Zaterdag, 11 april 2015

Licata 11

Kwart voor zeven. Ik ben maar opgestaan. Ingeborg ligt nog in bed. Hoe vaak ben ik al met deze of woorden van die strekking dit dagelijkse stukkie begonnen? Nog even geduld: over een kleine zes maanden is dat afgelopen. Waar was ik? Oh ja. We werden vannag te 01.30 wakker of daaromtrent, hadden dus maar zo’n 3 en een half uurtjes geslapen, of zoiets. Daarna weer in slaap gesukkeld, beetje hoofdpijn, 800 mg inbuprofennetje, altijd raak. Vandaag is er een nautische rommelmarkt, daar ga ik ook wat dingetjes verkopen. Maar eerst schrijven. Half negen. Stukje af, stukje gepubliceerd, jas aangetrokken tegen de kou. Thee drinken, sinaasappeltje, joggertje (Ingeborg kwam er uiteindelijk ook uit, zie je, anders had ik niks gehad; zelf kan ik het niet, mag niet eigenlijk). Tien uur. Het leven kabbelt voort. Ingeborg is wezen douchen. Ik kan dat maar niet over mijn hart verkrijgen in die kou sogges. Ik lees in het handboek van de motor, ik wil weten waar de gloeiplug zit, zomaar. Tegen elven gooi ik alvast de ruimte onder de kuip leeg, zodat ik straks op mijn buik naar het stuurkwadrant kan kruipen om de boel na te lopen. Na de koffie fietsen we naar de rommelmarkt bij de sjeudeboelbaan (ben er nog niet achter waar die gloeiplug zit) met onze koopwaar in een ouwe boodschappentas van de Deen. Het is er al erg druk.

Uitpakken

Uitpakken

Het is al behoorlijk druk, dat belooft wat!

Het is al behoorlijk druk, dat belooft wat!

Ik pleur mijn rommel ergens midden op het beton. Meteen komen de aasgieren er op af. Wat kost dat? De waterpomp, die ene die er nog goed uitziet, ben ik meteen kwijt voor een tientje. Onze buurman van een boot verder (naast de “JigSaw”) is wel geinteresseerd in mijn zwemtrapje, maar wil straks eerst kijken of ie wel past. Misschien valt daar nog wel een tientje te verdienen! De andere, in minder fraaie staat, waterpomp en de 300 bar 10-liter duikfles met gloednieuw netje en rubbervoet “lopen” niet zo goed, zeg maar helemaal niet.

Hier ligt mijn zielige zooitje

Hier ligt mijn zielige zooitje

Ingeborg maakt foto’s. Cees en Anneke proberen hun rode versleten rubberbootje te slijten. Dat gaat lukken, al was het maar dat ie na afloop gewoon de container in gaat.

Het rode gevaar

Het rode gevaar

Ik kijk wat rond bij de anderen. Tussen de rotzooi zitten best wel interessante zaken. Ingeborg (een slimme meid is op haar toekomst voorbereid) spoort mij aan goedkoop stootwillen te “scoren”, voor straks door het Canal du Midi. Eentje, zo’n opstapfender, koop ik voor 5 euro en een ander vies rond ding met een mooi touwtje ruil ik voor mijn aftandse waterpomp. Het is mooi weer, lekker warm in het zonnetje en we zitten lekker om ons heen te kijken. Geert van de Anegada legt ons uit waar we de kunststof BP gastanks kunnen laten vullen, hij heeft ook precies zo eentje. Gaan we doen. Te 13.00 uur zijn we terug op de boot. Een geslaagd evenement. Het trapje leg ik voor de boot van buurman neer, kan ie kijken of ie er wat mee kan. Ik stofzuig de ruimte rond de hennegatskoker (waar de roerkoning doorheen gaat, weetjewel?) en geef de moertjes op de klemmen van de stuurkabels een slagje, dat bleek best nog wel te kunnen. Voor de rest ziet het er hetzelfde uit daar als 16 jaar geleden. Met wat Houdini trucjes krijg ik het schot weer op zijn plaats en zet alle spullen terug. Deze kan van de lijst af. We eten tosti’s met ham en salami, met een kopje koffie erbij en ik ga in het zonnetje zitten. Het is praktisch windstil. In de boot is het nu 23 graden, buiten nog iets warmer natuurlijk. Het begint dus normaal te worden, zoals het hoort op Sicilië: snags betrekkelijk koud maar overdag al snel warm. Het trappetje op de steiger bij buurman is verdwenen. Goed zo, hij zal er wel mee bezig zijn. Kwart voor twee. We gaan met twee duikcilinders en de slangenset op de fiets naar de “Beau”. Dat hadden we beloofd. Cees wil zijn schroef schoonmaken en de rest inspecteren. Hij is al bezig zich aan te jurken. Cees krijgt het er benauwd van in dat strakke warme pak.

Ingeborg helpt Cees nog even verder afknellen

Ingeborg helpt Cees nog even verder afknellen

Voorzichtig Cees!

Voorzichtig Cees!

Even doorkomen

Even doorkomen

Wij worden ook moe

Wij worden ook moe

Nog even......

Nog even……

........even proberen

……..even proberen

Met te weinig lood (waarvan 4 kilo aan zijn enkels, om “rechtop” te kunnen werken) weet ie het toch aardig vol te houden. We zijn met z’n drietjes aan dek standby. Half drie gaat Anneke thee zetten, terwijl Cees nog in het water ligt. Hij is er dan wel al “voorlopig klaar” mee. Hij heeft een loodblok van zijn enkel verloren (was ineens niet meer in balans), kreeg kramp en had het toen wel gezien. De diverse gootsteentjes van dit schip lopen in ieder geval weer door! Terwijl Cees zich afdroogt en telkens om assistentie vraagt van Anneke, ga ik vervelend zitten doen over de muffin die ik, bij de thee die ik nog moet krijgen, gekregen heb. Telkens als Cees wat vraagt (handdoek, pak uittrekken, boiler aanzetten, dingen aanpakken) vraag ik ook wat: Ann, geef me een lepeltje om het papiertje uit te schrapen want mijn halve muffin zit er nog in, of: mag ik nog een muffin? Enzovoort. Het is dan verrassend te zien hoe onverstoorbaar en zorgzaam Anneke blijft en beide partijen tegelijk probeert te bedienen, waardoor Cees de kolere in heeft omdat ik natuurlijk eerst een lepeltje krijg en hij daarna pas zijn handdoek! Lache man! Lekkere thee trouwens, en lekkere hapjes ook. Morgen gaat Cees verder. We laten de fles met de duikset hier (er zit nog 140 bar in) en nemen de andere mee terug. Cees gaat mee om te kijken naar de motorurenteller in het Perkins instrumentenpaneel. Ik trek de baskist leeg, schroef de deksel van de achterkant van het paneeltje af en Cees gaat doormeten. Overal waar spanning op hoort, staat spanning op. Hij loopt de boel aan de hand van een schema uit het werkplaatshandboek na en alles lijkt in orde, ook bij de motor. Het moet dus wel degelijk in de klok zelf zitten en die krijg je zomaar niet uit het paneel (dat moet uitgebouwd worden, een rotklus) en gerepareerd of vervangen. Dat gaan we dus hier niet doen, da’s een klusje voor thuis, als de boot bij de makelaar ligt. Ik diep van onder de vloer twee blokken lood van 2 kilo elk op voor Cees, om zijn voorraad aan te zuiveren. Cees bedankt! Volgende keer doen we de boiler! Ik schroef de deksel er op en ruim de bakskist weer in. Saves na den eten (cervelaat, wortel, crackers met stinkie kaas en brie, komkommer en kuppesoep) vang ik van buurman 10 euro. Hij is helemaal blij met zijn trappetje, dat precies paste als boegtrap op zijn Helebergnassi 37. Goed zo, één stuks rommel minder aan boord. Alleen de duikcilinder gaat dus weer de hondekooi in. We zijn lekker bezig. Ik ga in de kuip verder lezen in Isabel Allende, “Liefde en Schaduw”, een echt papieren boek, om er dan achter te komen dat ik dat wel degelijk al gelezen heb. Verdomme, ik blijf aan de gang. Dan maar weer computeren. Ik kijk op “Botentekoop”. De prijzen van deze en gene Kuster A 38 gaan iets omlaag, da’s mooi als die trend zich nog even doorzet tot we thuiskomen. Tien voor half tien. Niets meer te melden. We gaan naar bedje toe.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s