Woensdag, 11 mei 2011

Espalmador – Santa Eulalia 

dag datum Wind Weer
Woensdag 11 mei 2011 2 – 3 B Oost Zonnig, wat wolks
vertrek aankomst logstand motoruren
08.30 uur 13.00 uur 3808,2 3580,24

Het is 9 dagen geleden dat wij vertrokken uit Moraira. Dit was de laatste jachthaven waar we hebben gelegen. Het wordt tijd dat de tanks (en de plastic flessen) gevuld worden en het zout van de boot gespoeld. Een lekkere douche zou ook niet weg zijn. Wees maar niet ongerust hoor; Ingeborg wast zich elke dag. Aan 1 kant wel jammer om Espalmador te verlaten: het onderwaterschip had al drie keer gepoetst kunnen worden en als we vertrekken naar een jachthaven wordt dit weer uitgesteld. Ach, een mens moet prioriteiten stellen en wij stellen vaak de verkeerde en omdat we dat weten moet je je niet druk maken. Met pijn in het hart keren wij “Klein Caribië” de rug toe. Het lijkt erop dat we kunnen zeilen. Da’s mooi. Alles omhoog. Tot aan de Noordkardinaal (Bajo d’en Pou) in de doorgang, Freu Grande genaamd, tussen Isla Puercos en Isla Ahorcados beide vlak boven Espalmador maar onder Ibiza gelegen (als je het niet meer kunt volgen kun je op Google Earth precies zien wat ik bedoel) varen we een halve windse koers. Daarna gaat het hoog aan de wind waardoor, gevoegd bij de aangroei, de snelheid nog meer achteruit gaat. De rommelige zee remt het schip ook nog eens behoorlijk af. De snelheid ligt tussen de 2 en 3,8 knopen. Toch houden we vol tot iets voorbij Ibiza-stad dat vanaf het water kolossaal groot lijkt. Net voordat we tegen de rotsen te pletter dreigen te slaan gaat het roer om en de motor aan anders komen we niet door de wind. Ik laat de plof meteen maar bijstaan want kruisen doen we niet, zeker niet met deze slakkegang; we willen voor donker nog aankomen, zie je. Dit heeft tot gevolg dat we om 13.00 uur voor de receptie-balie van het uitzonderlijk luxe havenkantoor van de jachthaven te Santa Eulalia staan. Het liggeld voor een dag valt reuze mee: 61 euro incl. electrisch. We nemen geen electrisch, dan is het nog goedkoper: 51 euro. Kijk, dat tikt aan. We betalen meteen maar voor twee dagen. Een havenknul vangt ons op aan een stevige betonnen steiger. Ik tik met het kielmidzwaard nog even een betonnen blok waar de meerlijnen op de bodem aan vastzitten aan. De haven is tamelijk ondiep, maar goed beschermd tegen deining. Naast ons ligt een rood strijkijzer waar twee jongens driftig aan het poetsen zijn, d.w.z. ze staan op de steiger tegen een motorfiets geleund te lullen. Desgevraagd deelt 1 van hen ons mede dat op de steigers geen drinkwater te vinden is; de aanwezige kranen zijn alleen bedoeld om de boten mee af te spoelen. Hij zegt: als je ervan drinkt val je dood neer. Drinkwater is alleen verkrijgbaar in de supermarkt, maar die is niet ver weg dus dat scheelt. Je ziet trouwens op heel veel motorboten ingehuurde “schoonmaakploegen” aan de gang. Zeilboten zie je hier minder. Men rijdt af en aan op fietsen, motorfietsen, brommers. Joep S. had hier met zijn Opeltje wel makkelijk bij zijn boot kunnen komen; in Edam lukte dat niet. Na een karige lunch (niet veel trek met die warmte) gaan wij ook maar aan de slag. Dit lijkt mij een uitermate geschikte plek om Ingeborg een paar fraaie stukken voor allerlei doeleinden uit het gescheurde grootzeil dat sinds 15 april op dek ligt te laten knippen. We zijn een paar uur uitgebreid bezig om het touw van het voorlijk los te snijden, het trimlijntje uit het achterlijk te trekken etc. Na het knippen en snijden komt het er toch weer op neer dat we met het grootste deel van het zeil verder varen! Een klein stukkie verhuist naar de container aan het begin van de steiger.

knippen en scheren

het is een mooie en ruime haven

De rest van de middag wordt besteed aan een verkenning van het haventerrein dat heel smaakvol is ingericht met winkeltjes, een supermarkt en uiteraard de noodzakelijke restaurants van eenvoudig tot luuks, café’s, happetenten enzovoort. Ook lopen we een eindje door het stadje. Ook leuk, druk, gezellig. Vinden een supermarkt waar we een biefstukje kopen en een pak wijn voor 0.84 cent. Na het eten ga ik internetten op de router van de haven. Mooi niet dus. Ik krijg geeneen foto op de weblog. Als dit een dure haven was, was ik gaan klagen. Als ik geen AWUS buitenantenne had gehad, had ik helemaal niks gehad; nu kon ik nog de mail binnenhalen en beantwoorden. Even later lukte dat ook al niet meer. In bed probeer ik nog een stukje te lezen in “De Stille Strijd” van ene Mildred Savage. Dit boek gaat over de ontwikkeling vlak na de Tweede Wereldoorlog van antibiotica. Het grijpt zich af in de VS. Na de zoveelste passage van deze aard: “Moos, in het vervolg zullen we deze voedingsbodems zelf proberen.” “Klopt er iets niet bij Analyses?” vroeg Moos. “We kunnen het zelf veel vlugger. We zullen een papieren schijf in een bouillon dopen, leggen die op een agarplaat en de volgende dag meten we de heldere oppervlakte. Alles wat de tweeëntwintig millimeter niet haalt, gooien we eruit.” “Na welke incubatie?” vroeg Moos. “Na de eerste ……”, hield ik het voor gezien en gaf de pijp aan Maarten. In het boek komt hoegenaamd geen sociale, criminele en/of sexuele interactie op gang. Dit werkje is waarschijnlijk uitsluitend besteed aan farmacologen biotechnologen en -chemici of zo. Wat een drama! Ik sliep er wel lekker op.


Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s