Zaterdag, 5 september 2009

Dag 62: COWES – DUINKERKEN

Dag datum Wind Weer
Zaterdag 5 sept. 2009 NW 6, later ZW 5-6, Hele dag zon!
Vertrek Aankomst Logstand M.U.
07.00 07.00 (zondag) 936 3142

Ontsnappingsdag! 07.00 uur los en naar buiten, op naar Eastbourne. Fotootjes gemaakt van de maan boven Cowes.

Moon over Cowes

Moon over Cowes

Eerst een uurtje motoren tot No Man’s Land Fort, grootzeil gereefd en kachelen maar. De Solent is nog uitgestorven. De zon komt op. De lucht is blauw, wat willen wij nog meer?

Lekker, hoor!

Lekker, hoor!

Ik ga de lezer niet al te zeer vermoeien met zeiltechnische verhandelingen; wees ervan overtuigd dat dit een geweldige zeildag werd! Langs Boulder Street bij Selsey Bill, langs Littlehampton, langs Brighton, langs New Haven: wij zagen ze allemaal aan de horizon voorbijtrekken, voortsnellend onder uitgeboomd grootzeil met de Genua op de spi-boom te loevert. Ver op zee passeerden we de zelfmoordkaap: Beachy Head. De golven werden hoger maar de Wing IV nam ze met vanzelfsprekend gemak. Het sturen was een eitje, zowel voor ons als voor de windvaanstuurinrichting.

Na suk rotweer wor je balorig

Na suk rotweer wor je balorig

Ik was van plan een flink eind voorbij Beachy Head te varen en dan te gijpen om koers te zetten naar Eastbourne. Het was inmiddels een uur of vijf, half zes. “Als we nou es doorvaren naar Boulogne, Ing” zeg ik. “Ok”, zegt Ing. Ik hoefde gelukkig dus niet te gijpen. We voeren door, we waren op dat moment al pal naast de Zuidwest gaande Shipping Lane die we nu gingen oversteken. Er waren wel scheepsbewegingen maar hoezeer ik ook mijn best deed, ik kon ze niet raken.

boel water

boel water

En zo gingen wij de nacht in. Achter ons trok een wolkendek op. Dat zou wel een donkere nacht worden, dacht ik, ook al was het Volle Maan. De hele dag zwierf de windkracht tussen de 5 en af en toe 6 Beaufort. Dat bleef gelukkig de hele nacht ook zo. Af en toe kwam er een kruller het gangboord in. Vooral in de Shipping Lanes was de zeegang ruw (“ruf”) maar we wenden er steeds meer aan. Ik voelde me goed en Ingeborg heeft nooit ergens last van. Die ging rustig steeds naar binnen om koffie te zetten, kuppesoep te maken, kouwe kip te serveren en dat soort dingen. Ik ging alleen naar binnen als ik moest plassen. Dat was telkens weer een hele expeditie. Ik verkoos de gehele nacht in de 8 mijl brede “middenberm”[1] tussen de Shipping Lanes in naar het Noordoosten te koersen, richting Boulogne. Op den duur raak je toch vermoeid en ga je je iets beroerder voelen. Ingeborg had nog steeds geen last. Tot onze verbazing bleef de horizon de hele nacht zichtbaar en ook de contouren van de golven waren goed te onderscheiden. De volle maan deed kennelijk toch waar ie voor was ingehuurd. Gelukkig was het zicht zodanig dat je niet in de gaten had hoe je soms gepakt ging worden door een achteropkomende of dwarse golf. Het schip regelde het zelf wel, natuurlijk wel in combinatie met je handen aan het roer. Ik schat dat de golven toch wel tot zo’n 3 meter reikten en er zaten krullers tussen die je af en toe lieten schrikken als ze met veel geraas onder je schip braken. Het zicht was zo helder  dat je niet alleen, zowel aan bak- als aan stuurboord de navigatielichten van de in de verte voorbijschuivende zeeschepen kon zien (hele “lichtsteden” kwamen voorbij!), maar ook het oplichten van de kust ter hoogte van Hastings en Boulogne. Om 03.00 uur lagen we dwars van Boulogne. De lichten van de stad leken grijpbaar, maar de afstand bedroeg toch nog zo’n 10 mijl. Nu moesten we de Noordoost gaande Shipping Lane oversteken. We kwamen uiteraard uitgerekend in een veld van 6 of 7 giganten terecht die we moesten ontwijken. Klapgijpend, met de motor bij, stuurde ik het schip dwars op het verkeer naar de overkant. Dat was wel even spannend. Het lijkt of ze niet snel varen maar ze zijn zo bij je en uitwijken doen ze niet, kunnen ze ook niet. Hèhè, nu kunnen we rustig verder zeilen. Met een bakstagwind[2] stoven wij richting Cap Gris Nez die al van ver naar ons stond te knipogen. We gierden met 10 knopen (18.540 meter) per uur over de grond de bocht om, richting Calais en Duinkerken, want: als we nu, in de nacht, Boulogne binnengingen moesten we die nacht nog betalen en daar hadden wij geen zin in. Dan maar door naar Duinkerken. Met op het laatst de stroom tegen, de iets afnemende Zuidwestenwind plat achter, de Genua ingerold, alleen op gereefd grootzeil liepen we evengoed nog 5 knopen door het water. Via de “Deep Water Route”, langs de Avant-Port van Duinkerken en de reeds op volle kracht stinkende hoogovens, kwamen wij om 08.00 uur tergend langzaam rond het havenhoofd tegen de stroom in Duinkerken binnen[3].

kale boel

kale boel

In de “Port du Grand Large” legden we aan op de lege langssteiger voor Visitors. De boel opruimen en gauw naar bed, want “de oogjes prikten en de knietjes knikten”. We hadden er plusminus 140 mijl opzitten.

 


[1] Een brede strook zee die op de kaart gearceerd wordt aangegeven, maar daar merk  je op zee niets van.

[2] De wind komt dan niet recht van achteren, maar achterlijker dan dwars.

[3] Ik dacht dat ik hallucineerde, maar Ing zag hem ook: in de havenmond dartelde een dolfijntje of een bruinvis. Hij was niet groot, maar toch!

Dit bericht werd geplaatst in Vakantie 2009. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s