Dinsdag, 16 juni 2015

Marina Port Napoléon 2

Half vijf wakker. Ben meteen gaan internetten in de kuip, zonder dat dat overigens enig resultaat had. Toen ben ik maar naar het havenkantoor gegaan, bij het restaurant aan een tafel gezeten. Daar deed ie het ook niet. De toiletten bekeken en de douches: eenvoudig en niet altijd netjes (gaten in deuren, toiletpotten die bewegen als je er op gaat zitten, enz.), maakt niet uit als het water maar warm is als je gaat douchen. Terug op de boot heb ik het stukje van 14 juni afgeschreven. Dat van gisteren moet ik nog doen. Vanoggend gaan we zo vroeg mogelijk met de bus, die hier voor de deur stopt, naar het stadje Port St. Louis, zo’n 3 kilometer verderop.

Zeven uur. Ik ga spanschroeven, stagspanners, losdraaien. Ik heb gisteren de klemmen er al vanaf gehaald, nu moet ik verder.

Half negen. Ontbeten, koffie gedronken. Bij de havenmeesteressen geweest, om een time table te halen van de bus. 12 minuten over negen komt er eentje. Tijd om brood te halen en dingen en om te internetten, ik moet stukkies op de weblog zetten en een vaarwegenvignet voor de Franse binnenwateren aanschaffen. Op de haven zijn er geen levensmiddelenwinkels en er is geen internet, zie je. Rond het middaguur zijn we dan wel op tijd terug om de laatste voorbereidingen te doen en naar de mastenkraan te varen. Het is goed om even te rieleksen en in het dorp rond te kijken want ik ben helemaal opgefokt en heb weer te weinig slaap gehad vannag. Alle spanschroeven zijn losgedraaid en ik kan zo de splitpennetjes eruit trekken, daar moeten trouwens nieuwe voor komen. Er moet hier een ship’s chandler wezen.

Tien voor negen, even langs het toilet en dan naar de bushalte buiten het hek. We zijn er klaar voor. Er loopt een lange saaie weg voorlangs de marina.

Links.......

Links…….

.......rechts

…….rechts

Bij de bushalte dreutelen we een kwartiertje rond. Dan stopt er een klein busje dat van de verkeerde kant komt met een olijke chauffeur erin die ons hartelijk uitnodigt in te stappen. Waar moeten we naartoe? Naar St. Louis, het centrum, de supermarkt, de internetcafé’s. Ok, komt goed. Hoeveel krijg je van me? Niks! O, da’s mooi. Er zitten twee dames in het busje en we nemen plaats. Alle ramen staan open en tijdens het rijden is dat behoorlijk fris. Met een omweg en langs een geheel andere route dan volgens het plattegrondje dat ik kreeg op het havenkantoor krijgen we een sightseeing tour en voorzien van adviezen en aanwijzingen door de dames en de chauffeur, dropt ie ons langs een groot parkeerterrein in de buurt van de haven, voor de deur van de Intermarché. Wat een service! St. Louis is niet zo groot en stelt ook niet heel erg veel voor, maar je komt er wel langs als je naar de Petite Rhône wilt. Je moet dan door een sluis met een brug eroverheen. Eerst lopen wij terug in de aangegeven richting om een horeca-gelegenheid met internet te vinden. In de hoofdstraat tegenover het gemeentehuis vinden we uiteindelijk een cafeetje met een oosterse uitstraling, de enige met een bordje met wifi erop. De eigenaar is vermoedelijk een turk. We strijken neer, bestellen café au lait (cappuccino deed ie niet aan) en gaan aan het werk. Fantastische verbinding! Supersnel. Onthou dit: Café Henry Blanc, uw internetcafé. Ik zet 6 stukkies op de weblog. Zo, daar kunnen ze hun tanden op stuk bijten. Nog twee koppies koffie. Dan wat e-mailwerk, feesboek bekijken en als laatste ga ik op de website van VNF een vignet voor de Franse vaarwegen bestellen. Dat heeft heel wat voeten in aarde: je moet je eerst registreren en dat mislukt een paar keer. Ik begin te zweten. Dan zit ik in hun systeem, maar kom niet verder. Ik meld drie keer dat ik mijn wachtwoord vergeten ben, krijg steeds een nieuwe en pas bij de derde keer kom ik in een scherm terecht waar ik mijn gegevens kan gaan invullen. Aah, goed zo, mijn humeur krijgt een “boost”! Nou, vergeet het maar; die “boost” wordt een “hoest”. Godverdehierengunter! Ik moet het registratienummer van het ICP invullen maar, u raadt het al: bootpapierenvergeten mee te nemen, niet aan gedacht! De cafébaas zal wel opgekeken hebben van de vreemde, harde geluiden en bewegingen achter die ene tafel. Ik was al opgefokt door het harde werken, de slechte nachtrust en de spanning van de komende “heilige mastafneming”, maar nu moet ik uitkijken dat ik geen hartklap krijg of een gebarsten bloedvat in mijn harses. Ik klap de laptop dicht, reken af en krijg de kans enigszins (niet veel, want het was heet buiten) af te koelen en te kalmeren terwijl we naar de supermarkt lopen. Het is dan al half een. Ingeborg koopt wat etenswaren, vraagt mij daarbij wat ik vind van dingen maar het kan me niet schelen, ben met mijn hoofd bij het vaarvignet. Ik moet het op de haven maar weer proberen. Voordat we gingen koffiedrinken waren we bij een kantoortje van het busbedrijf wezen informeren naar het wanneer en waar van de terugtocht. Nou, nu blijkt dat we de bus ruimschoots hebben gemist, maar we waren toch al min of meer van plan terug te lopen, het is niet echt ver: een kilometer of 3. Dat gaan we dus maar doen, met een niet te zware boodschappenkar, in de bloedhitte. Na 40 minuten stevig doorstappen arriveren wij op de haven en ik ga meteen, na het van de boot halen van het ICP naar het restaurant. Deze keer ga ik het binnen proberen, dan maar een verplicht biertje (ben ik wel aan toe trouwens). Waarempel, binnen doet de vrije havenwifi het wel! Ik vul de gegevens in en krijg meteen een pdf bestandje met het vignet, klaar om af te drukken. De kosten zijn voor 30 dagen voor mijn schip (12.20 x 3.55 m): 138,50 euro. Ik betaal online met creditcard, heel gemakkelijk. Kwart over drie: job done, moving on. Van foto’s nemen is natuurlijk in de opwinding niets terechtgekomen deze oggend.

Half vier. We hebben besloten tot maandag hier te blijven, geen gejacht en gejaag meer. Morgen gaat de paal eraf en ik moet ook nog Rainer Petras van “Fastmast”, zo heten ze tegenwoordig, bellen over het hoe en wat en wanneer. Ik heb dan een paar dagen de tijd om rustig de mast te ontmantelen en klaar te maken voor transport. Ook op de boot ben ik nog niet klaar met voorbereidingen.

Half vijf. We zijn het lampje kwijt, het lampje van Cees. Paniek in de tent. We begrijpen allebei niet waar het ding gebleven kan zijn. Ik zal hem wel weer hebben misplaatst op een krankzinnige plek. Ah, Ingeborg heeft hem. Zie je wel, Alzheimer! Ik had hem in de hondekooi laten liggen en daar vindt je niet gauw iets in terug! Ingeborg wordt er een beetje moe van. Anders ik wel.

Half zes. Ik ben daarstraks naar het restaurant gelopen om te bellen met Rainer Petras, want op de boot heb ik ook voor dat ding geen bereik. Terwijl het begint te plenzen van de regen sta ik onder een boot met hem te bellen. Hij klinkt enthousiast en doortastend: a.s. donderdag is ie in Port Napoléon op de haven en kunnen we overleggen. Kijk, dat gaat goed. Van boot tot boot hoppend rende ik terug naar ons eigen scheepje waar Ingeborg nu op zoek was naar een rubberdopje van het elektrische kooktoestel. Goddank, dat heeft ze zelf kwijt gemaakt. Na de bui reeg ik een rijtje loodjes aan het touwtje van de Nederlandse vlag, zodat die nu vrij van de stuurboorddavit naar beneden kan hangen; heb ik afgekeken van de binnenvaart.

Later bleek dat er nog niet genoeg lood onder hing

Later bleek dat er nog niet genoeg lood onder hing

Nu ga ik naar de ship’s chandler die ik inmiddels heb gevonden, teneinde nieuwe splitpennen te kopen.

Tien over tien. Daarstraks begon het definitief te regenen. Ingeborg had een laken gewassen en opgehangen aan een touwtje tussen de slap staande verstaging en het eveneens in een bocht hangende kotterstag. Die hing dus in de regen en het werd tijd om die maar eens weg te halen want de mast en de hele boot zelfs schudden als een idioot. Stel je voor dat je mast overboord gaat door een nat laken! Het ding hangt nu te druipen als een gordijn voor de ingang aan de buizen over de buiskap. Vanaf acht uur heb ik zitten schrijven, koffie erbij, later een pindaatje en een slokje.

Kwart over elf. Eindelijk klaar met het redigeren van het stukje over 15 juni. Of ik morgen tijd heb voor 16 juni staat nog te bezien. Eindelijk is het even droog buiten. Het waait wel hard maar daar hebben we geen last van, dit is een volkomen beschutte haven. Bedtijd.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

2 reacties op Dinsdag, 16 juni 2015

  1. Cees zegt:

    Willem, ik heb goed nieuws. Raad eens, vandaag op vaderdag heb ik van mijn lieftallige vrouwtje ook zo’n lampje gekregen. Ik ben er erg blij mee. Niet meer kwijt raken hoor.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s