Zondag, 27 juli 2014

Preveza 6

Tien over zeven, mooie tijd. We gaan naar Nikopolis fietsen. Nikopolis. Leuk hoor! Fietsjes inladen in het bootje en dan gaan we fietsen. Eerst even eten. We zijn net opgestaan. Acht uur. Heb je het koordje? Ja, zit al op het motortje. Heb je de portemonnee? Mobieltje? Nee, die niet, da’s een goeie van jou, zeg! De goeie sleutels? Heb ik hier. Fototoestel? Ja. Voice-recorder? Check. Boodschappenkar met dieselcan erin? Touwtje? Zit in de tas. Je verstand? Da’s vragen naar de bekende weg. Ik stap in het bootje dat al langszij ligt bij de boeg. Ingeborg tilt de tassen met de fietsjes over de reling, vervolgens de kar met can en tenslotte zichzelf. We varen naar het strandje. Ik geef tegenwoordig niet meer zoveel gas want op een bepaald punt gaat de motor loeien en dan lijkt het of de voortstuwing minder wordt, dan slipt er ergens binnenin het motortje iets, denk ik. Wat zou dat nou weer wezen. Afijn, als ik minder gas geef komen we evengoed vooruit en indachtig het adagium van Hans van de “Lowlander”: “je moet pas iets repareren als het kapot is”, kom ik er maar niet aan. Akkoord, Nikopolis dus. De fietsen klappen we aan de kant open, na de rubberboot op het strand gehesen te hebben, naast een Grieks gezinnetje van vader, moeder, dochtertje en zoontje. Pa vist, Ma ligt in de opkomende zon (het is kwart over acht sogges) en de kindertjes smijten met hun schepjes grind in het rond. Tja, het is zondag nietwaar en dat kan je mooi nog effe doen voor je naar de kerk gaat/moet. Als ons bootje straks maar niet vol zand en grind ligt. Heerlijk om met de “losse bak” (= zonder oplegger) te fietsen. Na honderd meter moet ik stoppen om het zadel ietsjes lager te zetten want mijn ballen moeten het ontgelden. Hop, daar gaat ie weer. Er zitten veel vissertjes met hun hengeltjes langs de kant. De kustweg kan ik langzamerhand wel dromen, ik ken elke hobbel en elk kuiltje en dat zijn er wat, hoor! We slaan linksaf de verbindingsweg op, langs de onduidelijke militaire installaties (ook nu staat er een knul met een knalgeweer in het hokje naast het hermetisch gesloten hek) en nemen nu de doorsteek achterlangs de Mazoutis supermarkt, dat scheelt een klein stukje. We krijgen het langzamerhand door hier. Over de brede stoep peddelen we naar het noorden. Bij de Lidl wil Ingeborg stoppen. Hij is dicht hoor, Ing, het is zondag! Kan me niet schelen, ik krijg pijn in mijn kont, zegt Ingeborg. Ik moet eerlijk zeggen: ik heb ook last, mijn zadel staat iets te schuin omhoog aan de voorkant en ik heb geen gereedschap in mijn rugzak om dat te verhelpen en dat inspireert mij tot het volgende gedichtje:

Beurse ballen
en een kapotte kont,
wie had gedacht
dat het, ter hoogte van de Lidl,
er al zo slecht voor stond!

Op het geheel lege parkeerterrein van genoemde supermarkt (ja, ik blijf aan de gang!) liggen twee honden te maffen.

Even stoppen

Even stoppen

De honden van de Lidl

De honden van de Lidl

Het zijn dus echt zwerfhonden die daar hun domicilie hebben gekozen, we hadden ze al eerder gezien, rondhangend bij de in- en de uitgang, met hun zielige ogen opkijkend naar de klanten die in- en uitlopen. Ik zeg tegen Ingeborg dat ze moet fluisteren terwijl we foto’s staan te maken, anders heb je straks die arme zielen aan je kont hangen, helemaal naar Nikopolis en dat kunnen we er niet bij hebben, met die zadels. Onopgemerkt door de slapende vlooibalen peddelen we verder. Direct na de Lidl versmalt de weg, in die zin dat de brede stoep opeens ophoudt. We moeten heel voorzichtig fietsen, zo dicht mogelijk langs de kant om de diverse kamikaze-piloten die langs ons razen van het lijf te houden. Al snel komen we bij een stuk Romeinse muur, of poort als deel van de omwalling van het oude Nikopolis. We stoppen en lezen het bord dat in de berm staat. Het moet een indrukwekkende vesting zijn geweest.

Resten van de Romeinse muur

Resten van de Romeinse muur

In de verte kunnen we de resten van het theater zien en aan de rechterkant zien we de Amvrakikos Kolpos. We zijn enorm onder de drukinkt. Met gevaar voor eigen leven zeilen we door een bocht naar beneden en aan de overkant van de weg is een ingang naar een heleboel oude stenen die daar in het rond liggen! We stappen af en zetten onze fietsen onder een grote tamme kastanje, lekker in de schaduw, naast een Nederlandse Skoda (goeie morgen! ook goeiemorgen!) zodat we straks goed gekoeld verder kunnen fietsen. We dwalen over de site en maken veel foto’s, vooral van de mozaïekvloeren. Dat hadden we niet verwacht, die mozaïekvloeren. Mooi hoor!

Daar staan onze feitjes, onder de kastanjeboom

Daar staan onze fietsjes, onder de kastanjeboom

We gaan mozaïeken fotograferen

We gaan mozaïeken fotograferen

Nog meer resten

Nog meer resten

Mooi zaïek

Mooi zaïek

Detail

Detail

Detail

Detail

Een stuk van een Romeinse straat

Een stuk van een Romeinse straat

We komen de Nederlanders van de Skoda (een prima auto, Volkswagen eigenlijk, daar niet van) ook steeds tegen. De kindertjes van het jonge stel hebben veel meer trek in ijsjes dan in oude stenen en lopen dan ook constant te jengelen. Geef ze eens ongelijk. Ingeborg en ik zijn “grote mensen” en wij lopen zeer geïnteresseerd door de ouwe zooi heen en weer. Onvoorstelbaar zoveel als er stuk is! Daarentegen vind ik het erger dat men probeert dingen na te bouwen, zoals het geweest moet zijn.

Hier hebben ze recent van alles aan elkaar geplakt met cement

Hier hebben ze recent van alles aan elkaar geplakt met cement

Alles is kapot

Alles is kapot

Ook hier staat geen steen meer op de andere

Ook hier staat geen steen meer op de andere

Detail

Detail

Het riool?

Het riool?

Het heeft wel wat

Het heeft wel wat

Nog een stuk(ke) muur

Nog een stuk(ke) muur

Is ie fraai, or what?

Is ie fraai, or what?

Ik begrijp dat dingen moeten worden geconserveerd, maar reconstrueer niet te veel want dan is het niet “echt” meer. Hier en daar wordt de schijn opgehouden dat men nog bezig is met opgraving, daar getuigen dan reeds lang uitgedroogde kuilen en rood witte linten vastgeknoopt aan betonijzer van. Aan de andere kant begrijp ik ook wel dat archeologische opgravingen heel veel geld kosten, maar ik begrijp ook dat de Europese Unie daar heel veel geld voor betaalt. Ik heb nog nergens in Griekenland bijzonder drukke bezigheden gezien achter die borden met al die miljoenenbedragen.

Het is nog niet af

Het is nog niet af

Je moet niet te dichtbij komen, mag ook niet

Je moet niet te dichtbij komen, mag ook niet

Uitzicht op de Amvrakikos Kolpos

Uitzicht op de Amvrakikos Kolpos

Het moet wel indrukwekkend zijn geweest

Het moet wel indrukwekkend zijn geweest

Ach, wat kan mij het schelen (en daar gaat het dan echt fout, ik weet het, maar ik ben geen wereldbestormer). Het is mooi weer, de zon schijnt en na onze omzwervingen in en rond Nikopolis zijn we aardig bezig te verdwalen. We hebben geen kaart. We fietsen na een vergeefs bezoek aan het amfitheater en het antieke stadion bij modern Nikopolis (want het “stadium” is een weinig interessante, langwerpige met onkruid overwoekerde kuil, en het amifitheather mag je niet in wegens instortingsgevaar, het werk lijkt stil te liggen, in ieder geval in de drie maanden durende zomervakantie neem ik aan) terug langs het eerder bezochte stuk Nikopolis. We moeten af en toe afstappen want het is te steil, maar vooral te gevaarlijk om te fietsen. De weg loopt soms tussen hoge wallen van bomen en struikgewas waar je echt even snel langs moet. Soms duiken we in de berm en als de kust veilig is lopen we door. Het concept “fietspad” is voor de Grieken in de 21e eeuw net zo vreemd als de Olympische Spelen dat waren voor de Batavieren toen ze op boomstammen over de Rijn bij Lobith de drassige landen aan de Noordzee binnenkwamen. Ergens kunnen we rechtsaf slaan naar een dorpje aan de zee, Mytika (of Mytikas) genaamd of zo, ik weet het niet zo precies meer. We zien bramenstruiken rechts van ons, vlak langs de weg. We stoppen en proberen een paar te plukken maar het is te gevaarlijk met het langsrazende verkeer. Ingeborg maakt nog een paar fotootjes van een varken dat aan de overkant van de weg speelse huppeltjes komt maken, achter het hek waar ie thuishoort welteverstaan.

Deze stond hoog op de poten en knorde gezellig

Deze stond hoog op de poten en knorde gezellig

We fietsen gauw door naar het dorpje aan de Ionische Zee. We willen ergens een cappuccino drinken. We stoppen bij een hotel en een restaurant met daartegenover een prachtig uitzicht op zee, om foto’s te nemen.

Hier staan we aan de Ionische Zee kant

Hier staan we aan de Ionische Zee kant

Idem

Idem

Om een of andere reden wil ik daarna toch verder kijken of er nog mooiere taverna’s zijn om neer te strijken. Dat wordt dus niks. Op een gegeven moment vinden we een taverna aan zee, zeer idyllisch, uitermate geschikt, maar ontzettend gesloten!

Hier hadden we koffie willen drinken

Hier hadden we koffie willen drinken

Je kon er zo mooi over zee uitkijken

Je kon er zo mooi over zee uitkijken

Echt een leuk plekkie

Echt een leuk plekkie

Het elastiek is een beetje slap

Het elastiek is een beetje slap

Hier is de zee wel blauw

Hier is de zee wel blauw

en helder

en helder

Het doet gewoon pijn aan je ogen

Het doet gewoon pijn aan je ogen

We fietsen verder naar een pleintje aan zee met een hotel, maar geen terras. Mooi hoor, maar niets om even te gaan zitten. Godver. Verder maar weer. Afijn, het slot van het liedje is dat we na 25 kilometer langs door God verlaten fabrieksterreinen (één fabriek is volledig ingestort!), door semi-agrarisch gebied met rottende meloenen op rommelige veldjes en langs vuilnisbelten te 11.45 uur weer in Preveza terechtkomen. Ingeborg is een hitte-beroerte nabij en net op tijd strijken we neer op een terras aan de haven, schuin tegenover Tsoukasmarine. De cappuccino is voortreffelijk en goed op temperatuur, om van het geweldige kaneelkoekje maar niet te spreken. We krijgen er een hele fles koud water bij en die drinken we ook leeg.

Terug in Preveza, Ingeborg was aan het eind van haar Latijn, dat krijg je met zoveel Romeinse toestanden

Terug in Preveza, Ingeborg was aan het eind van haar Latijn, dat krijg je met zoveel Romeinse toestanden

Het duurt niet lang of een Roma-jochie komt bij ons bedelen. Ik schud mijn hoofd, gaan we niet doen, maar hij blijft gewoon staan. Wij negeren hem en terwijl ik met Ingeborg praat begint ie ineens rare klikkende geluidjes te maken om aandacht te trekken, terwijl ie gewoon blijft staan en ons steeds brutaler aankijkt. Het moet toch niet gekker worden! Ik word kwaad en maak hem op luide toon duidelijk dat ie moet oprotten. Het is een zeer agressief manneke. Hij loopt langzaam weg onderwijl naar ons wijzend met uitgestrekte vinger en spreekt een aantal vloeken over ons uit in zijn eigen taaltje, daar ben ik zeker van. Een paar tafels verderop probeert ie hetzelfde, met hetzelfde resultaat. Het zet een domper op de geslaagde oggend, een kleintje, maar toch. Gelaafd en verkwikt vervolgen wij onze weg naar het bootje op het strandje. Daar wacht mij het boodschappenkarretje met de dieselcan erin en Ingeborg mag lekker uitrusten in de schaduw van de bosschages. Na de ruim 25 kilometers die ik reeds heb afgelegd op een schuin omhoog staand zadeltje trap ik welgemoed langs “het gebaande pad” naar de Shell pomp waar ik voor 35 euro diesel tank. Ze beginnen me daar te herkennen, na zes tankbeurten. Ik peddel terug en vlieg zowat met 30 km per uur van de kluft af uit de bocht. Gelukkig was er op dat moment geen verkeer. Als een haas – ik ben helemaal ge-adrenaliniseerd – stuif ik met de can in het bootje naar de “Wing IV” en nog voor ik een blikje bier kan opentrekken hoor ik door het open raampje de hevelstengel al pruttelen en de knikker tot stilstand komen. Djiez, wat gaat dat snel! Hop, terug voor nog een can! Ik pak gepast geld zodat ik de rugzak met portemonnee niet hoef mee te nemen. Binnen een half uur is alles klaar. We hebben nu 240 liter in de tanks, voorlopig genoeg. Wat een gedoe! Ik moet een comfortseat uitspoelen omdat daar dieseloliedruppels op terechtkwamen. Moeten we met zijn tweeën doen, maar Ingeborg heeft nu wel het end in de bek. We moeten even rusten. Na het rusten zijn we nog heel erg druk met het opruimen van de spullen van onze expeditie en ik bel met Ma, zeker een minuut of 14, een heel geanimeerd gesprek vonnik zelf. We mailen met Rietje over wat ze allemaal moet (wil) meenemen voor ons. De harinkjes gaan niet lukken, dat lijkt haar niks, in d’r koffer. Ach, het was te proberen. Maar de kwarktaart en de gehakmiks van de Deen gaat wel lukken! Henk van de Cooky Kalik komt langs om te vragen of we zin hebben in een borreltje vanmiddag want het gaat alweer redelijk met Christine. Naar het antwoord kun je raden. Skypen met de wordpress-jongens. Het schiet niet op. Ik zoek de zink-anodes voor de schroef en de schroefas op en leg ze klaar voor morgenoggend. Dat moet echt even gebeuren want die dingen zijn op. 17.00 uur. We gaan naar de “Cooky” voor een borrel, na een uurtje de binnenkant van mijn oogleden te hebben bekeken.

Ik moest even de binnenkant van mijn oogleden bekijken

Ik moest even de binnenkant van mijn oogleden bekijken

Het was zeer gezellig. Lekkere hapjes en drankjes. Ik hoef niets meer te hebben! We hebben alle problemen van de wereld behandeld en opgelost (denk ik?). Als wij het voor het zeggen hadden! Tien over half negen zijn we terug o.d.b. Morgen ga ik duiken. Even op internet kijken. Vijf over negen. Ik zou eigenlijk moeten gaan schrijven maar daar heb ik helemaal geen zin in. Ik ga buiten lezen tot het helemaal donker is.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

7 reacties op Zondag, 27 juli 2014

  1. Gremmen Cees en Aly zegt:

    Dan weet je het nu, na al die jaren.

    Like

  2. Gremmen Cees en Aly zegt:

    Wat betreft die haringen ishet volgende mogelijk : in Nederland de haringen invriezen, goed inpakken met veel aluminium folie er omheen. Op het laatste moment in de koffer, ze blijven minimaal 12 uur koud/koel, zijn na die periode goed te eten. ( ervaringsdeskundige ).
    Kali Orexi!

    Like

  3. Nico zegt:

    Hi willem,

    Indien je bootje te zwaar is, kan de schroef de voorwaardse druk niet meer leveren en draait in zijn eigen luchtbel ipv water. Remedie, grotere schroef, langzamer varen, minder in de boot of zwaardere motor.

    Dus er is niets aan de hand…

    Gr Nico

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s