Maandag, 8 september 2014

Giardini Naxos 11

Vijf over half acht zit ik achter de computer. Heerlijk geslapen mede dankzij een inbuprofennetje tegen het disco-geweld. Ik geloof dat ik bijna onafgebroken geslapen heb vanaf 22.30 uur of zo. Lekker hoor. De zon schijnt weer. De wind komt uit het westen; we liggen met de neus naar het land en de zee is helemaal vlak en plat, geen enkele deining, geen golfje te zien. Zo heb ik het graag, een echte mooiweer-ankeraar. Dit is de elfde en laatste dag dat we in Giardini Naxos verblijven. Morgen gaan we een deurtje verder, naar Catania. Ik probeer 7 september te schrijven maar ik wor gestoord door keiharde knallen aan het noordelijke eind van de boulevard van Naxos. Eerst zie je de wolkjes en twee seconden later hoor je de knallen. Dat deden ze gisteravond ook al. Dat is natuurlijk ter gelegenheid van deze dag, de achtste september, een belangrijke religieuze dag waarop “de plechtige uitneming en eerbiedige rondgeleiding van de Heilige Maagd Maria, de Aanbevolene”, zal plaatsvinden. Maar dat grijpt zich pas vanavond te 18.30 uur af. Eerst zijn er andere festiviteiten, zoals dat geknal. We zijn er helemaal opgewonden van en gaan er vanavond met ons neus bovenop staan. Half negen. We horen en zien de fanfare reeds over de boulevard trekken. Van schrijven komt niets meer terecht; I hate it when a plan does not come together! Kwart voor negen. We gaan naar de kant. Daar komen Cees en Ann aan in hun beautje. We stappen in en met zijn vieren varen we naar ons inmiddels vertrouwde ankerplaatsje. Hop, de trap op naar de boulevard en naar het gemeentepleintje waar de fanfare net klaar is met spelen op het podium. Tien uur is er een mis in het kerkje verderop in de straat. De burgemeester en andere functionarissen, waaronder een aantal klaplopers in operette-uniformen, verzamelen zich voor het gemeentehuis en het wordt steeds drukker met toeschouwers en gelovigen waarvan velen een grote bloem bij zich hebben, een gladiool of zoiets. We maken foto’s dat het een lieve lust is, vooral Ingeborg en Anneke zijn niet te houden.

Het gemeentehuis

Het gemeentehuis

De hoogwaardigheidsbekleders verzamelen zich

De hoogwaardigheidsbekleders verzamelen zich

Je stroppie zit niet goed, jongen. De burgemeester kijkt toe

Je stroppie zit niet goed, jongen. De burgemeester kijkt toe

Nog even wachten

Nog even wachten

Daar gaat de kaars en de rest

Daar gaat de kaars en de rest

Hoge pieten

Hoge pieten

Kwart voor tien zet zich een stoetje begeleid door de fanfare in beweging om het korte stukje naar de kerk te lopen, voorafgegaan door een man die een grote kaars draagt. In het kerkje, want groot is ie niet, is SMR (=Santa Maria Raccomandata), een prachtig beeld van Maria met kindje Jezus op de arm, reeds uit de vitrine is gehaald. Er is zometeen een dienst die wij niet begrijpen natuurlijk. Het is niet zo heel druk. Hoogwaardigheidsbekleders en wat “gewone” mensen staan op het pleintje en op de trottoirs. Het verkeer gaat gewoon door. Een aartsbisschop, met zo’n paars kalotje op zijn hoofd, wordt aangevoerd (het wachten was op hem; hij stond in de drukke straat een tijdje in de file).

Daar staan ze weer, de belangrijken

Daar staan ze weer, de belangrijken

Die ene valt uit de toon

Die ene valt uit de toon

Ja, zie je wel, hij moet er toch aan geloven

Ik had toch gezegd, dat je je jurk moest aantrekken!

Je kan me de hand kussen

Je kan me de hand kussen

Nadat allen die het betreft hem de hand hebben gekust gaat het gezelschap de kerk in onder de vrolijke tonen van de fanfare die er losjes bij staat te musiceren en dat nog niet eens zo slecht! De bisschop is bij het binnentreden kwistig met de wijwaterkwast. Het volk stroomt ook naar binnen. Wij ook, wij zijn ook volk. We blijven achterin staan. De deuren blijven open. Er wordt volop gefotografeerd en geflitst tijdens de dienst, ook door de gelovigen die op de banken zitten. Nou, dan mogen wij ook. Terwijl de Aanbevolene vanonder haar gouden baldakijn tamelijk onaangedaan toekijkt ontvouwt zich de dienst. Verrek, het ploegje priesters en de bisschop komen nog een keer door de voordeur naar binnen! Hoe kan dat nou? Een mirakel! Het begint. Een priester zegt wat, de bisschop zegt wat en er wordt gezongen. Ze kunnen hier goed in de maat zingen zeg, en op toon! Cees zei later dat het een bandje was. Ik dacht al.

Het zat tamelijk vol, niet helemaal, men liep in en uit

Het zat tamelijk vol, niet helemaal, men liep in en uit

De hogepriester draagt het boek

De hogepriester draagt het boek

Je kan het zien dat ie aartsbisschop is

Je kan het zien dat ie aartsbisschop is

Het is allemaal kleurig en fleurig, heel mooi

Het is allemaal kleurig en fleurig, heel mooi

Wij horen er niet bij en gaan tijdens het zingen de kerk uit (dan is het eigenlijk al te laat natuurlijk). Nou, dat was dan weer dat. Bij de slager een eindje terug in de straat, waar we al eerder kipsnietsels kochten, kopen we nu zo’n rollade als Cees en Ann hadden, want die was erg lekker zeiden zij, en twee lappen Cordon Bleu. Op de boulevard drinken we op ons terrasje een kopje cappuccino. Anneke en Ingeborg gaan een cadeautje kopen voor iemand z’n verjaardag terwijl Cees en ik op het terras belangrijke gesprekken blijven voeren. Aan alle leuke dingen komt een eind dus als Ing en Ann terug zijn rekenen we af en gaan boodschappen doen in de twee “supers”. Ik ben zo stom in de dorpssuper dichtbij ons terras twee doosjes van 6 eieren elk te kopen zonder naar de prijs te kijken: 2,45 per doosje! Godsamme. Wederom zonder blutsen, deuken en breuken komen we in het beautje terecht en zetten koers naar de respectieve moederschepen.

Terug naar de boten

Terug naar de boten

De oggend was al leuk!

De oggend was al leuk!

Tien voor één. Het is heet aan boord: 31 graden. Luiken open en de slurf kan zijn werk doen. We lunsen warm. De Cordon Bleu is heerlijk, de kaas droop eruit. De zon schijnt trouwens nog. O, wel wolken boven Calabrië zie ik nu en ook boven de Etna, maar voor de rest: geen wolkje aan de lucht. Het wobbelen neemt helaas weer een aanvang want we liggen met de neus naar het noordoosten en tegen de tijd dat ie de hele kompasroos rond is gegaan, is het weer raak natuurlijk, de dagelijks weerkerende cyclus. Ik ga in de kuip liggen lezen en slapen, dat is zo gepiept met Ake Edwardson. Als ik wakker word liggen opeens 17 zeiljachten om ons heen. Ze zijn weer terug, de wedstrijdzeilers. Ze gaan een avondwedstrijd doen denk ik. Te 16.00 uur gaat Ingeborg snorkelen en ik ga met een schroevendraaier in de gaten van de boot poeren. De duikcilinder met ademset ligt nog in het gangboord dus ik hoef niet veel voor te bereiden. Loodgordel om (5,3 kilo om mij neutraal onder water te houden), vinnetjes aan, maskertje op en hop. Uit de puts die boven het water hangt vis ik de ademautomaat met de lange slang en ik laat me zakken; een kind kan de was doen. Het is ongelooflijk wat een biotoop in die gaten tot leven komt. In het gat van de loospijpen zaten hele oesters, die ik er met geweld uit moest bikken! Het gaatje van de gootsteenafvoer zat vol poliepen, er kwam geen end an. Al met al een bevredigende exercitie dus. Onder heftig protest (met wenkgebaren) van Ingeborg laat ik me voor de lol naar de bodem zakken om de boel eens goed vanaf zeven meter diepte te kunnen bekijken. Ik zwaai terug. Ik weet wel waar ze bang voor is: dat ik te snel stijg. Een deco-periode is op die geringe diepte niet nodig maar je moet niet te snel stijgen, in elk geval niet sneller dan de kleine luchtbelletjes die uit je automaat opstijgen, dat is een mooie graadmeter. Uitermate traag verhef ik mijzelve naar de oppervlakte; de “miraculeuze opstijging van SGR (=Santo Guglielmo Raccomandato)”. Niks aan het handje. Na het zwemmen gaan we ons voorbereiden op nog een tochtje naar de wal, voor het bijwonen van de “uitneming en rondgeleiding enz. enz.”. Die begint te 18.30 uur. Het begint te betrekken, veel bewolking vormt zich. Dat-eh, is-eh, toch-eh, minder-eh, prettig-eh, moet ik-eh zeggen-eh… zo klinkt het op de voice recorder. Ik lijk wel een schaatser die na het winnen van de 10.000 meter op de Olympische Spelen, ik noem maar een afstand, geïnterviewd wordt. Ik neem deze keer de grote Nikon mee en Ingeborg de kleine. Te 18.00 uur tuffen we met zijn vieren, nu in ons bootje, naar de ankerplaats voor kleine boten. Cees stapt eerst uit, dan de dames en ik blijf zitten tot Cees hem vastgeknoopt heeft aan het rotsblok, zodat ik hem achteruit kan trekken aan het ankertouw. Een inmiddels beproefde methode, we willen niet anders meer. In marstempo, de tijd dringt, lopen wij naar het kerkje. SMR staat reeds buiten op een betimmerd onderstel van een auto zonder motor, compleet met stuur en een zitje voor de bestuurder die achter een ruitje zit! Een priester spreekt de menigte, nu is het namelijk wel erg druk en het verkeer is lamgelegd, toe en zegent een en ander geloof ik. Na wat getouwtrek, letterlijk, zet de stoet zich in beweging en loopt tegen de rijrichting in de straat in naar het noorden. Heel veel burgers, vooral vrouwen lopen aan weerskanten van de weg en houden een touw vast aan ringen die op vaste afstanden aan het touw zitten. Ik denk: zij trekken de kar! Maar neen hoor, die wordt geduwd door een aantal mannenbroeders en bestuurt door het mannetje (het moet een kleintje zijn, kan niet anders) dat tussen de vooras zit, vlak boven de weg. Een paar jongens duwen een andere kar met een draadloze speaker-installatie voort, waaruit tamelijk luid live-gebed opstijgt en af en toe ook gezang. Ingeborg heeft gezien dat deze bijdragen worden geleverd door een priester en een mevrouw die in de stoet ergens met een microfoontje voor de mond meelopen. Geinig. Je ziet veel gelovigen meemompelen en -zingen. Er zijn trouwens twee van die karren. Heel veel mensen kijken serieus en zijn soms zelfs ontroerd, maar er zijn er ook die gezellig lopen te keuvelen op deze prettige avondwandeling mindden op de rijweg; dat zijn voornamelijk de paar operette-uniformen die nog meelopen.

SMR

SMR

Haar kan het niet veel schelen, lijkt het

Haar kan het niet veel schelen, lijkt het

Daar gaat ie jongens!

Daar gaat ie jongens!

De muziek achteraan

De muziek achteraan

De bisschop en de hoofdpriester kan ik niet ontdekken, die zitten lekker thuis aan de Aperol Spritzer. De fanfare loopt ook mee. De stoet wordt afgesloten met steeds meer mensen die zich aansluiten. We steken door een straatje naar de boulevard en gaan op een muurtje zitten. De hele boulevard is druk met mensen die genieten van het spektakel. Ook veel mensen op de balkons.

Het wordt al drukker

Het wordt al drukker

We zitten eerste rang

We zitten eerste rang

Even later: ja hoor, daar komen ze, weer tegen het verkeer in (dat er nu dus niet is) tamelijk langzaam naar het zuiden. Het begint al een beetje te schemeren dus ik ga over op de flits. Jongens, wat een feest. Tja, wat moet ik er nog meer van zeggen.

Daar komen ze

Daar komen ze

Met opgestoken vaandels

Met opgestoken vaandels

Boem, Knal!

Boem, Knal!

Ze houden een ring vast

Ze houden een ring vast

Nog een vaandel

Nog een vaandel

Daar is ze weer! Een prachtig gezicht!

Daar is ze weer! Een prachtig gezicht!

Van de overkant gezien

Van de overkant gezien

Er is tijd voor een keuveltje

Er is tijd voor een keuveltje

Jullie moeten nog 2 uur jongens!

Jullie moeten nog 2 uur jongens!

Zij ook

Jullie ook

Idem

Idem

De bevolking volgt

De bevolking volgt

De staart van de stoet

De staart van de stoet

We slenteren als de optocht in de verte verdwenen is ook naar het zuiden. De boulevard is opeens bezaaid met noten- en nougat-verkopers, maar ook snuisterijen-verkopers. Het ruikt heerlijk en ik koop voor 8 euro een zakje verse suikerpinda’s, die beter smaken, het moet gezegd, dan die van de Deen!

Hij brandt zijn noten terplekke

Hij brandt zijn noten terplekke

Doet u mij maar een zak

Doet u mij maar een zak

Mooie kleurtjes

Mooie kleurtjes

We kijken een beetje rond. Een ander fanfare bandje zit op het podium muziek te maken. Het volk flaneert langs. Wij stappen ten langen leste een trattoria binnen en bestellen daar vier Aperol Spritzers en ieder een creme-Cannoli. Wij, Ingeborg en ik, wilden dat ook wel eens proeven. Lang niet gek, lekker zelfs, kan ik wel zeggen. Het is gezellig druk, zowel binnen als buiten. Ik mag er niet nog één van Ingeborg. Zucht.

Een Aperolletje gaat er altijd in, een Aperolletje maakt je blij van zin

Een Aperolletje gaat er altijd in, een Aperolletje maakt je blij van zin….

Nog meer kleurtjes

Nog meer kleurtjes

Het houdt niet op

Het houdt niet op

Nou, verder maar weer, richting boot. Er is te 22.00 uur een concert, maar het is nu nog pas 20.30 uur. Dat trekken we niet. Om nog maar te zwijgen van het vuurwerk dat te 24.00 uur begint. Bovendien heb ik last van een “trekkebeen”; mijn linkerstut voelt lam aan, al sinds ik uit het bootje stapte. In de straat achter de veelhoekige kerk horen we de processie weer aankomen. Hup, nog een keer langs de kant staan en foto’s nemen. Ze zingen nu een lied dat verdacht veel lijkt op: “Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe”. Ann en ik zingen een beetje mee, want dat kennen we! Bij het “Ave Maria” haken we af. Voor ze bij het kerkje arriveren, zijn ze drie uur onderweg geweest!

Je kan hem zien zitten daaronder

Je kan hem zien zitten daaronder

De blauwe jongens

De blauwe jongens

Ze gingen dapper door

Ze gingen dapper door

Heel bijzonder allemaal, rommelig, maar daardoor wel gezellig. Het is kwart over negen en we lopen langzaam terug naar ons bootje. Mijn been doet zeer, dat is natuurlijk vermoeidheid. Onder het toeziend oog van een heleboel straatslijpers op de boulevard waden wij gevieren naar ons bootje en klimmen erin. Gelukkig schijnt de maan volop zodat we alles goed kunnen zien.

Kunnen we alles goed zien of kunnen we alles goed zien?!

Kunnen we alles goed zien of kunnen we alles goed zien?!

Doei Giardini Naxos. Dat was een waardig afscheid; “geestelijk en feestelijk” werden wij uitgeleide gedaan! Ik zet Ann en Cees af op de “Beau”. Zes uur weg morgen, vraag ik? Ja, gek! Echt niet, zegt Cees. Welterusten dan! T.o.d.b. neem ik een glaasje whisky (de anijsmelk is op) en een suikerpindaatje. Lekker hoor. Het is een heerlijke avond. Als we nog wakker zijn straks kunnen we mooi het vuurwerk zien. Elf uur. Op mijn dooie gemak heb ik de buitenboordmotor op het hek (Ing hees) en de rubberboot in de davits gehangen. Ik dee er 30 minuten over, ik kan het in vijf als het moet, maar dat hoefde niet. Het water was rustig, vrijwel geen deining, dat is morgenoggend anders, zie je. Tien over twaalf. Het vuurwerk is over. Was best wel de moeite waard, de zooi werd afgestoken op de maat van muziek vertolkt door onder andere Luciano Pavarotti en Andrea Bocelli. Netjes gedaan, hoor.

Knal flits

Knal flits

Flits, knal

Flits, knal

Daarvóór hoorden we flarden van het concert op het gemeentepleintje. Dat was een klassiek concert met een gillende sopraan. Dat ging ons zelfs hier, een kilometer verwijderd van de plaats des onheils, door merg en been. Gelukkig is ons dat op de korte afstand dus bespaard gebleven; ik heb al een lamme poot en een gescheurd trommelvlies kan ik missen als kiespijn, wat ik gelukkig ook niet heb (goeie tandarts heb ik). Ik lees, klaarwakker nu, in bed de laatste drie bladzijden van “Een zeil van steen”. Ik kom tot twee, geloof ik. Het was een fijn verblijf hier in Giardini Naxos. Zullen we niet meer vergeten (dankzij dit weblog).

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Een reactie op Maandag, 8 september 2014

  1. Linda zegt:

    ziet er allemaal weer gezellig uit! Wat maken jullie toch veel mee. En ikke strakkies ook, samen met jullie 🙂

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s