Vrijdag, 4 april 2014

Finike 7

Na een, wat mij betreft, “gebroken” nacht begint weer het leven van alledag. Opstaan, toiletteren, douchen, opruimen, ontbijten. Het wandelen slaan we over, daar is het al te laat voor vinden wij. Nadat ik de kuiptent strak gespannen heb gaat Ingeborg hem schoonmaken.

De kuiptent moet schoon

De kuiptent moet schoon

Terwijl zij daarmee bezig is schrijf ik 3 april en zet dat op de weblog; dat is reeds voor tienen klaar. Ingeborg is dan ook klaar met de tent en met het vullen van de watertanks. Koffie. Terwijl de tent staat te drogen in de warmer wordende zon, gaat Ingeborg puzzelen en ik ga fietsen om toch de dagelijkse beweging te hebben. Ik trap een eind langs de glooiiende kustweg naar het zuiden, tegen het verkeer in aan de linkerkant van de weg. Ik zorg ervoor dicht langs de vangrail te rijden binnen de ononderbroken streep. Daar is meestal ruimte genoeg voor een fietsertje en als er een auto aankomt ga ik langzamer rijden en/of stop even voor een bocht. Als ik rechts zou rijden ben ik in een bocht, zo vlak langs de rotswanden, voor het achteropkomend verkeer niet meteen te zien en dat kan voor beide partijen schrikken wezen met nare gevolgen. Nu heb ik beter overzicht. Ik fiets op die manier behoorlijk ver (vind ik zelf), tot de weg de heuvel doorsnijdt en ik aan de andere kant aan een fraai baaitje terechtkom met een half afgebouwd verlaten restaurant aan het kiezelstrand. Het water is er heel helder en door de kiezels op de bodem langs de kant gewoon wit. Prachtig. Jammer dat ik geen camera bij me heb. Op zee zie ik twee boten langskomen die net zijn vertrokken uit de marina in Finike. Het waait nog niet zo hard uit het zuiden maar op de terugweg helpt ie wel goed mee bij het beklimmen van de “colletjes”. Ik zweet me evengoed kapot. Deze oefening is minstens zo goed voor de beenspiertjes en de algehele conditie als het maken van een stevige wandeling. Uiteraard gaat het op de terugweg sneller en te 12.00 uur stap ik weer op de boot. Ingeborg zit dan nog te puzzelen, terwijl buiten de kuiptent vanzelf droog is geworden onder de brandende zon. We eten boterhammetjes en daarna ruimen we de tent op. De tentbeugel gaat weer voor acht maanden de natte kast in. Anneke komt langs om af te spreken hoe laat we naar de bus gaan, waarmee wij naar Antalya gaan. Half drie vertrekt ie. Ik ga eerst douchen om fris en fruitig de bus in te kunnen. Dan is het zover. Ik verheug me echt op de busreis. We gaan eerst naar twee winkelcentra waar de liefhebber een uurtje kan winkelen. Ingeborg komt op het idee daar een nieuwe printer aan te schaffen. De oude is vorig jaar november (of was het oktober?) in de container verdwenen, weetjenogwel. Misschien is dat zo gek niet. Ina weet ons te vertellen van twee winkels waar je zo’n ding kunt kopen, een Mediamarkt onder andere. We gaan het zien. Twee uur duurt de tocht naar Antalya. De bus zit vol en Cees en Anneke zitten achter ons, gezellig. Ik maak foto’s in de bus en door het raam van het langsflitsende landschap, sommige zijn niet eens zo slecht, vinnik ik. Halverwege wordt een pitsstop gemaakt.

Toen waren we nog niet zo lang onderweg

Toen waren we nog niet zo lang onderweg

Onderonsje in de bus

Onderonsje in de bus

Zomaar een huisje vanuit de bus

Zomaar een huisje vanuit de bus

Oude gesteenten kom je hier veel tegen

Oude gesteenten kom je hier veel tegen

Ik weet niet wat dat was, maar het lukte wonderwel

Ik weet niet wat dat was, maar het lukte wonderwel

Cactus tijdens de pitstop

Palm tijdens de pitsstop

Pitsstop

Pitsstop

Mmmm, lekker, ijsje (dikmakend, dat wel, maar ze kunnen het hebben)

Mmmm, lekker, ijsje (dikmakend, dat wel, maar ze kunnen het hebben)

Een typerende foto van een echtpaar op leeftijd dat een uitstapje maakt en even voor de bus poseert

Een typerende foto van een echtpaar op leeftijd dat een uitstapje maakt en even voor de bus poseert

Ik vind een bus eigenlijk afgrijselijk en deze is niet al te luuks, maar zo bij daglicht valt er nog wat te zien en valt het niet tegen, alhoewel het wel een slingerende hobbelbus is en je houdt soms je hart vast. Gelukkig zit ik achterin en kan ik niet zien wat er op de weg voor ons gebeurt; wat niet weet, wat niet deert. Edward incasseert onder het rijden de buspenningen: 25 TL per persoon. Goedkoper dus, want aanvankelijk zou het 40 TL zijn. Niet te geloven: voor 50 TL met zijn tweetjes retour naar Antalya. Dat steekt schril af tegen de 100 euro die we met z’n vieren voor de enkele rit in die rampzalige Dacia-taxi vanaf het vliegveld hebben betaald. Edward had nóg een prettige mededeling: de toegang tot het concert is gratis en we hadden al begrepen dat de prijs van het voedsel in het restaurant ook de pan niet uit zou reizen. Jongens, het kan niet op, letterlijk! Zonder brokken bereiken wij het winkelcentrum in een lelijke buitenwijk van Antalya. Eerst stappen de luitjes uit die naar de “Bauhaus” gaan, een gigantische Doe-het-zelf zaak. Vervolgens rijdt ie traag vijf minuten verder, de hoek om, alwaar we voor de “Kipa”, zo heet dat winkelcomplex, gedropt worden. Wij rennen naar binnen want je weet nooit hoe traag het aankoopproces gaat en de bus rijdt over 50 minuten alweer weg. Er zijn twee winkels: de “Digitalia” en de “Mediamarkt”. We kijken eerst in de Digitalia: weinig keus. Op naar de Mediamarkt. Meer keus daar. Ze hebben een HP printer-scanner-copier ding voor 169 Tirelire (ongeveer 50 euro of daaromtrent), een spierwitte, inclusief inktpatronen. Hop, inpakken! We nemen er nog een pak papier bij voor 8 TL en we zijn gesteld. In de Kipa supermarkt struinen we ook nog even rond en daar scoort Ingeborg drie potjes (gelukkig de laatste drie, anders had ze er nog meer meegenomen) walnoot/pepersaus tapenade van het merk “TAT”, waar ze al zolang naar had gezocht. Zo is het wel genoeg. Ruim op tijd voor de bus die staat te wachten op de parkeerplaats. Langzaam druppelen de klanten van de Kipa binnen en als we compleet zijn kachelen we terug naar de “Bauhaus”, waar de rest staat te wachten. Volgens Cees en Anneke is dat “Bauhaus” werkelijk een paradijs voor de doe het zelver. Daar hadden we eigenlijk (ook) heen gemoeten, want Ingeborg ziet iemand met precies zo’n plastic bak lopen als wij zoeken voor de wasjes en het aan dek spoelen van duikspullen. Potverdikkie, jammer zeg! Verder gaat het, naar een restaurant ergens midden in de stad. De chauffeur zet de bus vlak voor een stoplicht tegen het trottoir, voor de deur van het etablissement, waar al aardig wat klanten zitten. Vanaf dat moment gaat alles “in a hurry”, maar wel lache, man! Ons hele gezelschap van een man of vijftig wordt aan lange tafels neergepoot en zo’n vijftien kelners zoemen als een zwerm bijen om ons heen. In een poep en een scheet staat het eten op tafel. Lange planken op hoge onderzetters waarop lange platte broodachtige baksels worden gelegd, allerlei bakjes met pittige sauzen en joggertachtig spul erbij, schoteltjes met diverse groenten en pepers, gebakken uien van een bijzonder pittig gehalte en heerlijke tapenade-kluiten. Flessen water en een glas thee staan in een oogwenk voor ons neus. Volop bijgerechten en opsmuk dus; alleen al aan deze spullen kunnen wij ons voleten. Niettemin worden bestellingen voor het hoofdgerecht in rap tempo opgenomen, we konden ternauwernood een keus maken. Ingeborg en ik nemen “Sade Döner”, dun gesneden en knapperig gebakken rundvlees, met een schotel patat erbij. Alcohol wordt niet geschonken, maar dat hoeft eigenlijk ook niet; ik ben al “high” van de hoge verwachtingen en de crazy ambiance van het restaurant. Jongens wat een feest. In no time worden de hoofdschotels aangedragen en kan het smikkelen en smullen beginnen. Anneke en ik maken fotootjes. Eén van de obers wil de hele tafel wel op de foto nemen.

Geen gekke foto voor een ober

Geen gekke foto voor een ober

De fotograferende ober serveert

De fotograferende ober serveert

De Sade Döner smaakt uitstekend maar is niet geheel op temperatuur en de friet is een beetje slapjes maar wel smakelijk. Ja jongens, ik moet en ik zal kankeren. Je moet je bord als het half leeg is als het ware met twee handen vasthouden want voor je het weet grissen de obers het voor je neus weg, in de haastige veronderstelling dat je klaar bent. Lache man. Er is er slechts eentje die toevallig aan mij wel netjes vraagt of ik klaar ben. Hij was dan ook nog maar een jonkie, nog niet zo doorkneed in het vak. Er komt nog een glaasje thee. Zuk genieten. Aan het eind van de maaltijd (het begint zelfs iets eerder) verdwijnt alles als bij toverslag van tafel, behalve datgene wat je stevig in je handen houdt. Niet te volgen! Per koppel wordt afgerekend. Wij betalen met z’n tweetjes de gigantische som van 37 Tirelire! In uro’s iets meer dan een tientje! Hoe kan het uit?! Een prima afronding van een geweldige belevenis. Helaas weet ik de naam van het restaurant niet meer, anders kon ik het aanbevelen. Met wat vertraging (sommigen zijn niet zo snel met het controleren of de rekening wel klopt) raakt de bus weer vol met concertgangers. “Ludwig, here we come”! We rijden terug globaal in de richting vanwaar we kwamen en staan in een buitenwijk aan de rand van de stad algauw voor een modern aandoend theater- c.q concertgebouw. Naast een gouden beeld is de ingang.DSC_1144Het is erg druk met auto’s en bussen die hier hun lading komen lossen. In de hal van het gebouw moeten we een tijdje wachten tot de deuren opengaan. Ik sta even te praten met David van de “Strømhella” (voorheen de Jantine IV) die zegt dat ie wel degelijk last had van elektrolyse in zijn kielmidzwaard en dat ze het moesten dicht- of oplassen. Hij zegt dat het komt doordat hij naast de stalen “Zephyr” lag en omdat het water in de haven waarschijnlijk zuurhoudender is dan wenselijk voor een aluminium schip. David is zeker geen domme man maar of ie in dit geval gelijk heeft? Ik hoop maar van niet want zoals sommigen onder u wel weten is onze boot ook van dat spul gemaakt. Ik voel nu erg de drang om onder water te gaan kijken of mijn kielmidzwaard er nog zit. Verdikkie. Nou ja, ik moet toch naar beneden om de aquatische groentetuin te wieden. Iets na achten gaan de deuren open en dromt het volk naar binnen. Nu het graties is komt de zaal natuurlijk helemaal vol. Omdat ik mijzelve inbeeld lichtelijk claustrofobisch te zijn in het gezelschap van heel veel mensen (dat heet anders geloof ik) en na een maaltijd doorgaans last heb van hoogenergetische werkingen met sterke gasvorming in het inwendige verkies ik liefst een plaats aan het gangpad. Cees wil vanwege de akoestiek in het midden zitten en ik ben zo gek niet of ik laat me meetronen. Gelukkig komen we niet helemaal in de midden te zitten, maar toch zijn we aan alle kanten omringd door mensen. Ik doe een stoelendans met Ingeborg omdat de kerel ter rechterzijde me niet bevalt. Ingeborg wel blij want mijn stoel is beter, zakt niet zo door. Ik zit nu naast Anneke. Bijna onmiddellijk wordt mijn rugleuning wippend naar voren geduwd. Hoe is het mogelijk! Helemaal niemand zie ik met zijn knieën tegen de leuning vóór hem of haar, maar ik heb nu uitgerekend een kerel achter me zitten van twee meter lang of daaromtrent. Dat verzin je toch niet? Anneke biedt meteen aan met mij te ruilen. Hop, daar ga ik weer. Nu zit ik naast Cees die al enige tijd met een Bulgaar aan zijn andere zijde genanimeerd in gesprek is. Er zit geen rem op de man (de Bulgaar bedoel ik), zo lijkt het wel. Anneke maakt zich bezorgd om mij. Gaat het wel goed met je? Ik vertel Anneke van mijn gastechnisch probleem. Oh, zegt ze, dan laat je ze toch gewoon vliegen? Die Ann toch, zo makkelijk. Dat moet dan telkens wel gebeuren precies tijdens een paukenslag, bedenk ik me. Misschien niet zo’n gek idee; die komen nogal veel voor in dit stuk. Ik probeer me over te geven aan hetgeen komen gaat. Anneke en ik maken foto’s van een leeg podium.

Lege stoelen

Lege stoelen

Werkloze bassen

Werkloze bassen

De zaal zit barstensvol. Het duurt nog bijna drie kwartier voordat de spelers keurig uitgedost het veld opkomen. Ook het koor komt direct op. Zij dragen een soort koorknapenjurk. Als het zover is neemt het applaudisseren ongebreideld een aanvang. Ik wacht wel tot na afloop, dan valt er tenminste wat te klappen. Eerst gaat de concertmeester de hele club laten stemmen, waarna wederom onder stevig applaus de jeugdige dirigent plaatsneemt op zijn podiumpje. Hij tikt af en daar gaan we hoor, het voor mij enigszins ondoorzichtige, somtijds wat luidruchtige, doch meestal melodieuze domein in van De Negende van Beethoven! Toch wel mooi hoor. Het is verbijsterend hoe één man die ook nog eens hartstikke doof was, zoveel kloppende nootjes voor zoveel instrumenten die samen moeten spelen bij elkaar kon componeren! De dirigent doet vreselijk zijn best en wipt soms van enthousiasme bijna van zijn podium af. Af en toe beluister ik omdat ik, in tegenstelling tot Beethoven, ook al zal Ingeborg anderszins willen beweren, nog niet helemáál doof ben hier en daar een onzuiverheid, maar een kniesoor die daar op let, dus heb ik het er niet over.

We zijn flink onderweg

We zijn flink onderweg

Er blijft kennelijk heel wat aan de strijkstok hangen

Er blijft kennelijk heel wat aan de strijkstok hangen

De zware jongens

De zware jongens

Het applaus wordt in ontvangst genomen

Het applaus wordt in ontvangst genomen

Ze zijn vreselijk enthousiast en geïnspireerd aan het spelen. Een volle zaal doet natuurlijk wat met je. Vier solisten komen tussen twee delen door het podium op, die mochten backstage wachten. De apotheose komt natuurlijk aan het eind met het liedje: “Alle Menschen werden Brüder”. Geweldig. Kippevel! Het orkest, de solisten en het koor halen alles uit de kast. Wat een feest! Maar er komt een eind aan; ik denk al aan de dodemansrit in het donker, terug naar Finike. Als de dirigent zich omdraait naar de zaal is het afgelopen. Het applaus is oorverdovend. Nu doe ik ook mee. Bravooo! Hoeraaa! Bis, bis! Dat bis lukt natuurlijk niet met Beethoven, daarvoor moet je bij Hazes wezen, alhoewel.… Iedereen op het podium wordt onder daverend geklap in het zonnetje en/of in de bloemetjes gezet. Eentje gooit zelfs zijn bloemen de zaal in! Sjonge, jonge, dat is me wat! Uiteindelijk versterft het applaus en iedereen keert terug naar de realiteit van het moment: hoe kom ik buiten? Schuifel, schuifel en daar staan we in de drukte op de bordessen van het concertgebouw. Ondertussen vertel ik Cees het verhaal van David over de aantasting van diens aluminium. Volgens Cees klopt dat verhaal niet, het lijkt mij ook vergezocht, maar toch? Hij stelt mij maar ten dele gerust. Je weet het nooit. Ik ga het onderzoeken. Op naar de bus. Onderweg kan de gaskraan open, een beetje uit de buurt van mensen. Daar staat de bus. Oh Jezus, zeg ik tegen Ingeborg, nou moeten we dat hele eind terug en het is stikdonker. Zeikerd, zeur niet zo, zegt zij (5 x “Z”: als u wilt mag u uit de gevangenis). De rit terug is zoals ik vreesde: vreselijk. Donker, hobbelig, slingerend, Airco uit, dus benauwd. Ik zit af en toe zowat te hyperen en krijg pijn in mijn kont van het draaien op mijn portemonnee. Hoe die mensen om me heen rustig kunnen zitten lezen of slapen is mij een raadsel. Het raam beslaat omdat er geen ventilatie is en dat maakt het helemaal lollig. Jemig, waarom trap ik er toch steeds weer in?! Ingeborg zit rustig in mekaar te donderen van de slaap maar ik hou haar wel wakker, dat is mij toevertrouwd. Ik trek onderweg mijn wandelschoenen uit om te voorkomen dat er brand uitbreekt. Voor mijn omgeving beheers ik mij, maar ik zou wel even ergens tegenaan willen slaan, de chauffeur misschien? Na twee slopende uren bereiken we te 24.00 uur de jachthaven. Aaaaaaaaah, wat een genot de benen te kunnen strekken! Bedankt! Tot ziens! Het was leuk! (Dat was het echt, dat meen ik!) Iedereen gaat zijns weegs. Beladen met potjes TAT en een HP printer struikelen we vermoeid de kajuit binnen. Ik zuig in 20 seconden een Mythos naar binnen, we toiletteren, we poeten de tandjes en voor we erg hebben liggen we tussen de klamme lappen. Nu is alles goed.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

2 reacties op Vrijdag, 4 april 2014

  1. nicht zegt:

    Enkele vermelde neurotische trekjes zijn mij niet vreemd (bijv. demofobie) maar na dit gelezen te hebben valt het kwartje: het zit gewoon in de familie… 😉

    Like

    • wingiv zegt:

      Tering! eh, ik bedoel: verdikkie, ik heb het opgezocht. Dat is erg zeg! Heb ik dat echt? Gotsamme, ik bedoel: jeetje! Neen, zo erg kan het niet zijn. Bedankt voor de bewustmaking, nicht! Hier kan ik wat mee, wat weet ik nog niet.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s