Vrijdag, 3 oktober 2014

Licata 3

Acht uur. Enzovoort, enzovoort. We gaan stofzuigen. Onder de vloerplanken, dan is dat maar schoon en kunnen we spullen daarop stapelen. Dat betekent een volksverhuizing van de troep die er nu op ligt. We blijven schuiven met van alles en nog wat. Gek wor ik er van. Maar het is nodig. Onder ons bed in de voorpunt ligt de kuiptent en de elektrische kachel. Die moeten plaats maken voor weer andere zooi die we nu niet meer nodig hebben, maar voor die switch gemaakt kan worden moeten we de hele oggend bezig zijn met heen en weer gooien. Ingeborg regelt de logistiek. Ik hoef helemaal niet na te denken, enkel orders uitvoeren. De zon schijnt inmiddels. Weer een stille naggehad; de boot ligt volkomen stil, geen enkele beweging en je hoort helemaal niets! Ik werd er wakker van, een keer of twee; tis ook nooit goed. Doodstil, alles, een dooie stad als het ware. Als je rust wilt: Licata is je ware (althans, bij de huidige stand van zaken, hoe het er over een jaartje (of twee) uitziet weet ik natuurlijk niet, kan me niet schelen ook trouwens). Het schijnt dat ze aardig wat van plan zijn hier. De hele kom binnen de pieren wordt vol gelegd met steigers. Tien over negen. Terwijl Ingeborg naar de douche was heb ik dus gestofzuigd onder de vloerplanken en deze schoongemaakt en weer teruggelegd. De basis is letterlijk gelegd. Ingeborg is inmiddels terug en ze staat koffie te zetten. Oh nee, ze kookt water met de waterkoker voor een nieuw wasje. Dat kan nu allemaal gemakkelijk. Voorlopig hebben we gratis electriek en water. Het waait frisjes en de douche was ook frisjes volgens Ingeborg. Er gaat 1 ster van deze camping af. Tien voor half elf. Klaar met stofzuigen, alles is stofvrij. Koffie gedronken (met een koekje). Ingeborg doet nog een wasje. We lopen steeds de (was)lijst met klussen door en ontdekken steeds iets wat we kunnen afstrepen, dat voelt lekker. Stofzuigen stond er helaas niet op, kunnen we niet afstrepen ook. Vijf over elf. M’n voorband (van mijn klapfiets, laat daar geen misverstand over bestaan) was leeggelopen. Ik weet hoe dat komt: het is een autoventiel met zo’n piemeltje erin dat steeds lostrilt. Met een voor dat doel aangepaste veiligheidsspeld draai ik het dingetje iets aan en met veel moeite pomp ik de band op en nu blijft ie hard. Geweldige uitvinding zo’n pomp: je trekt en duwt eraan en binnen de kortste keren is ie hard, je band bedoel ik! Ingeborg probeert de stofzuigerzak leeg te schudden. Ik neem het van haar over: met een tangetje ga ik op de steiger zitten en trek de overvolle zak leeg in een vuilniszak. We hebben namelijk slegs twee reserve stofzuigerzakken die we dus niet kunnen vinden. Ach, op deze manier gaat het ook, scheelt weer twee kwartjes. Een onvoorzien project dient zich aan: reeds geruime tijd horen we een heel vreemd getik rond de boot, net of het regent, maar dan onder water. Ik zie geen vissen of andere beesten die aan de aangroei zitten te knagen. Ik stap in het bootje en ga met een bezem onder de romp liggen poeren; ik zie niks verschrikt wegschieten en Ingeborg blijft vanaf de boot de knagertjes horen. Verdomme! Zouden de aluminiumparasieten me nou eindelijk toch te pakken hebben? Tien voor twaalf. Koelwater-kanaal van het buitenboord-motortje gespoeld met zoet water door een grote emmer eronder te hangen. Lang leve het zwemplatform!

Gas geven, knul!

Gas geven, knul!

Blobberblobberblobber

Blobberblobberblobber

Vervolgens heb ik de beschermhoes van de rubberboot afgehaald. Twaalf uur komen Cees en Anneke even langs om te zien hoe wij er bij liggen. Bakkie koffie. Gezellig hoor. Ik ga met hen mee naar de Ships Chandler om te zien of we olie kunnen krijgen voor de motor. De winkel is gesloten. Te 15.30 uur is ie weer open. Daar kunnen we niet op wachten nu. We gaan effe eten trouwens. Ingeborg is permanent, lijkt wel, bezig met wassen. Toppertje. Half zes. Een enorm gat tussen de vorige verslaglegging en nu. Ik weet het. Maar ja, wat moet je zeggen als er niks te zeggen valt. We zijn constant bezig met kleine kutklussen ter voorbereiding voor de grotere. Het is erg verleidelijk om die tot in detail te beschrijven, maar tegelijkertijd kan ik dat toch niet opbrengen, hahaha! Ik ga doorgaans toch al te ver, geloof ik. Wat dat betreft ben ik net als Harry Mulisch ( = voorheen een bekende Nederlandse schrijver). Niet dat ik mijzelf nou met hem zou willen vergelijken, maar: hoe meer lettertjes, hoe beter! Ingeborg heeft de duikspullen gespoeld en te drogen gelegd. De beschermhoes van de rubberboot heeft zij gewassen en te drogen gehangen. Hangen en drogen, afhalen, hangen en weer drogen. Anderhalf uur geleden kwam een boot naast ons liggen. Een schip onder Engelse vlag met Australische bemanning. Ik sprak uit beleefdheid de mevrouw aan en die begint me toch meteen een verhaal op te hangen over vreselijke avonturen op de Biskaje, waar ze een 100 meter lange tros van 30 mm dik in de schroef kregen en waar haar eggenoot bij het oplossen van de problemen een vingertop kwijtraakte en zij vervolgens zijn verwonding behandelde, waarna zij twee en een halve dag moest sturen om in Santander terecht te komen (met 100 meter tros achter zich aan). Begrijp me niet verkeerd: een ongelooflijk tof wijf, dat van aanpakken weet! De medische mensen aan de kant vertelden haar dat ze precies had gedaan wat onder die omstandigheden verwacht kon worden! Een sterk verhaal, maar ik zag in het voorbijgaan dat de handen van de baas inderdaad niet meer helemaal congruent aan elkaar waren! Hee, daar komt nog een boot aan, een 45 voets Bavaria Cruiser die de laatste plek naast onze buurman gaat innemen. We liggen nu allemaal tamelijk klem tegen elkaar aan. Gelukkig blijven onze buren niet lang liggen hier, ze gaan overwinteren in MdR. Ik verveel me een half uurtje en te 18.00 uur ga ik uitgebreid douchen in het sanitaire gebouw van de haven, een eind verderop op de kade. Tering, wat heet! Heerlijk! Ik sta zeker 20 minuten te soppen, tot ie koud wordt, de douche. Dat heb ik toch wel gemist hoor, sinds ik op 28 maart jongstleden uit onze eigen fraaie douchecabine stapte. Ik geef het je te doen: zes maanden niet douchen (ik hoefde zelf bijna niet meer te lopen; werd gedragen door de “beestjes”)! Te 19.00 uur tijgen wij naar een zgn. welkomstborrel in of bij het restaurant op de haven. Wie dat organiseert weten we niet, maar druk wordt het en best wel gezellig ook! Uiteraard veel Britten en Duitsers, maar wij zitten aan een tafeltje met Nederlands sprekenden: Jos en Kees, die samen een Prout 37, een caramatan, varen, Hans en Sissy van de “Lowlander” (ook een caramatan) en Cees en Anneke natuurlijk.

Happy hour

Happy hour

We maken kennis met diverse luitjes: Ine en Geert van de “Inegada”, die op hun riante catamaran wonen en een Duitse mevrouw wier naam ik vergeten ben. Aardige lui allemaal. De meesten blijven echt overwinteren, gaan dus niet naar huis; sommigen hebben dat ook helemaal niet meer, een huis. Het belooft een gezellige boel te worden hier, van de winter. Wij zullen daar niets van meekrijgen vrees ik, hoop ik, ik ben daar een beetje dubbel in. We kletsen met Jos en Kees, drinken een biertje, een watertje en snoepen van de hapjes die op tafel worden gezet. Ik geloof dat het half tien was dat we op de boot terugkwamen. Cees en Ann gingen nog ergens een snackje halen maar daar hadden wij geen zin in. Ik kijk of er post is. Niet dus. Naar bed maar dan. Het was een rare dag, even wennen zie je, in zo’n haven.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s