Woensdag, 10 juli 2013

Myrina 11

Ik ben net 2 seconden geleden uit bed gestapt. Het is 12 minuten over halfnegen. Mijn sinaasappeltje staat klaar, m’n joggert staat klaar, het water staat te koken voor de thee, buiten schijnt de zon, wat wil een mens nog meer? De stront waait van de dijken, niks nieuws onder de zon. Wat een toestand. Ik ga niet schrijven vanoggend. We gaan boodschappen doen. Ik ben alweer aan mijn derde boek van Alistair begonnen: “Vliegtuig in Vlammen”. Ik wist pas op bladzijde 77 hoe het boek heette, toen Ingeborg dat zei. Oh, heet het zo, nou het slaat nergens op, ze doen maar wat, die vertalers. De boodschappenkar zit vol met zware dingen die we uit de supermarkt en bij de groenteboer gehaald hebben: veel kersen en pruimen, flessen water, nog een paar sixpacks Alfa-bier, voor twee dagen vlees (dat leggen we tegen de buffertank in de koelkast, dan bevriest het wel) en nog zo wat van dat levensmiddelenspul. Op de terugweg kwamen we Anneke tegen. We spreken af straks op de “Beau” te palaveren onder het gnot van een kopje koffie. Als we de boodschappen aan boord hebben gebracht ga ik met twee lege campinggaz tankjes op pad. Ik dacht dat er een watersportwinkel was, maar dat blijkt een electronica-zaak te zijn. Dan maar naar het snuisterijenwinkeltje in de winkelstraat. Die heeft nog 1 drie-kilo tank, een splinternieuwe, voor 15 euro. Hij zit goed vol, zo te voelen. Zo, we kunnen weer aan het gas. Koffie op de “Beau”. We spreken aan de hand van de weerberichten af dat we morgen (zeer) vroeg vertrekken “naar de overkant”. Na de koffie halen we de buitenboordmotor van het bootje af, zetten het op zijn “tieten” rechtop op het water schuin tegen het zwemplatform zodat we hem vanonder schoon kunnen maken. Ingeborg kan dat goed, jongen! Daarna takelen we het bootje in de davits op en klaar is kees. Des middags ga ik toch maar weer een keertje mee zwemmen. Ik wil die octopus ook zien en misschien zijn de kwallen wel weg. De kwallen waren niet weg maar de octopus wel. Cees en ik zwemmen naar het gebied waar de ankers liggen van onze boten. We kunnen ze mooi zien, vlak naast elkaar. Het barst van de kettingen en ankers. Een Griekse visser die binnen komt varen roept dingen naar ons. Hij vindt het kennelijk niet goed dat we in het vaarwater van de haven zwemmen. Een beetje gelijk heeft hij wel. In mijn beste Grieks roep ik dat we ook niet weten hoe we hier terechtkwamen. In ieder geval liggen onze ankers zo te zien vrij van obstakels. Dat moet goed gaan, morgenoggend vroeg. Toch lekker gezwommen dus en op onze handdoekjes op het gras liggend met mekaar gekletst over de grote levensvraagstukken.

We gaan zwemmen

We gaan zwemmen

Zie je niet vaak, dit

Zie je niet vaak, dit

Waarover spraken zij, die drie daar op het gras?

Waarover spraken zij, die drie daar op het gras?

Anneke wil saves de zonsondergang fotograferen aan de noordkant van het stadje. Na een ondoorgrondelijke besluitvormingsprocedure koppelen we daaraan het voornemen nog een keertje uit eten te gaan hier. We gaan op een bankje op de kade zitten wachten tot het ding sissend in de see sal sakken. Dat gaat overigens niet gebeuren dat sissen want hij sakt achter Mount Athos in de grond. De batterij van Anneke d’r Nikon is overigens leeg dus ze moet het met onze Kodak doen. Terwijl we wachten en fotootjes maken, gaat naast ons een oude man met een golfclub dito-balletjes in de zee staan meppen! Die is niet goed! Als ie klaar is complimenteer ik hem met zijn klappen. Desgevraagd deelt hij mede dat ie die dingen morgenochtend weer gaat opduiken. Dat doet ie iedere dag! We raken aan de praat met hem. Hij is 80 jaar en voormalige directeur van een groot chemisch bedrijf in Noord Europa, spreekt alle talen vloeiend behalve het Nederlands en hij praat graag want hij begint een heel verhaal over de Griekse mythologie, vooral over Limnos. Hij weet ook veel te vertellen over de huizen die hier allemaal langs de boulevard staan. Ondertussen houdt Ann de zon in de gaten en fotografeert met onze Kodak de zon die niet stil is blijven staan.

De son sakt in de see

De son sakt in de see

Wachten....

Wachten….

......en wachten

……en wachten

Ingeborg heeft het licht der wereld in haar hand

Ingeborg heeft het licht der wereld in haar hand

Onze maffe bejaarde golfballenmepper en duiker

Onze maffe bejaarde golfballenmepper en duiker

Hij houdt ook van een kletspraatje

Hij houdt ook van een kletspraatje

We nemen afscheid van de Griekse oude baas en gaan op zoek naar een restaurant. Na wat omzwervingen vinden we er eentje, uitgerekend een restaurant dat niet de gewenste Stifado en Mousaki op het menu heeft staan. Toch blijven we zitten en eten heerlijke andere dingen. We hadden op dit terras een paar avonden terug heel veel mensen zien zitten en dat leek ons wel gezellig. Ik bestel te veel wijn waardoor Ingeborg te veel drinkt. Lache man. Het is heel gezellig en lekker ondanks dat we de hele avond de enigen zijn op het terras. Hoe zoeken we het uit, hè? Op de terugweg nog een lekker ijsje als toetje en dan maar naar bed. Alles is in gereedheid voor vertrek. We hoeven alleen maar, letterlijk, de stekker eruit te trekken en achteruit te varen. Het is wel duidelijk dat we niet de enigen zullen zijn na al die dagen met harde wind.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s