Zaterdag, 13 augustus 2011

Siracusa – Porto Palo

dag datum Wind Weer
Zaterdag 13 aug. 2011 Alle windrichtingen, 0 – 3 B Zon
vertrek aankomst logstand motoruren
09.00 uur 15.00 uur 4784,2 trip: 0,4 (+32!) 3760,14 (6,5 uren)

We liggen in een baai voor anker, redelijk ver van de bewoonde wereld en toch kunnen we internetten, dankzij de Italiaanse dongel. Ik kan nu een handeltje in Wifi-antennes beginnen (ik heb er 4!, niet meer nodig).

Vanmorgen 06.00 uur wakker. Lezen tot half acht en dan maar eens aanstalten maken voor vertrek. We willen tanken. Ankerop. Veel prut. Het anker zat goed vast. Naar de pomp in de jachthaven. Daar ligt een motorjacht van 18 meter te wachten tot de pompbediende op de knop komt drukken. Deze loopt druk heen en weer te schuifelen met stootwillen langs de kade. Ik krijg niet de indruk dat ie al aan het pompen is. En die bak moet natuurlijk 4000 liter hebben. Men maakt zich in het geheel niet druk. Ik wel. Na een kwartiertje ronddraaien in de kom heb ik het wel gezien en wend de steven richting het Zuiden. De wind is afwezig vanuit het Westen.

Siracusa verdwijnt uit het zicht; de Etna staat meer naar rechts

Terwijl Siracusa met de Etna in de achtergrond verdwijnt lig ik op mijn knieën in de kajuit te rommelen met de loggever die het weer eens niet doet. Als ik ‘m helemaal schoon heb doet ie het nog niet. Ik denk dat het komt door de flora en fauna die zich op de bodem van het schip heeft vastgezet. Het logwieltje kan met de struiken die uit al die kokkels om hem heen opbloeien, helemaal zijn werk niet meer doen. Het is toch erg. Volgens de plotter gaan we 4,3 knopen met 1800 toeren. Dit is te gek. We moeten nog dit najaar de kant op anders krijgen we de troep er helemaal niet meer vanaf. Ik neem me voor op de ankerplaats bij Porto Palo meteen overboord te duiken om met een plamuurmes aan de gang te gaan. Afijn, dit is een zorg voor later. Nu genieten. Met wisselende zeilvoering motoren we het gehele traject naar Porto Palo, een dorp aan een baai aan de uiterste Zuidkant van Sicilië.

met wisselende zeilvoering

Er is veel scheepvaart: snelle motorboten (onder andere de knakker die bij de pomp lag), een oorlogsschip op weg naar Gadaffi (hebben ze ‘m nou nog niet dood gemaakt?), een bulkcarrier, een tanker, een snelle Ferry, kustwacht-schepen, een cruise-schip en een heel aantal zeiljachten dat ons voorbijscheurt alsof wij stilligen (dat is ook zo). De automaat stuurt en wij lezen en we nemen van elkaar aan dat we af en toe over de buiskap heenkijken om te zien of er tegenliggers zijn. We moeten wel over de buiskap heenkijken omdat we al een paar maanden rondvaren met ouwe handdoeken voor de ramen om die tegen de zon te beschermen (!). Hebben we tenminste nog mooie ramen als we in Nederland terugkomen en de boot gaan verkopen! Ik heb alweer een triller van Alistair Maclean uit en nu begin ik in een werkje van Barbara Taylor Bradford. Ik ben na al die trillers wel toe aan een tranentrekker. Het water is gelukkig weer blauw, dat hebben we 9 dagen gemist. Alhoewel het motoren saai is hebben we het toch naar ons zin: een koppie koffie met een Knopper, lezen in een boek, kijken om ons heen, af en toe zeggen we iets tegen elkaar, de zon schijnt, het is 30 graden, het regent en het stormt niet, dus tellen wij onze zegeningen. Zelfs de boot verplaatst zich van A naar B! Te 14.30 uur komen we in de buurt van B: tijd voor een fotootje.

Capo Passero

Na Capo Passero is het nog anderhalve mijl naar de baai waar we gaan ankeren. Er liggen reeds een aantal jachten voor anker maar er is plaats genoeg. Hier blijken ook stenen te liggen op de bodem. Niet goed te zien want het is hier niet al te helder. Bij het achteruitvaren komt de boot met een schok tot stilstand. Lekker dan; dat was een rots waar het anker achter blijft hangen. Dat zijn zorgen voor morgen. Nu eerst een pils en dan overboord. Te 15.45 uur gaan we erin en te 17.45 gaan we eruit onder de schrammen, snijwondjes en spierpijn in de armen en kramp in de kuiten. Het is onbegonnen werk. Ik krijg de schroef een beetje schoon van de kokkels, maar de romp is een ramp!. Het oppervlak is te groot en de aangroei is nu bijna honderd procent, vooral de harde dingetjes zetten zich nu vast. We maken de waterlijn schoon en steken hier en daar wat weg bij het roer en de roerkoning, maar dieper onder water is het lastig om zonder schaaf- en snijwonden de romp schoon te steken. Het is daar al zo erg dat ik Nemo-visjes zie zwemmen tussen het koraal! Het blijft bij pappen en nat houden. Tsja, dat krijg je als voor een dubbeltje op de eerste rang wilt zitten. De watertemperatuur is wel geschikt voor dit werk: zo’n 25 tot 28 graden; het voelt lauw aan, maar na 2 uur begint toch de verkillingsfactor te werken! In de kuip staan we wat rillerig onder “Bart’s Buitendouche”. Een drinkertje en een koude kippepoot doen het leed gauw vergeten. Saves schrijf ik dit meteen maar even op de weblog, want nu kan het!

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s