Vrijdag, 22 augustus 2014

Othonoi 2

Tien over acht, we zijn eruit. We hebben zeer sleggeslapen vannag. Ik wel in ieder geval. Kwart over vier wakker. Ik ben aan dek gegaan om adem te halen. Ik wilde een keertje de slurf eraf laten omdat het wel koel leek te worden vannag. Vergeet het maar. Ik stikte zowat, vooral toen het volkomen windstil werd. En het wobbelde en het wobbelde maar! Om gek van te worden. Het hield maar niet op. We moesten ons liggend schrap zetten om onze ventielen open te houden. Lekker hoor! Ga naar de Middellandse Zee, wordt live-aboard en laat je in je nest heen en weer rollen als een kroket. Het zout in je laken is dan de paneermeel. Ingeborg had iets minder last, heeft meer zelfdiscipline in d’r hoofd. We liggen nu nog steeds niet stil. Er wou d’r eentje vannacht tussen de “Beau” en ons komen liggen, in het stikkedonker. We hadden mekaar een hand kunnen geven. Gelukkig zag ie zijn vergissing in en ging een eind naar voren, waar ie op mijn anker ging liggen. Er was in ieder geval enige afstand. En het bleef maar wobbelen. Alles is kletsnat. De luchtvochtigheid is hoog. Boven de bergen van Othonoi hangen dichte regenwolken en boven Albanië gaat de zon op. Goedkoop land, Albanië: voor niets gaat daar de zon op. Als het zo doorgaat vind ik het vervelend dat we hier twee dagen moeten liggen. Zondag gaat de wind naar het noorden, zie je, dus tot dan blijven we. Ik zie een stuk of zeven zeiljachten motorzeilend naar het westen varen, allemaal Italianen, de meesten, die naar huis gaan. Tien uur. Niets gedaan. Geen zin om te schrijven. Kan mij het schelen. Ik word er niet voor betaald, dus…. Beetje buiten gezeten, beetje rondkijken. Er is veel te zien, bootjes komen, bootjes gaan. Cees maakt met gebarentaal duidelijk dat ie wil marifoneren. De marifoon doet het nu wel, vlekkeloos. Ik snap er niets van. Blijven we? Ja, we blijven, niet dan? Die deining zal wel afnemen. Ik ga met fotootjes rommelen, klaarzetten voor het verhaaltje van gisteren. Nieuw bureaublad ingesteld: het platteland rond het dorpje waar Joop en Meta wonen. Erg mooi daar. Af en toe lazer ik zowat van mijn bankje achter de kaartentafel. Tijd voor koffie. Ik ga even lezen buiten, in een hoekje van de kuip, gesteund door kussens in mijn rug, want ik wor een beetje zeeziek. De zon schijnt, de wind is nog steeds zuidelijk en er staat een flinke deining de baai in, komt gewoon vol van zee binnenrollen. Dit hier is voor gevoelige zielen als ik een weinig plezante ankerplaats. De objectiviteit gebiedt mij te benadrukken dat de houdgrond prima is, zelfs mijn C.Q.R – anker heeft zich (een beetje) ingegraven achter 20 meter ketting. Dat kun je overigens duidelijk zien want het is ter plaatse 3,5 meter diep en de helderheid is van zwembad-kwaliteit. Bah, wat een rotplek hier!

Een prachtig baaitje

Een prachtig baaitje

Gelukkig gaan we vanmiddag even naar de kant, de boot blijft wel liggen denk ik (op vijftig meter achter ons bevinden zich rotsen en op een meter of drie van het roer begint onderwater een rotsplateau met ongeveer twee meter water erboven, het roer steekt momenteel 130 cm diep en als het heel hard deint is het niet denkbeeldig dat het roer, als de boot gaat krabben, dat rotsplateau aantikt; daar moet ik wat aan doen), even de benen strekken op vaste bodem en op een terrasje zitten, bijvoorkeur eentje met internetverbinding. Kwart over een. Lezen. Koekeloeren. Veel mensen op het strand. Best wel leuk. Bootjes varen nog steeds in en uit. Er kwam een groot vissersschip binnen. Ik dacht eerst dat het een boot met vluchtelingen was, maar het bleek een tamelijk grote bemanning te zijn, een man of 11.

Vissers, geen bootvluchtelingen. Ze gingen water halen en passagieren

Vissers, geen bootvluchtelingen. Ze gingen water halen en passagieren

Het was niet eens zo'n kleintje, die voor ons neus ging liggen

Het was niet eens zo’n kleintje, die voor ons neus ging liggen

Ik hoorde later van Cees dat ze met een grote bak in een bootje naar de wal gingen, die vol water lieten lopen, wel een kuub of zo, terug voeren naar het moederschip en de inhoud van de tank met een emmertje (eentje!) in de watertanks van het schip goten. Wat moet je daar nou van denken. Niks, denk ik. Cees heeft nog drie Gieg over, nu we Hellas gaan verlaten en daar mag ik wel wat van gebruiken. Dat is goed om in gedachten te houden. Maar eerst gaan we vanmiddag naar een terras; toch even kijken of ze hier wifi hebben. Ik weet niet meer hoe laat het was, maar op een gegeven moment roeiden wij met twee boten over de “zwembadboeien” die onderling met drijvende lijnen verbonden zijn, naar het strand. Door de lichte branding werd je er vanzelf op gesmeten. Hèhè, effe vaste grond onder de voeten. We zeulden de bootjes een eind omhoog, ontdeden ons van het vuilnis in de ruimschoots voorhanden zijnde containers op de boulevard (ik hoop maar dat ze die dingen leeg komen maken) en liepen langs de strandweg richting het haventje.

Onze bootjes op het strand

Onze bootjes op het strand

De Griekse vlag, fier wapperend aan de boulevard. We zullen het missen

De Griekse vlag, fier wapperend aan de boulevard. We zullen het missen

Veel restaurantjes. De meesten dicht. Onderweg zagen we een kraantje waar we het zand van de voeten konden spoelen. Het water bleef warm totdat de laatste van ons klaar was. Ingeborg drong voor bij Cees, die geduldig in onze kleine rij stond te wachten. Verontwaardigd, dat ie was! Ingeborg had het helemaal gedaan, bij hem. Bij het haventje gingen we onder een boom op een bankje zitten. Cees en Ingeborg praatten niet meer met elkaar. De hitte maakte ons melig, denk ik, want heet was het.

Ze zeggen niks meer tegen elkaar

Ze zeggen niks meer tegen elkaar

Zie je wel? Ze praten nog steeds niet met elkaar

Zie je wel? Ze praten nog steeds niet met elkaar

Ik praatte wel met Cees. We hadden het over de twaalfde eeuw, de eeuw van koningin Eleonore, Hendrik II, Lodewijk VII en Richard Leeuwenhart. Man, dat waren nog eens tijden. Wij zagen duidelijke parallellen met wat er nu gebeurt in Irak met het I.S.-Kalifaat (terug naar de Middeleeuwen, jongens!) en in het Rusland van Poetin de Verschrikkelijke: “l’Histoire se répète”. Ann dwaalde ondertussen foto’s nemend rond over het haventerrein. Toen ze terugkwam gingen wij op het enige terras zitten dat open was.

Hier konden we pottekijken

Hier konden we pottekijken

Haventje van Othonoi

Haventje van Othonoi

We zijn aan het stappen

We zijn aan het stappen

Het is zo lekker en gezellig dat terrasleven

Het is zo lekker en gezellig dat terrasleven

Iedereen hield siësta, heel slim voor een horeca-tent om zoiets te doen. We dronken biertjes, Cees at een Saganaki, en ik trachtte tevergeefs mijn stukkies op de weblog te zetten. De wifi was waardeloos. Ingeborg en Anneke dronken anderhalve liter water. We zagen steeds meer boten, zonder uitzondering Italianen, de baai in komen. Het werd onwaarschijnlijk druk.

Ing stapt parmantig over het strand met d'r Afghanistan hoedje, Ann volgt

Ing stapt parmantig over het strand met d’r Afghanistan hoedje, Ann volgt

Da's niet eerlijk!

Da’s niet eerlijk!

We stoten af van het strand

We stoten af van het strand

Te 17.00 uur waren we terug op de boot. Het is inderdaad druk om ons heen geworden. In totaal liggen er nu 17 jachten voor anker! De vissersboot gaat er vandoor. Even later komt met veel toetergeweld een soort ferry de haven binnenvaren. Hij heeft ruimte zat maar loopt toch te schreeuwen en te schelden tegen een jachtschipper die in de monding van de baai ligt. Iedereen staat te kijken en geniet volop van de consternatie; eindelijk gebeurt er eens wat! Helaas duurt het niet lang.

De boze ferry

De boze ferry

Ruimte zat

Ruimte zat

Uitladen en inladen

Uitladen en inladen

We gieten 5 liter rode wijn uit een pak Apelia in plastic flessen en zetten deze in de koelkast. Saves eten we een stukje Emmenthaler en een beetje sjips. Vijf over negen. Nu ga ik schrijven. Ingeborg zit te puzzelen, eerst zat ze te lezen maar als ik ga schrijven komt de iPad (mijn boek) vrij, dan kan ze puzzelen, ik heb de hele tijd zitten lezen maar nu kan zij puzzelen, brabbel, brabbel, blabla. Het is donker nu. Benieuwd hoe het gaat vannag met al die boten dicht bij elkaar. Vijf over half twaalf. Ingeborg ligt in bed. Ik ben klaar met stukkie schrijven: 21 augustus heb ik gedaan. Nog even gauw mijn haar wassen want ik wor gek van de zoute jeuk op mijn harses. Ingeborg moet mijn kop maar weer eens scheren. En de boot, zij wobbelde voort, god, wat wobbelt zij (voort). Gek wor ik ervan! Ik zal er nooit aan wennen. Stikdonker is het. Zondag is het nieuwe maan, geloof ik, dan steken we over, naar Crotone, een nacht doorvaren, bij nieuwe maan, vat je hem? (dus niet volle maan, maar nieuwe maan, met andere woorden: geen maan). Na nog een keer omvallen vanwege het wobbelen wordt het tijd om naar bed te gaan, geloof ik. Het was een fijne dag in de baai van Othonoi.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

4 reacties op Vrijdag, 22 augustus 2014

  1. Peter en Metty zegt:

    Fijne oversteek later. Wij morgen duiken bij Vasiliki. Groet P en M.

    Like

  2. Schouten zegt:

    Hier in ons dorp staat een heel mooi huis .
    Daarin is het leven een stuk gemakkelijker .

    Groetjes Jan (as opa ) en Frida (as oma )

    Like

    • wingiv zegt:

      Hee, ouwetjes! Hoe staat ie? Hier wobbelt het inderdaad! Maar nog even en dan zijn we weer thuis. Gaat alles goed met de kleine, kunnen jullie het een beetje aan? We willen er alles over horen straks! Gr. W & I

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s