Zaterdag, 27 juni 2015

La Redoute – Carcassonne

Dag Datum Wind Weer
Zaterdag 27 juni 2015 Harde wind (noordwest) Niet altijd zonnig
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
09.00 uur 19.15 uur 19.678 (trip 43,2/track 34,35) 4675 uren en 30 minuten en 20 sluizen

Kwart voor vier en het stormt buiten, in La Redoute! Ik moet kijken naar mijn lijntjes. Hoe krijgen ze dat voor mekaar hier in Redoute, zo’n harde wind?! Een rare gewaarwording, gierende wind en hard ruisende bomen. Nog net geen golven met koppen in de sloot. Gelukkig komt de wind schuin van voren in zodat we met de kop in de wind tegen de wal gedrukt worden. De voorste lijn zit op een heuse kikker. Ik hoop maar dat ie niet uit het hout van het plankier wordt gerukt. Er staat geen kracht op de lijn om de pen die ik in de grond heb geslagen. Ik ga weer naar bed.

Acht uur. Konden ondanks de hitte gisteravond in de boot best goed in slaap komen. Het waait nog steeds. Ben kwart voor zeven eruit gegaan en heb verder gewerkt aan de foto’s bij 24 juni. De computer staat nu de laatste foto’s erin te stampen; het gaat erg traag. Waarschijnlijk niet zo’n goede dekking hier in La Redoute. Zometeen vuilnis wegbrengen en brood halen, kunnen we meteen het dorpje bekijken. En dan maar weer een deurtje verder. Een voordeel van die wind kan zijn dat het misschien niet zo heet wordt vandaag? We zullen zien.

Na het ontbijt wandelen we het dorpje in. Dat is niet zo bijzonder, niet echt fraai. Het bestaat uit een lange hoofdstraat met een boulangerie. Ergens moet een kasteel staan, maar dat gaan we morgen zien in Carcassonne, daar hebben ze er ook eentje en wat voor één! Verder dan die boulangerie gaan we niet. Twee lekkere artisanale stokbroden en twee Chaussons aux pommes is de oogst. Als we terugkomen op de boot staan de foto’s op de weblog en kan ik op de knop publiceren drukken. Het is nu kwart over negen. Ik denk dat we zo maar vertrekken?

Half twaalf. Zes sluizen gehad, drie dubbele: de sluis van Puicheric (zo heet het dorpje echt), de sluis van l’Aguille en die van St. Martin. De sluiswachter van l’Aiguille is een echte kunstenaar, als hij al die kunstige standbeelden op zijn erf zelf gemaakt heeft tenminste.

Dag La Redoute

Dag La Redoute

Sluis

Sluis

Sluisdeur

Sluisdeur

Puicheric

Puicheric

Mooi landschap

Mooi landschap

Kunst 1

Kunst 1

Kunst 2

Kunst 2

Ingeborg op de sluiskade

Ingeborg op de sluiskade

Dan is Fonfile aan de beurt met drie sluiskommen. Nu gaat Ingeborg als standaardprocedure voor elke sluis aan wal en loopt naar de sluis toe. Ik vaar dan langzaam langs het gedeelte waar dat meestal makkelijk kan en zij springt. Telkens weer een hachelijke zaak natuurlijk. Zij vindt dat ik te hard ga, maar ik moet enige snelheid behouden om bestuurbaar te blijven in de baggerbak. Ze kan het! Als een jonge hinde springt zij over de reling en rent naar boven, de sluis op. Ondertussen vaar ik langzaam de kom in en dan herhaalt zich telkens het proces van touwtjes opgooien, rennen in het gangboord en schrap zetten tegen de zondvloed.

Twaalf uur. Fonfile ook weer achter de rug, op naar “die van Marseillette”! Ah, een bakje koffie met een Chausson aux pommes, gaat er altijd in. Te 12.20 uur leg ik aan stuurboord de boot tegen de boomwortels. De sluis draait pas om 13.30 uur weer. Lunstijd. We wandelen een beetje rond over de sluis en maken foto’s. Op weg daar naartoe schiet een forse slang over het pad, we schrikken ons dood. Het blijft hard waaien.

DSC_7403

Het was een grote groene Boa Constructietor

Het was een grote groene Boa Constructietor

DSC_7405 DSC_7408 DSC_7411 DSC_7413

Twee uur. Na Marseillette hebben we acht kilometer te varen naar de driedubbele van Trèbes. Ik denk dat we daar maar stoppen dan, is het wel mooi geweest voor vandaag. We zijn alweer moe.

Vier uur. Dat is een tijdje geleden dat ik dat laatste zei, zeg! We zijn Trèbes voorbij. Een heel mooie stek, daar niet van, maar stervensdruk. Er was wel plek, maar daar voer ik voor ik het wist aan voorbij en omkeren durfde ik niet meer en nu varen we in het aquaduct van Orbiel, o nee, we zijn daar ook alweer voorbij. Dat blijkt moeilijk te zijn: beslissen waar je gaat liggen, je moet erg snel zijn, je bent er zo voorbij en er is geen weg terug, niet met een zeilboot van 12 meter en met (iets van) een kiel. Ik denk dat we nu wel in Carcassonne zullen uitkomen. Nog zeven sluizen, tot zeven uur, dat moet kunnen. Ingeborg vindt het veel te veel, ik eigenlijk ook want mijn handen doen verschrikkelijk zeer van het trekken aan die touwen, ik krijg er jicht aan mijn vingers van en het waait nog steeds als de pieten. En laat ik je nog eens wat vertellen: de zon is verdwenen!

Half vijf. We liggen voor de sluis van Vildubert en het ziet er schattig uit hier, heel schilderachtig. De sluis is dicht, ze laten ons even wachten. Een goedlachse Italiaan die heel goed Engels spreekt en daarstraks voor ons voer met drie vrouwen, een andere man en drie kinderen op zo’n huurbak, legt achter ons aan en komt naar ons toe om zich te verontschuldigen voor zijn vaargedrag (zwabberen als een dronken kerel over het kanaal), toen wij hem wilden passeren. Hij had die boot net opgehaald en het was de eerste keer dat ie zo’n ding bestuurde. Lache man. Wel vervelend dat ie gelijk met ons de sluis in moet straks. Er gebeurt echter niks. Ik vind het niet erg als ie niet draait, blijven we lekker liggen hier, gaan we straks Cobben op de kant. Helaas schudt de Italiaan de sluiswachter wakker en daar gaan we weer, aan het werk!

Mooie torentjes zien we onderweg

Mooie torentjes zien we onderweg

Fraaie landhuizen ook

Fraaie landhuizen ook

Prachtige platslaan

Prachtige plataanlaan

Hoe deze heette weet ik niet meer, maar er lag een Boarnstream kruiser te wachten, mooie boot

Hoe deze heette weet ik niet meer, maar er lag een Boarnstream kruiser te wachten, mooie boot

Droge bermen

Droge bermen

Prachtige coniferen naast de sluiskommen

Prachtige coniferen naast de sluiskommen

Achter onze boot de boot van de "dronken" Italiaan

Achter onze boot de boot van de “dronken” Italiaan

Even poseren voor de weblog

Even poseren voor de weblog

Hij wilde ook wel op de foto maar wilde niet lachen

Hij wilde ook wel op de foto maar wilde niet lachen

Ingeborg op de sluiskade

Ingeborg op de sluiskade

Daar gaan de Italianen

Daar gaan de Italianen

Hop, weer een sluis gepasseerd. Kwart over vijf. Dit was de vijftiende sluis, nog vijf te gaan en dan zijn we er, dat redden wij.

Vijf over zes. De zoveelste sluis. Nu nog een enkele, daarna een dubbele en bij Carcassonne nog een enkele. We worden een beetje moe, ik weet niet meer wat ik moet vertellen. Alles is even mooi, veel bomen, veel landschap achter de bomen, dorpjes, kerkjes, mooie huizen, droge grasbermen, bruingroen water met griezelige ondiepten; de kielbalk zal wel hartstikke kaal zijn. Al die sluisjes zijn ook allemaal even lieflijk omzoomd door fraaie bomen, een schilderachtig sluiswachtershuis, soms een moestuin, met meestal fraaie vergezichten achter de bomen, typisch “Frans” sfeertje. Alleen dat naar beneden donderende water is telkens een helse kwelling, alhoewel het begint te wennen, moet ik zeggen en je wordt er sterk van, zeggen ze.

Kwart voor zeven. Op de één na laatste sluis voor Carcassonne vroeg het sluismeisje voor ze de poorten van de hel opzenzette, of we er klaar voor waren! Ongehoord! Dat was een “first”; dat beste kind! Carcassonne komt naderbij, dat is duidelijk: tussen de bomen door krijgen we opeens een prachtig panorama voorgeschoteld van de Middeleeuwse vesting in de verte! Geweldig, daar komen we voor!

Kregen we zomaar! Graties!

Kregen we zomaar! Graties!

Tien voor half acht en “we liggen voor Pampus”, voor de laatste sluis die we wilden pakken. Hij draait niet meer – ze stoppen om zeven uur – maar dat is niet erg want we liggen mooi midden in de stad! Net voorbij de spoorbrug aan een prachtige houten kade, de juiste hoogte voor de stootwillen, een electra- en waterpaal met een lampie erop. Dit gaat geld kosten, wedden? Kan me nu niet schelen, we liggen, doodmoe en kijken naar het stadsleven om ons heen. Naast het houten plankier, dat onderdeel is van een wandel- en fietspad langs de waterkant, is een hellende strook gras met daarachter weer de weg, waar auto’s af en aan rijden. Aan de overkant van de weg zijn restaurants, ik zie een pizzeria “l’Italia” en daarnaast een karaoke bar. Oei, het is zaterdag. Als dat maar goed gaat. Voor ons ligt een omgebouwd binnenvaartschip en vóór hem een Engelsman met een soort Nelson, een snelle motorboot, uit Jersey. Meer boten liggen er niet. Af en toe raast een trein over de brug achter ons.

Even het logboek invullen

Even het logboek invullen

Daar liggen we

Daar liggen we

Daar liggen zij

Daar liggen zij

Hier kun je goed zien dat we er nog lang niet zijn

Hier kun je goed zien dat we er nog lang niet zijn

Half acht. Ik denk dat ik maar een tukje ga doen. We eten niet vanavond, we hebben deze week al een paar keer gegeten en dan ga ik vannacht wel een verhaaltje schrijven.

Tien uur. Je houdt het niet voor mogelijk maar we gaan een wandelingetje maken door de stad. Al die tijd hebben we liggen lezen en maffen buiten in de kuip, terwijl het stadse kabaal om ons heen raasde, zo voelde het tenminste aan. Ik heb nog wel even rondgekeken bij de sluis, waar de capitainerie is en om even de sfeer op te snuiven en om een idee te krijgen van de richtingen in deze toch wel grote stad.

Half elf. We zijn het centrum aan het doorkruisen. De winkels zijn dicht, de straten bijna leeg, niet echt gezellig nu. Het is nog erg warm, benauwd bijna. Het lopen kost moeite. De straten staan overwegend haaks op elkaar, zien er aardig uit, hier en daar een plein, waar het wat drukker en gezelliger is met redelijk bevolkte terrassen. Er is een kathedraal aan de rand van het centrum, die in de steigers staat en dichter bij de haven staat er nog eentje, echt Middeleeuwse gevaarten. Die moeten we overdag maar eens bekijken. Heel opvallend is dat alle straten schoon zijn, geen rondslingerend vuil! Bij de haven zijn veel restaurants en er is een supermarkt. Alles bij de hand dus. Mooie stad.

Elf uur. In de kuip. Zere voeten. Nog moeier dan eerst, ik moet er niet aan denken nog een sluiskolkje te moeten nemen. Ik neem maar een kelkje denk ik. We hebben het gehaald: Carcassonne, we zijn er! De droom van ons leven, hij is gerealiseerd! Wat een ontgoocheling is het dan eigenlijk als je er bent. Ik had me het liggen in het kanaal hier wel iets idyllischer voorgesteld. Ligt aan mij. Morgen naar de “Cité”, de middeleeuwse vestingstad, dat is een kilometer of drie hiervandaan. We gaan op wielen, lopen in die hitte is geen optie.

Half twaalf. Net getuige geweest van een verschrikkelijke ruzie tussen Italianen op het terras van de Pizzeria. God, wat ging die kerel tekeer zeg, tegen zijn vrouw waarschijnlijk, terwijl ie opgewonden gebaarde en rondsprong met een baby op zijn arm. Die vrouw riep ook dingen terug, maar had niet zo’n harde stem. Een andere man, z’n zwager of z’n broer zeker, was onverstoorbaar aan het werk met stoelen en tafels opruimen, de geraniums water geven, terwijl de schreeuwer schreeuwde. Dit was puur straattheater, eigenlijk niet leuk maar toch ook weer wel, een prachtige uitsmijter voor deze dag.

Twaalf uur. We gaan liggen.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s