Maandag, 4 mei 2015

Porto Frailis (bij Arbatax) – Cala Coda Cavallo

Dag Datum Wind Weer
Maandag 4 mei 2015 ZO – Z, 1 – 2 Bf, eind van de middag: 20 – 25 knopen wind uit het zuiden Aanvankelijk zonnig, daarna een tijd lang bewolkt, daarna weer zonnig
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
07.15 uur 18.00 uur 10.013 (trip 43,6/track 58,44) 4549 uren

Vier mei, ik kruip net uit het ei. Half zeven is het, de grote buitenlamp is al aan. De ankerlamp is uit; de pit is weggebrand. We liggen vreselijk te wobbelen in de deining maar dat is niet erg. Ik check het oliepeil en wat schetst mijn verbazing? Geen druppel! Dat wil zeggen: geen druppel gebruikt! Nu word ik ongerust! Dat kan toch niet?! De kleur is wel ietsjes groezeliger geworden. Dat moest volgens Cees, dan “doet ie zijn werk”. Nou dat is in orde dan. Geweldig, wat een motortje. De snaarspanning is goed, de waterpomp lekt niet en er staat nergens olie of water onderin. Ik kijk naar de actuele weerkaartjes van Lamma Rete en zie dat de wind vanmiddag kan toenemen tot 5 Bf uit het zuiden. Dat zou fijn zijn, kunnen we voor de verandering een keertje zeilen. Cala Gonone gaan we overslaan. La Caletta is goed haalbaar, een haventje op plm 40 mijl, Porto Ottiolu kan ook, dat is iets verder, op 48 mijl van hier. Alleen is Ottiolu charge-band 5 en La Caletta 1-3, maar bij La Caletta lijkt het ankeren minder haalbaar dan bij Ottiolu, we mikken dus maar op de laatste en als we onverhoopt de haven in moeten, nou ja, dan maken we dat feest ook weer eens mee. Tot zover de routeplanning. Spijker eruit en wegwezen. Dat wordt weer niet schrijven vanochtend, vanavond maar weer. Kwart over zeven. Anker op, de herrie is “all around us, but so is love”. We moeten om de steenklont heen dus we zitten meteen een eind op zee. Arbatax trekt in de verte aan ons voorbij. Er is weinig bebouwing te zien. Vanaf nu wordt de kust nog ruiger en ongenaakbaarder.

Dag Frailis

Dag Frailis

Best wel lieflijk, hier in Porto Frailis

Best wel lieflijk, hier in Porto Frailis

Arbatax

Arbatax

Ruige kusten

Ruige kusten

Ingeborg onder de buiskap met ruige kusten op de achtergrond

Ingeborg onder de buiskap met ruige kusten op de achtergrond

Capo dinges

Capo dinges

Kwart over acht. In het afgelopen uur zijn alle zeilen gehesen en uitgerold geweest en vice versa. Verder is er niets gebeurd. Ik heb niks te melden. Ingeborg ook niet. Ik ga spelen met de plotter, ik moet toch eens leren een route uit te zetten met waypoints en zo. Ik krijg het niet helemaal onder de knie, maar het lukt wel om een scherm te krijgen met Ottiolu als waypoint met de bijbehorende gegevens, zoals “time to go”, “eta”, “SOG”, “Set Drift” en dergelijke. Ik verlies mijn belangstelling hiervoor en ga op de kuiprand zitten lezen, maar dat is behoorlijk verkillend, op dit uur van de dag. Ik “kom er eindelijk in” in dat boek: “Het Darwin Mysterie” van ene John Darnton, geleend uit de bibliotheek van Marina del Sole. Deze triller suggereert, gebaseerd op de geschiedenis van het leven van die man dat Darwin weleens een moordenaar kan zijn geweest. Geinig. Tijd voor koffie met een sprits.

Hier zie je me eindelijk Sprits eten!

Hier zie je me eindelijk Sprits eten!

Na een uur op de kuiprand ga ik achter de buiskap zitten lezen want ik krijg koude beentjes, allemaal kippevel!

Ik had het koud, zie je

Ik had het koud, zie je

Zo rondstreeks 12.00 uur trek ik het grootzeil weer omhoog want de wind komt iets steviger vanuit het zuidoosten nu. Na vijf minuten: omlaag dat ding, gek wor ik van dat geklap. Half twee. Nog een mijl of vijf tot Capo Comino, ons eerste waypoint in de route. Het is warm geworden en wel zodanig dat we de bimini uitzetten, dat is in 5 minuten gepiept. Prompt verdwijnt de zon achter een veld schapenwolken. Zoiets verzin je toch niet? Ha, daar is de wind weer en aan de zee te zien lijkt het serieus dit keer! Het grootzeil gaat omhoog en ik zet de kluiver op de spi-boom te loevert. Met een beetje knijpen is Ottiolu bezeild zonder te hoeven gijpen. Het begint steeds harder te waaien. Te 14.30 uur vieren wij dat we dwars van Capo Comino zijn en drinken een bak koffie. De wind neemt na de kaap toe en het wordt daardoor kouder. Er komt steeds een laag kleding bij naarmate het schip harder gaat varen. De snelheid loopt op tot 7,7 knopen over de grond en de zee wordt wilder. Voor het gemak en de gemoedsrust rol ik na een tijdje de kluiver op de boom weg en op het grootzeil alleen halen we nog 6,5 knoop! La Caletta ligt allang achter ons en Ottiolu hebben we straks dwars. Na nog eens de ankersituatie daar achter het rifje, voor de jachthaven, bestudeerd te hebben in de Pilot nemen we een wijs besluit: we zeilen door naar Capo Coda Cavallo want aan de noordkant van dat schiereiland is een fraaie baai waar je totaal beschut kunt liggen bij deze wind. Ik krijg het steeds kouder en trek een dikke jas erbij aan, laag nummer vier! Met ook nog een handdoek over mijn kop en in mijn nek.

Het werd steeds gekker

Het werd steeds gekker

Idem

Idem

Een Nederlands jacht kruist gereefd en hoog aan de wind ploegend voor ons langs. Waar zou die nou heengaan? Ik hoop maar dat de wind blijft waaien tot we er zijn. Niet dus. We moeten toch nog een half uurtje motoren, maar dan zijn we ook werkelijk in het paradijs beland! Je kunt hier een boeitje oppikken schrijft Heikell, maar dat zal wel alleen gelden in het hoogseizoen: geen boei te zien. Er liggen drie jachten voor anker, waarvan er twee vertrekken voor wij goed en wel liggen. Geinig. Je ligt hier bij zuidenwind alsof je in een box in een jachthaven aan het IJsselmeer ligt, maar dan zonder buren en piepende stootwillen! Wit zand, blauw water, strand voor de boeg, een enkele badgast. Rust en stilte!

Strand voor ons

Strand voor ons

Eilanden en een Duitser achter ons

Eilanden (Isola Tavolara is die grote op de achtergrond, met daarvoor Isola Molara) en een Duitser achter ons

Jammer van de rimpeltjes op het water

Jammer van de rimpeltjes op het water

Daar liggen we

Daar liggen we

Een flink eind maar met een goede motor en goede wind goed te doen

Een flink eind maar met een goede motor en goede wind goed te doen

Vanaf Villasimius hebben we deze plek bereikt na twee dagen en 112 mijl varen, voornamelijk op de motor en het is best tamelijk rielekst gegaan. Ten noorden van deze kaap, tussen de eilanden en de grillige inhammen van noordoost Sardinië, begint de pret! Overal beschutting te vinden, tegen elke wind. Kleine stukkies zeilen in rustig water. Te 18.00 uur liggen we, logboek bijgewerkt, alles aan kant. Met vandaag mee hebben we volgens het log meer dan 10.000 mijl gevaren sinds het voorjaar van 2009, toen ie geïnstalleerd werd. Met recht een mijlpaal. Ingeborg bakt eieren met spek en met aardappelpuree en sperzieboontjes komt een feestmaal op tafel. Ik zet de tuinlampjes met hun zonnepaneeltjes in het laatste restje van het zonnetje en ga om me heen zitten kijken. Zeven uur. Lekker gegeten. Spelen op de computer. Muziek draaien. We liggen doodstil. Volkomen vlak. Er deint niks. Ik ga nog eventjes buiten zitten lezen in “Het Darwin Mysterie” tot het donker wordt. Ingeborg doet binnen op de bank ook iets. Half twaalf. Ik ga naar bed. Ingeborg ligt er al in. Stukje is geschreven en geplaatst. Het is hartstikke donker buiten, dat komt doordat het nacht is. Ik heb Cees z’n lampje opgehangen onder de bimini als ankerlicht, hij verlicht de hele kuip. Ik ruik een nieuw project: de plee gaat binnenkort op tilt, ik voel het, ik ruik het. Welterusten.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s