Vrijdag 15, zaterdag 16 en zondag 17 juli 2011

Cagliari (Marina del Sole) – Trapani (aankomst en tweede dag op Sicilië)

dag datum Wind Weer
Vrijdag 15 juli 2011 Vrijdag: 4 tot 6 B van NW tot West tot ZW. Zaterdag: weinig tot geen wind tot 4 mijl voor Trapani Zon, Zaterdag was er sprake van bewolking, maar het bleef warm
vertrek aankomst logstand motoruren
07.30 uur Zaterdag, 16 juli 2011 te 21.00 uur 4607 (188 mijl) 3703,28 (15,5 uren gemoterd van de 37,5 uur)

Te 06.00 uur zijn we al wakker (we gingen gisteravond niet te laat naar bed) maar we blijven toch maar even liggen, ook al  gaan we vandaag hier weg. Het is nog windstil, maar we merken wel aan de geluiden in de tuigage dat dat niet lang zal duren. Te 07.00 uur moeten we vanwege natuurlijke oorzaken het bed verlaten en op ons gemak bereiden we ons voor op vertrek. Dat vindt plaats te 07.30 uur. We liggen helemaal aan de buitenkant van de steiger dus we hoeven alleen maar los te gooien en weg te varen. Nog binnen de pieren hijs ik de zeilen en buiten gaat de motor weer uit en die blijft uit tot een uur of twee snags! De wind begint steeds krachtiger door te staan en de snelheid neemt toe tot 8,5 knopen door het water en 7 knopen “over de vloer”. Dat eerste is geflatteerd maar die tweede klopt! Na verloop van tijd moet de spinnakerboom op de kluiver want we lopen dan plat voor de wind. Cagliari verdwijnt in de verte en de fraaie Sardijnse zuidkust trekt aan ons voorbij. We zien nog een megajacht voor anker liggen waar twee bemanningsleden de glimmende spullen lopen te poetsen, de eigenaar ligt nog in zijn nest waarschijnlijk.

dag Cagliari

Capo dinges

heel wat te poetsen hier

We passeren Villasimius dat we vanwege de windrichting en -kracht helaas links moeten laten liggen want over twee dagen draait de wind en zijn de omstandigheden om over te steken ongunstiger en dat blijft dan een week zo en dat vinden we te lang. De snelheid neemt af tot tussen de 2,8 en 3,4 knopen maar we houden vol. Er zijn nog een stuk of drie andere boten om ons heen, waarvan wij er eentje inhalen maar de rest verdwijnt na een paar uur voor ons uit uit het zicht. We zeilen en we genieten. De zee wordt iets rustiger en de wind neemt in de middag weer toe. De snelheid loopt op tot snelheden tussen de 5 en 6 kopen. Geweldig! Lange tijd varen we voor de wind maar als deze naar het Zuidwesten draait moeten we de boom er uit halen en halve wind gaan zeilen. We passeren de tijd met lezen en naar Radio Nederland Wereldomroep luisteren (Radio Tour de France), die glashelder doorkomt.

boom er weer uit, we zeilen nog steeds!

lezen en Radio Tour de France

Pas laat in de avond, vlak voordat de zon in de zee zakt verdwijnt Sardinië achter ons uit het zicht. Op de plotter kruipt de boot uitermate traag over de kaart. In het begin spraken we af dat Ingeborg een half uurtje zou sturen en ik een uurtje, enzovoort. Dat houden we een halve dag vol. Daarna wordt het weer een rotzooitje. De stuurautomaat gebruiken we niet want die vind ik te licht voor dit soort omstandigheden en de Windpilot (= de windvaanstuurinrichting) heb ik lang geleden al onder ons bed geschoven. Dat geeft allemaal niet; als het waait stuur ik met plezier 12 uur achter elkaar, als ik maar af en toe mag plassen of even uit de wind zitten en dan kan ik wel weer. Op bepaalde koersen kan de boot ook heel goed zichzelf sturen maar voor de wind en als de wind schuin van achteren inkomt is dat voor een langere tijd moeilijk. In ieder geval kun je wel bijna altijd het stuur een tijdje loslaten om iets te doen, zonder dat de boot meteen in de wind opdraait. De maan laat zich vrijwel meteen bij zonsondergang aan de de Oostelijke hemel zien en blijft de hele nacht de zee verlichten. Aan alle kanten is de horizon te zien. Van echte duisternis is geen sprake.

Ingeborg stuurt

we kruipen traag over de kaart

hangen op de kuipbanken

zonsondergang

daar gaat ie

in het Oosten komt de volle maan op

Tot een uur of 02.00 uur snags blijven de zeilen hun werk doen maar dan is het uit met de pret. Tegen die tijd zijn we ook een beetje gammel geworden van het hangen op de kuipbanken. Alleen aan “de lage kant” kun je redelijk liggen op kussens en die plek is dan ook gewild. Er ontstaat wat gezeur over hoe lang wie heeft liggen pitten en wie z’n beurt het nou is. Het schijnt dat ik heb liggen snurken terwijl Ingeborg aan het roer stond. Ik word wel een beetje “brak”, zoals dat heet, van het slingeren van het schip, nu de wind afwezig is. Uiteraard moest de motor worden gestart en als ik na het snurken tijdens mijn beurt op de bank sogges vroeg wakker wordt, ligt de boot te steigeren in de golven die van alle kanten schijnen te komen. Het zijn waterbergen die verticaal op en neer bewegen en als jij dan met je boot daar horizontaal overheen wilt, krijg je vreemde verschijnselen. Af en toe heb ik het idee dat ik op een rodeo-stier zit. Zodra ik overeind kom om wat te doen of om me heen te kijken, word ik duizelig en zie ik scheel. Ingeborg heeft er veel minder moeite mee en ergert zich een beetje (boel) aan mijn voortdurende behoefte om horizontaal te gaan op de kuipbank. Ik word er echt schijtziek van en loop dan ook af en toe te vloeken op die k..-zee.

En hij komt weer op ook; ik heb er op dat moment weinig oog voor

Pas in de loop van de (late) morgen trek ik een beetje bij, maar het blijft tandakken want het ziet er niet naar uit dat deze ellende gaat verbeteren. Er is weinig scheepvaart. De boot die wij gisteren zijn gepasseerd heeft ons nu op een of andere manier ingehaald. Fijn voor ‘m. We hoeven slechts één keer uit te wijken voor een grote tanker of zoiets. In de loop van de middag verschijnen de Egadische eilanden die voor de westkust van Sicilië liggen in het zicht. We hebben dan nog zo’n 40 mijl te gaan; om gek van te worden met die waterige kamelenbulten in de zee. We besluiten om niet naar zo’n eiland te gaan omdat het weekend is en iedere Siciliaan met een boot daar gaat recreëren; we zitten tenslotte nu in het hoogseizoen, nietwaar? Trapani wordt het dus. Genoeg havens daar en het schijnt een interessante plaats te zijn. Het is een uur of 17.00 uur en we zijn nog 18 mijl van de haven verwijderd als de snelheid ineens terugloopt van 5,5 knopen naar 4,5 en ik hoor ook verschil in het geluid dat de schroef maakt. Ik zet de motor in zijn achteruit en kijk of er wat van de schroef afkomt. Niets te zien. Voorzichtig verder maar. Na verloop van tijd ga ik aan de schroefas binnen voelen en jawel hoor, hij is gloeiend heet. De snelheid klopt ook niet met het aantal toeren. Dat gaat niet goed. Ik hoor op een gegeven moment (“uno momento dado”) ook een ritmisch gebonk van de schroef of zo. De motor gaat definitief uit en we moeten maar met het beetje wind dat er staat zien dat we zeilende de haven bereiken. Lekker dan. Dat gaat nooit lukken met 3 knopen per uur. Te 09.00 uur is de zon weg en wordt het supersnel donker. Nou ja, het moet maar, dan maar in het donker, maar ik durf de boel niet te fokseren. Met deze bokkende zee kan ik ook niet overboord gaan om het buitengaats op te lossen. Knarsetandend sta ik aan het roer en knutsel voortdurend aan de zeilen om de snelheid erin te houden. Na uren, 4 mijl voor de haven, neemt de wind iets toe en ziet het er wat rooskleuriger uit. We halen zelfs af en toe een snelheid van 4 tot 4,5 knopen (een gestresste kinderhand is gauw gevuld). Vlak voor de havenhoofden lopen we zelfs 5,5 knopen (zal je altijd zien). Tot onze blijde verrassing start de motor en is er kennelijk niks aan de hand als ik ‘m in zijn vooruit zet. Ik hoor geen gekke dingen meer. Nog een blijde verrassing: aan bakboord binnen de pieren zien we verderop een heel aantal boten voor anker liggen. We hoeven dus niet meteen een jachthaven in. Da’s mooi meegenomen. Met een zucht van verlichting gaan we voor anker in 10 meter diep water, niet zo helder als we gewend zijn, maar het is hier nou eenmaal een vrij grote, commerciële haven.

grote ankerplaats achter de “breakwaters”

Zodra we liggen is het donker ook. Het is 21.30 uur als we het glas heffen op een geslaagde overtocht. Te 22.30 uur liggen we in bed. De slaap komt meteen. De volgende ochtend is het 06.00 uur als ik wakker word. Het is zondag dus ik ben mooi bijtijds als ik naar de kerk zou willen. Ik kies er toch maar voor om na een sanitaire stop te gaan lezen in mijn nieuwe boek, van David Baldacci: “Saving Faith”. Al na 20 bladzijden weet je dat je goed zit met zo’n thriller van hem. Hij kan het. Je begrijpt: Clive Cussler had ik binnen de kortste keren uit. Zo’n “page-turner”, daar kan je niet van afblijven. Pas te 09.30 uur ontstijgen wij beiden “de klamme lappen”. Deze boeken komen dus uit “de bibliotheek” van  Marina del Sole. Dat werkt uitstekend, dat boeken ruilen. We liggen hier niet erg rustig. Het is zondag dus alle Sicilianen, die niet naar de kerk gaan en dat zijn er een heleboel, pakken de RIB en scheuren even naar de eilanden voor de kust om te genieten van het fraaie weer en het heldere water. Het is een vrolijke optocht. De hele ochtend gaat dat zo door en gevoegd bij de hekgolven van de vele veerboten die in- en uitvaren geeft dat een hectisch gedoe. Regelmatig liggen we te schudden en te schokken achter de ankerketting. Het kan ons weinig schelen want we zijn allang blij dat we liggen en nog gratis ook. We hebben ook helemaal geen zin om het bootje overboord te zetten en naar het stadje, dat er overigens uitermate appetijtelijk uitziet, te varen.

ziet er veelbelovend uit

Eerst moet ik naar de schroef duiken om te kijken wat er aan de hand is. Nou niks dus. Na de koffie heb ik gekeken en ik zag dat er helemaal niets te zien was en ik voelde dat de schroef weer vrij kon draaien. Ik denk dat tijdens het zeilen en het voor anker liggen de waterbeweging de boel heeft losgewerkt. Dat is dan weer dat. Het waait pittig uit het Noorden en met deze warmte is dat lekker. Af en toe wordt het zelfs te fris op de rand van de kuip. Omdat het zondag is bellen we met het thuisfront: Linda, Ma en Marijn. Geen problemen aan die kant. Ma heeft Jans op visite, heel gezellig. Marijn, die van zijn missie-centen bij Libië een nieuwe auto heeft gekocht, en Rietje hebben vrienden op visite en Linda is bij vrienden op visite geweest. Ik ga met mijn smelt-apparaatje touwtjes snijden voor de stootwillen en ik repareer de uiteinden van een heleboel andere touwtjes.

touwtjes repareren

Verder lezen we in onze boeken. Te 19.00 uur komt de Guardia Costieri (=kustwacht) met drie man sterk in een RIB ons vertellen dat we op kanaal 16 met hun kantoor contact moeten opnemen omdat die Engels “ken”. Een paar buren die hier vlakbij voor anker liggen moeten dat ook doen. Na een paar pogingen krijg ik iemand aan de lijn die in gebrekkig Engels uitlegt dat we met z’n allen dichter bij elkaar moeten gaan liggen! We liggen hier helemaal niemand in de weg, maar zij vinden toch dat we een stukkie opzij moeten gaan. Ik zie twee andere schepen het anker lichten en dat iets verderop weer laten vallen. Dat doe ik dan ook maar. Maar dan op een plek die zich helemaal achterin de hoek, dichtbij een jachthaven bevindt. Verder uit de weg kan niet. We liggen hier prima. We eten laat: gekookte piepers, gekookte lof met gekookte kaas en een gekookt ei. We koken wat af. Na het eten dit allemaal opschrijven, van vier dagen! Waar haal ik het allemaal vandaan! Het is nu 24.00 uur en d’r vaart een grote boot van de Guardia Costieri tussen de geankerde boten rond, lekker treiteren met die grote ronkende motor. Ach, het hoort er allemaal bij, denk ik, hier in Mafia-land.


Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s