Donderdag, 2 april 2015

Licata 2

Als je te 20.30 uur naar bed gaat saves, dan moet je niet raar kijken als je snags te 13.00 uur wakker wordt en vervolgens te 04.00 uur nog eens. Ik hield het tot 07.00 uur uit in bed (als je samen maar plezierig ligt is het goed uit te houden), maar zette mijzelve toen maar aan het schrijven, want dat moet ook gebeuren. Ingeborg bleef nog even nasoezen, na het plezierig samenliggen. Tot 09.30 uur ben ik ingespannen bezig. Als het klaar is kan ik het niet op het net zetten want ik heb geen verbinding. De wifi op de haven doet het niet en is niet gratis ook trouwens. We moeten echt naar een TIM winkel. Misschien lukt dat vandaag. Het waait nog niet hard en de zon schijnt volop. In de boot zit ik met een dikke jas aan maar eenmaal buiten kan die uit en de trui eronder ook. Het is echt “hemdsmouwen” weer! Heerlijk!We eten wat fruit en drinken koffie met een sprits en daarna gaat Ingeborg de verfspullen zoeken die zich ergens in de bakboord hondekooi schuil moeten houden. Ik ga buiten klooien met de landvasten. De buren hebben hun lijnen op de onze belegd en ik wil de landvasten met de stalen veren vast opbergen. Het is een uitzoekerij en een getrek van jewelste. Daarna fiets ik naar Nautilhouse om de gerepareerde kluiver op te halen. Het verhaal wordt weer anders: mister Valenti komt hem over een kwartier wel langs brengen! Yeah, right. Ik koop een handvol (=5) vacht-rollertjes en fiets terug op een weer leeglopende voorband. Zucht. Die is lek. Koffie! Na de koffie zoek ik een 10 mm bout uit de voorraad op, met slotmoer, en repareer het scharnier van het zwemplatform. Daartoe mag ik het bijbootje van Ian van de “Jigsaw” gebruiken. Vervolgens gaan we samen de boot schoonmaken. D.w.z. ik spuit en Ingeborg maakt schoon. Ik verdom het om nog een borstel of spons aan te pakken want ik heb inmiddels alweer twee verwondingen aan mijn rechterwijsvinger en blijf me iedere keer weer, wat ik ook onderhanden neem, tegen die rotplekkies stoten! Gek wor ik ervan! De boot ziet er niet uit: veel woestijnzand van een “zeer fijne kwaliteit” en steeds meer “roest”-plekken; daarmee bedoel ik natuurlijk plekjes waar de verf loslaat en het aluminium zichtbaar wordt. Oh lord, wat een zegen dat het aluminium is en geen hout, staal, of glasvezel! We pompen de rubberboot op het voordek op en gooien hem te water. Het dek eronder ziet er niet uit. Schrobben, boenen.

Fijn zand, niet zo fijn

Fijn zand, niet zo fijn

Te 12.30 uur gaan we naar een soort pot-luck georganiseerd door het marina personeel, helemaal aan de andere kant van de haven. Volgens Melanie van de “Jigsaw” naast ons is er gratis gebarbecued voedsel en drinken. We gaan op de fiets. Ik probeer het nog een keer. Die van Ingeborg blijft goed, maar tegen dat we het barbecueterrein op rijden is de mijne leeg, kennelijk lek. We gaan aan een tafel zitten, kijken wat er gebeurt. We babbelen een beetje met Engelsen, maar die gaan al gauw sjeudeboelen. De barbecue moet nog opgestookt worden. We zien iedereen met borden en bestek in de weer, daar hebben wij natuurlijk weer niet aan gedacht, en de meesten hebben voor de zekerheid toch maar hun eigen drank meegenomen (van alcoholische aard). Eigenlijk hebben we hier geen zin in en feitelijk geen tijd ook hiervoor. We gaan terug naar de boot, ik lopend, Ingeborg op de fiets.

Hoedje aan tafel

Hoedje aan tafel

Daarachter zie je de sjeudeboelbaan

Daarachter zie je een heuse  sjeudeboelbaan

Dave en Ingeborg

Dave en Ingeborg

Er moet nog een hoop gebeuren voor we morgen te 08.00 uur vaarklaar liggen. Het schoonspuiten van de boot wordt hervat totdat de tuinslang bij de spuitmond barst. Toe maar, kan er wel bij. Troep is het. Dan maar zonder spuitmond. Ik haal de lijnen die de voorstagen strak hielden naar beneden. Na de schoonmaak is het hoog tijd voor onderwaterwerk. Ingeborg zoekt de duikspullen bij elkaar. Een duikcilinder hadden we al buiten gezet. Ik jurk me aan. De 5 mm Long John krijg ik met moeite aan, zo mager ben ik dus toch nog niet, godver. Ik doe op het zwemplatform de rest aan: loodgordel met 8 kilo lood, sokjes aan, zwembadvinnen aan, kap op, masker op, werkhandschoenen aan en langs de trap voorzichtig naar beneden. Het water blijkt niet koud te zijn, een graad of 18 schat ik. Ingeborg zet de kraan open en ik steek het mondstuk met slang in mijn mond en zak naar de schroef. Ik moet even zoeken voor ik hem onder groene bulten vind. Het zicht is nul, vooral als ik het plamuurmes erop zet. De boot is letterlijk een koraalrif op zijn kop. Groene broccoli hompen verbergen dikke, witte en roze koraal brokken, want kokkels kun je dat niet meer noemen. Werkelijk onvoorstelbaar! Ik zag een paar Nemo-visjes tussen het jonge koraal op de romp wegschieten. Het duurt wel een half uur voor ik de schroef aanvaardbaar schoon heb. Ik probeer nog wat van het roer af te steken, maar krijg het toch koud en het is onbegonnen werk ook. We kunnen in ieder geval morgen met een sukkelgangetje naar de werf varen. Ingeborg gaat de “losse stukken” op de steiger afspoelen en ik fiets met een tasje kleren naar de douches om daar mijn pak en mezelf af te spoelen. In de tas tref ik geen handdoek aan, dus trek ik mijn kleuren maar nat aan. Tegen dat ik terug ben is het wel droog. Half vier: koffie. Het waait nog steeds niet en de zon schijnt volop. Ik start de motor. Hij doet het onmiddellijk, zonder mankeren, geen rook, geen olie, helemaal goed! Lang leve mister Perkins. Ik zet de schroef in werking en een grote wolk aangroeisel schiet naar achteren. Ik draai het roer een paar keer helemaal van bak- naar stuurboord en daarmee is ie definitief vrij van uit stekende en in de weg zittende bloemkolen. Dat hebben we ook weer gehad. Wat nu? Oh ja, boodschappen doen. We gaan lopend met de boodschappenkar, vanwege de zachte en lekke banden. Voor dertig euro slaan we het allernoodzakelijkste in bij de Conad, want als Cees en Anneke terugkomen mogen we met hen mee in de auto naar de Lidl. We stonden niet stil bij de mogelijkheid een TIM-sim te kopen in het winkelcentrum bij de haven, want die is er namelijk wel volgens de juffrouw van de marina-receptie. Toch maar even vragen in de betreffende winkel, “Trony” heet die, een soort “Expert” of “BCC”. Een fraaie doch nurkse jongedame verwijst ons naar een collega die druk is. Jazeker, we hebben TIM ook. Mooi, we komen straks terug met de dongel. Eerst de boodschappen naar de boot brengen. Hop, meteen weer op pad naar het winkelcentrum. Daar blijkt de knul het niet zonder mijn paspoort te kunnen doen. ID-kaart is niet goed genoeg. Wat zullen we nou hebben? Dit is nieuw voor ons. Jammer is ook dat ie een uitermate krom soort Engelse woorden uitstoot, vrijwel niet te volgen. Het wordt bij het tweede bezoek (jazeker, ik moest echt terug naar de boot voor mijn paspoort, Ingeborg bleef in het winkelcentrum wachten) een uiterst moeizaam woordenspel met handen en voeten. De internetverbinding op zijn computer liet het ook afweten. Dus morgen doet de simkaart het pas. Mij benieuwen. 33 euro lichter en met twijfels over een goede afloop verlaten wij het winkelcentrum. T.o.d.b. steek ik de dongel in de computer en inderdaad, hij doet niets, behalve dan dat ie aangeeft dat ik een verouderd programma van Java moet downloaden! Nou ja, morgenochtend maar weer proberen. Vijf voor zeven saves: we zijn zo’n beetje klaar voor vandaag. Ingeborg maakt een eenvoudige maaltijd, zonder carbo’s. Het laatste wat ik doe is de rotzooi van de steiger aan boord brengen: fietsjes met lekke cum lege banden, leeggelopen stootwillen, half vergane lappen die op de ramen van de buiskap hebben gezeten, nog een stukkie landvast met verroeste veer en nog zo wat van die dingen, de steiger begon reeds op een Stiefbeen-filiaal te lijken. Het ruimt lekker op. Ingeborg gaat puzzelen en ik rommel wat op de computer of staar vanachter de kaartentafel voor me uit, me afvragend waar ik in Jezusnaam nu weer in verzeild ben geraakt. Te 20.00 uur drinken we een laatste kop koffie, zonder sprits. We hebben cola van het merk Conad, sensa zucchero (=zonder suiker), om te mengen met de James Cook rum die we voor 5 euro de fles in Griekenland hebben gekocht, weet je nog wel. Het blijft allemaal onaangebroken, we gaan nuchter te 20.30 uur naar bed.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

4 reacties op Donderdag, 2 april 2015

  1. Anneke zegt:

    Ha Willem en Ingeborg,

    Goede morgen. Staat de boot al veilig en wel op de kant? Wij vertrekken vandaag naar Trapani. We komen maandag of dinsdag jullie kant op. Dat van 10 cm boven de waterlijn is zeker een grapje Willem? gr. van Marieke en Dick, Cees en Anneke

    Like

    • wingiv zegt:

      Hoi Ann en Cees en Marieke en Dick,
      Ja hoor, hoog en droog, ging van een leien dakje. Een kant is al geschilderd, morgen de andere kant. Dat van die waterlijn was inderdaad één van mijn misplaatste grappen, je kunt rustig slapen, alhoewel, ik heb er nu natuurlijk geen zicht meer op, ik kom effe niet meer in de marina, zie je.

      Groetjes,
      Willem en Ingeborg

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s