SABBATVERLOF 8 juli 2003 tot 13 september 2003

EDAM – Zaandam

Datum:

Logstand:

Motoruren:

dinsdag, 8 juli 2003

4830

1877

Vertrekhaven:

Bestemming:

Windverw:

Edam

Zaandam

ZW 3-4

Het is dinsdag, rare dag om te vertrekken, hebben we nog nooit gedaan. We gaan nu toch maar, ondanks allerlei nare onduidelijkheden op het “ontslag-bij-baas-front”. Lekker zeilen! De meesten zijn al weg. Sommigen komen zelfs alweer terug. Gerard en Lies bijvoorbeeld, zonder Noblesse. Wat een ramp! Hun boot tot (glasvezel)splinters geslagen op de rotsen van Dunbar. Ik heb bij Peter de verse foto’s gezien: bij zulke beelden kun je enkel slikken en zwijgen; ik kijk nog liever naar het wegzuigen van vet tijdens een plastisch chirurgische ingreep. Auto terug naar huis gebracht; daar stond de reserve gastank in de hoek van de garage vol te wezen. Op het klapfietsje valt dat moeilijk te vervoeren, lamaar staan dus; in Frankrijk zullen ze ook wel gas hebben. Om 17.00 uur gaan de landvasten los. Het is warm voor Nederlandse begrippen: 21 graden Celsius. In het voorbijvaren wisselen Bart en ik telefoonnummers uit. Vlak buiten de havenhoofden zijn ze aan het baggeren. Beter laat dan nooit, zullen we maar zeggen. Zeilen gehesen (ja, wat anders, hè?). We lopen lekker, richting Het Paard en er omheen. De Wing IV zeilt zichzelf, zonder windvaanstuurinrichting (3x woordwaarde), naar Durgerdam. Wij zijn “met sabbatverlof”, dat wil zeggen: ik mag 10 weken met Ingeborg mee om haar te vergezellen op haar zuur bij elkaar gespaard sabbatverlof.  Pas omstreeks eind september (2003) komen wij terug.

Onze bestemming van vandaag is bescheiden: we willen naar Durgerdam of Schellingwoude en daar ankeren. Als we dwars van Uitdam zijn horen we een angstaanjagende, metalige klap onder de boot. Klonk heel eng, maar we voelden geen schok en we kunnen niets ontdekken, binnen- noch buitenboord. Merkwaardig. Verder komen we tot nog een andere ontdekking, namelijk dat we, naast de gastank, nog een paar schoenen en een stapel klassieke C.D.’s zijn vergeten mee te nemen. Ach, met mijn medische achtergrond is dat allemaal wel te verklaren; ik haal hier tegenwoordig laconiek de schouders over op en ben het gauw weer vergeten (sic). Het varen gaat voorlopig erg lekker. Onderweg zeggen we tegen elkaar: weet je wat, we gaan naar Joke en Willem in Zaandam, dan slijten anker en ketting vandaag niet. De Schellingwouderbrug en de Oranjesluizen worden moeiteloos en zonder schade “genomen”. Om 21.00 uur draaien we stuurboord uit de Wim Thomassenhaven in, door het sombere kanaaltje langs de lege Bruynzeelhallen, waarna we afmeren bij Wolschrijn Woonarkenbouw (“voor al uw drijvend woonwerk”) aan Willem z’n sleepboot Desta III. Na een gezellige babbel en een lekkere bak koffie bij zus en zwager gaan wij om 23.00 uur naar kooi; om 04.00 uur zal de wekker gaan en dan willen wij zo ver mogelijk zien te komen. De weerberichten spreken gunstig, dus..!

Anekdote: aan de remming voor de Schellingwouderbrug lagen 2 zenuwachtige mensen in een open zeilbootje met gestreken mast braaf te wachten tot de brug zou gaan draaien;bij brugopening voeren zij gezellig met ons mee naar de sluis.

Uitgaven: € 0,=


ZAANDAM – NIEUWPOORT

Datum:

Logstand:

Motoruren:

woensdag, 9 juli 2003

4849

1880

Vertrekhaven:

Bestemming:

Windverw:

Zaandam

Nieuwpoort

W-NW 2 – 3

Verdomd, hij doet het, de postbankwekker. Het is 04.00 uur. Ik heb de hele nacht liggen wachten tot ie afging. Ook Ingeborg heeft niet geslapen. We slapen allebei erg slecht de laatste tijd. Hoe kan dat nou? Alleen voor de T.V. lukt het nog wel eens. Met name Ingeborg is daar goed in. In het schemerdonker gooien we los en varen langs de werf van Klaas Mulder aan stuurboord en de lugubere Bruynzeelhallen, nu aan bakboord, het kanaaltje uit, richting Noordzeekanaal. Ik kijk achterom maar er staat niemand te zwaaien. Na de vakantie hoorden we dat Joke en Willem wel degelijk van achter de slaapkamergordijnen ons nakeken. Het viel mijn zuster toen nog zo op dat wij zo’n geruisloze motor hadden. De wind is west tot noordwest. Niet te bezeilen, dus motoren maar. In een rechte streep varen we naar Ijmuiden; zo saai. Achter ons in het Oosten kreeg de hemel steeds meer kleur. Vóór ons is alles nog betrekkelijk schemerduister en grauw. Hoe vaak hebben we dit traject al niet afgelegd? Ik kan het met mijn ogen dicht, maar het is niet aan te raden dat te proberen. Achter een binnenvaartschip aan varen wij, bijna zonder gas terug te nemen, zo de Zuidersluis in; dat treft. Reeds om 06.30 uur hebben wij de pieren achter ons en gaan bakboord uit naar het Zuiden. De stroom loopt mee tot 09.30 uur. We kunnen tot Scheveningen blijven zeilen, daar gaat de motor bij om de inmiddels gekenterde stroom een beetje dood te varen. We komen levend over de Maasgeul voor Hoek van Holland. Om 14.00 uur is het alweer stil water. Toch houd ik de motor er op om de te geringe (bakstag)wind te compenseren. Bij een Koopmans is het geslinger niet van de lucht als je (te) lage snelheden maakt door het water. Voorzover je dat kunt zeggen: tot Nieuwpoort hebben wij rielekst gemotorzeild. De hele dag is het vrij druk met jachies op het water, zowel Noord- als Zuidgaand.

Vrijwel iedereen motort, al dan niet met zeilen bij. De zon schijnt, waterig weliswaar: het zicht is niet optimaal, maar hij schijnt en de temperatuur is “goed”. Op het kruispunt voor Zeebrugge is het nog even goed uitkijken met al die langsrossende stalen monsters. De klok slaat 23.00 uur als wij na een lawaaiige dag met 10 motoruren meer op de teller aanleggen aan de visitormeldsteiger (2x woordwaarde) van de Vlaamse Vereniging voor de Watersport. Het is praktisch donker, als we even aan de praat komen met een Zweed, die in Parijs woont met zijn franse vrouw en vandaag om 03.30 uur uit Den Helder is vertrokken. Ik ben zo moe dat ik het merendeel niet versta van zijn zweeds/frans gekoeterwaal. Het enige dat ik er uit kan opmaken is dat hij de haven van de VVW een fijne haven vindt en ik niet (meer). Hij heeft wel een mooie boot: een splinternieuwe Hallebergrassie van 40 voet. De enige reden dat ik hier nog kom is, dat als je laat komt je gratis  mag liggen aan de meldsteiger, mits je s’morgens maar wel bijtijds doorvaart richting stadje, waar je aan bakboord de goedkope (rooie) diesel – waarvoor je immers in de eerste plaats naar Nieuwpoort ging – aan een pomp op een steigertje kunt kopen. En dat is wat we morgenvroeg gaan doen. We laten de onbeschrijflijke puinhoop die we in de loop van de dag in de kajuit hebben geschapen voor wat ie is en gaan te kooi.

Uitgaven: € 0,=


Nieuwpoort – Boulogne

Datum:

Logstand:

Motoruren:

donderdag, 10 juli 2003

4959

1890

Vertrekhaven:

Bestemming:

Windverw:

Nieuwpoort

Boulogne

Z 2-3/4-5

Ik moet nog even vertellen dat gisteren zich toch wel erg veel water had opgehoopt in de bilgeput onder de schroefas. De lekkende schroefasafdichting is hier debet aan. Ik had de hele dag hier niet naar gekeken, zodat het zoute zeewater in de motorkamer tegen de onderkant van de motoroliepan (heet dat ding zo?) klotste. Met een druk op de knop van de bilgepomp werd dit opgelost en waren wij weer bij de les. Daarnaast gaf het olieverbruik van de vorige dag aanleiding tot heftig bijvullen. Enfin, het is 07.00 uur en we drijven onszelf zachtjes af naar de pomp.

wachten op de pompbediende
wachten op de pompbediende

Daar afgemeerd blijkt dat je zelf met een bankkaart moet tanken en men komt alleen helpen als dat niet lukt. Ons lukt het uiteraard niet, dus moet er hulp komen en die komt pas kort na 09.00 uur. De pompbediende is een vriendelijk man die ons geduldig assisteert bij het tanken, dat overigens weer ontaardt, net als vorig jaar, in een grote olieplas naast de boot. Het tanken verloopt uiterst traag om een nog grotere olieramp te voorkomen. De teller van de pomp loopt naar de 235 liter voordat de tanks vol zijn. We kunnen weer even verder. Het is 09.40 uur als we de sloot uitvaren, richting zee.

De Belgische Zee weer op
De Belgische Zee weer op

De lucht is helder en blauw en de windverwachting is qua kracht wat mij betreft uitstekend maar ook weer niet goed vanwege de richting. De diesel die we zojuist hebben ingenomen zal nog van pas komen. Tussen de pieren passeren wij een Zweed met een antiboot. Het lijkt wel of ie achteruit vaart, zo’n merkwaardig model is het en hij maakt de indruk of ie elk moment spontaan uit elkaar kan vallen. Ik zou er het Noordhollands kanaal nog niet mee durven oversteken. Na enig speurwerk valt de schipper tussen het wrakhout te ontwaren. Hij doet zijn boot eer aan. De vraag dringt zich op: is de boot op zijn baas gaan lijken of andersom? Jammer dat we dit niet gefotografeerd hebben. Het is warm en windstil geworden. Ik trek de korte broek aan en ga mijn nagels knippen. Het is wel duidelijk: dit wordt weer motoren met een grote M.

De beroemde Trapegeer, niks aan te zien
De beroemde Trapegeer, niks aan te zien

Op naar de Trapegeer boei. Nog geen dolfijn te zien. Ook dit traject hebben we (te) vaak gedaan om nog onder de indruk te geraken van het land- en zeeschap. Het voelt bijna of we de kenmerken van het water hier herkennen! Dat heb ik trouwens langs de hele Belgische kust. Bij de E 11 gaan we een mijltje of anderhalf lang de koers ietsje meer bakboord uit verleggen, richting Franse kust, waarna we afkoersen op de breakwater van Duinkerken. Vóór deze, in het verleden eveneens vaak door ons gefrequenteerde haven ligt een “ris” Nederlandse motorboten, als eenden achter de woerd aan, op tegenkoers. De boot op kop herkennen wij als het schip van Piet en Nel, die wij kennen van verjaardagen bij Joke en Willem, die een soort flottielje van clubgenoten (Zaanse Onderlinge) aanvoeren, op weg naar huis. Het lukt ons niet hen aan te roepen; mijn stemgeluid is te iel en zijn marifoon staat niet aan (foei Piet!). De wereld is klein. Om 15.00 uur gaat de wind toenemen en nog steeds uit de verkeerde richting, namelijk die waarheen de boeg wijst. We blijven dus motoren.

De skyline van Duinkerken; hier doen we het voor
De skyline van Duinkerken; hier doen we het voor


Duinkerken voorbij. Avant-Port voorbij. Calais voorbij. Blanc Nez voorbij. Het is nog steeds warm. De zee bouwt wat meer op. Dwars van Gris Nez wil ik het zwaard omhoogpompen. Terwijl ik bezig ben zie ik dat er wat olie onderin het hydraulische compartiment ligt. Ik kijk nog eens goed, bestudeer alle onderdelen en dan dringt pas tot me door wat ik zie: de as waar het zwaard om draait is ongeveer een centimeter naar stuurboord verschoven! Dat kan toch niet? Als ik het zwaard omhoogpomp schuurt nu één van de boutkoppen van de flens, waar de hydraulische cilinder aan vast zit, die de as van de kiel aandrijft, langs de onderkant van een hydraulische leiding. Ik voel eraan en merk dat er een “snee” in de leiding zit. Podverdorie, heb ik dat! Zou die klap onder het schip op het Markermeer de oorzaak kunnen zijn? Dat moet wel! Hoewel, langzaam begint het bij mij te dagen dat er nog een andere oorzaak kan zijn (zie: de anekdote van vandaag)! Ik zou niet weten hoe die as weer op zijn plaats te schuiven; dat wordt weer een klus voor Slot Jachtbouw (oftewel: Jan, je kan weer aan de bak, jongen!). Ik pomp het zwaard op en kom naar buiten met de mededeling dat we gedurende de rest van het seizoen het aan-de-wind zeilen wel op onze romp kunnen schrijven. Nu is het zo dat Ingeborg en ik toch al principiële bezwaren hebben tegen aandewindse koersen, dus zo’n verlies is het nou ook weer niet (!?). Om een ..otedag kort te maken: om 19.00 uur leggen wij aan tussen de dwarssteigers tegen de hoofdsteiger van de passantenhaven in Boulogne. Dat betekent dus dat we in de loop van de avond nog een stuk of 7 schepen tegen ons aan krijgen, best wel gezellig. De steiger stinkt geweldig (naar zure faecaliën!). Dat komt omdat het nieuwe steigers zijn van azobé-hardhout; dat riekt niet fris als je die geur mengt met de rioolluchten die bij laag water onder de hoge spelonken achter de steiger vandaan komen. Voeg daar nog de stank van het open riool, dat de haven van Boulogne zelf is, bij en je hebt een uniek Frans parfum. s’Avonds lopen we nog even een blokje om door de benedenstad. Boulogne is daarmee door ons weer “gezien”.

Daar heb je stinkie Boulogne
Daar heb je stinkie Boulogne

De (uiterst humoristische) anekdote van vandaag: als je je hydraulisch bediende zwenkkiel wilt verkl..en, moet je hem bij verenigingstochtjes gebruiken als anker, door hem met de hydraulische pomp in de bagger te drukken en er dan 6 schepen van gemiddeld 8 ton per stuk tegenaan hangen.

Uitgaven:

Diesel : € 105,51

Havengeld Boulogne : € 23,=


Boulogne – FÉcamp

Datum:

Logstand:

Motoruren:

Vrijdag, 11 juli 2003

5016

1899

Vertrekhaven:

Bestemming:

Windverw:

Boulogne

Fécamp

W – NW 2 – 4

Voor vandaag spreekt het weerbericht over een gunstige windrichting, weliswaar met bewolking maar dat moet dan maar. Vol goede moed tuffen wij om 08.00 uur Boulogne uit. Nog binnen de pieren gaan de zeilen omhoog en eenmaal buiten de motor uit. Veel stroom mee hebben we niet. De wind blijkt zuidwest te zijn en verwaarloosbaar in kracht. Toch blijven we even zeilen, want het zou toch al te gortig worden als nu weer de motor de hele dag bij moest staan. Het duurt een tijdje vooraleer wij de lange muur van de buitenhaven gepasseerd zijn en de kustlijn naar het zuiden beter zichtbaar wordt. Het zicht is overigens wel minder dan gisteren. De zee doet weliswaar niet moeilijk maar de aandewindse koers (daar gaan de principes!) wordt over de grond al gauw een “krabbenkoers”, zo zonder de zwenkkiel naar beneden. Dat wordt dus niks. Hop, na een uurtje aanmodderen de Perkins maar weer aan. Als ik achterom kijk hebben we Boulogne nog maar nauwelijks achter ons gelaten. De motor gaat vandaag niet meer uit. Als het even kan willen we Fécamp vandaag nog halen. De filosofie achter het “jagen” dat we tot nu toe doen, bestaat uit de idee zo snel mogelijk zo ver mogelijk naar het zuiden trachten te komen om vanaf een bepaald keerpunt lekker met de dan hopelijk heersende zuidwesten winden terug te zeilen. De Noord-Spaanse kust bereiken zou fantastisch zijn. Dat zou natuurlijk kunnen door gewoon in 3 of 4 dagen de Gasconse Golf (Golf van Biscaje) over te steken maar dat durven we niet; teveel water voor ons. Flinke stukken langs de kust met af en toe s’avonds of desnoods één nacht doorvaren durven we wel. Vandaag is zo’n dag. We zien onderweg praktisch geen schepen, alleen in het begin nog een enkele visser uit Boulogne. Wie zegt dat het op zee zo fraai is, met mooie wolkenluchten en zongeschitter op het wateroppervlak en zo? Dit onderdeel van het traject ondergaan Ingeborg en ik enigszins somber en met een weinig romantisch gevoel. Waarom weten we niet. We doden de tijd met lezen, puzzelen en consumeren. Halverwege komen we in een pittige mist terecht. Meer spanning maar ook afwisseling dus. De radar bewijst goede diensten. Fécamp komt maar niet dichterbij. Pas om 23.00 uur varen we langs de hoge klif tussen de pieren en meren vervolgens af aan de kop van de steiger waaraan alleen lokalen liggen. Ik ga de kant op. Het havenkantoor is gesloten. De haven is totaal verlaten. Even zitten, even drinken en de kooi in. Morgen zien we wel weer.

Anekdote: vandaag geen gevoel voor humor

Uitgaven: € 0,=


FÉCAMP – CHERBOURG

Datum:

Logstand:

Motoruren:

Zaterdag, 12 juli 2003

5104

1913

Vertrekhaven:

Bestemming:

Windverw:

Fécamp

Cherbourg

O – NO 2 – 4

Vroeg uit de veren (07.00 uur) en op een holletje naar de bakker voor stokbrood. Het is frisjes, maar onbewolkt; dat belooft wat. Als ik terugkom op de haven is er nog steeds geen havenmeester te bekennen, het kantoor is dicht. Jammer dan, ik wil weg, weer een lange dag maken. Na het ontbijt gaan de trossen los. Buiten is de zee beweeglijk en de wind houdt zich kalm; we kunnen nog niet goed zien waar die vandaan komt. Vandaag stellen we ons geen doel; we zien wel waar de wind, als die komt, ons heen waait (ja,ja). Vlak langs de kust zeilen wij om te beginnen tegen de stroom in: we halen gemiddeld 0,9 knopen over de grond; dat is bemoedigend. Om ons heen varen nog een aantal schepen richting Cap d’Antifer. De wind blijkt niet uit de beloofde richting te komen maar uit het zuidwesten, dat spreekt voor zich. We kijken vrij lang tegen Fécamp aan maar dat is niet verkeerd. Na twee uur hebben wij 1,8 mijl afgelegd. Dan gaat toch de motor maar weer bij en tuffen we langs de fraaie kust met hier en daar in een insnijding in de klifkust een dorpje of een groepje huizen in een decor van bossen en velden. Wij ronden genoemde kaap en om de grote tankerhaven heen gaat het richting Le Havre. Wij gaan maar naar Deauville of naar Ouistreham als het zo blijft. Als we de aanloop van Le Havre aan het oversteken zijn steekt de wind zowaar op en wel zodanig dat we met een knik in de schoot richting Barfleur kunnen! Tel je zegeningen! Motor gauw uit en zeilen met die handel! Ondertussen gaat de stroom ook meelopen en dan hebben wij het eindelijk naar ons zin.Het gaat niet aldoor hard: snelheden tussen 3,5 en 6 knopen door het water, maar dat mag de pret niet drukken: de stroom doet er wel wat bij! Langzamerhand verdwijnt de kust aan bakboord en achter ons uit het zicht. We passeren nog een laatste containerknurft die voor anker ligt en we zijn alleen met de wind en het water; nu voelt het wel romantisch. Bij Ingeborg ook. Dit gaat nachtwerk worden, maar we zijn vol vertrouwen. Cherbourg is het doel.

Dit is echt mooi, hoor
Dit is echt mooi, hoor

Tot het donker zullen we met de windvaan blijven zeilen; dat gaat vandaag redelijk. Ik leer het nog wel eens! We krijgen ook weer een tij tegen, maar we blijven zeilen. Het is volle maan, dat helpt ook. Langzaam aan wordt het donker. De lucht verandert op een fascinerende manier van kleur, niet te beschrijven tinten. De schemer kruipt geleidelijk doch snel over ons heen. Achter ons komt de maan op en klimt van bakboord met een boog over de Wing IV uiteindelijk naar stuurboord. Zodra het donker is kunnen we meteen de flits van de vuurtoren van Barfleur zien. Tegen de tijd dat we dit baken op een mijl of tien zijn genaderd, begint de stroom, die dwars van Barfleur snelheden kan bereiken van 5 knopen, ook weer mee te lopen en dan halen we af en toe zelfs 10 knopen over de grond!

s'Nachts naar Cherbourg
s’Nachts naar Cherbourg

De zee wordt onrustiger, meer knobbeltjes. We kunnen de boei Basse du Renier die we in de GPS hebben gezet weer niet vinden. Ik herinner me dat ie d’r vorig jaar ook al niet stond! Het aanlopen van Cherbourg gaat uiteraard via het Oostgaatje: de Passe de l’Est en dat is best nog wel even spannend, zo in het donker. Met die volle maan gaat alles echter gesmeerd en om 03.00 uur laten wij het anker vallen in de voorhaven vlak vóór de ommuurde marina. Hè Hè, we zijn er! Maffen maar.

Anekdote: ken je die mop van die lui die naar Cherbourg gingen? Ze gingen!

Uitgaven € 0,=


CHERBOURG – ST. PETER PORT (GUERNSEY)

Datum:

Logstand:

Motoruren:

Zondag, 13 juli 2003

5199

1920

Vertrekhaven:

Bestemming:

Windverw:

Cherbourg

St. Peter Port

O – NO 5

Het is pas 09.00 uur in de ochtend als we, met een zwaar hoofd weliswaar, uit onze kooi komen. De zon schijnt en we liggen hier prinsheerlijk op een ankerplaats helemaal voor ons alleen. Dat is echt een aanrader; je ligt beschut, goedkoop en met de bijboot ben je zo in de jachthaven om boodschappen te doen in Cherbourg. Vandaag is een rustdag hebben we besloten. We halen stokbrood in het centrum vlak achter de kerk aan de haven. Cherbourg is niet echt spannend, maar goede winkels zijn er wel. Een korte wandeling door straatjes, stokbrood en broodjes halen bij de boulanger, even het broodje opeten op een pleintje met een fontein en de neus is weer volgesnoven met franse atmosfeer. Als we aan boord zijn is het warm en vinden we het zonde met dit mooie weer hier in de haven te blijven liggen. Het is rond twaalven en nog niet te laat om met de stroom mee naar Alderney of Guernsey te gaan. Het anker gaat op en weg zijn wij. Eenmaal buiten blijkt dat de windkracht niet de beloofde sterkte haalt maar er valt te zeilen. Alderney doen we maar niet aan omdat de windrichting daar niet gunstig voor is: de wind staat recht in de baai van Bray Harbour. Bovendien is er tijd genoeg om door te varen naar St. Peter Port op Guernsey, zeker met een snelheid van 13,5 knoop over de grond! Het loopt dan ook al tegen springtij. De wind is dus goed maar als we door de Race zijn moeten we een koers voorliggen die plat voor de wind gaat en dat is minder. De turbulentie in het water is gigantisch; draaikolken, borrelingen en schuim maken dat je elk moment de kop van een diepzeemonster naast je boot verwacht.Alderney gaat aan ons voorbij en Guernsey komt spoedig in zicht.

St. Peter Port, Guernsey
St. Peter Port, Guernsey

Met grote snelheid spoelen we, vlak voor de Grote Russell, op een afstand van nog geen 50 meter, langs een onbebakende rots die nauwelijks boven het kolkende water uitsteekt en op de kaart slechts met een kruisje wordt aangegeven. Al eerder zag ik schepen scherp stuurboord uit gaan om dit gevaar te ontwijken. Ingeborg had me daar nog zo op gewezen maar ik was echter eigenwijs en wist het beter. Eenmaal in de haven van St. Peter Port stond ik nog berouwvol te trillen op mijn poten! De drukte aan de pontoons waar wij aanleggen blijkt mee te vallen. Morgen verder? Eerst kaarten kopen.

Anekdote: wie het altijd beter weet dan een ander mag de verzekering bellen en de scheepswerf betalen.

Uitgaven:

Brood: € 3,04

Havengeld: £ 16,=


GUERNSEY- ILE DE BRÉHAT

Datum:

Logstand:

Motoruren:

Maandag, 14 juli 2003

5229

1922

Vertrekhaven:

Bestemming:

Windverw:

Guernsey

Port de la Corderie

Z – ZO 2 – 3

Mooie dag, zonnetje bij het opstaan! Vandaag maar weer verder. Eerst even naar de kant. Wandelen, poepen, brood kopen, kaarten kopen, terug naar de boot. Bootje aan dek en hop: 10.30 uur de haven uit. Eerst nog even nostalgie: douaneformulier invullen en op de kant in gele bus deponeren; gekkenwerk! Ietsje stroom mee naar St. Martins point. Daarna een uurtje stil water tot de stroom mee, eigenlijk meer dwars, begint te lopen.

De koers is 225 graden om west van de rotseilandjes Roches d’Ouvres – verraderlijk in de weg liggend, doch wel met een vuurtoren er op – te gaan. Het zeilen blijkt niet te gaan. Te weinig wind: zeilen op, zeilen neer. De zee is ook nog erg knobbelig. Halverwege worden we opgelopen door een nest motorzeilende Hallebergrassies. Voorspoedige tocht. Balkje tegen de schroef, dat wel. Er drijft veel troep hier.Voor de deur van Ile de Bréhat veel dwarsstroom. Iedereen vaart door naar Lézardrieux.

Wij niet, wij gaan voorzichtig bakboord uit de Port de la Corderie in, een ankerplaats die we vorig jaar al hebben gezien en waar we nu lekker willen gaan liggen. Voorzichtig manoeuvrerend komen wij op de ankerplek, die ook al met bollen is bezaaid, en pikken een bol op, vlak langs een doorgang waar het als een gek stroomt. Het lijkt alsof er ruimte genoeg is om te ankeren maar dat is bedrieglijk: je moet hier rekening houden met een enorm verval. De bollen liggen dan ook heel strategisch op de juiste plaats, zoals de dieptemeter ons later zou leren. Een beetje angstig is het wel, maar het is hier werkelijk schitterend: rotsen, boten om ons heen, een fraai huis op het eiland, dennebomen, helder water, wat wil je nog meer. We kunnen alles goed zien, zo mooi! Morgen naar de kant en het eiland verkennen.

Uitgaven:

Kaarten: £ 27,90

Brood: £ 1,=

Havengeld: £ 0,=


ILE DE BRÉHAT – IDEM

Datum:

Logstand:

Motoruren:

Dinsdag, 15 juli 2003

5270

1928

Vertrekhaven:

Bestemming:

Windverw:

Ile de Bréhat

Ile de Bréhat

n.v.t.

Als we wakker worden is het half bewolkt, er is regen voorspeld. We blijven liggen en gaan op het eiland wandelen. Eerst verkassen we de Wing IV naar een bol die meer landinwaarts ligt.

Daarna varen wij met de rubberboot naar een stenen pier, waarachter een privé-strandje en maken vast met een verlengde lijn in verband met het hoogteverschil; het is nu halverwege hoogwater maar als we terugkomen zal het laagwater zijn. Mooi hier, grote stukken grond met schilderachtige huizen, fraaie bloemen, paadjes en laantjes, omzoomd met muurtjes, die de percelen scheiden. De tuinen zijn werkelijk heel mooi.

Mooi plekje op Ile de Bréhat
Mooi plekje op Ile de Bréhat

Geen auto’s, alleen fietsen, een paar tractors en dat is het. In het centrummetje ligt een heel leuk schilderachtig pleintje met de benodigde terrasjes, een bakkerij, slager en toeristische snuisterijenwinkeltjes. Helemaal aan de andere kant van het eiland bij de aanlegplaats van het pontveer drinken we een koppie koffie. Dit is een fantastisch wandeleiland met fraaie plekjes, mooie doorkijkjes bezaaid met exotische bloemen en bomen.

Om circa 12.00 uur zijn wij weer terug bij het bootje dat inmiddels droog ligt. We moeten een eind sjouwen over de stenen. Eenmaal aan boord dreigt de bodem verraderlijk dichtbij te komen. Dat betekent weer losgooien en iets terug voor anker want alle bollen zijn inmiddels bezet. In de loop van de middag komt er toch nog een knul in een boot geld ophalen. Later gaan we weer ankerop en pakken, na intensieve peilingen en uitgebreid overleg met een lokaal bekende zeiler, wederom een bol. Vlak voor donker komt er nog een nederlands jacht, een victoire 1122 uit Schardam, een bolletje pikken. s’Nachts raken we daar toch even de grond, niet erg, maar je wordt er toch wakker van. De mooringbol schuurt ook langs de romp en dan kunnen we de slaap helemaal niet meer vatten. Om het sombere beeld compleet te maken begint het te regenen en te onweren en dat houdt tot 10.00 uur de volgende ochtend niet meer op!

Uitgaven:

Vlees: € 1,37

Terras: € 3,40

Stokbrood: € 1,50

Havengeld: € 10,=


ILE DE BRÉHAT – LÉZARDRIEUX

Datum:

Logstand:

Motoruren:

Woensdag, 16 juli 2003

5270

1928

Vertrekhaven:

Bestemming:

Windverw:

Ile de Bréhat

Lézardrieux

n.v.t

Voordat de stroom kentert toch maar een paar mijltjes het land in naar de jachthaven van Lézardrieux voor de broodnodige nachtrust. Onderweg op de rivier de Trieux zagen we onze eerste dolfinaria! Eigenlijk zou ik die camera op m’n harses moeten binden! Vier stuks liggen met een rustig gangetje op tegenkoers richting zee. Onverstoorbaar, kijken niet op of om. Met een slakkegangetje, het grootste deel zeilend, dobberen wij richting L. Jammer dat de lucht betrokken is en het ook nog weer regent. Dit zou zo de gehele dag blijven. Uiteindelijk varen we in L. recht een box in en kan het lanterfanten een aanvang nemen. Vlak na ons wordt een Dufour 30 ft van een zeilschool met plusminus 8 kinderen aan boord, in de box naast ons geparkeerd, kennelijk kampend met motorproblemen. Aanvankelijk is dat wel gezellig, zo wat levendigheid op de steiger. Maar met het verstrijken van de dag wordt het minder aangenaam, de jongelui maken aardig wat herrie (strijkers op de steiger e.d.), vliegen af en aan van boot naar boot (het blijkt op dit moment te barsten van de instructieboten in deze jachthaven), hebben de radio niet erg zacht aan en krijgen af en toe op luidruchtige wijze midden op de steiger ook nog wat theoretische instructie van één van die kinderen, die dan de instructrice blijkt te zijn. We wandelen maar even naar het dorp, dat een eindje van de haven ligt. Dit dorp bestaat feitelijk maar uit één aardige winkelstraat waar ook markt wordt gehouden, met aan de ene kant een kerk en aan de andere kant een uitvalsweg het dorp uit richting Tréguier (rechtsaf) en Paimpol (linksaf). Er is een redelijk grote supermarkt en L. heeft een paar aardige cafeetjes en restaurantjes. s’Avonds maken we gebruik van zo’n restaurantje, maar wel eentje vlak bij de haven. Het eten smaakt goed en het is er gezellig. De broodnodige nachtrust krijgen we ook nu niet met dat zooitje herriemakers naast ons. De Dufour wordt omgetoverd in een “house”-boot en de hilariteit is midden in de nacht groot als één van de pubers stomdronken in het water lazert. Kwaad gooi ik het dekluik boven mijn bed open en verrijs als een blote feniks aan dek en spreek de meute vermanend toe in mijn beste schoolscheldfrans. Het helpt even.

Uitgaven:

Uit eten: € 40,=

Havengeld: € 26,=


LÉZARDRIEUX – LÉZARDRIEUX

Datum:

Logstand:

Motoruren:

Donderdag, 17 juli 2003

5276

1929

Vertrekhaven:

Bestemming:

Windverw:

Lézardrieux

Lézardrieux

ZW 5 – 7

Vreselijke rugpijn sogges. Putweer. Later klaart het wat op. Er loeien af en toe flinke harde windstoten tussen de heuvels. We blijven lekker de hele dag liggen lezen in de kuip, die we met speciaal voor dat doel gemaakte kussens tot één groot bed hebben omgebouwd. Ook leuk! Jammer is dat die k..kinderen ook blijven liggen; die krijgen ook vandaag de gehele dag zeilles, op de steiger zittend, hangend, liggend. Een poos lang luisteren ze best wel aandachtig naar de jeugdige instructrice. Maar de rust is van korte duur. Op een gegeven moment is iedereen ineens verdwenen en gaat er een monteur met de motor van de Dufour bezig: we zitten een paar uur in de herrie en de stank van het starten, proefdraaien etc. Dit levert een wandeling op rechtsaf van de haven de heuvels in en een stuk struinend over de oever van de Trieux, genietend van de prachtige omgeving. De avond brengen we zuchtend door in een baaierd van geloop, gelul en gehang tegen onze boot. We ondergaan het gelaten. Om 12.00 uur is het rustig.

Uitgaven:

Havengeld: € 26,=


LÉZARDRIEUX – PERROS GUIREC

Datum:

Logstand:

Motoruren:

Vrijdag, 18 juli 2003

5276

1929

Vertrekhaven:

Bestemming:

Windverw:

Lézardrieux

Perros Guirec

ZW 2 – 4/5

Om 15.00 uur laten wij in rustig, superhelder water van 4.7 meter diep en met mooi weer om ons heen, het anker vallen op de rede van Perros Guirec. De Belg die naast ons lag in L. komt er ook aan. We zijn ongeveer gelijktijdig vertrokken uit L. maar omdat ik koos voor het [1]“Bart Boosman-gaatje” was ik er eerder. Het scheelde heel wat mijltjes, maar vereiste wel nauwkeurig navigeren tussen de (onder water liggende) rotsen door. Ik heb nog nooit zo vaak aan Gerard en Lies gedacht als deze vakantie. Omdat het rustig was en omdat onze boot van aluminium is, durfde ik het wel.

de ingang van de jachthaven van Perros-Guirec
de ingang van de jachthaven van Perros-Guirec

De hele tocht verliep stik in de wind, zodat het wederom neerkwam op motorzeilen. Pas om 21.30 uur is het hoogwater en we wachten dan ook tot dat moment om volkomen safe de haven binnen te kunnen lopen. Op de ankerplek geeft de dieptemeter dan 9,8 meter aan. Door de nauwe ingang schuiven we naar de door de havenmeester aangewezen steiger en meren af in deze grote fraaie, beschutte jachthaven. Deze ligt direct aan een redelijk drukke boulevard, een minpuntje. De winkels zijn dichtbij en het geheel maakt best een gezellige indruk. Morgen maar betalen want de havenmeester is niet te vinden. Lekker vroeg naar bed, eindelijk slapen.

Uitgaven:

Stokbrood: € 1,50

Havengeld: € 23,50


PERROS GUIREC – PERROS GUIREC

Zaterdag, 19 juli 2003

Beginlogstand: 5302

Beginstand motoruren: 1933

Wind: Zuidwest 4 á 5

Datum:

Logstand:

Motoruren:

Zaterdag, 19 juli 2003

5302

1933

Vertrekhaven:

Bestemming:

Windverw:

Perros Guirec

Perros Guirec

ZW 4/5

Het slapen is gelukt! Perros is wel een dagje liggen waard, we blijven dus. De zon schijnt. We nemen een gratis douche in het souterrain van het havenkantoor aan de overkant van de weg tegenover de ingang van de jachthaven. De klapfietsen worden uitgepakt en –geklapt en daar gaan we hoor, tegen de heuvelen op richting Ploumanach. Na een behoorlijke trap langs de kustweg bereiken we onze bestemming. Ploumanach is een schilderachtig plaatsje, althans het oudere deel met de haven. Het ligt aan een fraaie kom, achter een zeer link uitziende, met rotsen bezaaide toegang. Met rustig weer echter, bij hoog water moet het goed te doen zijn. Er zijn echter weinig ligplaatsen en je moet met je bootje naar de kant.

onderweg naar Ploumanach
onderweg naar Ploumanach

Hier eten we wat, zittend in een fraai decor van vijvers achter een dam, bij een middeleeuws gebouwtje, met fraai uitzicht op het langzaam droogvallende baaitje. We denken een hele zooi ooievaars in de bomen achter ons te zien, grote witte vogels met een lange snavel en hoog op de poten. Later horen we dat dit witte reigers zijn. Als we op een terrasje wat zitten te drinken belt Marijn: het is weer aan met Maaike! Wij vinden dat fijn voor hem! Het was een lang gesprek, heel gezellig.

omgeving van Perros Guirec
omgeving van Perros Guirec

Op de terugweg verkennen we Perros zelf en gaan even langs de supermarkt. s’Avonds even voor een uurtje of drie, tot ie vertrok zei ie, mijn stopcontact met kabel aan franse buurman geleend. Hij ging niet, slim van ‘m! Na nog wat in de kuip te hebben gezeten, genietend van de omgeving, moe van het fietsen, nog weer een nachtrustje pakken!

Uitgaven:

Stokbrood: € 1,46

Terras: € 4,40

Boodschappen: € 3,50

Havengeld: € 23,50


PERROS GUIREC – TRÉBEURDEN

Zondag, 20 juli 2003

Beginlogstand: 5302

Beginstand motoruren: 1933

Wind: Zuidwest 5 á 6

We hebben teveel rugpijn als we wakker worden en te weinig boeken voor het slapen gaan. Om 11.00 uur is er nog genoeg water boven de drempel in het sluisje en kunnen we eruit. Ik pak m’n kabeltje terug van buurman en we trekken achteruit de box uit. We gaan weg en het kannie schelen met wat voor wind! Als de verwachtingen worden bewaarheid komt de wind weer praktisch de hele dag “van voren”. Het is half bewolkt, af en toe een zonnetje. De baai die voor een zeer groot deel bij laagwater droog valt biedt rondom een schitterende aanblik, groene heuvels, een eiland voor ons en over de ankerplaats van gisteren gaan we bakboord uit tussen het eiland … en de steile kust van …. richting Ploumanach en dan hebben wij weer de wind op kop! Ships! Het begint ook te regenen en de wind neemt toe. Als we, na veel geknijp zo zonder kiel, dwars zijn van … gaat het ijzeren zeil er weer bij en tuffen we tegen de steigerende zee op naar Trébeurden. Pas bij de boei …. kan de motor weer uit en zeilen wij het laatste stuk naar de haven. Trébeurden is leuk! Want op het haventerrein is er markt en dansen; fol met klore! De jachthaven zelf ligt een flink eindje lopen (tegen de heuvel op) van het plaatsje zelf en is vrij nieuw, men zegt dat het is aangelegd met compensatiegelden vanwege de ramp met de Amoco Cadiz destijds. Het mocht wat kosten kennelijk! Van mij mag er op die manier ook wel een tankertje (of twee) bij Noordwijk en bij Egmond op het strand gaan liggen lekken! Helaas heeft echter de hoogte van de liggelden geen omgekeerd evenredige relatie met de schadevergoeding: fl. 74,= werd ons uit de zak geklopt!

(wordt vervolgd?)


TRÉBEURDEN – TRIMEL TRÉGASTEL

Maandag, 21 juli 2003

Beginlogstand: 5323

Beginstand motoruren: 1935

Wind: Zuidwest 4 tot 5

TRIMEL TRÉGASTEL – l’ABERWRACH

Dinsdag, 22 juli 2003

Beginlogstand: 5336

Beginstand motoruren: 1938

Wind: Zuidwest 3

l’ABERWRACH – l’ABERWRACH

Woensdag, 23 juli 2003

Beginlogstand: 5381

Beginstand motoruren: 1944

Wind: Zuidwest tot Zuid-Zuidwest 5 later 6

l’ABERWRACH – CAMARET

Donderdag, 24 juli 2003

Beginlogstand: 5381

Beginstand motoruren: 1944

Wind: West tot Zuidwest 2 tot 3

CAMARET – DOUARNENEZ

Vrijdag, 25 juli 2003

Beginlogstand: 5422

Beginstand motoruren: 1950

Wind: Zuidwest 4 tot 5

DOUARNENEZ – MORGAT

Zaterdag, 26 juli 2003

Beginlogstand: 5444

Beginstand motoruren: 1951

Wind: Zuidwest 4 tot 5

MORGAT – Rede van BÉNODET

Zondag, 27 juli 2003

Beginlogstand: 5456

Beginstand motoruren: 1952

Wind: Noordwest later Zuidwest 3 tot 4

Rede van BÉNODET – CONCARNEAU

Maandag, 28 juli 2003

Beginlogstand: 5511

Beginstand motoruren: 1958

Wind: Zuidwest 2 tot 4

CONCARNEAU – PORT TUDY (ILE DE GROIX)

Dinsdag, 29 juli 2003

Beginlogstand: 5528

Beginstand motoruren: 1959

Wind: Zuidwest 2 tot 4

PORT TUDY – CROUESTY (BAIE DE QUIBERON)

Woensdag, 30 juli 2003

Beginlogstand: 5554

Beginstand motoruren: 1960

Wind: Noordwest ?

CROUESTY – VANNES (GOLFE DU MORBIHAN)

Donderdag, 31 juli 2003

Beginlogstand: 5586

Beginstand motoruren: 1960

Wind: Noordwest 2 tot 3

VANNES – mooring in GOLFE DU MORBIHAN

Vrijdag, 1 augustus 2003

Beginlogstand: 5597

Beginstand motoruren: 1962

Wind: ?

mooring in GOLFE DU MORBIHAN – JOINVILLE (ILE d’YEU)

Zaterdag, 2 augustus 2003

Beginlogstand: 5602

Beginstand motoruren: 1963

Wind: Oost 0 tot 2 tot 0

JOINVILLE (ILE d’YEU) – LA ROCHELLE

Zondag, 3 augustus 2003

Beginlogstand: 5657

Beginstand motoruren: 1973

Wind: Oost tot Noord 0 tot 1 en 2 tot 0

LA ROCHELLE – PORT BLOC (GIRONDE)

Maandag, 4 augustus 2003

Beginlogstand: 5717

Beginstand motoruren: 1981

Wind: Heet, geen wind

PORT BLOC – PORT BLOC (L’AMELIE)

Dinsdag, 5 augustus 2003

Beginlogstand: 5769

Beginstand motoruren: 1990

Wind: Zuidwest 2 tot 4

PORT BLOC – ROYAN

Woensdag, 6 augustus 2003

Beginlogstand: 5769

Beginstand motoruren: 1990

Wind: Noordwest 2 tot 4

ROYAN – ST. DENIS D’OLERON

Donderdag, 7 augustus 2003

Beginlogstand: 5774

Beginstand motoruren: 1991

Wind: Noordwest 2 tot 4


[1] Bart is een solo-zeiler die wij vorig jaar in L. tegenkwamen met zijn geheel zelf ontworpen en zelf gebouwde 30-voeter “Franschman” en die s’nachts vanaf Brest aankwam en de kortste route nam bij het binnenlopen van L. Dit kwam hem duur te staan: hij knalde keihard op de rotsen, kwam toch zonder hulp binnen. Had veel schade aan de kiel en de kielbalk en wat dingen in het interieur. Dat heeft ie ter plekke allemaal opgelost, hoorden wij later op Guernsey van hem, met hulp van een “gouwe kerel”: een oude franse meubelmaker, die hem voor een appel en een ei uit de brand hielp.

Dit bericht werd geplaatst in Sabbatverlof 2003. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s