst. Neen, die hadden wij niet. Dan is het goed, zei die. Heel begrijpelijk. Je kunt zomaar een fles met een bootje erin in je tas stoppen en dat moeten we niet hebben. Djiez, ik ga nog eens naar een flessenscheepjesmuseum.

Nu zijn we t.o.d.b. (=terug op de boot). Ik heb de haven meester van onze club gebeld, maar die nam niet op. Ik had al eerder een bericht ingesproken dat we terug zouden komen en om de uiterste zorgvuldigheid in acht te nemen wil ik weten of die voicemail is “aangekomen”. Nou, akkoord, morgen gaan we naar huis. Dan is er minder wind en nu gaan we lekker even aan het werk.

Vijf voor half zeven. Ik heb sinds vier uur weer zitten typen aan een verhaaltje, 15 augustus. God, wat is het toch moeilijk om van niets iets te maken. Sommige lezertjes hebben het idee dat het mij maar makkelijk af gaat. Ze moesten eens weten. Het terras voor ons zit proppievol met mensen. Dat was de hele dag al zo, maar nu is het echt bar. Ze verdienen daar bakken geld vanavond, maar daar moeten ze het ook van hebben in de zomer. Wel gezellig. Er wandelen hier ook heel veel mensen langs over de kade. Ingeborg zit op de stuurstoel te lezen, kan ze alles goed zien.

Half acht. Ik ben nu klaar, het staat erop, met veel problemen met internet. Het is gelukt deze keer. Verrek, er staat een meneer naast de boot. Hij staat m te bewonderen. Dat mag. We kregen van Rietje een paar foto’s en films van ons samenzijn in Medemblik en ze zijn erg mooi. Die kunnen we gebruiken. Maar dat moet thuis, met ons thuis netwerk. Wat wij gefilmd hebben kan ik nu niet aan hen laten zien, dat moet ook thuis. Komt goed. Ze waren ongerust omdat ik in een app-je had gezegd dat we aan de grond zaten bij Enkhuizen en meer niet. Marijn dacht meteen dat we op de rotsen gelopen waren. Dat viel dus mee. Goed, twee stukken gedaan vandaag. Ik heb weer even rust. Die van gisteren moet ik nog doen, maar dat wordt een lange met filmpjes en zo.

Half negen. Ik ga lekker een eindje lopen langs de haven en wie ziet ik daar liggen? Jan en Dineke met hun zeiljacht Einder, die terugkeren na een 2 maanden durende expeditie naar Denemarken, Duitsland en Polen. Ze hebben prachtig zeilweer gehad, alleen het laatste stukkie was een beetje woest. Nu genieten ze van hun toetje. Zij gaan morgen ook naar Edam. Ja jongens, de vakantie is over. 

Tien over half twaalf. We kijken tv in een aquarium. Ik heb even op de kant gekeken hoe dat overkwam zoals we nu liggen op de mensen die langs wandelden. Nou, ik moet zeggen dat sommigen wel een beetje zullen zijn geschrokken van de felle lichtflitsen van de wisselende beelden op zo’n groot scherm, dus heb ik de gordijnen maar dichtgedaan. Het weer is rustiger geworden. Ik wat aan de touwtjes versteld want het knoerpte zo. Nou enne, nou gaan we naar bed, morgen weer een dag. Echt de laatste van deze tournee. Ik hoop dat het net zo’n fijne dag wordt als deze.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Vrijdag, 16 augustus 2019

Langehoeks Pôlle – Medemblik – Enkhuizen

Dag Datum Wind Weer
Vrijdag 16 augustus 2019 Begint rustig met 2 Bf, later ZW 4 Bf op IJsselmeer  Zon, wolken
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
08.30 uur 22.45 uur 17.767 3.562

Kwart voor zeven en ik ben wakker. Ik sta verbijsterd om me heen te kijken; waar liggen we nou weer?! Ah  gelukkig, het zinkt in: op de Langehoeks Pôlle in de Fluessen. Het waait maar een beetje. Er liggen nu wat meer bootjes dan toen we aankwamen. Ik ga proberen een weerberichtje te vinden.

Kwart over zeven. We kijken tv, naar het weerbericht op rtl 4, althans daar is het wachten op. Ondertussen staan we over het meer uit te kijken, richting Staveren. Wat een mooi meer is het toch. Nog geen bootje te zien. Daar is ie, het weerbericht: het wordt 22 graden vandaag en de windverwachting komt niet boven de 3 – 5 Bf uit. Voornamelijk uit het zuidwesten. Is te doen naar Medemblik. Ik denk dat ik maar weer een stukje ga lezen, van een stukje schrijven komt het niet meer. We willen weg, we hebben goeie wind voor de oversteek. De tv kan wel weer uit.

Half negen. We varen weer op eigen kiel na afscheid te hebben genomen van Joke en Willem. Wij hebben hen hartelijk bedankt voor de goede zorgen waar zij ons mee hebben omringd  en voor het uitstekende advies- en gidswerk van Willem in de Duitse contreien. We moeten toch eens kaarten kopen van dat gebied. En Ingeborg kan best wel kwarktaarten maken maar Joke is haar steeds voor, zie je. Het was weer geweldig jongens, bedankt. Wij varen het gaatje uit en zij blijven nog even liggen. Zij gaan naar Lemmer en wij gaan naar huis over Medemblik en Enkhuizen. Het is rustig weer, windkracht 2 Bf. Het zal wel meer worden vandaag, maar dan zitten wij al veilig op het IJsselmeer(!)

Dag jongens, het was leuk!

Vanaf de Fluessen gemaakt met die goeie ouwe Kodak met z’n fantastische telelens.

Voorlopig stomen wij door Friesland over de Fluessen, langs de Galamadammen (ik zeg steeds: Geilemadammen, maar dat mag niet op de website van Ingeborg, dat vindt ze kinderachtig, dus doe ik het niet), over de Morra, langs Warns naar Staveren.

Half tien. Het is nog steeds redelijk rustig, net geen 4 Bf. Bijna van de Morra af, dan het Johan Frisokanaal op, langs Warns waar de enige brug is in dit traject. We gaan lekker. Nog drie mijl naar de sluis en dan zijn we bijna thuis. Kan het niet laten. Maar eerst probeer ik een hobie-cat (dat is een snelle open zeilboot met twee rompen) die vlak voor ons langs kruist te rammen. Dat lukt natuurlijk niet.

Tien voor tien. We naderden Warns. We zagen heel in de verte de brug al openstaan. Tot onze verbazing liet de brugwachter, nadat van twee kanten bootjes waren gepasseerd hem doodgemoedereerd wagenwijd open tot wij er ook doorheen waren en dat duurde een tijdje. In Friesland hebben bootjes echt een streepje voor op de auto’s. We hoefden onze snelheid van 6 knopen geen moment aan te passen.

Deze had pech, de brug ging voor zijn neus dicht

Tien uur. Zo druk als een klein baasje: ik heb het bootje omhoog getakeld, de ballen aan bakboord buiten gehangen, de ventilatiekoker op het dak dichtgedraaid en een plasje gedaan. En Ingeborg al die tijd maar sturen.

Tien voor tien in de ruif vóór de Johan Frisosluis.

Half elf de sluis uit. Duurde lang deze keer. Maar ja, we zijn hier altijd verwend in het verleden. Hop, op naar Medemblik, even kijken welke koers we moeten gaan voorliggen. Dat wordt ca. 233 graden. We zijn “op zee”.

Dag Friesland

Er staan witte kopjes op de golven, het lijkt meer dan het is: plusminus 13 knopen wind. Omdat het lager wal is hier krijg je wat knobbeltjes in het water, maar dat is geen enkel probleem. Ik zet de motor op 1500 toeren, dan douwt ie het schip er net lekker doorheen. Automaat erop, stoel achterover en slapen maar.

11.00 uur. Ik observeer dat er best veel boten om ons heen varen ondanks dat het een werkdag is, maar ook logisch omdat het nog vakantie is. Er staat wind dus er kan gezeild worden. De echte zeilers zitten op het IJsselmeer.

Ik heb Marijn gemeld in een voicemail dat we eraan komen. Het is heerlijk om op het wijde water te zijn. De stabilisatoren staan standby maar we hoeven ze niet te gebruiken. Daar komt de koffie. Recht vooruit zie ik de torentjes van slot Loevestein in Medemblik al.

Half twaalf. Marijn belde terug. We spraken af dat we buiten de haveningang voor anker gaan, dan komen ze naar ons toe met hun nieuwe boot en dan gaan we een stukje varen op het ruime sop, een stukje hard en een stukje zacht. Dat lijkt ons wel leuk. De wind is wel iets toegenomen inmiddels, er staan wat schuimstrepen op het water en de zon doet een beetje slijmerig achter de wolken.

Half een gingen we ten anker tussen de jachthaven en de haveningang, pal vóór kasteel Loevestein en om vijf voor een kwamen Marijn en Rietje de hoek omzetten, met z’n tweeën parmantig en trots in hun nieuwe aanwinst.

Het werd een heel gezellige middag, die we voornamelijk bij Marijn en Riet op hun boot hebben doorgebracht. We hebben een behoorlijk eind langs de kust gevaren tot de jachthaven van Andijk en weer terug. Het is een lekker schip voor lage en hoge snelheden met een 50 pk Honda, die vrijwel geruisloos is, vooral als we langzaam gingen. Ik mocht ook even sturen en gas geven, maar dat hield ik niet lang vol want ik scheet zeven kleuren bagger, zo hard gingen we. Veels te bang dat we uit de bocht zouden vliegen. 

We dronken gezellig een pilsje uit de koeler van Marijn en Riet en babbelden gezellig over van alles en nog wat, allemaal vertrouwelijke zaken, tendentieus van aard en niet politiek correct. Het was een heel genoeglijk weerzien en samenzijn.

Aan het eind van de feestelijkheden deden zij een “Sail by”, waarbij ze met hoge snelheid langs kwamen scheuren. Later vertelde Marijn dat ze toen 46,8 kilometer per uur klokten, terwijl met Ingeborg en mijn persoon erbij de snelheid niet boven de 34 kilometer kwam. Dat geeft te denken.

Daar gaan ze, het was leuk, jongens!

Kwart voor vijf. We hebben het anker gelicht. Heerlijk geankerd voor Medemblik, moeten we onthouden. Nu gaan we naar de ankerplek bij Enkhuizen op het IJsselmeer dus, waar we, naar ik dacht, meer beschut zouden liggen als de wind ging draaien naar zuidelijke of zuidoostelijke richtingen. Het was een hele leuke middag, we genieten nog na. Ik denk wel dat ik aan de snelheid van zo’n scheepje zou kunnen wennen, als ik maar tijd van leven heb. Ik ga de havenmeester bellen dat we morgen thuiskomen.

Kwart voor zes. Net de Fluithoek gepasseerd met de beroemde en beruchte visstokken met fuiken en/of netten, die daar al sinds mensenheugenis staan. Wij komen nu al bijna veertig jaar hier langs en ik weet niet beter of ze stonden er altijd (in de weg). Bij het lichttorentje van de Ven, dat vroeger wit was, staan ze ook.

Ingeborg heeft het eten voorbereid, alle ingrediënten en gereedschappen liggen klaar op het aanrecht. Het hoeft alleen nog maar te worden gaargekookt, opgeschept en opgegeten. We gaan eens even lekker voor anker, dat hebben we nog niet gedaan vandaag. We moeten wel oppassen voor de gele boeien die langs de kust een groot gebied markeren waar gekitesurft wordt (of is het kitegesurft?). Ik zie geeneen kite-surfer dus ik ga hier gewoon ankeren. Ingeborg zegt: ga nou niet te dicht bij het ondiepe gedeelte ankeren!

Half zeven. We liggen bij het buitenmuseum van het Zuiderzeemuseum van Enkhuizen aan de buitenkant in ruim twee meter water aan 15 meter ketting, moet kunnen. Een van onze favoriete plekjes. Buiten de scheepvaartroute kunnen we al het langsvarende verkeer aanschouwen. Dat vinden we leuk. Ingeborg is aan het koken. We eten aardappeltjes, doppertjes, worteltjes, kippetje en een eitje. Dat gaat lekker worden.

Tien over acht. Het eten was inderdaad lekker. We gaan tv kijken, ik ga niet schrijven; geen zin in. We liggen hier af en toe vreselijk te rollen, door scheepvaartverkeer in de verte. Was dat vorige keer ook zo? Dacht het niet. Tegenvaller. Nou ja, volhouden. 

Kwart voor elf. Wat we nou allemaal wel weer niet meegemaakt hebben! We zaten rustig tv te kijken, het was ongeveer 22.15 uur, toen ik een schokje in het schip voelde. Heel licht, maar ontegenzeggelijk en onmiskenbaar een schokje en dat kwam niet van het strak trekken van de ankerketting. Dat kon maar één ding betekenen: we raakten de (zand)grond. Godverdehierenginder! Toen ik naar buiten tuurde in het pikkedonker kon ik zien dat we ongeveer een kwartslag van de kompasroos achter het anker waren gedraaid, de ondiepten op. De wind was gekrompen naar het zuiden tot zuidoosten. Dit was niet nieuw voor ons; ooit al eens meegemaakt met de Wing IV in Salcombe, toen vielen we half droog en dat was best lollig. Maar dat gold hier niet: geen getij en vast is vast! Enigszins nerveus begon ik het anker in te halen met de lier, maar dat was zonder voortstuwing geen optie. Ingeborg gaf een beetje gas bij en langzaam maar zeker konden we ons hortend en stotend en bonkend over de bodem naar dieper water trekken. Wij vonden dit niet fijn. Ik ben zo kippig als de pest in het donker, dat heeft te maken met het feit dat er niet genoeg licht is en dat mijn bril een update nodig heeft. Tot overmaat van ramp begon het ook nog te regenen. Erger kon niet. We stuurden de boot op de plotter tussen de havenhoofden het Krabbersgat in. Die plotter verblindde me eerst maar toen ik de laagste lichtsterkte had ingesteld kon ik de details niet meer onderscheiden en moest ik steeds met m’n smoel op het scherm gaan liggen om het te zien, niet bepaald een aan te bevelen handelwijze want als je dan weer opkijkt, het donker in zie je helemaal niks meer. Ik hoopte dat de boeien nog op de goeie plek stonden (ik koop absoluut een update deze winter). Gelukkig bleek dit het geval te zijn. Ingeborg stond op het voordek en we hadden het voorraam open, ondanks de regen. Zo schuifelden wij uiteindelijk de veilige haven in langs de lichtopstand op het havenhoofd van de buitenhaven en konden daar iets beter de omgeving onderscheiden. Ingeborg vroeg aan een meisje op de Zorg en Vlijt, een tweemaster van de bruine vloot, of wij langszij mochten komen. Gelukkig mocht dat (of het een passagier of een bemanningslid was kon ons niet schelen). Ze hielp met aanleggen en gaf aanwijzingen, dus het zal wel een bemanningslid zijn geweest. Ik rukte in de kajuit een fles Vat 69 open en schonk een flinke bel in. Ingeborg nam een flink glas water. Jongens, jongens, wat was dat spannend. Die spanning is nu weg. We zitten weer tv te kijken. Jinek komt zo. De wind giert door het want van de ons omringende schepen.

Het is tien over twaalf. Deze bizarre dag is ten einde, dit is de meest gebeurlijke dag van de hele vakantie. Het waait windkracht 6 uit het westen. Maar goed dat we van anker af zijn gegaan. Ik heb twee dingen geleerd: het eerste is dat we nooit meer op die plek ankeren, bah, griezelig. En het tweede is dat ik altijd pas het anker laat vallen als Ingeborg het zegt. De stukkies schrijf ik thuis wel, daar komt niks meer van terecht. We gaan maar eens naar bed. Dit was een fijne dag met een “twist”.

Geplaatst in Logboek | 2 reacties

Donderdag, 15 augustus 2019

Peanster Ee – Langehoeks Pôlle

Dag Datum Wind Weer
Donderdag 15 augustus 2019 W – ZW 5 Bf Veel regen
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
10.00 uur 13.45 uur 17.737 3.556,6

Ik moet nu wel even wat inspreken hoor, want het is inmiddels donderdag, 15 augustus. Ik werd vanoggend kwart over vijf wakker omdat ik naar het toilet moest. Ik kon geen hand voor ogen zien, deed alles op de tast. Het ging goed. Half acht er weer uit, niet echt uitgerust. Het regende vannacht al en nu gutst het van de lucht. Het is tien over half negen en ik zit vanaf half acht te schrijven. Het ankerlicht van de Laga brandt dus daar zijn ze nog in dromenland. We hebben afgesproken dat we om een uur of tien zouden weggaan maar met dit weer zie ik dat niet gebeuren. We willen naar de Langehoeks Polle waar een Marrekrite haventje is. Heb jij een kaart van Friesland, Ing, dan kunnen we even kijken hoe het zit daar.

Het is tien uur en ik zit te schrijven, maar het is droog en iets helderder. Dan kunnen we beter weggaan en maak ik vanmiddag m’n verhaaltje wel af. Intussen is het alweer druk met zeilende kindertjes op de Peanster Ee. We moeten dus voorzichtig zijn. 

Kwart over tien. Wat een drama. We varen de Peanster Ee af, opeens weer in een zooitje rotweer. Toen we het anker ophaalden was het droog en nu dit weer. We dweilen het Pikmeer op.

Oh dear, oh dear,

weer en nog meer 

van dat rotweer

op het Pikmeer.

Ik pik het niet langer.

Als ik linksaf moet slaan het kanaal op moet ik inhouden voor een oud binnenvaartschip, dat duidelijk dienst doet als pleziervaart maar hij komt van rechts. Ik heb hem liever voor me dan achter me.

Kwart voor elf. We zijn goed en wel op weg op het Prinses Margrietkanaal. We hebben al een spoorbrug gehad en nu komen we bij het vaartje van Irnsum waar de Boarnstream zit. Er komt een soort van donkere rolwolk aan, die moet ik fotograferen. Af en toe klonteren de boten samen, vooral bij bruggen. Het is tamelijk druk. Vlucht iedereen voor het slechte weer?

Vieze luchten

Dringen voor de brug

Af en toe worden we gegeseld door regenbuien. Na de donderwolk wordt het iets lichter. De meeste boten zijn ons gepasseerd. Sommige schepen kunnen snel en dan willen hun schippers wel. De Terhernster Slüs komt in het zicht en wordt snel genomen; er zijn geen deuren die je tegenhouden en de lichten staan altijd op groen.

Tien over half twaalf. Wat krijgen we nou? Komt daar midden in de vaargeul op het Snitser Mar een schip recht op ons af gevaren, de Nadia, met een vrouw wild zwaaiend op de boeg. Ik kijk achterom of er iemand achter ons zit en denk al, mens sodemieter op! En dan pas is daar de flits van herkenning in mijn bezoedelde brein: het zijn Metty en Peter met hun Nadia, duidelijk terug van vakantie, terug in het Heitelân, want ze zijn in Zeeland geweest. Ik vertraag en ik zie dat Peter 180 graden het roer omgooit en naar ons toekomt. We varen eventjes naast elkaar in de drukke vaargeul. Ingeborg neemt het roer en ik stap met fototoestel in het gangboord, Metty ook. Peter heeft de buitenbesturing ter hand genomen. Hee, hoe is het met jullie?! Wat leuk, dat we mekaar hier treffen! Goede vaart en kom weer eens langs in Frentsjer! Er is natuurlijk geen tijd voor lang bijkletsen want de boten vliegen je om de oren en in de verte komt er een vrachtvaarder aan, maar toch, nu zagen we “Nadia” in het echt; ze is mooi. Kijk, dat zijn leuke dingen voor de getormenteerde motorbootvaarder, dat kikkert je op! Hieronder een paar fotootjes.

Metty probeert Ingeborg door het raam te fotograferen, Peter aan de buitenstuurstand

Stoer schip

Oant Sjen! (Dat is Fries voor tot ziens)

Ingeborg is druk met sturen

Wat zeg je?

Dat was even leuk!

Vijf voor half een. We sloegen net af van het kanaal, de Jelte sloot of het Johan Frisokanaal in, richting Heeg. Je ziet allerlei typen schepen varen, mooie en lelijke, als je maar lol hebt. Het is nog steeds pokkenweer, daarin zit vandaag niet de lol.

Half een. Ingeborg heeft de laatste Duitse boterham uit de vriezer opgedoken, met daarop Heinz Sandwich Spread en de laatste Duitse Rohe Schinken. Nu heb ik alleen nog wat Duits bier. Wat een smalle sloot is dit zeg en wat een boel boten! Gelukkig geen beroepsvaart want dan kon je wat beleven hier (een hoop rechtszaken). Links en rechts mooie uitzichten op graslanden, rietkragen. Daar hoef je dus eigenlijk niet voor naar Duitsland te gaan. Alleen zitten er hier geen heuveltjes in, geen geaccidenteerd terrein. Zo plat als een biljartlaken en wij willen weleens wat rondingen zien, daar houden wij van, in het landschap.

Half twee. We proberen eerst de Rakken Pôlle op het Heegermeer maar dat is niet van de Marrekrite want ze vragen penningen. Verder maar weer naar de Langehoeks Pôlle. Als we het haventje indraaien zien we weinig bootjes liggen en er staan een paar tenten op de kant. Volgens mij mag dat niet, het zal wel personeel van de Marrekrite zijn. Verrassend genoeg kunnen we aan de kant komen qua diepgang, de Laga redt het eveneens, ook al warrelt veel modder op. Een mooi eilandje en een mooi haventje.

Half twee. We liggen dankzij de hulp van een buurman want we hadden een stevige aflandige wind en de wal is bijzonder laag. Ingeborg kan er niet zomaar afspringen, ik zo langzamerhand ook niet meer. Ze moet het van haar werptechnieken hebben en tegen wind in gaat dat niet lekker, vooral niet als het van die zielige paaltjes zijn zonder dwarsstokkies. We liggen aan hogerwal maar vrij in de wind want waar wij liggen zijn geen bosjes die beschutting bieden. We kunnen het hier wel een week uithouden als het moet. Zo, even wat drinken om bij te komen van de ontberingen en vermoeienissen.

Het is inmiddels drie uur. Op het meer zien we valkjes, een open zeilboottype, zwaar gereefd heen en weer rossen. Ze gaan lekker hard. Het is helder weer met heel veel bewolking en af en toe glipt het zonnetje er tussendoor en dan is het lekker. Ik heb net een hele “briefwisseling” gehad met Metty op Whatsapp. Foto’s van haar gekregen. Leuk hoor. Die foto’s staan hierboven. Wonderbaarlijk, hè? Want ik zet ze pas overmorgen op de website, vandaag niet. Overmorgen is deze dag aan de beurt en waar we dan zijn? Wie zal het zeggen? We hebben lekker gedoucht, was nodig. Verder rommelen we een beetje. Het vulles moet worden weggebracht. Gaan we doen. Het waait pittig. We genieten van het weidse uitzicht over het meer in de richting van Staveren en de Nije Kruzpôlle. Ik denk dat als het fantastisch weer zou zijn geweest dat het hier dan stijf vol lag met bootjes.

Ik loop wat rond op het eiland om een paar prachtfoto’s te maken. Dat lukt aardig vinnik. Ik vind ook braamstruiken waar Ingeborg zich op kan uitleven. Er liggen wel gemummificeerde uitwerpselen en veel verdroogd wc-papier tussen de struiken. Zouden mensen hier hun hond uitlaten en die beesten hun kont dan schoonvegen met wc-papier? Ik breng Ingeborg op de hoogte van mijn vondsten en zij gaat een bakje verzamelen, bramen dan, hè? Goed wassen hoor Ing!

Tien over twaalf. Ingeborg zit nog vrolijk op haar iPad dingen te doen en ik heb net een verhaaltje afgemaakt en op de website gezet met behulp van Willem z’n bijtjes. Het is de laatste keer deze vakantie. Willem, nog hartstikke bedankt! We gaan naar bed. Het is stikdonker buiten. Dit was een fijne dag, de laatste met Joke en Willem samen. Zij gaan morgen naar Lemmer en wij naar Medemblik. That’s life. 

Geplaatst in Logboek | 4 reacties

Woensdag, 14 augustus 2019

Bergumermeer – Peanster Ee (Grou)

Dag Datum Wind Weer
Woensdag 14 augustus 2019 Z 5 Bf Zonnig (s’morgens)
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
13.10 uur 16.45 uur 17.719 3.552,9

Het is al vijf over negen. Er staat een windje op de kont, dat moet dus een zuidelijk windje zijn. We liggen aan een steigertje in het Bergumer meer, wie had gedacht? Goed geslapen vannacht. Tenminste, ik wel, jij ook, Ing? Ja, zij ook. Het was wel een latertje, hè, gisteravond. Dat kwam door Jinek. Goeie meid, in d’r vak, bedoel ik. Als ze maar geen gelazer krijgt met dat décolleté. Mij zal je d’r niet over horen. Vanochtend heb ik het stukkie van 12 augustus geschreven. Dat moet ik nu op de website zetten. Ik zal bij de buren vragen of ze nog bijtjes in de korf hebben.

Vijf over half elf. Ik ben klaar met stukkie publiceren. De zon schijnt heerlijk hier. Willem heeft gehoord dat het beestenweer (of op zijn minst: slecht weer) is in het westen. Daar zijn we gelukkig nog niet. Ik heb de rest van de bijtjes teruggebracht. Ik heb gekeken of ik een filmpje kon monteren van die regenbui voor Emden en op de website zetten, maar het kost teveel tijd omdat de computer steeds trager gaat werken. Dat komt later wel een keertje, thuis. We moeten nu maar eens even lekker relaxen en tot de middag lekker blijven zitten en lezen in de kuip. Ingeborg heeft Mea Culpa bijna uit en ze mag van mij niet zeggen wat er gebeurt en wie de vermoedelijke dader is. We hebben de inmiddels droge zij- en achterflappen van de kuiptent weer opgerold zodat we vrij uitzicht hebben. We laten ze er wel aangeritst zitten, zodat ze bij het minste geringste onraad naar beneden kunnen. Ja, nou, dit is het. Koffie gehad al, lekker, Ray Charles op de achtergrond met kerstliedjes, heel sfeervol enne we liggen hier tevree, naast overwegend groene bosschages op het eilandje, waar we niet op kunnen; er is geen verbindende steiger. In de verte waakt de atoomcentrale van Bergum over ons.

Tien over half een. De zon schijnt, het waait pittig maar we liggen achter het eiland dus merken we er niks van. Even eten en dan gaan we weg. We hebben met Willem en Joke afgesproken naar Grou te gaan. Eerst tanken aan de watersteiger en dan weer op een Marrekrite plek liggen.

Tien over een. We gaan vertrekken, genoeg geluierd. Ik heb de dieptemeter gecalibreerd, ingesteld op de diepte vanaf het wateroppervlak, zodat ie aangeeft wat op de kaarten staat, hoef ik niet meer te rekenen (ik moest steeds veertig centimeter erbij optellen; dat is de afstand van de transducer in de bodem van het schip tot de waterlijn). We gaan. We gooien los.

Nu kunnen we pas merken dat er een fikse wind staat. We verlaten het Bergumermeer en varen het Prinses Margrietkanaal op. De wind is momenteel 17 knopen, onder in de windkracht van 5 Bf. Toch wel pittig moet ik zeggen, alhoewel ie meestal in de 4 Bf blijft steken (11 tot 16 knopen). We zijn weer onderweg! Nog even. Wat dan? Weet ik veel. Ik maak wat fotootjes van een mooie camping langs het kanaal en van een containerbak.

 

Zulke monsters kom je tegen in het Prinses Margrietkanaal. Deze is 3200 ton.

Twee uur. We varen nu op de driesprong waar je moet kiezen tussen Lemmer of  Leeuwarden (je hoeft natuurlijk niet te kiezen, je kunt ook terug gaan). Over Leeuwarden is de “staande mastroute”. Nu komen wij weer op bekend terrein. Van de afslag het Reitdiep in tot hier was nieuw voor ons. Het was een hele belevenis. Nu wordt het een feest der herkenning: vlak, plat land, mooie huizen, bomen, alles groen, het gras, het riet. Veel koeien. Dat zag je in Groningen trouwens ook vaak. Ik zie nu 18 knopen wind op de teller.

Drukte bij de Fonejachtbrug

Dit tjalkje kruiste de vaarweg tussen ons door. Knap

Kwart voor drie. De cirkel is rond: we kruisen bij Grou het punt waar we op 19 juli de staande mastroute naar Leeuwarden kozen, op weg naar verre avonturen! Het is frisser geworden, de zon is weg. Het waait nog steeds hard, tussen windkracht 4 en 5 Bf. We gaan watertanken en dan naar een Marrekrite plek.

Tien voor half vier. Aangelegd bij het waterlaadpunt achter in de sloot in Grou. Je moet steeds 50 cent in de paal gooien en dan krijg je een onbepaalde hoeveelheid water. Willem moet 3 keer sjoelen en ik maar 1 keer. Het is somber. Regen dreigt. Er is regendreiging.

Een uur later. Klaar met water tappen. Laga vol, Wing V vol. Het blijkt dat mijn vuldop vacuüm zuigt, dat is niet goed zegt Willem. Jammer dat dat bij de reparatie van de tank niet in orde gebracht is, had ik op moeten letten maar Nic. Witsen had het moeten zien. Ach, ach, weer een project. We dobberen nu richting steigertjes.

Kwart voor vijf  lieten wij het anker vallen in de bagger van de Peanster Ee, vlakbij een zeilschool, omdat de Marrekrite steigers bezet waren. Een eindje verderop ligt Willem voor paal. De ketting is nog niet uitgevierd of Joke roept via de marifoon dat Willem ons komt halen. Ja, we komen zo zeg ik. Nee! Willem komt jullie halen! Ik zeg toch: ik kom zo. Neen, Willem komt jullie halen!! Ik: ja, dat betekent toch dat we zo komen?! Lache man. Het bleek dat Joke eigenljk had willen Cobben en een heleboel lekkere dingetjes had klaargemaakt voor dat doel, maar nu moest ze dat maar bakken en braden in hun kombuis. En wij moesten komen helpen opmaken, als een soort afscheidsetentje, want wij gaan binnenkort alleen verder, naar huis. Die Joke toch, altijd begaan met onze innerlijke mens. Nou, ik moet zeggen dat het heerlijk smaakte. Jezus (Mezus), wat had ze zich weer uitgesloofd: heerlijke toastjes met verschillende (stink)kazen, nootjes, een bak rijkelijk met saus besproeide garnalen (ze zijn erin verzopen) en heerlijk malse kipstukjes in de saté-saus, met brood en een Magnum als toetje! En alles natuurlijk stevig overgoten met de nodige spiritualiën. Een gezonde, stevige doch vooral lekkere maaltijd, maar je kan mij onderhand als stootwil gebruiken, zo’n grote ronde.

Ankeren op de Peanster Ee. Goeie ankergrond.

Daarginds zijn de Marrekrite steigers, daar hadden wij willen liggen. Waren bezet.

De Laga ligt dicht bij de zeilschool

Even wat klaarzetten

De kindertjes zijn druk in training

Kijk, daar liggen wij

Hier ook

Dit zijn de restanten van een losbandig leven. Uiteraard dacht ik te laat aan fotograferen.

Half acht bracht Willem ons terug naar ons eigen schip. We zaten proppievol. Morgen verder naar de Langehoekse Pôlle, een Marrekrite plek bovenin de Fluessen, vanuit het zuidwesten gezien. Joke en Willem gaan dan ook nog mee, alhoewel ze overmorgen in Lemmer moeten zijn voor het Skûtsjesilen waar kleindochter Femke aan meedoet. Wij gaan die vrijdag naar Staveren en steken het IJsselmeer over naar Medemblik. Ja, ja aan alle leuke dingen komt een eind, maar dan komen er toch weer nieuwe!

Kwart over twaalf. Ik heb voetballen zitten te kijken in plaats van te schrijven. De geest is zwak en de tv gewillig. Liverpool – Chelsea in Istanboel. Een thriller, hopies amusement, de scheidsrechter (Frappart heet ze) heeft eigenlijk gewonnen. Daarmee bedoel ik dat ze fantasties kan fluiten! Frappart, heel frappant, floot namelijk niet, alleen wanneer het nodig was, waardoor het een wedstrijd werd. Liverpool wint in doelpunten. We hadden een mug binnen, kregen hem niet plat. Ingeborg puzzelt en we namen nog een glas. Jinek is geweest dus gaan we maar naar bed. Het was een fijne dag.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Dinsdag, 13 augustus 2019

Appingedam – Bergumermeer

Dag Datum Wind Weer
Dinsdag 13 augsustus 2019 Ja, maar je merkt het niet zo Koud eerst, af en toe regen, later zon
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
10.00 uur 17.40 uur 17.706 3.550,3

Wakker worden in een regenachtig Appingedam, dat maak je niet vaak mee. Het is acht uur. Ik heb geslapen tot kwart over vier, toen moest ik vreselijk naar het toilet. Ik wou het licht niet aandoen, dus moest ik wel gaan zitten anders zou ik naast de pot piesen. Toen ben ik maar weer naar bed gegaan en toen werd ik om kwart over zes weer wakker, toen moest ik weer naar het toilet en, je zal het niet willen geloven, het is nu acht uur en nu moet ik weer naar het toilet. Wat een zeikerd.

Ik moest daarnet van Ingeborg het zakje met vuilnis wegbrengen. We keken en keken maar zagen nergens een container, in de verte op de steiger wel een vuilnisbak, zo’n ding op een paal, maar die leek vol te zitten. Dat wordt weer zoeken, dacht ik. Nou Ing, ik ga, tot straks. Had ik tenminste een loopje. Naast de boot zag ik in de nis achter de heg zo’n zelfde vuilnisbak. Helemaal leeg. Ik deed de zak erin en stapte terug op de boot. Daar ging mijn loopje. Ingeborg keek vreemd op. Nou al terug? Ja, er staat er eentje naast de boot, Ing. Lache man. Dat hele eind dus terug gelopen, twee meter. Ik had het ondertussen aardig koud gekregen, door dat hele eind. Het weer is radicaal omgeslagen, zo koud is het. Vanmorgen vroeg begon het weer te regenen. Ik moest er nóg een keer uit om een raampje dicht te doen in de badkamer en het bleef daarna gestaag regenen, eigenlijk tot nu. Alles is zeiknat. Sjonge, jonge, ik begin er spontaan van te niezen. Ik kan nog geen bijtjes pakken bij Willem, teneinde het gisteravond geschreven verhaaltje op de website te zetten. Op de Laga slapen ze nog. Ik denk dat ik maar ga lezen deze ochtend, binnen in de kajuit, da’s voor het eerst. Dit is toch niet te geloven, dit weer? 

Het was tegen half negen. Verrek, daar heb je Joke en Willem op steiger naast onze boot met tassen en een paraplu, klaar om boodschappen te gaan doen en de havenmeester te betalen. Of we ook meegingen? Nou, dat lieten we ons geen tweemaal zeggen. Jammer dat er alleen een Albert Heijn in de buurt is, waar we principiële bezwaren tegen hebben. Maar die zetten we overboord, want Ingeborg moest Yoghurt en Sperziebonen hebben. Na de havenmeester het vorstelijke bedrag van € 9.60 te hebben overhandigd (geen bonnetje, hij kon wel onthouden dat we hadden betaald) togen wij naar genoemde supermarkt en kochten genoemde producten. Ingeborg ging wel erg ver door ook een IJsbergsla te kopen. Ons bezoek aan de super werd kort gesloten door een bepaald soort weeën bij Ingeborg. De gezonde boreling werd gebaard en meteen doorgetrokken in het toilet van het havengebouw, dat dicht bij de hand was. Afijn, we hadden toch ons loopje.

Niet veel later kwamen Joke en Willem terug. Ik kreeg van Willem toegang tot zijn netwerkje en kon het verhaaltje op de website zetten. We besloten om tien uur te vertrekken. Willem belde de havenmeester die tevens de brug bedient en binnen vijf minuten zaten we in het slootje richting Groevesluis Noord. Goed geregeld hier.

Tien over tien. We gaan koffie krijgen, wedden? Na de sluis, zegt Ingeborg. Dat is dan een late koffie. We hebben voor het eerst truien en jassen aan. Het is pokkenweer. Ik heb alle opgerolde zij- en achterflappen uit de kuipbanken gehaald en aan de buiskap geritst, een werkje van vijf minuten. Want het is definitief afgelopen, het mooie weer, hebben wij het idee. Zo voelt het ook een beetje: we zijn één dag terug in Nederland en de vakantie nadert zijn einde. Het woongevoel op de boot is weg, als het er al was na zo’n korte tijd. Kijk, je moet minstens zes of zeven maanden op je boot verblijven om het slechte weer ook op de koop toe te willen nemen. Als je vakantie hebt wil je mooi weer en als je op je boot woont leg je je neer bij slecht weer. Nu willen we naar huis. Bovendien moet Ingeborg weer werken. Op de terugweg gaan we langs bij Marijn en Rietje in Medemblik. Dat willen we komend weekend doen en dan maar hopen dat er een mooi gaatje in het weer zit om toch met hunnie nieuwe race-boot te kunnen varen. We hebben besloten om de kortste route te nemen, dus niet via het Reitdiep, Lauwersmeer en Leeuwarden te varen maar door het Prinses Margrietkanaal, Johan Frisokanaal en over de Fluessen naar Staveren. Joke en Willem blijven nog wat langer in Friesland dus over een paar dagen scheiden onze vaarwegen.

Half elf. De Groevesluis gehad en we varen nu op het Eemskanaal naar Groningen. Het is koud buiten en we doen de patiodeuren dicht tegen uitlaatgassen en kou. Het Groninger land aan weerszijden van het kanaal is erg mooi met prachtige vergezichten. We passeren Woltersum, met een molentje en een kerkje. Dat lijkt me een mooi dorpje maar je kunt nergens in het Eemskanaal aanleggen, dus hou ik het maar bij foto’s vanaf de boot.

Half twaalf. We kwamen net door een brug, de Bloemhofbrug, daar moest een schip doorheen van 11,45 m breed. Ingeborg heeft er mooie fotootjes van gemaakt. Ik word nu ingehaald door een platte bak met een duwboot erachter. We moeten maar even wat inhouden dan kan ie er sneller langs.

Kwart voor twaalf. De zon schijnt! Heel fijn vinden wij dat. Er zijn heel wat bruggen over het Eemskanaal. Ze moeten allemaal open want ze zijn niet hoger dan een halve of een hele meter boven het wateroppervlak.De Driebondsbrug, vlak bij de stad Groningen is bijvoorbeeld 0,50 centimeter, da’s te weinig. Het is erg druk met beroepsvaart in dit kanaal.

Tien over half een. We liggen bij de Oostersluis in Groningen, aan de rand van de stad Groningen om precies te zijn. Een mooie grote sluis. Terwijl we hier arriveerden kregen we toch een stortbui over ons heen! Heel erg. Benieuwd hoe lang het schutten hier duurt, wij Hollanders moeten dat toch sneller kunnen dan de Duitsers. De bui is snel overgetrokken. In de lucht kan je precies zien waar de bui eindigt en de opklaring begint. De zon gaat zeker en vast straks weer schijnen. Na een kwartiertje varen we met nog een boot (een Koopmans 38, gepromoveerd tot motorboot, hadden wij ook kunnen doen) de sluis uit en bevinden ons nu op het Van Starkenborgh kanaal.

Half twee. Ingeborg heeft gestuurd en ik heb een broodje gebakken ei met rauwe ham gegeten. Nu stuur ik weer en Ingeborg klaagt van beneden dat ik er een puinhoop van gemaakt heb. We schelden eventjes keihard tegen elkaar. Ik kan dat hier niet herhalen, maar het was wel gezellig. Enorm grote schepen kwamen ons steeds tegemoet. Allemaal met de standaardmaat 110 meter lang en 11,45 meter breed en een tonnage van plm. 3200 ton. Mastodonten zijn het.

Tien over drie. Het blijft nu steeds helder weer, met af en toe een spat regen. Er zit nog een sluis in het Van Starkenborgh kanaal. Dat is de Gaarkeukensluis. Bijzondere naam. Ingeborg, maak effe een foto van die sluis. Die naam wil ik vasthouden, zie je.

Het Van Starkenborgh kanaal bood nog meer fraaie uitzichten, die ik dankbaar probeerde vast te leggen op de gevoelige chip.

Tien over vijf varen we het Bergumermeer op waar we een gratis ligplaats denken te vinden aan zo’n steiger van de Marrekrite organisatie, midden in de wildernis. Als tenminste de Marrekrite hier ook actief is. Ingeborg staat boontjes af te halen en het wordt tijd dat we een punt draaien aan de tocht van vandaag; 33 mijl vind ik wel genoeg. Als er geen plaats is moeten we maar voor anker.

Tien over acht s’avonds. De zon schijnt nog een beetje achter de bomen. Druppelsgewijs komt er een bootje naar de langgerekte eilandjes toe. Het zijn mooie steigers. Meteen na aankomst zijn we bij Joke en Willem aan boord ijskoude biertjes gaan drinken. Heel gezellig. Van half zes tot acht uur hadden we een steigerborrel, maar dan op de Laga. Nu gaan we eten. Het is windstil, rustig enne, geen bui in zicht. Wel een regenboog. We liggen hier heerlijk. Beetje jammer dat we in de schaduw liggen. We gaan de avond in, de tv proberen.

\

Twaalf uur. We gaan naar bed. Voor het eerst televisie gekeken. Ik heb niets geschreven. Kon het niet opbrengen. Waarom weet ik niet, ik had er gewoon geen zin in. Waarschijnlijk omdat de televisie het weer doet, hier in Nederland. Niet best. We gaan maar naar bed, dat zei ik al. Morgen gaan we naar weet ik veel. Het was een fijne dag.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Maandag, 12 augustus 2019

Herbrum – Appingedam

Dag Datum Wind Weer
Maandag 12 augustus 2019 Beetje wind, later beetje veel Zonnig, bewolkt ook. Wind- en regenbui voor Emden 
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
08.45 uur 17.00 uur 17.673 3.544

Het is maandag, 12 augustus. Tien voor acht. We zijn alweer een tijdje op, kwart over zes was het dat we wakker werden. Zijn blijven liggen lezen in bed. Ik heb een nieuw boek, van Ingeborg overgenomen. Mea Culpa, zo heet het boek van Claire Mackintosh, een literaire triller. Lijkt wel een goed boek te zijn. We liggen heerlijk in de dode arm bij Herbrum. Je hoort hier haast geen omgevingsgeluiden, klein beetje maar. De zon schijnt. Een kalm begin van de dag. Yoghurtje eten en verder lezen op de patio. Tot de buren wakker worden. 

Kwart voor negen. Motor aan en weg, de arm uit en linksaf de hoek om naar de sluis van Herbrum. Er is geen dorpje te bekennen van die naam. Die sluis heet nou eenmaal zo. Hij komt vrijwel direct in het zicht als je uit de dode arm komt. Met deze sluis komt een einde aan de sluizenparade door Duitsland. Het is leuk geweest, maar nu komen we weer op ruimer water, tot aan Delfzijl, ook leuk. Dat is ongeveer zeven uren varen. Er liggen twee schepen in de sluis die momenteel naar beneden worden geschut, daarna zijn wij. 

Tien uur. Uiteindelijk lagen we met een groot vrachtschip en zes motorjachten in de sluis. Tien over half tien kwamen we eruit. We lagen een half uur te draaien voor we erin konden. Alles bij elkaar heeft het bijna een uur geduurd.

We varen nu door een modderbak, net het Turkse modderbad waar we destijds in Turkije van hebben genoten. Fascinerend, doch geen genot voor het koelsysteem van de motor. Dit gaat een tijdje duren.

De Ems is vanaf hier naar de Dollard toe een getijde-rivier. We hebben slechts een klein beetje stroom tegen en straks gaat ie flink meelopen volgens de berekeningen. Man, man, wat een bagger! Een heleboel klassieke motorschepen komen ons tegemoet, vooral oude sleepboten. Die hebben vast ergens een reünie of een festival voor oude schepen. Schitterend om te zien.

Om elf uur zijn we dwars van de Meyer Werft, in Papenburg waar de grootste cruiseschepen ter wereld worden gebouwd.

Vijf voor half één. We passeren de Jann Berghausbrücke, een vrij grote klapbrug over de Eems, de eerste oeververbinding die we na Herbrum tegenkomen. 

De kwaliteit van het water is langzaam aan het verbeteren, de kleur wordt lichter en helderder. Ik ben blij dat we die vieze erwtensoep achter ons hebben. We hebben nu de stroom mee. Zes knopen over de grond en 5,8 door het water, niet veel maar het getij is nog jong. Het is zonnig met veel wolken. Nu en dan een spatje regen en het is fris buiten. De rivier wordt steeds breder. Doet een beetje denken aan de Zeeuwse stromen. We gaan zo eten. Als de een stuurt eet de ander. De boot ploetert voort door het tamelijk lege landschap. Nog steeds geen internetbereik.

Om tien over half twee passeren we een enorme stuw die dwars in de rivier  ligt en deze volledig kan afsluiten als sprake is van een (waters)noodgeval.

We varen richting de Dollard, het schiet aardig op. Wind tegen maar stroom mee: 7,7 knopen over de grond, da’s lekker. Het is hier fantasties, op het ruime sop. Dit is trouwens allemaal zout water. De boot zit straks weer onder.

Aan bakboord zien we het plaatsje Ditzum, je denkt dat dit al Groningen is maar dat is dus niet zo. Leuk plaatsje, zo te zien. Heeft ook een haventje.

14.00 uur. Bijna dwars van Emden. We hebben nu 2,5 knopen stroom mee en lopen zo’n 8,5 knopen over de grond, dit is wel het maximale dat we vandaag aan stroom meekrijgen. Ondertussen doemt een donderbui op vanuit het westen, dat belooft niet veel goeds. Ik zie de Laga voor ons opeens flink op en neer deinen. Het is hier diep water en er was net een groot schip gekeerd, misschien is dat het. Even later krijgen wij het ook voor de kiezen, maar het kan allemaal geen kwaad. Ik zet de stabilisatoren aan, voor het geval dat.

14.15 uur. We krijgen toch een pestbui over ons heen, dat wil je niet weten! Windsnelheden van 35 knopen per uur recht op kop! We duiken een bui in met slagregens, waardoor je geen hand voor ogen meer kunt zien. De ruitenwissers kunnen het nauwelijks aan. We varen iets buiten de vaargeul. Ingeborg probeert er iets van vast te leggen op video. Het duurt maar een kwartiertje of zo en dan klaart het alweer op.

Te 15.07 uur liepen wij tussen het Wester- en het Oosterhoofd het Zeehavenkanaal binnen, dat toegang geeft tot de binnenlanden van Delfzijl en achterliggende omstreken. We moeten door een sluis, alweer. Je komt er nooit vanaf. En dan varen we door het Eemskanaal naar Appingedam, daar moeten we ook weer door een sluis(je) en dan gaan we daar boodschappen doen en om ons heen koekeloeren.

De Aluminiumfabriek bij Delfzijl

15.30 uur. Bij de sluis, erin.

15.50 uur. In de sluis, eruit.

15.51 uur. We varen op het Eemskanaal naar Appingedam.

16.25 uur. Bij de Groevesluis Noord, die toegang geeft tot Appingedam. We gaan hier ongeveer 1,5 meter naar beneden, de polder in.

Te 17.00 uur liggen we ongeveer op dezelfde plek waar we op 4 juni 2016 op de heenreis naar Denemarken ook lagen. Het regent en we blijven binnen. Omdat ik na het Zeehavenkanaal geen enkele foto meer heb genomen plaats ik een fotootje van toen hieronder. Wat een contrast met nu.

Ja, dat waren nog eens tijden!

Ja, ja, met onze intrede in Nederland, na vier weken prachtig weer, doet het kloteweer ook zijn intrede in Nederland. We eten tomatensoep met toastjes camembert, is die de koelkast uit, terwijl we Nederlandse tv kijken. Dat wil zeggen na een half uur de bekende Kaa-Uu-Tt programma’s te hebben “geproefd” gaat het scherm op zwart, neemt Ingeborg een goed boek ter hand en zet ik mijzelve aan het publiceren en schrijven van achterstallig werk.

Tien voor half twaalf. Ik heb 11 augustus geschreven maar nog niet geplaatst, doe ik morgen wel. Als het licht is, kan ik beter zien. Ik ga nu naar bed. Ingeborg ligt er al in trouwens. We liggen lekker. Horen af en toe nog wat geschreeuw maar over het algemeen is het nu rustig. Het is volkomen windstil. Het water is als een spiegel. Morgen gaan we verder. Het was een vermoeiende, natte, doch door de bank genomen fijne dag. We hebben geen boodschappen gedaan, vanwege de rege.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen