Woensdag, 16 november 2011

Porto Turistico Marina di Ragusa – Valletta (Malta)

Uur U. We gaan. Ik dan. Te 07.20 uur reeds op de vloer. Wat moet ik eerst doen? Ik hannes een beetje opgewonden in het rond. Langzaam kom ik op gang. Ja, moet je horen, het is niet niks: ik moet twee dagen reizen om in Ilpendam te komen. Ik heb het mezelf een beetje moeilijk gemaakt natuurlijk om dat via Malta te doen. Maar dat leek destijds nou eenmaal een goed idee. We gaan er voor. Ik eet een appel en een ei, lepel een bakje appelmoes leeg, maak een laatste kop thee, rits de koffer dicht en zet ‘m alvast op de steiger (de Amerikanen noemen de steiger dock: “Where do you live?” “I live on dock L 37”), haal de Duitse landvast binnen, draai de hoofdschakelaars op de accu om, doe de laatste afsluiters dicht (toilet en gootsteen), sluit de ingang af met het Stazilock, klim van de boot en wandel zonder om te kijken de steiger af.  Bij Rick, gehuld in zijn “fluffy”, en Cobi op de “Chica” drink ik twee bakkies koffie. Cobi verzorgt vandaag de tweede Italiaanse les. Ik zal helaas moeten verzaken. Rick zal af en toe bij onze boot langslopen om te kijken of alles goed gaat. Volgens mij kan er dan niks meer mis gaan: Richard en Philippa letten ook al op en de havenmedewerkers komen dagelijks langs, zowel over de steigers als met RIB’s (= stijve opblaasbare boten) achter de boten langs. Ik neem afscheid van Cobi en Rick en wandel de landingsbaan af naar de uitgang. Ik meld Viviana op het havenkantoor dat ik voor ruim twee maanden wegga. Zij heeft geen stem meer en ik begin van de weeromstuit ook te fluisteren.  Als ik een probleem heb, maakt ze me duidelijk, kan ik haar e-mailen. Ik raak helemaal in de war, wat bedoelt ze nou? Goeie reis en tot ziens! Over de verlaten boulevard (het is 08.55 uur) wandel ik op mijn gemak met mijn koffertje als een hondje achter me aan slepend door de miezerende regen naar het dorpsplein waar ik op de bushalte, die als zodanig overigens niet is te herkennen maar waar ik in het recente verleden mensen op een bus heb zien stappen, ga staan wachten.

wachten op de bus in Marina di Ragusa

Te 09.25 uur, keurig op tijd, komt de bus en ik vraag of ie naar Ragusa gaat. Tuurlijk, wat dacht jij dan! Weet ik veel (en dat allemaal in het Italiaans natuurlijk). De rit over hobbelige wegen duurt ongeveer een half uur en dan sta ik bij een rommelig busstation in een ietwat triestige omgeving op de stoep, zoekend naar de juiste halte van de bus naar Pozzallo. Pozzallo is de havenstad waar ik op de catamaran-ferry naar Malta moet stappen. Er zijn diverse vluchtheuvels die als halte fungeren maar waarop je absoluut geen relevante informatie over de buslijnen en hun bestemmingen kunt aantreffen. Je moet dus aan de omstanders vragen op welke heuvel je moet gaan staan. Een jongeman op één van de heuvels kan mij met veel moeite duidelijk maken dat ik toevallig op de goede heuvel sta en hij wijst aan welke kant van de stoep de bus straks gaat staan waar ik in moet stappen. Molto Grazie! Piacere! De knul zelf holt even later naar een autootje dat aan komt rijden en waar ie kennelijk op stond te wachten, schuilend voor de regen onder het afdak van de bushalte. Na tien minuten komt de bus aan en parkeert niet aan de goede kant van de vluchtheuvel. Verwarring. Ik vraag aan de chauffeur of ie naar Pozzallo gaat: neen, dat niet, maar ik moet wel deze bus hebben want die gaat naar Modica, zegt ie en daar moet ik overstappen op de bus naar Pozzallo. OK. Twee dames die op de bank achter de chauffeur zitten beamen dit luidkeels in onvervalst Siciliaans. Gelukkig heb ik Siciliaans gestudeerd. Het kaartje dat ik koop is wel geldig tot Pozzallo! Goed geregeld! Zwetend van de opwinding ga ik vlak achter de dames zitten, vastbesloten ze niet meer uit het oog te verliezen. Misschien gaan ze ook wel naar Pozzallo. Tegen half elf zet de bus zich in beweging. Het duurt even voor ie de heksenketel van Ragusa achter zich heeft gelaten. We komen over dezelfde toegangsweg naar Ragusa Ibla (“benedenstad”) als waar ik met Jan, José en Gerard overheen ben geweest.  Ik neem wat fotootjes door het vieze busraam.

onderweg van Ragusa Ibla naar Modica

daaag, Ragusa Ibla

Hobbelend langs berg en dal (redelijk indrukwekkend) bereiken we een half uur later de stad Modica, alweer zo’n samenraapsel van oud en nieuw. Heeft best bezienswaardige kenmerken maar daar hou ik me nu niet mee bezig; ik moet de route in de gaten houden. Aan de rand van de stad moeten we de bus uit en zoeken naar de bus die naar Pozzallo gaat. Zelfs de Siciliaanse dames die, zo blijkt nu, inderdaad naar Pozzallo moeten komen er niet uit. We krijgen van diverse chauffeurs tegenstrijdige signalen en het regent lekker. Deze keer geen bushokjes waar je kunt schuilen. Ik heb mijn ski-jack aan want het is behoorlijk fris en het mottert.  Een van de dames zegt dat ik mijn capuchon op moet doen omdat ik anders kou vat. Lief, hè? (het duurt ongeveer 10 minuten voor ik door heb wat ze bedoelt). De dames gaan op het parkeerterrein diverse bussen in om bij de chauffeur informatie in te winnen omtrent de plek waar ze het beste kunnen gaan staan om geraakt te worden door de bus die naar Pozzallo gaat. Uiteindelijk hebben ze bingo! En ik er maar achteraan hobbelen. Met een man of 15 de bus in om na 10 minuten door de chauffeur die het ook niet meer weet er weer uitgejaagd te worden naar een bus die aan de andere kant van de vluchtheuvel staat. Voor de zekerheid vraag ik de bestuurder van deze bus of ie echt naar Pozzallo gaat. Si! zegt de Isegrim. Te 11.30 uur ongeveer gaat het richting Pozzallo. Modica is zeker de moeite van het bezichtigen waard. De rit door de stad duurt lang en is hobbelig maar ik kijk mijn ogen uit.

Modica. Niet helemaal representatief, er zijn mooiere plekjes

Het regent nog steeds maar dat mag de pret niet drukken (het glas is halfvol). Eindelijk bereiken we de kust. Het is dan 12.00 uur. Het blijkt dat de bus stopt op een plek die ongeveer 4 kilometer lopen verwijderd is van de ferry-haven die geheel buiten de stad ligt. De mensen in de bus verzekeren mij ervan dat het “lontana” is (“ver”).  Niettemin zet ik mij met mijn koffertje op wieltjes in beweging in de aangegeven richting. Het begint harder te regenen en ik begin harder te zweten in mijn ski-jack. Een gedistingeerde Siciliaanse heer in zwart pak met vest, wit overhemd en smetteloze stropdas (Capo di Capi?) wijst mij omstandig de weg naar het boekingskantoor van Virtu Ferries, de maatschappij waarmee ik naar Malta moet reizen. Ik vind Pozzallo geen klote aan en ik loop kwaad en sjaggerijnig door de plassen te stampen op de in de zomer ongetwijfeld interessante avenue richting het boekingskantoor van de pont naar Malta. Het meisje achter de balie vraagt naar mijn paspoort en wil 50 euro van mijn vermogen hebben. Met een ticket in de pocket kan ik weer verder, naar de haven om te zien hoe ik daar mijn tijd door kan brengen. Het regent nog steeds. Sjok, sjok, sjok. Na een kwartiertje stopt een automobilist aan de overkant van de weg en draait zijn raampje naar beneden en wenkt heftig naar mij. Waar moet je naar t0e? Naar de Ferry-haven! Ik breng je wel. Ik steek over, stap in, pleur mijn natte samsonite op de achterbank (dat mocht) en ga voorin naast ‘m zitten. Hij heet Francesco, is 68 jaar en kennelijk teleurgesteld dat ik ook al 62 ben. Hij houdt zich goed en rijdt in de richting van de haven maar in plaats van linksaf het haventerrein op te slaan rijdt hij rechtdoor een doodlopende weg naar het strand in. De weg is vrijwel onbegaanbaar voor een gewone auto maar hij rijdt gewoon door. Ondertussen stelt hij zich voor, vraagt naar mijn naam, waar ik vandaan kom, waar ik heen ga, wat voor werk ik doe (deed) en kijkt mij daarbij doordringend aan. Onwillekeurig hou ik mijn handen voor mijn kruis. We stappen uit als we niet verder kunnen. Ik kijk of er geen handlangers geparkeerd staan naast zijn auto. We lopen een eindje naar een grauw strand en vol trots zegt hij dat ik daar in de zomer eens moet komen kijken. Dacht het niet. Hij zegt: je kan hier ook even pissen als je moet. Ik zeg dat ik niet moet. Maar ik wel, zegt hij. Je gaat je gang maar, zeg ik en ik loop langzaam terug in de richting van de auto. Even later voegt hij zich bij me en we stappen in. Breng me maar naar de haven, zeg ik, dat zou ik bijzonder op prijs stellen. Hij geeft me zijn kaartje en ik moet hem beloven een foto te sturen van onze boot. Dat beloof ik hem. Met een hartelijke handdruk nemen we afscheid van elkaar bij de enige horeca-uitstalling op de haven van Pozzallo, een kleine koffiebar waar je krasloten kunt kopen en waar je niet kunt zitten, laat staan op een w.c. Als Francesco weg is vind ik hem best wel een toffe gozer. Je krijgt rare ideeën, maar misschien is hij wel gewoon een heel gastvrije, spontane gast die voor vandaag zich uitstekend heeft gekweten van zijn door de Mafia aan hem gegeven taak: “zorg goed voor de toerist!!!” Ondertussen moet ik wel pissen en ga ik op zoek naar de mogelijkheid hiertoe. Die vind ik na enig zoeken in een restaurant aan de weg bovenlangs het haventerrein. Dit restaurant is echter nog niet open om 13.00 uur. De deur van de keuken staat wel open en de kok komt naar buiten als ik mijn kop laat zien. Ja, we gaan zo open, heb jij even mazzel (allemaal in het Italiaans). Ik ga schuilen onder het afdak boven de ingang want het zeikt nog steeds van de lucht. Twee leuke dames laten me binnen en ik hang mijn doorweekte ski-jack aan de kapstok in de hal en zet mijn samsonite eronder. Onder goedkeurend toezicht van de meisjes haal ik mijn laptop en iPad eruit en ga aan een tafeltje zitten. Ik bestel een biertje en krijg een fles Heineken van 66 cl. (heb je daar wel eens van gehoord?!). Mij hoor je niet klagen. Het is 13.15 uur en ik moet hier blijven zitten tot 18.15 uur want de boot komt om 18.30 uur en dan pas kun je inchecken. Ik zit droog en heb uitzicht op de haven en de zee. Ik kan hier natuurlijk niet mijn ei en mijn stukje kaas op zitten eten dus bestel ik Pasta met garnalen. Het smaakt me uitstekend. Ondertussen zit ik op de computer een kamer te boeken in het Osborne Hotel in 50, South Street te Valletta, want ik zie een overnachting op een stoeltje op het vliegveld van Malta bij nader inzien toch niet zitten. De helft van de garnalen is ongepeld en dat is jammer maar ik kan het toch allemaal niet op. Ik doe zo lang mogelijk over alles. Na de maaltijd neem ik een koffie. Ondertussen begint het volk toe te stromen. Buiten straalt de regen van de lucht. Van 14.00 uur tot 16.00 uur zit het restaurant vol met gezelschappen. Ik denk dat het allemaal werknemers van bedrijven zijn die hier elke dag met zijn allen gaan zitten lunsen. Naast mij zitten twee kerels gekookte inktvis-tentakels te vreten! Anders kan ik het niet benoemen; je kunt de zuignappen zien zitten! Gadverdamme!  Te 16.00 uur bestel ik mijn laatste “biertje” (nr. 3). Het meisje kijkt me al gek aan. Mens, kijk naar je eigen, denk ik. Maar na een kwartier begrijp ik het: de baas komt vragen of ik wil opsodemieteren (ik ben inmiddels de enige gast). Door de taalbarrière kan ik niet goed in debat met hem. Ik reken af en ik sta te 16.30 uur buiten. Gelukkig regent het dan effe niet en bereik ik het havencomplex zonder nog een keer gesopt te worden. Ik ga schuilen onder het afdak voor de ingang van de Guardia di Finanza. Hier kan ik het wel even uithouden. Ik sta uit de wind en ik sta droog. Uit verveling begin ik wat fotootjes te maken van de luchten, de haven, het bord op de gevel van de genoemde Guardia en dat soort dingen.

defensie-gebied

troosteloze zooi (en ik bedoel: dan is het glas hier nog halfvol!)

persoonlijk vin ik deze wel heel mooi

Als ik laatstgenoemde foto gemaakt heb en ik sta hem op mijn schermpje te bekijken, stuift een zwaarbewapende medewerker van de Guardia enz. de hoek om en wijst op de video-camera die mij voortdurend heeft gefilmd en hij waarschuwt mij niet verder te gaan met het maken van foto’s want het is hier een “defensie-gebied” bla, bla, bla. Als laffe krekel die ik ben verontschuldig ik mij duizend malen en dat ik het nooit meer zal doen enz. want straks wil ie het filmrolletje uit mijn camera scheuren! Pffff! Allenig reizen gaat je niet in je kouwe kleren zitten, zeg!!! De regen is ondertussen opgehouden en ik wandel over het terrein en een pier op waar ik mij in het donker redelijk ongezien kan ontlasten van overtollig vocht. Sjiez, wat gaat de tijd langzaam als je het niet zo heel erg naar je zin hebt! Maar aan alle dingen komt een eind, ook aan het wachten op dingen en zo. De ferry legt om 18.30 uur aan. Precies op tijd. Het is een machtig ding. Groot en luxe.

snel luxe bakbeest

Ik vind een plek ergens achterin op het grootste dek, met voetruimte voor me, niemand achter me en een groot TV-scherm voor me. Ik kan er ongezien knabbelen aan mijn prive-voorraden van kouwe eieren, hazelnoten, Emmenthaler-kaas en rooie wijn in waterflessen, die in een rap tempo er doorheen gaan.

slechte foto, maar hier zat ik

Ik merk weinig van de overtocht want het is werkelijk pikdonker buiten. Ik zie helemaal totaal noppes op de momenten dat ik door de manshoge ramen naar buiten kijk; inktzwarte duisternis. Er wordt een kolderieke, romantische film vertoond met Hugh Grant, Sarah-Jessica Parker, Sam Elliott en Mary Steenburgen. Italiaans ondertiteld en onverstaanbaar zacht Engels gesproken. We moeten wel hard gaan want binnen anderhalf uur liggen we in Grand Harbour, Valletta aan de kade. Ter plekke zie ik in dat lopen naar het hotel er niet in zit: te ver en te ingewikkeld. Taxi dus. Da’s niet moeilijk: ze staan je op te wachten. Na een stevige onderhandeling spreek ik de hoofdprijs af met de knul: 20 euro (het is dat of..lopen). In het Osborne Hotel (het is inmiddels 21.50 uur en ik ben een inzinking nabij) moet ik 10 minuten wachten tot de receptionist op het toneel verschijnt. Eindelijk kan ik mijn vermoeide botten op het bed laten zakken. Ik ben van plan dit stukkie te schrijven maar ik ontdek op de t.v. een deel van een film, genaamd “The Pillars of the Earth”! In het Italiaans nagesynchroniseerd maar toch! Geheel uitgevloerd en half ontkleed lig ik op het hotelbed, de laatste hazelnootjes kauwend en het laatste slokje rode wijn uit het waterflesje slikkend. Het eind van de film heb ik niet meer bewust meegemaakt.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

2 reacties op Woensdag, 16 november 2011

  1. Linda zegt:

    Sjezus pap, wat een toestand zeg! ‘One hell of a trip’ inderdaad! Nou, gelukkig ben je heelhuids thuisgekomen.

    Doei
    Linda

    Like

  2. metty zegt:

    Wat een reis Willem………in je eentje. Maar het is allemaal achter je en je hebt je vast weer kunnen vleien in de armen van Ingeborg.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s