Vrijdag, 16 augustus 2019

Langehoeks Pôlle – Medemblik – Enkhuizen

Dag Datum Wind Weer
Vrijdag 16 augustus 2019 Begint rustig met 2 Bf, later ZW 4 Bf op IJsselmeer  Zon, wolken
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
08.30 uur 22.45 uur 17.767 3.562

Kwart voor zeven en ik ben wakker. Ik sta verbijsterd om me heen te kijken; waar liggen we nou weer?! Ah  gelukkig, het zinkt in: op de Langehoeks Pôlle in de Fluessen. Het waait maar een beetje. Er liggen nu wat meer bootjes dan toen we aankwamen. Ik ga proberen een weerberichtje te vinden.

Kwart over zeven. We kijken tv, naar het weerbericht op rtl 4, althans daar is het wachten op. Ondertussen staan we over het meer uit te kijken, richting Staveren. Wat een mooi meer is het toch. Nog geen bootje te zien. Daar is ie, het weerbericht: het wordt 22 graden vandaag en de windverwachting komt niet boven de 3 – 5 Bf uit. Voornamelijk uit het zuidwesten. Is te doen naar Medemblik. Ik denk dat ik maar weer een stukje ga lezen, van een stukje schrijven komt het niet meer. We willen weg, we hebben goeie wind voor de oversteek. De tv kan wel weer uit.

Half negen. We varen weer op eigen kiel na afscheid te hebben genomen van Joke en Willem. Wij hebben hen hartelijk bedankt voor de goede zorgen waar zij ons mee hebben omringd  en voor het uitstekende advies- en gidswerk van Willem in de Duitse contreien. We moeten toch eens kaarten kopen van dat gebied. En Ingeborg kan best wel kwarktaarten maken maar Joke is haar steeds voor, zie je. Het was weer geweldig jongens, bedankt. Wij varen het gaatje uit en zij blijven nog even liggen. Zij gaan naar Lemmer en wij gaan naar huis over Medemblik en Enkhuizen. Het is rustig weer, windkracht 2 Bf. Het zal wel meer worden vandaag, maar dan zitten wij al veilig op het IJsselmeer(!)

Dag jongens, het was leuk!

Vanaf de Fluessen gemaakt met die goeie ouwe Kodak met z’n fantastische telelens.

Voorlopig stomen wij door Friesland over de Fluessen, langs de Galamadammen (ik zeg steeds: Geilemadammen, maar dat mag niet op de website van Ingeborg, dat vindt ze kinderachtig, dus doe ik het niet), over de Morra, langs Warns naar Staveren.

Half tien. Het is nog steeds redelijk rustig, net geen 4 Bf. Bijna van de Morra af, dan het Johan Frisokanaal op, langs Warns waar de enige brug is in dit traject. We gaan lekker. Nog drie mijl naar de sluis en dan zijn we bijna thuis. Kan het niet laten. Maar eerst probeer ik een hobie-cat (dat is een snelle open zeilboot met twee rompen) die vlak voor ons langs kruist te rammen. Dat lukt natuurlijk niet.

Tien voor tien. We naderden Warns. We zagen heel in de verte de brug al openstaan. Tot onze verbazing liet de brugwachter, nadat van twee kanten bootjes waren gepasseerd hem doodgemoedereerd wagenwijd open tot wij er ook doorheen waren en dat duurde een tijdje. In Friesland hebben bootjes echt een streepje voor op de auto’s. We hoefden onze snelheid van 6 knopen geen moment aan te passen.

Deze had pech, de brug ging voor zijn neus dicht

Tien uur. Zo druk als een klein baasje: ik heb het bootje omhoog getakeld, de ballen aan bakboord buiten gehangen, de ventilatiekoker op het dak dichtgedraaid en een plasje gedaan. En Ingeborg al die tijd maar sturen.

Tien voor tien in de ruif vóór de Johan Frisosluis.

Half elf de sluis uit. Duurde lang deze keer. Maar ja, we zijn hier altijd verwend in het verleden. Hop, op naar Medemblik, even kijken welke koers we moeten gaan voorliggen. Dat wordt ca. 233 graden. We zijn “op zee”.

Dag Friesland

Er staan witte kopjes op de golven, het lijkt meer dan het is: plusminus 13 knopen wind. Omdat het lager wal is hier krijg je wat knobbeltjes in het water, maar dat is geen enkel probleem. Ik zet de motor op 1500 toeren, dan douwt ie het schip er net lekker doorheen. Automaat erop, stoel achterover en slapen maar.

11.00 uur. Ik observeer dat er best veel boten om ons heen varen ondanks dat het een werkdag is, maar ook logisch omdat het nog vakantie is. Er staat wind dus er kan gezeild worden. De echte zeilers zitten op het IJsselmeer.

Ik heb Marijn gemeld in een voicemail dat we eraan komen. Het is heerlijk om op het wijde water te zijn. De stabilisatoren staan standby maar we hoeven ze niet te gebruiken. Daar komt de koffie. Recht vooruit zie ik de torentjes van slot Loevestein in Medemblik al.

Half twaalf. Marijn belde terug. We spraken af dat we buiten de haveningang voor anker gaan, dan komen ze naar ons toe met hun nieuwe boot en dan gaan we een stukje varen op het ruime sop, een stukje hard en een stukje zacht. Dat lijkt ons wel leuk. De wind is wel iets toegenomen inmiddels, er staan wat schuimstrepen op het water en de zon doet een beetje slijmerig achter de wolken.

Half een gingen we ten anker tussen de jachthaven en de haveningang, pal vóór kasteel Loevestein en om vijf voor een kwamen Marijn en Rietje de hoek omzetten, met z’n tweeën parmantig en trots in hun nieuwe aanwinst.

Het werd een heel gezellige middag, die we voornamelijk bij Marijn en Riet op hun boot hebben doorgebracht. We hebben een behoorlijk eind langs de kust gevaren tot de jachthaven van Andijk en weer terug. Het is een lekker schip voor lage en hoge snelheden met een 50 pk Honda, die vrijwel geruisloos is, vooral als we langzaam gingen. Ik mocht ook even sturen en gas geven, maar dat hield ik niet lang vol want ik scheet zeven kleuren bagger, zo hard gingen we. Veels te bang dat we uit de bocht zouden vliegen. 

We dronken gezellig een pilsje uit de koeler van Marijn en Riet en babbelden gezellig over van alles en nog wat, allemaal vertrouwelijke zaken, tendentieus van aard en niet politiek correct. Het was een heel genoeglijk weerzien en samenzijn.

Aan het eind van de feestelijkheden deden zij een “Sail by”, waarbij ze met hoge snelheid langs kwamen scheuren. Later vertelde Marijn dat ze toen 46,8 kilometer per uur klokten, terwijl met Ingeborg en mijn persoon erbij de snelheid niet boven de 34 kilometer kwam. Dat geeft te denken.

Daar gaan ze, het was leuk, jongens!

Kwart voor vijf. We hebben het anker gelicht. Heerlijk geankerd voor Medemblik, moeten we onthouden. Nu gaan we naar de ankerplek bij Enkhuizen op het IJsselmeer dus, waar we, naar ik dacht, meer beschut zouden liggen als de wind ging draaien naar zuidelijke of zuidoostelijke richtingen. Het was een hele leuke middag, we genieten nog na. Ik denk wel dat ik aan de snelheid van zo’n scheepje zou kunnen wennen, als ik maar tijd van leven heb. Ik ga de havenmeester bellen dat we morgen thuiskomen.

Kwart voor zes. Net de Fluithoek gepasseerd met de beroemde en beruchte visstokken met fuiken en/of netten, die daar al sinds mensenheugenis staan. Wij komen nu al bijna veertig jaar hier langs en ik weet niet beter of ze stonden er altijd (in de weg). Bij het lichttorentje van de Ven, dat vroeger wit was, staan ze ook.

Ingeborg heeft het eten voorbereid, alle ingrediënten en gereedschappen liggen klaar op het aanrecht. Het hoeft alleen nog maar te worden gaargekookt, opgeschept en opgegeten. We gaan eens even lekker voor anker, dat hebben we nog niet gedaan vandaag. We moeten wel oppassen voor de gele boeien die langs de kust een groot gebied markeren waar gekitesurft wordt (of is het kitegesurft?). Ik zie geeneen kite-surfer dus ik ga hier gewoon ankeren. Ingeborg zegt: ga nou niet te dicht bij het ondiepe gedeelte ankeren!

Half zeven. We liggen bij het buitenmuseum van het Zuiderzeemuseum van Enkhuizen aan de buitenkant in ruim twee meter water aan 15 meter ketting, moet kunnen. Een van onze favoriete plekjes. Buiten de scheepvaartroute kunnen we al het langsvarende verkeer aanschouwen. Dat vinden we leuk. Ingeborg is aan het koken. We eten aardappeltjes, doppertjes, worteltjes, kippetje en een eitje. Dat gaat lekker worden.

Tien over acht. Het eten was inderdaad lekker. We gaan tv kijken, ik ga niet schrijven; geen zin in. We liggen hier af en toe vreselijk te rollen, door scheepvaartverkeer in de verte. Was dat vorige keer ook zo? Dacht het niet. Tegenvaller. Nou ja, volhouden. 

Kwart voor elf. Wat we nou allemaal wel weer niet meegemaakt hebben! We zaten rustig tv te kijken, het was ongeveer 22.15 uur, toen ik een schokje in het schip voelde. Heel licht, maar ontegenzeggelijk en onmiskenbaar een schokje en dat kwam niet van het strak trekken van de ankerketting. Dat kon maar één ding betekenen: we raakten de (zand)grond. Godverdehierenginder! Toen ik naar buiten tuurde in het pikkedonker kon ik zien dat we ongeveer een kwartslag van de kompasroos achter het anker waren gedraaid, de ondiepten op. De wind was gekrompen naar het zuiden tot zuidoosten. Dit was niet nieuw voor ons; ooit al eens meegemaakt met de Wing IV in Salcombe, toen vielen we half droog en dat was best lollig. Maar dat gold hier niet: geen getij en vast is vast! Enigszins nerveus begon ik het anker in te halen met de lier, maar dat was zonder voortstuwing geen optie. Ingeborg gaf een beetje gas bij en langzaam maar zeker konden we ons hortend en stotend en bonkend over de bodem naar dieper water trekken. Wij vonden dit niet fijn. Ik ben zo kippig als de pest in het donker, dat heeft te maken met het feit dat er niet genoeg licht is en dat mijn bril een update nodig heeft. Tot overmaat van ramp begon het ook nog te regenen. Erger kon niet. We stuurden de boot op de plotter tussen de havenhoofden het Krabbersgat in. Die plotter verblindde me eerst maar toen ik de laagste lichtsterkte had ingesteld kon ik de details niet meer onderscheiden en moest ik steeds met m’n smoel op het scherm gaan liggen om het te zien, niet bepaald een aan te bevelen handelwijze want als je dan weer opkijkt, het donker in zie je helemaal niks meer. Ik hoopte dat de boeien nog op de goeie plek stonden (ik koop absoluut een update deze winter). Gelukkig bleek dit het geval te zijn. Ingeborg stond op het voordek en we hadden het voorraam open, ondanks de regen. Zo schuifelden wij uiteindelijk de veilige haven in langs de lichtopstand op het havenhoofd van de buitenhaven en konden daar iets beter de omgeving onderscheiden. Ingeborg vroeg aan een meisje op de Zorg en Vlijt, een tweemaster van de bruine vloot, of wij langszij mochten komen. Gelukkig mocht dat (of het een passagier of een bemanningslid was kon ons niet schelen). Ze hielp met aanleggen en gaf aanwijzingen, dus het zal wel een bemanningslid zijn geweest. Ik rukte in de kajuit een fles Vat 69 open en schonk een flinke bel in. Ingeborg nam een flink glas water. Jongens, jongens, wat was dat spannend. Die spanning is nu weg. We zitten weer tv te kijken. Jinek komt zo. De wind giert door het want van de ons omringende schepen.

Het is tien over twaalf. Deze bizarre dag is ten einde, dit is de meest gebeurlijke dag van de hele vakantie. Het waait windkracht 6 uit het westen. Maar goed dat we van anker af zijn gegaan. Ik heb twee dingen geleerd: het eerste is dat we nooit meer op die plek ankeren, bah, griezelig. En het tweede is dat ik altijd pas het anker laat vallen als Ingeborg het zegt. De stukkies schrijf ik thuis wel, daar komt niks meer van terecht. We gaan maar eens naar bed. Dit was een fijne dag met een “twist”.

Geplaatst in Logboek | 2 reacties

Donderdag, 15 augustus 2019

Peanster Ee – Langehoeks Pôlle

Dag Datum Wind Weer
Donderdag 15 augustus 2019 W – ZW 5 Bf Veel regen
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
10.00 uur 13.45 uur 17.737 3.556,6

Ik moet nu wel even wat inspreken hoor, want het is inmiddels donderdag, 15 augustus. Ik werd vanoggend kwart over vijf wakker omdat ik naar het toilet moest. Ik kon geen hand voor ogen zien, deed alles op de tast. Het ging goed. Half acht er weer uit, niet echt uitgerust. Het regende vannacht al en nu gutst het van de lucht. Het is tien over half negen en ik zit vanaf half acht te schrijven. Het ankerlicht van de Laga brandt dus daar zijn ze nog in dromenland. We hebben afgesproken dat we om een uur of tien zouden weggaan maar met dit weer zie ik dat niet gebeuren. We willen naar de Langehoeks Polle waar een Marrekrite haventje is. Heb jij een kaart van Friesland, Ing, dan kunnen we even kijken hoe het zit daar.

Het is tien uur en ik zit te schrijven, maar het is droog en iets helderder. Dan kunnen we beter weggaan en maak ik vanmiddag m’n verhaaltje wel af. Intussen is het alweer druk met zeilende kindertjes op de Peanster Ee. We moeten dus voorzichtig zijn. 

Kwart over tien. Wat een drama. We varen de Peanster Ee af, opeens weer in een zooitje rotweer. Toen we het anker ophaalden was het droog en nu dit weer. We dweilen het Pikmeer op.

Oh dear, oh dear,

weer en nog meer 

van dat rotweer

op het Pikmeer.

Ik pik het niet langer.

Als ik linksaf moet slaan het kanaal op moet ik inhouden voor een oud binnenvaartschip, dat duidelijk dienst doet als pleziervaart maar hij komt van rechts. Ik heb hem liever voor me dan achter me.

Kwart voor elf. We zijn goed en wel op weg op het Prinses Margrietkanaal. We hebben al een spoorbrug gehad en nu komen we bij het vaartje van Irnsum waar de Boarnstream zit. Er komt een soort van donkere rolwolk aan, die moet ik fotograferen. Af en toe klonteren de boten samen, vooral bij bruggen. Het is tamelijk druk. Vlucht iedereen voor het slechte weer?

Vieze luchten

Dringen voor de brug

Af en toe worden we gegeseld door regenbuien. Na de donderwolk wordt het iets lichter. De meeste boten zijn ons gepasseerd. Sommige schepen kunnen snel en dan willen hun schippers wel. De Terhernster Slüs komt in het zicht en wordt snel genomen; er zijn geen deuren die je tegenhouden en de lichten staan altijd op groen.

Tien over half twaalf. Wat krijgen we nou? Komt daar midden in de vaargeul op het Snitser Mar een schip recht op ons af gevaren, de Nadia, met een vrouw wild zwaaiend op de boeg. Ik kijk achterom of er iemand achter ons zit en denk al, mens sodemieter op! En dan pas is daar de flits van herkenning in mijn bezoedelde brein: het zijn Metty en Peter met hun Nadia, duidelijk terug van vakantie, terug in het Heitelân, want ze zijn in Zeeland geweest. Ik vertraag en ik zie dat Peter 180 graden het roer omgooit en naar ons toekomt. We varen eventjes naast elkaar in de drukke vaargeul. Ingeborg neemt het roer en ik stap met fototoestel in het gangboord, Metty ook. Peter heeft de buitenbesturing ter hand genomen. Hee, hoe is het met jullie?! Wat leuk, dat we mekaar hier treffen! Goede vaart en kom weer eens langs in Frentsjer! Er is natuurlijk geen tijd voor lang bijkletsen want de boten vliegen je om de oren en in de verte komt er een vrachtvaarder aan, maar toch, nu zagen we “Nadia” in het echt; ze is mooi. Kijk, dat zijn leuke dingen voor de getormenteerde motorbootvaarder, dat kikkert je op! Hieronder een paar fotootjes.

Metty probeert Ingeborg door het raam te fotograferen, Peter aan de buitenstuurstand

Stoer schip

Oant Sjen! (Dat is Fries voor tot ziens)

Ingeborg is druk met sturen

Wat zeg je?

Dat was even leuk!

Vijf voor half een. We sloegen net af van het kanaal, de Jelte sloot of het Johan Frisokanaal in, richting Heeg. Je ziet allerlei typen schepen varen, mooie en lelijke, als je maar lol hebt. Het is nog steeds pokkenweer, daarin zit vandaag niet de lol.

Half een. Ingeborg heeft de laatste Duitse boterham uit de vriezer opgedoken, met daarop Heinz Sandwich Spread en de laatste Duitse Rohe Schinken. Nu heb ik alleen nog wat Duits bier. Wat een smalle sloot is dit zeg en wat een boel boten! Gelukkig geen beroepsvaart want dan kon je wat beleven hier (een hoop rechtszaken). Links en rechts mooie uitzichten op graslanden, rietkragen. Daar hoef je dus eigenlijk niet voor naar Duitsland te gaan. Alleen zitten er hier geen heuveltjes in, geen geaccidenteerd terrein. Zo plat als een biljartlaken en wij willen weleens wat rondingen zien, daar houden wij van, in het landschap.

Half twee. We proberen eerst de Rakken Pôlle op het Heegermeer maar dat is niet van de Marrekrite want ze vragen penningen. Verder maar weer naar de Langehoeks Pôlle. Als we het haventje indraaien zien we weinig bootjes liggen en er staan een paar tenten op de kant. Volgens mij mag dat niet, het zal wel personeel van de Marrekrite zijn. Verrassend genoeg kunnen we aan de kant komen qua diepgang, de Laga redt het eveneens, ook al warrelt veel modder op. Een mooi eilandje en een mooi haventje.

Half twee. We liggen dankzij de hulp van een buurman want we hadden een stevige aflandige wind en de wal is bijzonder laag. Ingeborg kan er niet zomaar afspringen, ik zo langzamerhand ook niet meer. Ze moet het van haar werptechnieken hebben en tegen wind in gaat dat niet lekker, vooral niet als het van die zielige paaltjes zijn zonder dwarsstokkies. We liggen aan hogerwal maar vrij in de wind want waar wij liggen zijn geen bosjes die beschutting bieden. We kunnen het hier wel een week uithouden als het moet. Zo, even wat drinken om bij te komen van de ontberingen en vermoeienissen.

Het is inmiddels drie uur. Op het meer zien we valkjes, een open zeilboottype, zwaar gereefd heen en weer rossen. Ze gaan lekker hard. Het is helder weer met heel veel bewolking en af en toe glipt het zonnetje er tussendoor en dan is het lekker. Ik heb net een hele “briefwisseling” gehad met Metty op Whatsapp. Foto’s van haar gekregen. Leuk hoor. Die foto’s staan hierboven. Wonderbaarlijk, hè? Want ik zet ze pas overmorgen op de website, vandaag niet. Overmorgen is deze dag aan de beurt en waar we dan zijn? Wie zal het zeggen? We hebben lekker gedoucht, was nodig. Verder rommelen we een beetje. Het vulles moet worden weggebracht. Gaan we doen. Het waait pittig. We genieten van het weidse uitzicht over het meer in de richting van Staveren en de Nije Kruzpôlle. Ik denk dat als het fantastisch weer zou zijn geweest dat het hier dan stijf vol lag met bootjes.

Ik loop wat rond op het eiland om een paar prachtfoto’s te maken. Dat lukt aardig vinnik. Ik vind ook braamstruiken waar Ingeborg zich op kan uitleven. Er liggen wel gemummificeerde uitwerpselen en veel verdroogd wc-papier tussen de struiken. Zouden mensen hier hun hond uitlaten en die beesten hun kont dan schoonvegen met wc-papier? Ik breng Ingeborg op de hoogte van mijn vondsten en zij gaat een bakje verzamelen, bramen dan, hè? Goed wassen hoor Ing!

Tien over twaalf. Ingeborg zit nog vrolijk op haar iPad dingen te doen en ik heb net een verhaaltje afgemaakt en op de website gezet met behulp van Willem z’n bijtjes. Het is de laatste keer deze vakantie. Willem, nog hartstikke bedankt! We gaan naar bed. Het is stikdonker buiten. Dit was een fijne dag, de laatste met Joke en Willem samen. Zij gaan morgen naar Lemmer en wij naar Medemblik. That’s life. 

Geplaatst in Logboek | 4 reacties

Woensdag, 14 augustus 2019

Bergumermeer – Peanster Ee (Grou)

Dag Datum Wind Weer
Woensdag 14 augustus 2019 Z 5 Bf Zonnig (s’morgens)
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
13.10 uur 16.45 uur 17.719 3.552,9

Het is al vijf over negen. Er staat een windje op de kont, dat moet dus een zuidelijk windje zijn. We liggen aan een steigertje in het Bergumer meer, wie had gedacht? Goed geslapen vannacht. Tenminste, ik wel, jij ook, Ing? Ja, zij ook. Het was wel een latertje, hè, gisteravond. Dat kwam door Jinek. Goeie meid, in d’r vak, bedoel ik. Als ze maar geen gelazer krijgt met dat décolleté. Mij zal je d’r niet over horen. Vanochtend heb ik het stukkie van 12 augustus geschreven. Dat moet ik nu op de website zetten. Ik zal bij de buren vragen of ze nog bijtjes in de korf hebben.

Vijf over half elf. Ik ben klaar met stukkie publiceren. De zon schijnt heerlijk hier. Willem heeft gehoord dat het beestenweer (of op zijn minst: slecht weer) is in het westen. Daar zijn we gelukkig nog niet. Ik heb de rest van de bijtjes teruggebracht. Ik heb gekeken of ik een filmpje kon monteren van die regenbui voor Emden en op de website zetten, maar het kost teveel tijd omdat de computer steeds trager gaat werken. Dat komt later wel een keertje, thuis. We moeten nu maar eens even lekker relaxen en tot de middag lekker blijven zitten en lezen in de kuip. Ingeborg heeft Mea Culpa bijna uit en ze mag van mij niet zeggen wat er gebeurt en wie de vermoedelijke dader is. We hebben de inmiddels droge zij- en achterflappen van de kuiptent weer opgerold zodat we vrij uitzicht hebben. We laten ze er wel aangeritst zitten, zodat ze bij het minste geringste onraad naar beneden kunnen. Ja, nou, dit is het. Koffie gehad al, lekker, Ray Charles op de achtergrond met kerstliedjes, heel sfeervol enne we liggen hier tevree, naast overwegend groene bosschages op het eilandje, waar we niet op kunnen; er is geen verbindende steiger. In de verte waakt de atoomcentrale van Bergum over ons.

Tien over half een. De zon schijnt, het waait pittig maar we liggen achter het eiland dus merken we er niks van. Even eten en dan gaan we weg. We hebben met Willem en Joke afgesproken naar Grou te gaan. Eerst tanken aan de watersteiger en dan weer op een Marrekrite plek liggen.

Tien over een. We gaan vertrekken, genoeg geluierd. Ik heb de dieptemeter gecalibreerd, ingesteld op de diepte vanaf het wateroppervlak, zodat ie aangeeft wat op de kaarten staat, hoef ik niet meer te rekenen (ik moest steeds veertig centimeter erbij optellen; dat is de afstand van de transducer in de bodem van het schip tot de waterlijn). We gaan. We gooien los.

Nu kunnen we pas merken dat er een fikse wind staat. We verlaten het Bergumermeer en varen het Prinses Margrietkanaal op. De wind is momenteel 17 knopen, onder in de windkracht van 5 Bf. Toch wel pittig moet ik zeggen, alhoewel ie meestal in de 4 Bf blijft steken (11 tot 16 knopen). We zijn weer onderweg! Nog even. Wat dan? Weet ik veel. Ik maak wat fotootjes van een mooie camping langs het kanaal en van een containerbak.

 

Zulke monsters kom je tegen in het Prinses Margrietkanaal. Deze is 3200 ton.

Twee uur. We varen nu op de driesprong waar je moet kiezen tussen Lemmer of  Leeuwarden (je hoeft natuurlijk niet te kiezen, je kunt ook terug gaan). Over Leeuwarden is de “staande mastroute”. Nu komen wij weer op bekend terrein. Van de afslag het Reitdiep in tot hier was nieuw voor ons. Het was een hele belevenis. Nu wordt het een feest der herkenning: vlak, plat land, mooie huizen, bomen, alles groen, het gras, het riet. Veel koeien. Dat zag je in Groningen trouwens ook vaak. Ik zie nu 18 knopen wind op de teller.

Drukte bij de Fonejachtbrug

Dit tjalkje kruiste de vaarweg tussen ons door. Knap

Kwart voor drie. De cirkel is rond: we kruisen bij Grou het punt waar we op 19 juli de staande mastroute naar Leeuwarden kozen, op weg naar verre avonturen! Het is frisser geworden, de zon is weg. Het waait nog steeds hard, tussen windkracht 4 en 5 Bf. We gaan watertanken en dan naar een Marrekrite plek.

Tien voor half vier. Aangelegd bij het waterlaadpunt achter in de sloot in Grou. Je moet steeds 50 cent in de paal gooien en dan krijg je een onbepaalde hoeveelheid water. Willem moet 3 keer sjoelen en ik maar 1 keer. Het is somber. Regen dreigt. Er is regendreiging.

Een uur later. Klaar met water tappen. Laga vol, Wing V vol. Het blijkt dat mijn vuldop vacuüm zuigt, dat is niet goed zegt Willem. Jammer dat dat bij de reparatie van de tank niet in orde gebracht is, had ik op moeten letten maar Nic. Witsen had het moeten zien. Ach, ach, weer een project. We dobberen nu richting steigertjes.

Kwart voor vijf  lieten wij het anker vallen in de bagger van de Peanster Ee, vlakbij een zeilschool, omdat de Marrekrite steigers bezet waren. Een eindje verderop ligt Willem voor paal. De ketting is nog niet uitgevierd of Joke roept via de marifoon dat Willem ons komt halen. Ja, we komen zo zeg ik. Nee! Willem komt jullie halen! Ik zeg toch: ik kom zo. Neen, Willem komt jullie halen!! Ik: ja, dat betekent toch dat we zo komen?! Lache man. Het bleek dat Joke eigenljk had willen Cobben en een heleboel lekkere dingetjes had klaargemaakt voor dat doel, maar nu moest ze dat maar bakken en braden in hun kombuis. En wij moesten komen helpen opmaken, als een soort afscheidsetentje, want wij gaan binnenkort alleen verder, naar huis. Die Joke toch, altijd begaan met onze innerlijke mens. Nou, ik moet zeggen dat het heerlijk smaakte. Jezus (Mezus), wat had ze zich weer uitgesloofd: heerlijke toastjes met verschillende (stink)kazen, nootjes, een bak rijkelijk met saus besproeide garnalen (ze zijn erin verzopen) en heerlijk malse kipstukjes in de saté-saus, met brood en een Magnum als toetje! En alles natuurlijk stevig overgoten met de nodige spiritualiën. Een gezonde, stevige doch vooral lekkere maaltijd, maar je kan mij onderhand als stootwil gebruiken, zo’n grote ronde.

Ankeren op de Peanster Ee. Goeie ankergrond.

Daarginds zijn de Marrekrite steigers, daar hadden wij willen liggen. Waren bezet.

De Laga ligt dicht bij de zeilschool

Even wat klaarzetten

De kindertjes zijn druk in training

Kijk, daar liggen wij

Hier ook

Dit zijn de restanten van een losbandig leven. Uiteraard dacht ik te laat aan fotograferen.

Half acht bracht Willem ons terug naar ons eigen schip. We zaten proppievol. Morgen verder naar de Langehoekse Pôlle, een Marrekrite plek bovenin de Fluessen, vanuit het zuidwesten gezien. Joke en Willem gaan dan ook nog mee, alhoewel ze overmorgen in Lemmer moeten zijn voor het Skûtsjesilen waar kleindochter Femke aan meedoet. Wij gaan die vrijdag naar Staveren en steken het IJsselmeer over naar Medemblik. Ja, ja aan alle leuke dingen komt een eind, maar dan komen er toch weer nieuwe!

Kwart over twaalf. Ik heb voetballen zitten te kijken in plaats van te schrijven. De geest is zwak en de tv gewillig. Liverpool – Chelsea in Istanboel. Een thriller, hopies amusement, de scheidsrechter (Frappart heet ze) heeft eigenlijk gewonnen. Daarmee bedoel ik dat ze fantasties kan fluiten! Frappart, heel frappant, floot namelijk niet, alleen wanneer het nodig was, waardoor het een wedstrijd werd. Liverpool wint in doelpunten. We hadden een mug binnen, kregen hem niet plat. Ingeborg puzzelt en we namen nog een glas. Jinek is geweest dus gaan we maar naar bed. Het was een fijne dag.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Dinsdag, 13 augustus 2019

Appingedam – Bergumermeer

Dag Datum Wind Weer
Dinsdag 13 augsustus 2019 Ja, maar je merkt het niet zo Koud eerst, af en toe regen, later zon
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
10.00 uur 17.40 uur 17.706 3.550,3

Wakker worden in een regenachtig Appingedam, dat maak je niet vaak mee. Het is acht uur. Ik heb geslapen tot kwart over vier, toen moest ik vreselijk naar het toilet. Ik wou het licht niet aandoen, dus moest ik wel gaan zitten anders zou ik naast de pot piesen. Toen ben ik maar weer naar bed gegaan en toen werd ik om kwart over zes weer wakker, toen moest ik weer naar het toilet en, je zal het niet willen geloven, het is nu acht uur en nu moet ik weer naar het toilet. Wat een zeikerd.

Ik moest daarnet van Ingeborg het zakje met vuilnis wegbrengen. We keken en keken maar zagen nergens een container, in de verte op de steiger wel een vuilnisbak, zo’n ding op een paal, maar die leek vol te zitten. Dat wordt weer zoeken, dacht ik. Nou Ing, ik ga, tot straks. Had ik tenminste een loopje. Naast de boot zag ik in de nis achter de heg zo’n zelfde vuilnisbak. Helemaal leeg. Ik deed de zak erin en stapte terug op de boot. Daar ging mijn loopje. Ingeborg keek vreemd op. Nou al terug? Ja, er staat er eentje naast de boot, Ing. Lache man. Dat hele eind dus terug gelopen, twee meter. Ik had het ondertussen aardig koud gekregen, door dat hele eind. Het weer is radicaal omgeslagen, zo koud is het. Vanmorgen vroeg begon het weer te regenen. Ik moest er nóg een keer uit om een raampje dicht te doen in de badkamer en het bleef daarna gestaag regenen, eigenlijk tot nu. Alles is zeiknat. Sjonge, jonge, ik begin er spontaan van te niezen. Ik kan nog geen bijtjes pakken bij Willem, teneinde het gisteravond geschreven verhaaltje op de website te zetten. Op de Laga slapen ze nog. Ik denk dat ik maar ga lezen deze ochtend, binnen in de kajuit, da’s voor het eerst. Dit is toch niet te geloven, dit weer? 

Het was tegen half negen. Verrek, daar heb je Joke en Willem op steiger naast onze boot met tassen en een paraplu, klaar om boodschappen te gaan doen en de havenmeester te betalen. Of we ook meegingen? Nou, dat lieten we ons geen tweemaal zeggen. Jammer dat er alleen een Albert Heijn in de buurt is, waar we principiële bezwaren tegen hebben. Maar die zetten we overboord, want Ingeborg moest Yoghurt en Sperziebonen hebben. Na de havenmeester het vorstelijke bedrag van € 9.60 te hebben overhandigd (geen bonnetje, hij kon wel onthouden dat we hadden betaald) togen wij naar genoemde supermarkt en kochten genoemde producten. Ingeborg ging wel erg ver door ook een IJsbergsla te kopen. Ons bezoek aan de super werd kort gesloten door een bepaald soort weeën bij Ingeborg. De gezonde boreling werd gebaard en meteen doorgetrokken in het toilet van het havengebouw, dat dicht bij de hand was. Afijn, we hadden toch ons loopje.

Niet veel later kwamen Joke en Willem terug. Ik kreeg van Willem toegang tot zijn netwerkje en kon het verhaaltje op de website zetten. We besloten om tien uur te vertrekken. Willem belde de havenmeester die tevens de brug bedient en binnen vijf minuten zaten we in het slootje richting Groevesluis Noord. Goed geregeld hier.

Tien over tien. We gaan koffie krijgen, wedden? Na de sluis, zegt Ingeborg. Dat is dan een late koffie. We hebben voor het eerst truien en jassen aan. Het is pokkenweer. Ik heb alle opgerolde zij- en achterflappen uit de kuipbanken gehaald en aan de buiskap geritst, een werkje van vijf minuten. Want het is definitief afgelopen, het mooie weer, hebben wij het idee. Zo voelt het ook een beetje: we zijn één dag terug in Nederland en de vakantie nadert zijn einde. Het woongevoel op de boot is weg, als het er al was na zo’n korte tijd. Kijk, je moet minstens zes of zeven maanden op je boot verblijven om het slechte weer ook op de koop toe te willen nemen. Als je vakantie hebt wil je mooi weer en als je op je boot woont leg je je neer bij slecht weer. Nu willen we naar huis. Bovendien moet Ingeborg weer werken. Op de terugweg gaan we langs bij Marijn en Rietje in Medemblik. Dat willen we komend weekend doen en dan maar hopen dat er een mooi gaatje in het weer zit om toch met hunnie nieuwe race-boot te kunnen varen. We hebben besloten om de kortste route te nemen, dus niet via het Reitdiep, Lauwersmeer en Leeuwarden te varen maar door het Prinses Margrietkanaal, Johan Frisokanaal en over de Fluessen naar Staveren. Joke en Willem blijven nog wat langer in Friesland dus over een paar dagen scheiden onze vaarwegen.

Half elf. De Groevesluis gehad en we varen nu op het Eemskanaal naar Groningen. Het is koud buiten en we doen de patiodeuren dicht tegen uitlaatgassen en kou. Het Groninger land aan weerszijden van het kanaal is erg mooi met prachtige vergezichten. We passeren Woltersum, met een molentje en een kerkje. Dat lijkt me een mooi dorpje maar je kunt nergens in het Eemskanaal aanleggen, dus hou ik het maar bij foto’s vanaf de boot.

Half twaalf. We kwamen net door een brug, de Bloemhofbrug, daar moest een schip doorheen van 11,45 m breed. Ingeborg heeft er mooie fotootjes van gemaakt. Ik word nu ingehaald door een platte bak met een duwboot erachter. We moeten maar even wat inhouden dan kan ie er sneller langs.

Kwart voor twaalf. De zon schijnt! Heel fijn vinden wij dat. Er zijn heel wat bruggen over het Eemskanaal. Ze moeten allemaal open want ze zijn niet hoger dan een halve of een hele meter boven het wateroppervlak.De Driebondsbrug, vlak bij de stad Groningen is bijvoorbeeld 0,50 centimeter, da’s te weinig. Het is erg druk met beroepsvaart in dit kanaal.

Tien over half een. We liggen bij de Oostersluis in Groningen, aan de rand van de stad Groningen om precies te zijn. Een mooie grote sluis. Terwijl we hier arriveerden kregen we toch een stortbui over ons heen! Heel erg. Benieuwd hoe lang het schutten hier duurt, wij Hollanders moeten dat toch sneller kunnen dan de Duitsers. De bui is snel overgetrokken. In de lucht kan je precies zien waar de bui eindigt en de opklaring begint. De zon gaat zeker en vast straks weer schijnen. Na een kwartiertje varen we met nog een boot (een Koopmans 38, gepromoveerd tot motorboot, hadden wij ook kunnen doen) de sluis uit en bevinden ons nu op het Van Starkenborgh kanaal.

Half twee. Ingeborg heeft gestuurd en ik heb een broodje gebakken ei met rauwe ham gegeten. Nu stuur ik weer en Ingeborg klaagt van beneden dat ik er een puinhoop van gemaakt heb. We schelden eventjes keihard tegen elkaar. Ik kan dat hier niet herhalen, maar het was wel gezellig. Enorm grote schepen kwamen ons steeds tegemoet. Allemaal met de standaardmaat 110 meter lang en 11,45 meter breed en een tonnage van plm. 3200 ton. Mastodonten zijn het.

Tien over drie. Het blijft nu steeds helder weer, met af en toe een spat regen. Er zit nog een sluis in het Van Starkenborgh kanaal. Dat is de Gaarkeukensluis. Bijzondere naam. Ingeborg, maak effe een foto van die sluis. Die naam wil ik vasthouden, zie je.

Het Van Starkenborgh kanaal bood nog meer fraaie uitzichten, die ik dankbaar probeerde vast te leggen op de gevoelige chip.

Tien over vijf varen we het Bergumermeer op waar we een gratis ligplaats denken te vinden aan zo’n steiger van de Marrekrite organisatie, midden in de wildernis. Als tenminste de Marrekrite hier ook actief is. Ingeborg staat boontjes af te halen en het wordt tijd dat we een punt draaien aan de tocht van vandaag; 33 mijl vind ik wel genoeg. Als er geen plaats is moeten we maar voor anker.

Tien over acht s’avonds. De zon schijnt nog een beetje achter de bomen. Druppelsgewijs komt er een bootje naar de langgerekte eilandjes toe. Het zijn mooie steigers. Meteen na aankomst zijn we bij Joke en Willem aan boord ijskoude biertjes gaan drinken. Heel gezellig. Van half zes tot acht uur hadden we een steigerborrel, maar dan op de Laga. Nu gaan we eten. Het is windstil, rustig enne, geen bui in zicht. Wel een regenboog. We liggen hier heerlijk. Beetje jammer dat we in de schaduw liggen. We gaan de avond in, de tv proberen.

\

Twaalf uur. We gaan naar bed. Voor het eerst televisie gekeken. Ik heb niets geschreven. Kon het niet opbrengen. Waarom weet ik niet, ik had er gewoon geen zin in. Waarschijnlijk omdat de televisie het weer doet, hier in Nederland. Niet best. We gaan maar naar bed, dat zei ik al. Morgen gaan we naar weet ik veel. Het was een fijne dag.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Maandag, 12 augustus 2019

Herbrum – Appingedam

Dag Datum Wind Weer
Maandag 12 augustus 2019 Beetje wind, later beetje veel Zonnig, bewolkt ook. Wind- en regenbui voor Emden 
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
08.45 uur 17.00 uur 17.673 3.544

Het is maandag, 12 augustus. Tien voor acht. We zijn alweer een tijdje op, kwart over zes was het dat we wakker werden. Zijn blijven liggen lezen in bed. Ik heb een nieuw boek, van Ingeborg overgenomen. Mea Culpa, zo heet het boek van Claire Mackintosh, een literaire triller. Lijkt wel een goed boek te zijn. We liggen heerlijk in de dode arm bij Herbrum. Je hoort hier haast geen omgevingsgeluiden, klein beetje maar. De zon schijnt. Een kalm begin van de dag. Yoghurtje eten en verder lezen op de patio. Tot de buren wakker worden. 

Kwart voor negen. Motor aan en weg, de arm uit en linksaf de hoek om naar de sluis van Herbrum. Er is geen dorpje te bekennen van die naam. Die sluis heet nou eenmaal zo. Hij komt vrijwel direct in het zicht als je uit de dode arm komt. Met deze sluis komt een einde aan de sluizenparade door Duitsland. Het is leuk geweest, maar nu komen we weer op ruimer water, tot aan Delfzijl, ook leuk. Dat is ongeveer zeven uren varen. Er liggen twee schepen in de sluis die momenteel naar beneden worden geschut, daarna zijn wij. 

Tien uur. Uiteindelijk lagen we met een groot vrachtschip en zes motorjachten in de sluis. Tien over half tien kwamen we eruit. We lagen een half uur te draaien voor we erin konden. Alles bij elkaar heeft het bijna een uur geduurd.

We varen nu door een modderbak, net het Turkse modderbad waar we destijds in Turkije van hebben genoten. Fascinerend, doch geen genot voor het koelsysteem van de motor. Dit gaat een tijdje duren.

De Ems is vanaf hier naar de Dollard toe een getijde-rivier. We hebben slechts een klein beetje stroom tegen en straks gaat ie flink meelopen volgens de berekeningen. Man, man, wat een bagger! Een heleboel klassieke motorschepen komen ons tegemoet, vooral oude sleepboten. Die hebben vast ergens een reünie of een festival voor oude schepen. Schitterend om te zien.

Om elf uur zijn we dwars van de Meyer Werft, in Papenburg waar de grootste cruiseschepen ter wereld worden gebouwd.

Vijf voor half één. We passeren de Jann Berghausbrücke, een vrij grote klapbrug over de Eems, de eerste oeververbinding die we na Herbrum tegenkomen. 

De kwaliteit van het water is langzaam aan het verbeteren, de kleur wordt lichter en helderder. Ik ben blij dat we die vieze erwtensoep achter ons hebben. We hebben nu de stroom mee. Zes knopen over de grond en 5,8 door het water, niet veel maar het getij is nog jong. Het is zonnig met veel wolken. Nu en dan een spatje regen en het is fris buiten. De rivier wordt steeds breder. Doet een beetje denken aan de Zeeuwse stromen. We gaan zo eten. Als de een stuurt eet de ander. De boot ploetert voort door het tamelijk lege landschap. Nog steeds geen internetbereik.

Om tien over half twee passeren we een enorme stuw die dwars in de rivier  ligt en deze volledig kan afsluiten als sprake is van een (waters)noodgeval.

We varen richting de Dollard, het schiet aardig op. Wind tegen maar stroom mee: 7,7 knopen over de grond, da’s lekker. Het is hier fantasties, op het ruime sop. Dit is trouwens allemaal zout water. De boot zit straks weer onder.

Aan bakboord zien we het plaatsje Ditzum, je denkt dat dit al Groningen is maar dat is dus niet zo. Leuk plaatsje, zo te zien. Heeft ook een haventje.

14.00 uur. Bijna dwars van Emden. We hebben nu 2,5 knopen stroom mee en lopen zo’n 8,5 knopen over de grond, dit is wel het maximale dat we vandaag aan stroom meekrijgen. Ondertussen doemt een donderbui op vanuit het westen, dat belooft niet veel goeds. Ik zie de Laga voor ons opeens flink op en neer deinen. Het is hier diep water en er was net een groot schip gekeerd, misschien is dat het. Even later krijgen wij het ook voor de kiezen, maar het kan allemaal geen kwaad. Ik zet de stabilisatoren aan, voor het geval dat.

14.15 uur. We krijgen toch een pestbui over ons heen, dat wil je niet weten! Windsnelheden van 35 knopen per uur recht op kop! We duiken een bui in met slagregens, waardoor je geen hand voor ogen meer kunt zien. De ruitenwissers kunnen het nauwelijks aan. We varen iets buiten de vaargeul. Ingeborg probeert er iets van vast te leggen op video. Het duurt maar een kwartiertje of zo en dan klaart het alweer op.

Te 15.07 uur liepen wij tussen het Wester- en het Oosterhoofd het Zeehavenkanaal binnen, dat toegang geeft tot de binnenlanden van Delfzijl en achterliggende omstreken. We moeten door een sluis, alweer. Je komt er nooit vanaf. En dan varen we door het Eemskanaal naar Appingedam, daar moeten we ook weer door een sluis(je) en dan gaan we daar boodschappen doen en om ons heen koekeloeren.

De Aluminiumfabriek bij Delfzijl

15.30 uur. Bij de sluis, erin.

15.50 uur. In de sluis, eruit.

15.51 uur. We varen op het Eemskanaal naar Appingedam.

16.25 uur. Bij de Groevesluis Noord, die toegang geeft tot Appingedam. We gaan hier ongeveer 1,5 meter naar beneden, de polder in.

Te 17.00 uur liggen we ongeveer op dezelfde plek waar we op 4 juni 2016 op de heenreis naar Denemarken ook lagen. Het regent en we blijven binnen. Omdat ik na het Zeehavenkanaal geen enkele foto meer heb genomen plaats ik een fotootje van toen hieronder. Wat een contrast met nu.

Ja, dat waren nog eens tijden!

Ja, ja, met onze intrede in Nederland, na vier weken prachtig weer, doet het kloteweer ook zijn intrede in Nederland. We eten tomatensoep met toastjes camembert, is die de koelkast uit, terwijl we Nederlandse tv kijken. Dat wil zeggen na een half uur de bekende Kaa-Uu-Tt programma’s te hebben “geproefd” gaat het scherm op zwart, neemt Ingeborg een goed boek ter hand en zet ik mijzelve aan het publiceren en schrijven van achterstallig werk.

Tien voor half twaalf. Ik heb 11 augustus geschreven maar nog niet geplaatst, doe ik morgen wel. Als het licht is, kan ik beter zien. Ik ga nu naar bed. Ingeborg ligt er al in trouwens. We liggen lekker. Horen af en toe nog wat geschreeuw maar over het algemeen is het nu rustig. Het is volkomen windstil. Het water is als een spiegel. Morgen gaan we verder. Het was een vermoeiende, natte, doch door de bank genomen fijne dag. We hebben geen boodschappen gedaan, vanwege de rege.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Zondag, 11 augustus 2019

Dode Kronkel Ems – Dode Kronkel Ems bij Herbrum

Dag Datum Wind Weer
Zondag 11 augustus 2019 Fris windje Zonnig
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
08.25 uur 13.30 uur 17.632 3.536,3

Half zeven, 11 augustus. We liggen nog steeds tegen Willem aan, de Laga bedoel ik. Ik zie paarden aan de overkant. Gisteravond kwam trouwens een kudde koeien aan onze kant heel nieuwsgierig een kijkje nemen vanachter de bosjes. Toen ze mij zagen hadden ze genoeg gezien en taaiden af. Terwijl ik dit zeg hoor ik krakende geluiden uit de voorkooi. Ingeborg is met haar oefeningen bezig en dan kraakt het bed. Niet Ingeborg want die is nu soepel door de oefeningen. We kunnen niet wandelen deze ochtend want we liggen in de bush bush. Het is een zeer mooie ochtend. Blauwe lucht. Behoorlijk fris buiten maar dat voelt lekker aan. Het waait een klein beetje, er staan rimpels op het water en verder is het doodstil. Heerlijk. Een heerlijke plek en een heerlijke ambiance om wakker in te worden. Ik was overigens reeds te 05.00 uur wakker maar ik heb het tussen de klamme lappen uitgehouden tot kwart over zes. Nu ben ik fris gewassen en aangekleed. Ik kan eigenlijk wel een beetje gaan schrijven, bedenk ik mij.

Tien voor half acht. Het stukje dat ik gisteravond heb geschreven, heb ik geredigeerd en hier en daar gecorrigeerd; ik had er nu even de rust voor. Er zaten wat foutjes en grofheden in, die heb ik enigszins hersteld en bijgeslepen. Ik wilde aan een nieuw stukje beginnen. De foto’s had ik klaargezet en de aanhef van de tekst stond er al toen mijn lust tot creëren als bij toverslag verdween. Ik zit nu drie kwartier op die computer en ik ben er zat van. Ik denk dat ik maar even ga wandelen, naar het voordek en terug. Eerst een fruitje en een yoghurtje en ik ga het voorraam dichtdoen, want het tocht een beetje, vind je niet, Ing?

Tien voor acht. Ik heb de wierpot schoongemaakt, olie hoefde niet te worden bijgevuld, zat nog zat in. Vetpotje aangedraaid. De machinekamer gecontroleerd. We hebben nog 500 liter dieselolie. We zouden hiermee nog 100 uur kunnen varen. Daarmee halen we Edam makkelijk, want van Edam tot hier hebben we in totaal 87 motoruren gedraaid en we zijn dik over de helft.

Ik zat te lezen in Baantjer (Moord à la Carte, waarin de oude grijze speurder met het brede gezicht als vanouds flink op dreef was) toen buurman het moment stilaan rijp achtte het spreekwoordelijke anker te lichten, daarmee profijt trekkend van het vrijwel afwezige beroepsverkeer in de dal- en de bergvaart op het kanaal. Binnen vijf seconden waren wij los van de Laga en had Willem zijn paal ingetrokken en wendden wij de respectieve stevens naar de uitgang van de dode kronkel. Een nieuw record. Ideaal zo’n spudpaal. In een mum zaten wij eens temeer in het aloude ritme (ik heb teveel Baantjer gelezen) van sturen, koffiedrinken en langdurig zwijgen achter het stuur en puzzelen op de bank. Wat een rust. Het was toen 08.25 uur. Ing, ik moet me scheren want het begint te jeuken. Ja, straks zal ik sturen zegt ze en dan kan jij scheren.

Ik maakte eerst een foto voor ik me ging scheren

Het is negen uur. Er vaart nu een schip voor ons, de Moana, een Nederlands vrachtschip dat zwaar geladen is en langzaam vaart. Dit schip zal de hele dag bij ons blijven en telkens vóór ons de sluizen binnenvaren. Dat zijn er drie: de Hilter Schleuse (een typefout is snel gemaakt, maar het is geen typefout, zoals zal blijken!), de Düthe Schleuse en de Bollingerfähr Schleuse. 

Ik zal de lezer niet meer vermoeien met een saai verslag over het in- en uitvaren van die sluizen. Alleen de hoogtepunten haal ik eruit. Zo kregen wij in de Hilter sluis van Joke een heerlijk stuk kwarktaart aangereikt. Hij smaakte weer voortreffelijk. Die naam van die sluis kan volgens de spellingscontrole niet: dat moet Hitler zijn, verdomd als het niet waar is! 

 

Daar moeten ze toch eens over nadenken, over die naam

In de Düthe sluis hadden we een passagiersschip, de Marisia, met een onhebbelijke schipper die met zijn boeg boven onze rubberboot ging hangen. Hij vond dat we verder naar voren moesten. Dat vonden wij niet. Hij daarentegen had ruimte zat. Wat een teringlijer. Bij het uitvaren passeerde hij op tamelijk woeste wijze de Moana, waarbij hij bijna uit het roer liep in de boeggolf van het diepliggende vrachtschip. Nee, geen fijne man, die schipper. Er voegden zich nog wat bootjes in het convooi maar dat leverde geen extra vertragingen op. We kropen voort achter de Moana aan. Rond half twaalf hebben we gebeld met Ma. Linda was er. Via haar telefoon hadden we een goede verbinding. Ma vertelde over de storm gisteren. De plantengieters vlogen door de tuin en ze was bang dat de boom in buurman z’n tuin zou omgaan en op haar dak zou terechtkomen. Gelukkig staat ie nog fier overeind. Ja, als 99-jarige ga je het wel een beetje benauwd krijgen in je eentje in zulke omstandigheden. 

God, wat is het hier mooi. Het landschap is lieflijk, lieflijker dan de meeste delen van het Mittellandkanaal; aantrekkelijker, knusser. De binnenvaartschepen die hier varen lijken wel wat kleiner te zijn dan wat je op het MLK ziet. Ik fotografeer en film dat het een aard heeft. Hieronder een (fikse) greep uit de vele prentjes die ik gemaakt heb.

Tegen twaalven kruisen wij het Küstenkanal, de verbinding tussen de Ems en de Weser. Die route volgden wij in 2016 op weg naar de Oostzee. Was ook een leuk kanaal. We zijn weer op bekend terrein. Op naar de Bollingerfähr sluis. De Moana ligt een eind op ons voor nu en we moeten het been bijtrekken om met hem de sluis in te kunnen. Dat betekent voor een tijdje de gashandel naar voren duwen. We redden het. Ook de Amisia ligt in de sluis. Had dus geen baat bij zijn gehaast. Teringlijer. We liggen deze keer aan een glijstang achter en een bolder voor, een stuk makkelijker dan steeds overpakken op één punt. Na deze sluis is het nog een klein stukje naar Herbrum.

Daar is ook een sluis maar daar gaan we niet doorheen. Willem weet een plek waar we weer voor paal kunnen gaan, als er geen plek is aan een steigertje aan de andere kant. Als we daar aan komen is er inderdaad geen plek en we zoeken een plek aan de oever. Het is hier overal ondiep, dus die spudpaal kan er altijd in. Wel veel modder wordt omhoog gewoeld hier. Daar was de Moana ook voor een flink deel schuldig aan. Maar die bagger schijnt hier normaal te zijn. Gewoon doordouwen. Willem maakte onderweg trouwens een praatje (van een half uur?) over de marifoon met de schipper van de Moana, als schippers onder mekaar. Jezus, wat kunnen die ouwehoeren zeg! Wel gezellig en vermakelijk ook. Af en toe moest ik mezelf bedwingen om er niet effe tussen te gaan zitten, dat zou niet beleefd geweest zijn.

Een mens maakt wat mee,

we liggen hier  tevree,

sinds half twee.

De rust keert weer. Ik lees Baantjer uit en begin aan een boek waar Ingeborg ook mee bezig is. Als zij iets anders doet mag ik en omgekeerd.

Kwart voor zeven. We hebben de hele rest van de middag met z’n vieren op een rij lekker zitten lezen, slapen, puzzelen, zwijgen, met de kuipen naast elkaar. Gezellig hoor. Nu gaat Ingeborg eten koken: stromboli met prei, aardappeltjes, een slavink en een eitje. Lekker hoor. We hebben net als in de rest van Duitsland hier geen dekking en/of bereik voor een fatsoenlijke internetverbinding. Dus weer geen stukkie op de website. Wat dat betreft ben ik blij dat we morgen in Nederland zijn, kan ik tenminste weer met bijtjes smijten. En wat ook jammer is, is dat je niet kan wandelen des morgens als je voor paal ligt. Dat is voorzover ik kan zien het enige nadeel van een spudpaal. Welk een kwellingen! Ik schrijf nu toch maar mijn verhaaltje af. Het was een fijne dag.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Zaterdag, 10 augustus 2019

Lingen – Dode Kronkel Ems

Dag Datum Wind Weer
Zaterdag 10 augustus 2019 Harde wind Zon, wolken uit zuidelijke richtingen
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
08.15 uur 13.30 uur 17.612 3.532,2

Slecht geslapen vannacht. Zeer slecht. Da’s niet zo moeilijk met al die schreeuwende door testosteron, drugs en drank geteisterde randdebielen die hier rondlopen, dat gaat maar door. Waarom dat moet weten wij niet, maar het gebeurt. Maakt niet uit, hoort erbij in deze wereld, kom je steeds vaker tegen in een stadse omgeving. Verder is het hier fantasties. We konden tenminste lekker lang in bed wakker liggen en goede gesprekken voeren, terwijl we goed luisterden of er geen onverlaten over onze boten begonnen te klauteren. Tegen het ochtendgloren vielen we in slaap, zoals altijd. Het is nu vijf over acht en ik zet een deur naar de kuip open want het stinkt naar camembert in de hut. Het gaat heel slecht weer worden volgens de weerberichten. In Holland gaat het al tekeer en gisteren hebben we hier een voorproefje gehad. Voorlopig schijnt hier de zon nog. We hebben drie kwartier gewandeld naar het centrum, onze dagelijkse oefening. Ik maakte  een foto van het braakliggende terrein met onze boten op de achtergrond. 

Het werd een verfrissende wandeling naar het centrum, weinig mensen op straat nog. Op een plein werd een markt ingericht, voornamelijk gericht op consumptie. Er was een Hollandse viskraam en ze hadden alvast een Hollandse klant, vast die man van dat Nederlandse bootje bij ons in de haven. We zagen een paar mooie geveltjes en een fotogenieke kerk. Best wel een aardig centrum heeft Lingen.

Qua tijd waren wij op de helft van onze wandeling en dus keerden wij met energieke pas op onze schreden terug. Lingen is best de moeite waard om een wandeling van maximaal 45 minuten te doen. Goed, Lingen is gedaan.

We deden vreselijk ons best om geluidloos over de Laga naar de Wing V over te stappen. Na alle voorbereidingen van fluisterende aanwijzingen, schoenen uittrekken, op kousenvoeten over de reling stappen, komt Willem doodgemoedereerd en klaarwakker de deur opendoen. Môgge. Godver. Dat deed ie expres. Joke was ook al op.

We hebben nog niet ontbeten, gaan we dat nog doen? Hoe laat gaan we weg, vraagt Ingeborg. Nou, Willem kijkt op de AIS of er wat aankomt van beneden of van boven, dat horen we wel. Ik ga zelf ook even kijken, dan kan ik meepraten. Gaan we nou een broodje eten of een bakje yoghurt, vraag ik. Wat wil jij, vraagt Ingeborg. Nou, misschien is een broodje ook wel een keertje goed, want melkproducten schijnen niet zo gezond te zijn. |Doe mij maar een half broodje met pindakaas en een halfje met Heinz Sandwich Spread, dan proef ik het broodje niet zo. We gaan dus nu ontbijten en dan weg.

Te kwart over acht hebben we losgegooid. Er bleek geen verkeer van beide kanten aan te komen. Als een speer het kanaal op. Heerlijk, zo’n leeg kanaal, zonder trage gemotoriseerde gevulde walvissen. Kun je tenminste doorvaren met zo’n 5 knopen. Tijd voor deze walvis om zichzelf te vullen met fruit.

We varen tussen de bomen dus merk je niet zo veel van de wind. Beboste oevers, mooie huizen. Ik probeer een beetje buiten te zijn, op het dek te zitten, foto’s te maken, om me heen te kijken, terwijl Ingeborg stuurt.

Maarre, afgezien van het feit dat het fris is met die pittige wind die er weer staat, al die bomen langs beide oevers zijn eikenbomen. Er staat een harde wind van achteren en met het oog op de processie rups ben ik er niet geheel gerust op. We doen het raam boven de stuurstand dicht maar Ingeborg wil de patiodeur nog niet sluiten, ondanks dat de wind erin staat. Free entry for the bastards dus.

We komen om half tien aan bij sluis Varloh. De kolk is gevuld maar het licht staat op rood. We moeten even wachten. Dat duurt een tijdje. Na twintig minuten zijn we erdoor. Een kaarsrecht stuk kanaal voor ons, heel in de verte zien we een langzaam varend schip dat ons tegemoet komt. Dat wordt persen in dit smalle kanaal. Het ging goed. Tien voor half elf naderen we de sluis van Meppen. De sluizen liggen hier dicht bij elkaar. Er ligt een vrachtschip in de dalvaart, dus we moeten weer wachten. We laten ons met een snelheid van twee tot drie knopen naar de sluis toe glijden. Willem heeft ons aangemeld. Het is geheel bewolkt, somber. Heel af en toe laat de zon zich zien. Nee, vandaag is het weer echt omgeslagen, maar we hebben er in de binnenlanden van Germania natuurlijk geen last van. 

De algemene conclusie mag wel luiden dat de sluizen in het DEK toch enigszins traag werken (of het de sluizen zijn of de mensen die ze bedienen zal wel altijd een geheim blijven, wat men daarvan ook zegt). Het verval is best groot, zo’n 4 meter soms, en de kolken zijn lang en breed (165 of 222 meter bij 12 meter), wat een hele smak water is, maar soms bekruipt je het gevoel dat het wat sneller kan. Het is zoals het is en ik vind het best lekker als Ingeborg even aan het roer staat en ik op de bank zit te mopperen, terwijl we liggen te wachten. Om half twaalf mogen we de sluis van Meppen verlaten. Het werd tijd. Een nieuw record kwa wachten. De deur gaat open met het tempo van een slak op een teerton, sjonge, jonge.

Bij het uitvaren van deze sluis regent het behoorlijk hard. Niemand heeft haast lijkt het. Wat een pokkeweer! We komen door Meppen en dat is best een mooie plaats. Het kanaal is hier wat bochtig, lijkt wel een meanderende rivier. Voor je het weet ben je Meppen alweer uit. Lastig varen hier, met verplicht verkeerde oevers houden enzo, je kent dat wel.

Te 12.30 uur bereiken we de laatste sluis van vandaag, sluis Hüntel. Marijn belde ons net terug. Geen nieuws, goed nieuws! Linda konden we niet bereiken. Het bereik is hier uitermate slecht. Dat geldt met name voor het internet. Na de sluis sloegen we linksaf een dode kronkel van de Ems in en nadat Willem zijn paal dicht tegen de stuurboord oever in de bodem stak, konden wij naast hem afmeren. Een geweldige plek! Ik wil hier toch een pleidooi houden voor het installeren van een spudpaal in ELK plezierjacht, groot en klein. Dat zal de jachthaven tarieven op termijn terug binnen de perken drukken. Werkelijk geweldig.

We hebben de hele middag zitten borrelen, nadat we eerst hebben zitten lezen in boeken zoals Baantjer (De Cock en moord à la carte). Er gebeurde een hele tijd geen niets. Willem nodigde ons eindelijk uit voor een glas geel water met een schuimkraag (voor mij) en een glas vreetjenever met slagroom voor Ingeborg. Daar zeggen we geen nee tegen (voorlopig, na de vakantie moet het afgelopen wezen). Er komen Jordaan kruisertjes langs met veel te veel mensen erop, die al behoorlijk bezopen zijn. Ze schreeuwen en zwaaien enthousiast en wij zwaaien terug. Ik denk dat een paar slimmeriken in de buurt hun boot tegen betaling beschikbaar stellen voor een excuus om op het water effe lekker dronken te worden. Dat doen ze goed. Wel gezellig. Ze komen een paar keer langs, heen en terug en dan keert de rust weder. Zij vragen zich waarschijnlijk wel af hoe het mogelijk is dat wij hier zo kunnen liggen, zonder anker, zonder lijnen naar de kant. Ja, jongens dat is Het Geheim Van De Laga! Het is hier fantasties. We gaan niet meer eten, genoeg gehad bij de borrel (Joke, mijn zuster de lieverd, is onvermoeibaar in het aandragen van maaltijden in de vorm van snacks). Ik ga beginnen aan mijn verhaaltje van gisteren.

Om vijf voor half elf ben ik klaar met mijn stukje over 9 augustus. Ik ga naar bed. Ingeborg ligt er zoals gewoonlijk al in, die houdt het niet vol, bless her heart. Ik heb van Willem zijn netwerkje nog even ter beschikking gekregen maar het mocht niet baten. De dekking van de Duitse internet zenders, of hoe het ook heten mag, laten zoals mij al bekend was zeer te wensen over. Nee, dat is te zwak: de dekking van de providers in dit (deel van het) land is gewoon kut, met dt. Niet te geloven dat dat mogelijk is in deze tijd in het land van het “Wirtschaftswunder”. Ik denk dat Poetin, Xi Ping (or Trump for that matter!) in een half uurtje klaar zijn met het oprollen van dit op dit punt onderontwikkelde land, als ze kwaad willen. 

Ik staak mijn pogingen om de zooi op de website te zetten en ga naar bed, hopend een betere nachtrust te krijgen dan afgelopen nacht en dan morgen weer kilometers te maken, een paar sluizen pakken. Morgen weer een dag. Het was een fijne dag, deze.

Geplaatst in Logboek | 2 reacties