Woensdag 27 augustus 2014

Crotone – Rocella Ionica

Dag Datum Wind Weer
Woensdag 27  augustus 2014 ZW – W 0 – 5 Bf, later afnemend tot 2 Bf Zonnig
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
06.00 uur 19.00 uur 9462,1 (tri 75,4/tra 63,9) 4459 u 50 min. (7 u en 30 minuten)

Goedemorgen, het is 27 augustus 2014. We staan voor de tweede keer op. De eerste keer was te 01.45 vannag toen we door twee oorzaken wakker werden: we hadden een droge bek en buurman vertrok, die met die halve Nederlandse. Hij was er vroeg bij. Zij gaan ook naar Rocella, maar nemen het zekere voor het onzekere: ze verwachten harde wind overdag en dan willen ze maar zo ver mogelijk wezen. Nu is het half zes, nog schemerdonker. Zachies doen we de voorbereidingen voor vertrek. Kwart voor zes tik ik op de boeg van de “Beau”. We gaan hoor! Ja, goed, wij gaan ook! Te 06.00 uur bevinden wij ons goed en wel buiten de pieren, op weg naar de eerste kaap: Capo O. Colonne, recht voor ons – dat is meestal zo, hè, als je naar een bepaald punt toe vaart; dan is ie recht voor je – deze keer een vertrek zonder zenuwachtig gedoe. Heel gedisciplineerd, heel deskundig doen we zwijgend ons werk: de stootwillen binnenhalen, de landvasten opruimen, de zeilhuiken verwijderen, de giek in het midden zetten, het bijbootje vastsjorren. De zee is vooralsnog glad maar begint hier en daar al te rimpelen. Iedereen weet toch dat het spreekwoord luidt: “in het ochtendgloren wordt wind geboren”, zowel in de boot als erbuiten. Als ie uit de verkeerde richting gaat waaien mag ie wat mij betreft wegblijven, zodat we een beetje netjes door een glasplaat snijden. Maar goed, dat heb je niet voor het zeggen, we moeten het afwachten. Wie weet liggen we vanavond wel weer in Crotone. Cees en Anneke zijn ook vertrokken; ik zie hen naar buiten komen. Er varen nog drie boten dezelfde kant op. Tien voor half zeven. Het begint een beetje te waaien van voren. Ik trek meteen het grootzeil omhoog met een reef erin als voorzorg, je weet maar nooit. Daar komt Ingeborg met het fruithapje! In mijn hemdsmouwen sta ik op de kajuitbank naar het oosten te kijken waar de zon prachtig opkomt. Het ziet er allemaal heel lieflijk uit (nog). We laten aan stuurboord langzamerhand de bebouwing op de tamelijk kale kust achter ons.

De "Beau" komt er ook uit

De “Beau” komt er ook uit

Zonsopgang

Zonsopgang

Capo O. Colonne

Capo O. Colonne

Idem van de andere kant

Idem van de andere kant

Kwart over acht. Ik heb een tijdje zitten lezen in “Eleonore”, er komt maar geen end aan haar belevenissen! Ingeborg zit aan bakboord met haar rug tegen het kajuitschot (nu al) te slapen. Dat vindt ze zeker lekker. We varen nog steeds op de motor, wel met steeds meer rimpeltjes op het water. Er staat een rare wind die volgens de windwijzer kennelijk van bakboord inkomt maar toch staat het grootzeil bol naar bakboord. Dat kan niet. Ik realiseer me dat de windwijzer een miswijzing vertoont. Hoe kan dat nou weer. De windset op de masttop ziet er ok uit. Als in Frankrijk de mast eraf gaat moet daarnaar gekeken worden. Nu moet ik er maar mee leren omgaan. We zijn bijna bij Capo Rizzuto en dan steken we de grote Golfo di Squillace over. Half negen. Het begint te waaien uit het zuidwesten, daar waar wij heen moeten. Dwars van en voorbij Capo Rizzuto blijkt een klotezee te staan; hele steile, kort op elkaar volgende golven, een rotzooitje. Het is onmogelijk daar op de motor tegenin te blijven boksen. Een mens kan daar maar beter gaan zeilen, zo hoog mogelijk aan de wind, voorzover de golven dat toelaten, want dit is onhoudbaar. Je moet dus een eind de zee op en een slag terug doen naar de kust. Nou zeilen dan maar. Gelukkig zat er al een reef in. Ik trek een deel van de kluivert uit (driekwart) en de kotterfok geheel. In het begin vinden wij het zeer oncomfortabel en onprettig maar na een tijdje krijg ik in de gaten dat de “Wing IV” het beste zichzelf kan sturen. Ik laat het roer los en betrekkelijk soepel zoekt het schip zijn weg tussen de golven door, loevend wanneer het kan en wijkend wanneer het moet! Er komen natuurlijk zeetjes over en de gangboorden staan regelmatig onder water maar in de kuip blijven wij droog. Half tien. De wind neemt toe tot 17 knopen met stoten tot 20 en evengoed blijft de boot hoog aan de wind zijn koers vervolgen. De “Beau” vaart inmiddels voor ons en loopt uit maar we varen even hoog aan de wind.

Het werd heftiger

Het werd heftiger

Zo skeef gingen we

Zo skeef gingen we

Klotsende zeetjes

Klotsende zeetjes

Idem

Idem

Met deze wind hielden we de "Beau" achter bij (leek het)

Met deze wind hielden we de “Beau” achter bij (leek het)

Wij raken over onze onzekerheid heen en genieten van de voortgang: 7 tot 8 knopen door het water en 5,4 tot 6,8 over de grond! Gelukkig hadden we de eerste bak koffie al op toen dit feest begon. Binnen is het een ravage. De inhoud van de stuurboords hondekooi ligt in het gangpad achter de motorkast: een koffer, 4 2-literflessen met water en nog meer troep. Laat maar lekker liggen, die bende. Het kan niet verder vallen. Komt later wel. Kwart voor elf. De wind neemt alweer af, de zee wordt ook minder. Ik vind het jammer! Het ging net zo lekker. Dit gaat niet goed, want bij licht weer zeilt de “Wing IV” duidelijk minder. De reef moet er straks uit. Eerst maar een tweede bak koffie. Dat kan nu wel. Bij zeven tot tien knopen wind lopen we nog 5 knopen door het water en 4,2 over de grond. Vanaf de start loopt overigens de stroom tegen. Laat niemand denken dat in de Middellandse Zee geen stroom staat: die kan oplopen tot wel 1,5 of 2 knopen! Je kunt er overigens niet mee rekenen want je weet, als “niet-local” nooit wanneer ie waarvandaan komt. Te 11.00 uur is de snelheid teruggelopen tot 3 knopen. Voor we weer gaan motoren wil ik eerst ontreven en het nog een tijdje proberen. Ik zie Cees richting Malta afslaan, want de wind is van west gedraaid naar zuidwest. Die blijft zeker zeilen, al moet ie de nacht door. De wind zakt meteen nog verder weg. Motor aan. Kwart voor twaalf. Motor uit. De wind neemt een beetje toe, zie je. We houden het vol tot kwart over twee. Dan is wat mij betreft de koek alweer op. De snelheid is eruit en we zeilen de Golfo di Squillace in. Dat is niet de bedoeling en bovendien wil ik voor donker binnen zijn in Rocella Ionica, met zijn verraderlijke ondiepten voor de deur. De “Beau” zit ver op zee en kan straks aan de (lichte) wind mooi Rocella aanlopen. Vijf voor half zes. De hele middag zijn we al aan het motoren. Dutten op de kuipbanken.

De schone slaapster

De schone slaapster

Ingeborg stuurt (niet)

Ingeborg stuurt (niet)

Lezen (“Eleonore” is uit). Hard motoren, zacht motoren, iets meer aan de wind, iets ruimer. Zeiltje zus verstellen, schootje zo laten schieten of aanhalen. Een zooitje is het. Bovendien zit er weer een scheur in het achterlijk van de kluiver. Het is toch niet zo’n beste kwaliteit doek kennelijk. Weer precies op de rand van de UV-strook over een lengte van een halve meter, iets onder de door Astrid gerepareerde scheur. Tel uit je winst. Dat zeil moet er vanavond dus nog af en de grote genua, die ouwe getrouwe, er weer op. Als ik die niet had! We varen dicht onder de kust. Het landschap, dat best wel fraai is, schiet aan ons voorbij.

Best wel fraai

Best wel fraai

Best wel fraai 2

Best wel fraai 2

Ondanks de afwezigheid van wind is de zee onrustig en we hotseknotsen de laatste 4 mijl op de haven af. Met een boogje varen we om de ondiepte voor de havenpier heen, de diepte loopt in de ingang terug tot 2,4 meter, maar in de haven is het diep genoeg. 19.00 uur. Pffff, we liggen. Cees en Anneke vangen ons op. Van de een vent op de steigers moesten we eerst ergens anders gaan liggen, maar hij had waarschijnlijk niet met de baas gecommuniceerd want die had met Cees afgesproken dat ik naast hem kwam liggen. Dat kwam dus in orde. Volgens de havenmeester gaat het morgen hard waaien dus moesten we de boten goed vastknopen. We betalen dus meteen maar voor twee nachten: 40 euro per nacht, maal twee is dus 80 euro. Twee jaar geleden was dat nog: 20 euro, maar toen was het een soort melkkoetje voor de politie hier en nu is het een “echte” marina, terwijl er structureel overigens niets is veranderd. We eten een heerlijk hapje met aardappels, rauwe lof, een eitje en een lapje filet van een varken dat we in de “Simply” in Crotone hebben gekocht. Lekker hoor. Na het eten bergen we de kluiver weg. Morgen doen we de genua er wel op, sogges vroeg, als het nog niet stormt. Tien over negen. We zijn moe, een beetje “cranky”. We zitten voor ons uit te staren in de kajuit. Ingeborg zit je-weet-wel te doen en ik ga in de kuip zitten, in de frissigheid. Kwart over tien. We gaan naar bed. Moe en zat (= in de zin van: genoeg hebben van).

Daar liggen we

Daar liggen we

Wat een track, hè?

Wat een track, hè?

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s