Dinsdag, 21 juli 2009

Dag 17: ZEE OP! – ITCHENOR (Chichester harbour)

dag datum Wind Weer
dinsdag 21  juli 2009 Zuid tot ZZO later ZZW 5-4, later 5-6 Afwisselend bewolkt en zonnig
Vertrek Aankomst logstand M.U.
 n.v.t. 18.00 388 bij aankomst 3057 bij aankomst

Het is 11.00 uur. Aanvankelijk is de horizon nog te zien maar na verloop van tijd (om een uur of twaalf) varen we een pikzwarte duisternis in, alleen achter ons is er nog licht van Dover en aan de overkant van Het Kanaal licht het ook nog wat op. Aan onze bakboordzijde zien we in een lange optocht de lichten van de grote schepen in de Zuidwest gaande shipping lane. We hopen dat we geen vissersschepen tegenkomen of visstokken, om nog maar te zwijgen van stalen containers, dode walvissen of boomstammen. Want deze zijn met geen mogelijkheid op tijd te ontwijken. Het is dus een soort Russisch roulette. (Valt wel mee, hoor mam, we zijn niks tegengekomen). We beginnen dus s’nachts, da’s nieuw.  Ik ben opgetogen. Geef nog maar een biertje Ing, Diedeldom, dom, dom, doe d’r maar een toastje brie bij. Onwennig dat wel. De zee wordt rustiger maar laat ons nog flink bewegen. Het gaat langzaam, de stroom is tegen, we maken niet meer dan 3 knopen (=plm. 5 km per uur). Het grootzeil 2x gereefd en de motor bij op 2000 toeren. Voel me goed, zie niks, passeren een ander jacht dat vreselijk ligt te hakken en slingeren; logisch, heeft geen zeil op. Het lijkt wel of we vastzitten aan de West pier  van dover. We kruipen voort. De wind is hooguit 3 soms 4. Recht op kop dat wel. Niet zeeziek (nog niet).

Het was nacht, stikdonk're nacht.....

Het was nacht, stikdonk’re nacht…..

Midden in de nacht horen we de Nederlandse Hallberg Rassy’s met elkaar communiceren. Hij is dus toch weer naar buiten gegaan (ze gingen in eerste instantie ook zonder zeil!). Ik kan ze niet zien tegen de achtergrond van lichten van Dover en later Folkestone. Zij roepen elkaar vaak op, het gaat dan meestal over het weer en alles wordt van alle kanten bekeken. Verstandig (?). Doe ik niet, heeft niet veel zin, als het weer verandert ondanks het heersende weerbericht (dat niet meer dan 1 of 2 keer per 24 uur wordt uitgegeven) zit je er middenin en moet je er toch mee omgaan. De wind krimpt niet tot vroeg in de morgen. Op de plek waar wij zitten draait de stroom pas mee om een uur of half vier. We zijn dan ongeveer dwars van Hastings en na een paar uur als we Beachy Head voorbij zijn hebben we hem alweer tegen. Maar dan gaan de voorzeilen vanwege de krimpende wind er ook bij en kunnen we zeilen (zonder motor dus). De wind is dan zuid. We willen om de Owers boei heen en dan de Solent netjes via de vaargeul aanlopen. De wind is ondertussen weer wat aangetrokken naar 4 – 5 Beaufort. De Wing IV loopt als een trein onder vol tuig. Ik moet hier even kwijt dat ik mij bij aanbreken van het daglicht knap beroerd voelde: niet geslapen, bier gedronken, verkeerd gegeten, diedeldom dom dom, niet goed. Ingeborg pakte het goed van mij over, dat kan ik hier rustig zeggen want ze leest dit toch niet (soms kijkt ze over mijn schouder mee, maar dan hou ik mijn hand ervoor). De Owersboei was toch niet bezeild, de wind ruimde weer iets naar Zuidwest. De HR’s zitten veel lager naast ons. We zien ze nu pas, dwars van Brighton zeilend. Wij moeten dus ook afzakken naar de Boulder Street boeien bij Selsey Bill, waar zij op af koersen. Ik wil niet over de ondiepten achter de Owersboei. We zeilen nog steeds. De stroom staat inmiddels weer mee. Het is een uur of twee. We moeten nu naar de Eastborough Head boei, een Oost-cardinale ton. Het duurt eeuwen lijkt het voor we die passeren. Daarna nog 7,8 mijl naar de Boulderton; de motor er maar weer bij  om tegen de rare zeeën hier op te boksen en om hem ook hoog aan de wind te kunnen halen! Eindelijk hebben we hem! We gaan stuurboord (=rechts, mam) uit naar de Chichester Bar toe. Het gaat daar al aardig tegen laagwater aanlopen dus we moeten opschieten. De wind trekt nog meer aan, wordt het 6 B? Maar het is nu in ieder geval ruim bezeild. Aan bakboord (=links, mam) zien we vaag het eiland Wight liggen. De lucht is grauw en het begint te regenen. Op de Bar  (=drempel) staat door het getij tegen de wind in een zeer holle zee. Ik wor zenuwachtig. Dit is lagerwal en we moeten er overheen kunnen: met 1 uur vóór Laagwater, als wij er zijn, staat er volgens de getijdegegevens op de plotter 1.40 meter boven de ondiepten. Wij steken 1.10 meter. Billen bij elkaar. Kunnen niet meer terug. Het blijkt mee te vallen. De dieptemeter geeft over het hele ondiepe traject naar de ingang van de “lagune” (=Chichester harbour) een minste diepte aan van 2.8 meter. De eb “zuigt” er uit en we gaan met 2200 toeren slechts 2 knopen over de grond! Het is nu 18.00 uur en het is intussen gestopt met zachtjes regenen. Het lijkt verdomd wel een gure novemberdag. Wij staan als verzopen katten aan dek als we het Chichester Channel invaren op zoek naar een ankerplek. Het is nu Laagwater, bijna spring, dus erg laag. We vinden na wat geklooi op ons oude plekje van 15 jaar geleden (of zoiets) waar we onmiddellijk vastliepen en na het verderop in de Thorney Creek proberen te ankeren met de ketting naar achteren onder het schip door geen geschikte plek. Teneinde raad knopen we nog verder het Itchenor Channel op vast aan een mooring van de jachtwerf Northshore, waar de Southerly jachten gebouwd worden, te Itchenor. Pfffff. Wij zijn uitgewoond, chagrijnig en ik schreeuw en Ingeborg blijft steeds kalm en behoedt ons regelmatig voor aan de grond lopen, want ik zie het even niet meer.

Het verhaal van de wekker in de Bilgepomp.

Ergens vannacht ging met een helder rinkelend geluid gedurende 5 of 6 seconden een wekker af in het achteronder, waar het een grote troep is. Dit gebeurde daarna met enige regelmaat. Wij piekerden ons suf wat het kon zijn. Ingeborg sleepte van alles eruit om te kijken of dat afging: de Cobb barbecue, een ouwe boormachine, een vouwfiets, een doos met groenten, roeispanen, dektenten, maar geen van deze voorwerpen had de afgelopen tijd een wekker “gegroeid”.

Hoe kan hier nou een wekker in groeien?!

Hoe kan hier nou een wekker in groeien?!

Waren wij aan het hallucineren? In Itchenor was dit het eerste project: zoek de wekker! Aan mij komt de eer toe het eerst te denken aan het enige electrisch aangedreven mechaniek achterin: de bilgepomp. Ik wist zeker dat ik nooit eerder een tijdmechanisme had gekoppeld aan dit onmisbare hulpmiddel, maar je weet het nooit. Ik schakelde de pomp in op het schakelbord en verpomd! Hetzelfde wekkergeluid knalde hard door de hondekooien! Wat bleek? De massief aluminium noodhelmstok lag op de bovenste schijf van de aandrijfriem van onze onvolprezen Parpomp en telkens als de scheepsbewegingen en het beetje water dat in de bilge stond de vlotter omhoogdrukten, ging de wekker af!  Probleem opgelost. Zucht.

Dit bericht werd geplaatst in Vakantie 2009. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s