Dinsdag, 21 april 2015

Sciacca – Mazzara del Vallo

Dag Datum Wind Weer
Dinsdag 21 april 2015 NW 2 – 3 Bf, later 4 – 5 Bf N Prachtig weer
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
08.37 uur 15.30 uur 9688 (trip 27,3/track 30) 4497 uur en 36 minuten

Na een verkwikkende nachtrust (not) van 09.30 uur tot 00.30 uur hoor ik allerlei geluiden: schrapende schalmen van een krakende ketting, ruizend rumoer rond de romp en een rammelend roer. Hoe kun je daarbij nog slapen? Waarom zou je nog willen? Klimt er iemand aan boord? Uit het dekluik kijken. Allemaal verbeelding. Ik hoor ook de bilge pomp af en toe aanslaan. Da’s geen verbeelding, maar ook geen zuivere koffie. Ik moet toch naar de w.c. dus ik kan net zo goed even kijken. Ja hoor, met mijn nieuwe zaklamp schijn ik op een glimmend kolommetje water van, na proeving, zout gehalte. Het is weer zover. De hennegatskoker heeft water binnen gelaten. Alle zware spullen moeten naar voren worden gesjouwd om wat hoger te liggen van achteren (loodgordels, zeil uit de hondekooi, dat soort dingen). Dat komt wel als het weer licht is. Kwart over zes. Ik ga er uit, schrijven aan 19 april. We liggen ondanks de windstilte nog enigszins te wobbelen en te deinen, maar dat moeten we voor lief nemen. Kwart over acht. Het stukje is af, ik heb zelfs foto’s voor 20 en 21 april klaargezet. Ingeborg heeft prachtige plaatjes gemaakt van de zonsopgang en van mij aan de kaartentafel.

Zo glad als een spiegel

Zo glad als een spiegel

Idem

Idem

Ik kan weer aan het werk

Ik kon weer aan het werk

De zware “stukken” zijn ook al naar voren gebracht, dus we zijn aardig op gang gekomen. Vijf voor negen. We tuffen de baai bij Sciacca uit. Er is praktisch geen wind. Het anker kwam probleemloos omhoog, dat mag ook wel met zo’n mooi relais ertussen! Het grootzeil heb ik alvast gehesen, voor als er wind komt. Wat er aan wind staat komt uit het noordoosten.

Dag. Sciacca

Dag. Sciacca

Mazzara del Vallo is ons doel vandaag, 26 mijl verderop langs de kust. Daar gaan we de harde zuidenwind afwachten die donderdag komt, de “shelter” is daar “excellent”. Misschien is het er wel leuk. Het schijnt de grootste trawlerhaven van Italië te zijn, volgens Rod Heikell dan, maar die info is inmiddels 10 jaar oud. We gaan het zien. Zeven over negen gaat de motor uit. De lucht is helemaal stralend blauw, alleen in het noorden boven land wat wolkjes. We zeilen bijna parallel aan de kust, hoog aan de wind. Als we deze koers zouden blijven aanhouden de komende twee dagen belanden we in Hamamet in Tunesië.

Recht op Tunesië af

Recht op Tunesië af

Gaan we niet doen. De boot loopt rond de 3,5 knopen, af en toe 4. Het gaat lekker zo. De wind zou inmiddels al wat krachtiger moeten zijn volgens de verwachtingen, maar helaas. Straks maken we maar weer een klapje kust. We hebben al een kopje koffie achter de kiezen waarvan er overigens eentje bij mij ontstoken is vrees ik. Wat nou weer? Ik wil het even aanzien voor ik naar een chirurgico dentista stap. Het is nog uit te houden. Tien over tien. De wind krimpt, we zeilen nog meer van het land af. De zon schijnt. Ingeborg leest in een Elsevier, die krijg ik straks.

Lezen in de kuip

Lezen in de kuip

Parallel aan de kust

Parallel aan de kust

Hoedje 1

Hoedje 1

Hoedje 2 (lachen als een boer met kiespijn)

Hoedje 2 (lachen als een boer met kiespijn)

Kwart over tien. We zijn overstag gegaan, die wind kromp mij te veel en over de andere boeg zeilen we soepeler. De zee is rustig, geen golven, beetje deining. De wind is ook minder geworden, maar ik hou nog even vol. Tien voor elf. Weer een extra velletje aangetrokken. Kreeg het koud achter het roer, koude armpjes. Ik heb nu drie lagen met lange mouwen aan. Het moet niet gekker worden. Achter de buiskap is het heet en aan het roer dus duidelijk niet. We zijn hemelsbreed niet veel opgeschoten. Vijf voor elf. De wind neemt ineens toe tot 10 knopen en ik kan het roer loslaten, want het schip stuurt zichzelf. “En daar is de koffieeee!” Lekker hoor, met een sprits van de Lidl erbij.

Monteren maar weer

Monteren maar weer

Prachtige luchten

Prachtige luchten

De boot naar achteren gezien

De boot naar achteren gezien

Een minuut of twintig later krijgen we een soort windcircus: krimpen, ruimen, krimpen, ruimen, van voren, van achteren, van links naar rechts, ik wor er draaierig van. De wind weet niet wat ie wil. Het ene moment klapperen de zeilen en dan weer stuiven we er 40 graden hoger aan de wind dan zoëven met 5 knopen vandoor! De vreugd is dus van korte duur. Onder de kust is de wind weg en de Perkins mag weer; 11.48 uur gaat ie aan. De wind is recht op kop, what else. Neemt wel af tot bijna niks. Nabij Capo Granitola trekt de wind weer aan en neemt de golfhoogte toe en de lengte af; het wordt wat knobbelig. Typisch “kaapwater”.

Hallo Capo Granitola

Hallo Capo Granitola

Te 14.30 uur zijn we om de kaap heen, maar vanwege het landeffect blijft de wind recht van voren komen. In de verte is Mazzara del Vallo reeds te ontwaren. De wind is nu een stuk sterker: tussen 10 en 16 knopen en de golven blijven bonkig. Het is inmiddels een stuk warmer geworden, de lagen kunnen afgepeld. Een echte zeiler zou kunnen gaan zeilen, maar de zee is mij te kort en kruisen hebben we geen trek meer in, maar dat was al bekend, dachten wij. In een rechte streep varen wij op M. d. V. af. Nog een mijltje of vijf vanaf de kaap. Tien voor half vier. We varen nu een plat, lichtgroen gebied van water in, op de betonnen pieren van deze haven met zijn excellente “shelter” en zijn grote trawlers af.

Een stukje Mazzara del Vallo

Een stukje Mazzara del Vallo

Op de pieren af

Op de pieren af, naar het platte, groene water

Het grootzeil was al naar beneden en ruimschoots op volle zee had ik de stootwillen buitenboord hangen en de landvasten klaarliggen. Eenmaal in de havenkom is de eerste aanblik ietwat teleurstellend, inderdaad trawlers, niet eens zo heel groot, aan betonnen pieren aan bakboord, daarnaast lelijke gebouwen, een grote kraan en een groot roestig casco van in schip in aanbouw of afbraak, met daartussenin een zeer grote travellift en een paar grote schepen op het droge. Maar ik heb er geen tijd voor want het roer vraagt mijn aandacht: als ik dat van Ingeborg overneem gaat het behoorlijk zwaar. Wat nu weer? Zit er iets om het roer? Moet ik straks te water? Niet aanlokkelijk in deze haven: het water is nog ondoorzichtiger dan dat van het Markermeer en het stinkt ook. Toch kan ik naar de “Adina” Marina, bestaande uit één lange steiger, sturen waar een oud mannetje (spreekt geen Engels) staat te wachten. We moeten aanleggen tussen een 53 voet Jeanneau, een zeer hoge caravan op het water, en een stalen vuilnisbakkenras-boot van 11 meter onder Engelse vlag, een stoer ding wel. Het gaat niet goed. De kiel is nog uit en ik raak verstrikt in de bakboords mooringlijn van de stalen boot (ik ben de naam kwijt), die dwarsuit het water in gaat, door mijn beoogde ligplek heen. Wat een zooi hier! Ik sla achteruit, maar ondertussen is waarschijnlijk de mooringlijn onder de kiel door geglipt en blijft nu hangen bij het achteruit varen. Eerst denk ik dat ik wat in de schroef heb, maar het blijkt de mooringlijn te zijn, dus. Het gaat lekker. Ing, kiel omhoog! Ingeborg roept van binnen! Lukt niet meer, lijn zit ertussen! Godverdomme! We drijven door de wind tegen de stalen bak aan en iets naar voren. De oude man legt voor wel vast en geeft me een triplijn aan om de mooringlijn in het water achterop te beleggen. De oude man gooit de mooringlijn van de buurman los en de boel zakt naar de bodem. Ingeborg kan nu wel de kiel omhoog pompen. Hehe, we liggen eindelijk! Op de stalen boot zit een Portugese mevrouw (spreekt totaal geen Engels). Ik begrijp toch van haar dat de boot van haar man is, een Engelsman, en dat de motor kapot is en dat hij zo terugkomt. Mooi. De oude man, niet onvriendelijk, maakt duidelijk dat we naar het kantoor moeten komen. We gaan schoon schip maken. Even later komt een jongen (spreekt bijna geen Engels) ons vriendelijk vertellen dat we zo naar kantoor moeten komen (doe maar rustig aan!), maar helpt ons eerst vriendelijk met het aansluiten van de stroomkabel. Het is even zoeken naar een stopcontact dat het doet, maar onze stroomkabel met zijn verbandjes en open wonden past wonderwel in dit beeld. We hadden al hapjes en een wijntje klaarstaan maar we gaan toch maar even eerst naar “kantoor”, met de documenten. Het is zo’n semipermanente party-tent met een puntdak, waarin een soort cantina met een tafel en een zitje en een houten kantoortje waar de jongen mij een formulier laat invullen, terwijl hij kopieën maakt van het ICP en mijn ID-kaart. We moeten 30 euro per nacht aftikken, we betalen meteen voor drie nachten, op mijn (echte) verjaardag vertrekken we weer. In het hoogseizoen is het hier 50 euro voor een 40 voeter. De “charge band” is dus verschoven van 2/3 (Rod Heikell, 2006) naar 4. Het is hier een sjofele, doch gemoedelijke boel. Als je naar de stad wil moet je dwars door de partytent naar buiten, de pier op. Dat komt morgen. Aan tafel in de cantina (zo noem ik het maar) zit de Engelsman van de stalen boot (spreekt redelijk Engels) te internetten (de wifi hier is kennelijk niet goed genoeg voor ontvangst op de boot). We stellen ons voor, maar ik vergeet zijn naam meteen weer, niet zo best, actually. Hij woont in Portugal, in Coimbra, al 8 jaar, is delivery-schipper en heeft zijn boot net gekocht op Malta. Hij zit nu op een gerepareerde waterpomp te wachten. Zijn vrouw weigert Engels te leren en hij vindt het Portugees leuk, dat komt dus goed uit. Aardige kerel, hij moest echter eigenlijk niet roken, hij is te mager. Nou ja, laat ik maar niet zeuren, met mijn prostaat. Terug naar de boot. Moet ik nou te water? Ingeborg draait aan het roer; het gaat weer soepel. Ik laat het bootje zakken en kijk (zinloos) naar de schroef en het roer, piel een beetje met de pikhaak. Niks. Ing start de motor en geeft vooruit en achteruit gas; er lijkt niks (meer) aan de hand te zijn. Gelukkig maar, dat scheelt een ziekte (of twee). We drinken ons wijntje en eten ons kaasje en komen langzaam tot rust. Buurman is ook op zijn boot. Hij wil donderdag naar Sardinië oversteken met zuidenwind 5 Bf. Wij willen dan juist binnen liggen omdat het niet 5 maar 6, waarschijnlijk 7 Bf wordt en daar hebben wij ondanks de richting geen zin in. Zijn weerbericht (Passageweather) komt niet helemaal overeen met het onze (Lamma Rete, dat gedetailleerder is, of het beter is weet ik niet, maar je moet ergens op afgaan). We zullen zien. Voorlopig liggen we. De Jeanneau beneemt ons het uitzicht op de stad als we in de kuip zitten, da’s wel jammer.

Als je zit, zie je niks

Als je zit, zie je niks

Recht naar achteren gezien

Recht naar achteren gezien

We vinden het een beetje een aggenebbish haven, maar misschien verandert dat nog. Ze zijn vriendelijk en behulpzaam genoeg hier. Ik trek voor de zekerheid de stekker uit de walstroom, zo naast die stalen boot. Tien voor half tien. Een hele tijd niets ingesproken. We hebben ook niet veel meer gedaan, behalve kijken naar 4 afleveringen van “The Big Bang Theory”; altijd leuk. We gaan naar bed, morgen doen we de stad.

Daar liggen we

Daar liggen we

De track

De track

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s