19 juli 2013

Nea Moundhania (Khersonisos Kassandra) – Thessaloniki (Aretsou Marina)

 dag datum Wind Weer
Vrijdag 19 juli 2013 NO-W/ZW 3 – 4 Zonnig
vertrek aankomst logstand motoruren
09.00 uur 17.00 uur 7811,80 (44,3 mijl) 4173,19

We werden te 01.00, te 03.00 en te 05.00 uur wakker, allebei. Het lijkt wel of de nacht hier dag is; zo’n herrie buiten. Het is windstil en als de vissertjes op de piertjes en op de vissersboten rondom ons met elkaar communiceren kunnen wij daar qua decibellen goed van meegenieten. Godsamme, wat een schreeuwers. Er zat er eentje tussen, dat moest wel de dorpsgek zijn! Onrustig! Afijn we zijn wel dankbaar dat we in hunnie beschutte haventje voor anker mochten blijven liggen en niet in Sani Marina terecht hoefden. Je zal daar maar verwaaid liggen! Het gaat niet goed met de accu’s. Sogges staat ie weer beneden de 12 volt, dankzij de koelkast. Om half negen of daaromtrent meldt Anneke dat ze inmiddels de haven verlaten hebben. Wij wachten nog even. Ik schrijf het stukje van gisteren, hevel diesel over naar de dagtank, vul een beetje koelvloeistof bij in de tank van de warmtewisselaar, leg alle oplaadbare spullen aan de diverse laders en als dat klaar is lichten wij om 09.00 uur het anker. Zwaaien naar de “Salarn”: tot ziens in Thessaloniki.

Dag, Nea Moundhania!

Dag, Nea Moundhania!

De motor pruttelt lekker op 1400 toeren. Heel in de verte zie ik met de verrekijker een enorme witte paal waarvan ik eerst denk dat het de schoorsteen is van een kerncentrale maar dat moet toch de “Beau” zijn. Het lijkt net of ie onderweg is naar de overkant, zo ver op zee zit ie. Het is nog steeds windstil. Wij blijven “onder het kantje”. Dan hebben we tenminste iets om naar te kijken en worden we niet zo duizelig. Nu varen we langs het schiereiland Chalkidiki.

Zo vlak als een spiegel

Zo vlak als een spiegel

Er staan best wel fraaie huizen en dito begroeiing langs de rotsige kust die ruimhartig gezegend is met lange, smalle, witte stranden. Af en toe wat samengeklonterde bebouwing, hetgeen we dan dorp of zelfs stadje kunnen noemen, Nea Kallikrateia is bijvoorbeeld zo’n stadje, met een heel klein vissershaventje waar we geen jachten zien liggen en we waarschijnlijk niet terecht hadden gekund. Nea Moundhania was een goede keus. We plokkeren voort. Cees zit nog steeds ver op zee maar komt langzaam dichterbij en trekt te 10.30 uur zijn zeilen erbij. De wind neemt iets toe van 4 naar 6 of 7 knopen, maar wel recht op kop waar wij varen. Cees heeft het goed bekeken, die kan hoog aan de wind zeilen en gaat bij die geringe wind knap hard. Tot Kaap Epanomis blijven wij met gehesen grootzeil motoren. Als we daar zijn kunnen we afvallen over stuurboord en een meer noordelijke koers varen. Pas dan kunnen we zeilen. Er drijven veel plastic flessen en cans op het water. Daar hangen touwen en kabels aan met netten of vislijnen. Ik moet ook vaak uitwijken voor kleine visbootjes met mannetjes erin die vislijntjes op en neer trekken. Ik denk steeds dat ze naar me zwaaien en dan zwaai ik terug, zie je. Het landschap wordt steeds vlakker, de heuvels platter. Richting Akra Epanomis zie ik: niks! Zo laag is die geen kaap. Het is geen kaap in de voor de hand liggende betekenis. Als we daar te 13.00 uur dwars van zijn betreft het een groene boei, tenminste ik denk dat ie groen is, volgens de kaart tenminste wel, met heel in de verte daarachter een ver in zee stekend vlak puntje met een strand met parasolletjes, meer niet.

Kaap Epanomis

Kaap Epanomis

Drie mijl vóór die boei kon ik de voorzeilen al uitrollen en van lieverlee zijn we met een iets krimpende en tot plm. 10 knopen toenemende wind gaan zeilen. Lekker hoor. Bij Epanomis kunnen we een ruimere koers varen naar de volgende kaap genaamd Akra Tourla. Cees vaart nu recht achter ons en zal ons zo wel inhalen. Dat gebeurt in het anderhalve uur naar Tourla niet, integendeel het lijkt wel of we iets uitlopen. Dat komt natuurlijk doordat we de kiel niet uit hebben staan. Te half drie zijn we dwars van Akra Tourla, op weg naar het smalste gedeelte tussen Chalkidiki en de overkant. Het waait nu lekker, tot wel 13 knopen en bij de volgende boei zien we achter Tourla de stad Thessaloniki opdoemen. Een joekel van een stad.

De wind is nog verder gekrompen naar het zuiden en na de gijp varen we plotseling een halvewindse koers over de Kolpos Thessalonikis recht op de jachthaven even buiten het centrum af. Het gaat lekker. Nu loopt de “Beau” wel langzaam op ons in. Thessaloniki wordt steeds groter. Het vliegveld ligt niet ver van de stad aan de rechterkant. We zien de vliegtuigen af en aan vertrekken en landen.

Kaap Touria; Links op de horizon zie je al een stukje van Thessaloniki

Kaap Touria; Links op de horizon zie je al een stukje van Thessaloniki

De "Beau" haalt ons eindelijk in

De “Beau” haalt ons eindelijk in

We naderen Thessaloniki; zie je dat vliegtuig?

We naderen Thessaloniki; zie je dat vliegtuig?

Jachthaven in zicht

Jachthaven in zicht

Vlak voor de haven nemen wij de zeilen weg en varen om de dam heen naar de betonnen pieren waar de boten liggen. We zijn er! End of the line! De haven blijkt lang niet vol te liggen, integendeel zelfs. Ik moet van een bruin mannetje in een blauwe tuinbroek op de kop van de breedste pier gaan liggen. Cees kan meteen doorvaren naar een plek aan die pier. Een juffrouw van de marina komt ons tegemoet buiten het kantoorgebouw. Als de marinero klaar is met de “Beau” zal ie ons een plek aanwijzen. Zij ging net naar huis: half vijf ging ze dicht! Morgen om negen uur moeten we ons melden. Verder is er niemand. Nou, dit belooft wat. Ik help Cees met aanleggen, met z’n boeg naar de kant. Dat mag niet. De marinero in de blauwe hansop krijgt op z’n lazer van iemand in een zwarte Golf. Het meisje komt naar ons toe terwijl Cees en ik een pilsje drinken op onze boot tijdens het wachten op onze beurt, om te vertellen dat Cees zijn boot moet omdraaien want ze kunnen hiervoor geen verantwoording nemen. Pfff, dit is voor het eerst! Morgen maar, zegt Cees. het duurt even voor wij onze plek toegewezen krijgen, langs de kade evenwijdig aan “het achterland”.

Daar ergens ligt de "Beau", die nog verkeerd om ligt

Daar ergens ligt de “Beau”, die nog verkeerd om ligt

Met de kont naar achter en de slurf omhoog

Met de kont naar achter en de slurf omhoog

Met de kont naar achteren natuurlijk. We liggen. Er is water. De druk op de kraan is hoog, mooi. Het elektriek doet het niet. Dat komt morgen zegt broekemans, als je je gemeld hebt. Lekker dan. We liggen ruim, Aan weerskanten een lege “box”. Achter de brede kade doemt een hoge, begroeide steile helling op waarop wij een kustweg en bebouwing vermoeden. Wat ook meteen opvalt is het verontrustende aantal joggers dat op het haventerrein roundsjouwt! Deze marina is zo “lek” als een mandje. De hele wereld komt hier turnen: sit ups, rek- en strekoefeningen, sprintjes trekken, snelwandelen, intervaltraining, noem het maar op. Jong en oud, dik en dun doen hier hun best zich te “verbeteren”! Ik wor al moe als ik er naar kijk.

Ik wor al moe als ik er naar kijk

Ik wor al moe als ik er naar kijk

We verrichten de noodzakelijke opruim- en installeerwerkzaamheden. Cees en Anneke komen langswippen en we drinken er eentje op de goede aankomst. Het is zomaar zeven uur. Daarna nog wat ruk- en trekwerk aan de landvasten om rechter te liggen en dan zijn we voor vandaag er wel klaar mee! Douchen op de kant met de waterslang waar 20 bar op staat. Je spuit gaten in mekaars lijf, lache man! Na den eten (gebakken brood met gebakken ei)

Gebakken brood met gebakken kaas

Gebakken brood met gebakken kaas

verkennen we het terrein en de onmiddellijke omgeving van de “bovenstad”. Het ziet er niet gek uit allemaal. De haven wordt niet echt bewaakt en is toegankelijk, dag en nacht, voor iedereen. Het aantal wandelaars en joggers is nu krankzinnig. Een puntje van zorg. Op de boulevard boven de marina is het druk en gezellig. Tussen de vele leegstaande winkel- en horecapanden op de begane grond van de gematigde hoogbouw bevinden zich best nog wel een aantal aantrekkelijke café-terrassen, ijssalons en winkels. Via de hoofdingang van de marina wandelen we terug. Er zijn slagbomen maar we zien geen personeel en iedereen kan zo doorlopen. Te 23.00 uur gaan we naar bed. Ik haal de “slotbrug” op (de loopplank en het zwemplatform). Het was een fijne zeildag; we hebben maar 4 uur gemotord. Morgen boot schoonmaken en winkels zoeken. 

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s