Woensdag, 6 mei 2015

Olbia 2

Na een gebroken nacht ben ik gebroken. Er is nóg een randvoorwaarde voor een goede nachtrust: geen jongelui op een afstand van vijf meter naast je openstaande dekluik op de kade die daar van kwart over twaalf tot drie uur in de nacht vrolijke en luidruchtige gesprekken voeren en in het algemeen plezier met elkaar hebben, alsof het het speelkwartier op een middelbare school betreft. Ziedaar in een nutshell de kern van mijn probleem vannacht. Ik heb het luik maar dichtgedaan. Daarmee “zette ik de radio wat zachter, doch geenszins uit”. Van de Oostenrijker horen we later dat deze pier dé hangplek voor Olbiaanse jongeren is, bijvoorkeur snags. Dat belooft wat. Vrij laat begin ik aan de schrijverij, er is geen haast bij. Als ik daarmee klaar ben gaan we naar de supermarkt, tien minuten lopen van de haven. Het is dan half elf. We nemen de tijd in de winkel, waar het nu behoorlijk druk is. De boodschappenkar komt in weerwil van onze voornemens stampvol en ligt loodzwaar op de hand. Gelukkig zitten er wielen onder. In het plantsoen tussen de stad en de haven neem ik foto’s van Ingeborg, naast de kar zittend op het heerlijk geurende, keurig gemaaide gras.

Deze is met flitser genomen

Deze is met flitser genomen

Deze niet

Deze niet

We laten de kar op het gangboord zakken en legen hem in etappes, waarna een kop koffie er wel in gaat, met verse koekjes uit de “Superpan”, hoe verzin je het. Op de terugweg van de winkel hebben we een Esso pomp gezien, die straks te 15.30 uur weer open is. De diesel kost er 1.453 cent per liter. Daar ga ik straks wederom met de boodschappenkar twee keer heen. Tien voor drie. Er is niet veel gebeurd, niks eigenlijk, behalve dan dat we lekker brood hebben gegeten, zo lekker hebben we het een tijd niet geproefd. En lezen, hè, lezen. Het is totaal bewolkt, niet koud maar ook niet zonnig. Ik krijg mijn boek uit (kan niet verklappen of Darwin een moordenaar was of niet) en ook Ingeborg is aan de laatste bladzijde bezig in “Kenau”, het boek van Tessa de Loo waarnaar een film is gemaakt. We doen aan boeken ruilen en dan blijkt dat het andersom is: Tessa de Loo heeft, waarschijnlijk in opdracht, het script van de film overgeschreven; da’s een stuk minder, vrees ik. Ik kijk naar de weerkaartjes op de computer: morgen hebben we de wind tegen als we zouden vertrekken. Dat doen we dus maar niet, dan. Ingeborg heeft een beetje last van haar ribbenkast en gaat even liggen. Ik haal de 25 liter jerrycan van Willem de Zwager uit de natte kast. Het is inmiddels half vier. Ik loop naar de pomp. Mooie auto heb je, zegt de grapjassende olieman. Ja, vindt ik ook, zeg ik, maar hij slurpt wel veel; moet je maar opletten, ik sta zo weer voor je neus! 27,5 liter gaat erin, voor exact 40 euro. Op mijn akkertje slenter ik terug naar de haven, laat de can op dek zakken en sleep hem naar het gangboord aan stuurboord waar de vuldop zit van de “dagtank”; de voorraadtank aan bakboord heb ik nog niet aangesproken. De knikkerhevel zuigt in een wip de can leeg. Ingeborg is alweer overeind en loopt mee als ik de tweede dieselrun doe. Bij de pomp maakt ze foto’s van dit spannende avontuur. De olieman doet jolig mee. Leuke vent.

Hij pompt de boodschappentas vol!

Hij pompt de boodschappentas vol!

Ingeborg zag nog een mooi olijfstompje

Ingeborg zag nog een mooi olijfstompje

Terug op de boot can legen, opruimen, een glaasje wijn met een stukje Emmenthal en dan gaan we door de stad wandelen; de rest verkennen. We lopen de hoofdstraat nu helemaal uit naar het westen en komen bij een spoorovergang waar een verkeerschaos heerst, wegens werk in uitvoering. Een politieman die er staat om de boel te regelen staat met zijn iPhone te spelen en iedereen doet maar wat, het gaat wonder boven wonder goed, geen opwinding, geen getoeter.

Verkeerschaos

Verkeerschaos

De buurt ziet er slonzig uit, we nemen een straat, niks bijzonders, nog een afslag; rommelig, treffen een plein tussen flats waar nog een stuk van een muur van 2300 jaar oud staat, de tijd van Hannibal en de Punische oorlogen dus. Via een redelijk nette winkelstraat komen we weer uit op de hoofdstraat. Dat is het dan, een paar straten en wat oude stenen (verderop bij het spoor ligt nog wat). Veel bijzonders is het niet, een mooie hoofdstraat, een paar leuke zijstraatjes met gezellige pleintjes en dat is het.

Dit is één van de fraaiere straten van Olbia

Dit is één van de fraaiere straten van Olbia

Gezellig pleintje aan de hoofdstraat (ook hier Via Umberto geheten)

Gezellig pleintje aan de hoofdstraat (ook hier Via Umberto geheten)

Deze straat ging ook nog wel

Deze straat ging ook nog wel

Ingeborg bij 2300 jaar geschiedenis met wat hedendaagse kunstuitingen erop

Ingeborg bij 2300 jaar geschiedenis met wat hedendaagse kunstuitingen erop

Het spooremplacement van Olbia

Het spooremplacement van Olbia

Nog wat Punische overblijfselen

Nog wat Punische overblijfselen

Kortom Olbia valt toch tegen. Aan de haven staat nog een groot museum, heel modern, maar waar dat over gaat weten we niet. Misschien kijken we morgen daar even. Vijf voor zes zijn we terug van de verhelderende, ontnuchterende wandeling. Het weer is zo mogelijk nog somberder geworden. We krijgen het gevoel dat het elk moment kan gaan regenen. Half tien. Ik heb de rest van de tijd zitten lezen in “Kenau”, althans dat probeerde ik, totdat Oostenrijkse buurman op de kade op zijn hurken een praatje kwam aanknopen; hij heeft kennelijk vreselijk behoefte aan contact. Je leest wel veel, hè? vraagt ie, ik zie je steeds lezen, als ik je zie. Ik denk: ja en als ik jou zie sta je te ouwehoeren, maar dat is niet aardig van mij. Ja, zeg ik, ik hou van lezen, vandaar. We praten nog wat over boten en over het varen hier. Ik heb er eerlijk gezegd niet zo’n zin in. Ik heb het idee dat als ik hem aan boord nodig, ik hem er ook niet meer van af krijg. Na een tijdje stokt het gesprek en kan ik weer verder lezen. Ingeborg doet voor het diner iets lekkers met gehakt, bananen, uien, paprika en sla. Echt lekker! Als het donker is stop ik met lezen en ga op de computer. Zwager Willem en zus Joke bellen via de Skype. Heel gezellig. Zij zijn druk bezig met de voorbereidingen voor vertrek naar Zeeland voor de duikweekenden van Trilobiet met Hemelvaart en Pinksteren. Het computer gedoedel hou ik tot 23.00 uur vol, dan ga ik door mijn rug en moet ik echt even een frisse neus halen. Ing is er ook voor en, geheel tegen onze natuur in, duiken wij het nachtleven van de hoofdstraat van Olbia in. Vrijwel uitgestorven. Wat krijgen we nou. Hier en daar worden terrassen al ontmanteld voor de nacht. In een luxe gelateria met een terrasje op de straat ervoor kopen we een luxe ijsje met drie smaken, waar we zeker een kwartier aan moeten likken en lepelen om het weg te krijgen. Lekker, man! Kwart voor twaalf zijn we alweer terug in de kajuit en maken ons gereed voor ons bedje. Hopen maar dat er vannacht geen jongeren naast onze boot komen kletsen. We liggen koud in slaap te donderen van onze boeken, schrikken we een half uur later ons de pleuris: keiharde stemmen aan stuurboord, een bonk tegen de romp, een lamp. Wat is dit?!?!?! Het blijkt een vissersboot te zijn. Eentje roeit, de ander is met een lamp op zijn kop een net aan het leggen schuin voorlangs onze boot, met plastic flessen als drijvers en ze binden het uiteinde van het net voor onze boot langs aan dezelfde ring waar wij aan vastliggen en terwijl de een de boot voortduwt met de riemen, slaat de ander met een stamper (een stok met een plank eronder) keihard op het water, kennelijk met de bedoeling vissen in het net te jagen! Die man is niet goed snik! Ik steek mijn kop uit het luik en hij zegt nog “sera” (=n’avend, of zoiets) voor hij buiten gehoorsafstand is. We staan in de kuip in ons ondergoed met verbijstering naar het tafereel te kijken. Even later komen ze terugroeien en die ene verontschuldigt zich min of meer: ja kijk, dit is ons werk, sliep je? Sorry hoor, maar wij werken hier altijd, zie je, het duurt niet lang, een minuutje of vijf, of woorden van gelijke strekking (hij sprak een beetje Engels). Dit is geen gebruikelijke vismethode op deze rare plek (pal tegen de kade aan in een klein hoekje van de haven) volgens mij en gewoon je reinste treiterij, anders zou je dat op een andere manier regelen, in plaats van mensen s’nachts de stuipen op het lijf jagen. Ingeborg wil het nog slikken ook, maar ik niet. Klootzakken zijn het, maar wat doe je ertegen? Binnen tien minuten een net uitleggen en weer binnenhalen, na het water opgeklopt te hebben: wat denk je dat er in dat net zat?! Juist. De boodschap is begrepen, jongens. We gaan weg. Maar je moet nog een dagje wachten. Moving on. Ik hoop dat we nu eindelijk kunnen slapen, met het luik open.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s