Zondag, 28 juni 2015

Carcassonne 2

Zondag, beldag. Het is tien over tien en ik ben nu pas klaar met het stukje over 25 juni. Jongens, wat een bevalling! Ik begin al verhit te worden op dit tijdstip. Ik heb er erg veel foto’s bij gefrot, zeker een stuk of zestig, kan het niet laten maar dat moet echt minder want het vertraagt het verschijningsritme. De havenmeesteres klopte een uurtje terug op de boot, een meisje met een lijstje, eigenlijk leert ze nog voor meesteres, ze is pas 14 of 15 denk ik. Op het lijstje stonden de tarieven, die ze omstandig aan ons uitlegde, hoe dat zo kwam en zo; heel lief. En of we zo vriendelijk wouden zijn naar de capitainerie te komen en als we wouden mochten we nog een nacht blijven. Da’s fijn, tuurlijk, kind, opa komt zo (en neemt oma mee) maar ik moet eerst even een ei leggen, goed? Ja hoor, ze had niet echt haast. Nou, het ei is inmiddels gelegd en gepubliceerd, dus we kunnen. De boot wordt hermetisch afgesloten (dat wordt wat als we terugkomen, de luiken zullen wel bol staan) en gewapend met fototoestel en portemonnee tijgen wij naar de capitainerie. Na het betalen willen we meteen door naar de Cité, het waarom en waarvoor van deze queeste. Het meisje zit aan het bureau van de havenmeester en zegt dat deze zo komt, is even een boot helpen afmeren. Kijk, zie je wel, ze is nog maar een leerling. We maken van de gelegenheid gebruik bij een informatiekiosk die we op weg hierheen zagen te vragen waar het trammetje naar de Cité vertrekt. Ach meneer, zegt de mevrouw achter het loket in antwoordapparaat-Engels, da’s nou jammer, zondag is de enige dag dat ie niet rijdt, u zult een taxi moeten nemen of anders lopen, een kilometer of drie door onze mooie stad. Godver, en dat met die hitte. Gelukkig heb ik mijn bergschoenen aan. We krijgen een stadsplattegrond waarop de kortste wandelroute wordt aangegeven, bovendien staat daar ook een stratenplan van de Cité op. Wij blij. Goed, dan maar lopen. Op het havenkantoor heeft de havenmeester zitting genomen achter zijn bureau. Hij stelt zich formeel, met handgeving en dergelijke, voor! Zeker, omdat het zondag is. Heel aardige jongen, die wel een beetje belangrijk doet. We moeten 34,40 euro betalen voor twee nachten. Dat bedrag strookte niet met wat de havenmeesteres-leerlinge ons voorrekende, uitgaande van het feit dat we zelf voldoende gas, water en licht hebben. O, sorry, dat heb ik automatisch erbij opgeteld! Dat betekende 12 euro minder. Kijk, daar kopen wij straks een koffie en een broodje van in de Cité. Geinig, hè? We nemen hartelijk afscheid van de havenmeester en gaan naar de boot terug, want we hebben niet goed nagedacht: ik moet een hoed op van Ingeborg, tegen hersenversmelting, en we gaan allebei nog een ei leggen (ja, we hebben ze in alle soorten en maten en ze ruiken ook verschillend) en voor de verandering nemen we nu ook eens een fles water mee; een hele stap voorwaarts voor ons. De boel weer verzegelen en daar gaan we dan. De route is deels inmiddels bekend door ons zwerftochtje gisteravond, maar we komen ook over pleinen en door straten die we nog niet kenden. Daar zien wij goed fotografeerbare onderwerpen.

De Capitainerie zit in het gele gebouwtje rechts achter de puntmuts

De Capitainerie zit in het gele gebouwtje rechts achter de puntmuts

Daar gaan we dan, door de lange winkelstraat die alleen voor voetgangers toegankelijk is

Daar gaan we dan, door de lange winkelstraat die alleen voor voetgangers toegankelijk is

Het Museum van Schone Kunsten (XVII - XIX eeuw)

Het Museum van Schone Kunsten (XVII – XIX eeuw)

Daar rechts de straat in zit een tandarts

Daar rechts de straat in zit een tandarts

Ze klost kant maar schiet niet op

Ze klost kant maar schiet niet op

Standbeeld

Standbeeld

Onderweg spot ik een deftig pand waarin een tandarts praktijk houdt. Die prent ik in mijn hoofd, voor als de zich ontwikkelende kiespijn acute vormen gaat aannemen tijdens ons verblijf in Carcassonne. Dat doe ik in elke stad of stadje; je weet het nooit. Aan het begin van de “Pont Vieux” bekijken we het kapelletje uit de zestiende eeuw dat daar staat. Sober ingericht maar wel oud, net als de brug. De brug dateert van de veertiende eeuw. Prachtig, prachtig.

De kapel aan het begin van de veertiende eeuwse toegangsbrug tot de vestingstad

De kapel aan het begin van de veertiende eeuwse toegangsbrug tot de vestingstad

De binnenkant is sober

De binnenkant is sober

We lopen verder. De wallen en kantelen van de Cité tekenen zich reeds scherp af voor ons oog. Ik maak mooie foto’s (vind ik zelf) met en zonder Ingeborg op de voorgrond.

Met......

Met……

......en zonder Ingeborg op de voorgrond

……en zonder Ingeborg op de voorgrond

Bij een kleine tearoom buiten de wallen van de burcht, een patisserie heet dat hier geloof ik, kopen wij van het uitgespaarde G.W.L.-geld twee grote koppen koffie met slagroom en amandelbroodjes, mierzoet en machtig, als pre-lunch.

Mmmm, heerlijke broodjes; in die lege ruimte links lagen de laatste twee amandelbroodjes

Mmmm, heerlijke broodjes; in die lege ruimte links lagen de laatste twee amandelbroodjes

Verkwikt begeven wij ons langs een stijgende straat naar de terreinen voor de ingang van de Cité. Wat een drukte! Ik moet aan de gekte in Efeze, Turkije denken. Nabij de ingangspoort staan gekke kunstwerken van hout gemaakt. Ingeborg vindt ze erg mooi, dus maak ik foto’s, hahahaha. Ze beelden een woord uit: T.O.L.E.R.A.N.C.E., maar dat kreeg ik er niet op.

Kunstige kunstwerken

Kunstige kunstwerken

Tering wat een toeristen, even vergetend dat ik er zelf ook één ben maar daar ben ik dan ook niet trots op. Schoorvoetend schuifelend en schaamteloos scheten latend vanwege de amandelbroodjes, de hitte en de alliteratie, betreden wij de Middeleeuwen, althans dat dachten wij. Waar wij in terecht komen is een waar feest der commercie. Je kunt over de hoofden lopen van de zich voor de souvenir- en absintwinkels en “wat-heb-je-al-niet-meer”-winkels, verdringende mensen.

In sommige straatjes was het erg druk

In sommige straatjes was het erg druk

Veel goed bevolkte terrasjes

Veel goed bevolkte terrasjes

We horen veel Nederlands spreken, naast alle andere denkbare talen. Natuurlijk is het druk, het is zondag en eind juni en de horeca-uitbaters profiteren van de hausse, gelijk hebben ze. Ondertussen proberen Ingeborg en ik kantelen te ontdekken en torentjes. Ja, verdomd, daar zie ik er een paar! Ik heb zelfs het geluk een volkomen verlaten verdedigingsgordel met torens en slechts 1 Mercedes 500 S voor de lens te krijgen, geen mens te zien!

Toch nog wat mensen achter de Mercedes, dacht ik

Toch nog wat mensen achter de Mercedes, dacht ik

En zo probeer ik alle foto’s te maken, ook in de kathedraal die eerder op een jodenmarkt lijkt, zo’n herrie maken ze daar. Vier jongens gaan bij het altaar naast elkaar staan en heffen A Capella een ijzingwekkend fraai klassiek lied aan! Geweldig!

De basiliek St. Nazaire

De basiliek St. Nazaire

Zij heffen een lied aan en hoe!

Zij heffen een lied aan en hoe!

Wij gaan er eens goed voor zitten, maar ik heb mijn camera nog niet neergelegd of ze zijn alweer klaar en eentje vraagt met zijn baritonstem aan het volk in de kerk of die hun CD willen kopen! Dat is toch het toppunt! Ik kreeg de neiging om ook te gaan staan en rondschreeuwen dat we dat vooral toch maar niet moeten doen, alvorens we het hele repertoire hebben gehoord. Ja, ja, dappere Dodo! Ik bedenk ze waar je bij staat. De kerk is een fraai gebouw met mooie glas-in-lood ramen, ook weer sober, in de Kathaarse traditie, waaraan ze zijn gaan bouwen rond het jaar 1000, erg oud dus.

Fraai gebrandschilderd glas

Fraai gebrandschilderd glas

Mooie kerk

Mooie kerk

Oud? Ja, zo ziet het er wel uit. De hele Cité wordt geacht oud te zijn. Tot mijn teleurstelling kwam ik erachter dat het hele zwikkie in de 19e eeuw is herbouwd op de puinhoop die het toen was, door ene meneer Viollet Le Duc. De Cité werd voor die tijd als een steengroeve gebruikt voor de bouw. Met nog iemand stopte hij die praktijken en zij maakten er weer een vesting van, heel verdienstelijk nagemaakt, dat moet gezegd, net zoals men van St. Malo weer een authentiek lijkende vestingstad heeft gemaakt na de Tweede Wereldoorlog, toen er geen steem meer op de andere stond! We wandelen met slapper wordende knieën door de straatjes en kijken naar het kasteel, waar je via een ultramoderne ticketvoorziening kaartjes kunt kopen om de binnenkant te bekijken. Dat doen we maar even niet.

DSC_7481

Het is hier heel gezellig

DSC_7483

Een oude waterput

Nog een put, heel oud

Nog een put, heel oud

Winkelstraten

Winkelstraten

Het kasteel in de vesting

Het kasteel in de vesting

Toch wel een heel mooi plaatje hoor, zo'n kasteel

Toch wel een heel mooi plaatje hoor, zo’n kasteel

Voort gaat het langs de buitenste wallen, met prachtig uitzicht op de heuvels en de stad en binnen de muren weer langs de boekenwinkels, de restaurants, terrassen en nougat-shops.

Ingeborg op de wallen

Ingeborg op de wallen

Fraaie vergezichten vanaf de wallen

Fraaie vergezichten vanaf de wallen

Selfie (we moesten even een slokje water drinken op het gras van de wallen)

Selfie (we moesten even een slokje water drinken op het gras van de wallen)

Er zijn tig ijswinkels en je kunt er ook kleding en schoeisel kopen, naast horloges, schilderijen, zonnebrillen, zonnebrandolie, hangmatten, place-mats van het kasteel en gaat u maar door. De huizen binnen het complex waar de restaurants en winkels in gehuisvest zijn, zijn niet te herkennen als de huizen zoals ze er duizend jaar geleden uit moeten hebben gezien, een uitzondering daargelaten.

Een enkele uitzondering daargelaten

Een enkele uitzondering daargelaten

Ingeborg zegt dat ze eerst met het Zuiderzeemuseum hadden moet overleggen hoe ze dit moesten aanpakken: gewoon alles in originele staat neerzetten, het leven van toen tonen met echte bewoners in originele kledij en levend zoals toen en dan toegangsprijzen vaststellen en al die commerciële fratsen buiten de deur houden. Ja, hadden ze kunnen doen, is nu te laat. Ondanks alles vinden we het toch interessant en de moeite waard om gezien te hebben. Nu gaan we weer terug, het is ondertussen tegen tweeën en we staan nog overeind, maar dat duurt niet lang meer. We besluiten ook maar terug te lopen, nu via een andere uitgang van de Cité, de Poort van de Aude.

We namen de achteruitgang

We namen de achteruitgang

De paden af, de lanen uit

De paden af, de lanen uit

Majestueus, kan niet anders zeggen

Majestueus, kan niet anders zeggen

Dat levert toch weer fraaie plaatjes op. Fotograferend “verlaten wij het pand”, “Elvis has left the building”! Ook de Pont Vieux bekijken we vanaf een andere brug met de burcht op de achtergrond. Zo mooi.

We kijken van de ene brug naar de andere

We kijken van de ene brug naar de andere

Net een schilderij

Net een schilderij

Om het onszelf nog moeilijker te maken nemen we in de echte stad een omweg om te kijken of de twee kerken die we gisteravond zagen open zijn. Lauwloene. Op mijn laatste blaren komen wij bij de supermarkt bij de haven aan waar we voor de vorm iets kopen (aardappelpuree geloof ik!). Op de boot zijgen wij te half drie ineen. Eerst iets drinken en dan bellen met Ma en met Marijn en Riet; hun nieuwe garage is praktisch klaar, nog een paar kleine dingetjes. Linda was er niet. het is lekker warm in de boot: ruim dertig graden. Ik ga sluizen tellen, hoeveel we nog moeten in het Canal du Midi en daarna. Het blijken er 31 te zijn die we nog omhoog moeten tot de waterscheiding tussen de sluis “Ocean” en de sluis “Mediterranee”; bij Ocean gaat het weer bergafwaarts, dan hoeven we ons alleen maar te laten zakken, een gerieflijk vooruitzicht. Na Toulouse op het Canal Lateral à la Garonne moeten we er nog 53 doen. Als ik alles bij elkaar tel, van Les Onglous tot we de rivier de Garonne opvaren: 123 sluizen in totaal. Sluistijgers worden wij, met kromme vingers, gebroken ruggen en zere voeten. Half vier belt Linda alsnog, terwijl we in gesprek zijn met de Engelsman van de snelle Nelson. Vanavond maar even skypen.

Tien over half acht. Het eten is achter de kiezen. Ik heb een stuk geschreven van 26 juni, als ik die afkrijg zou ik 1 dag inhalen, zou mooi zijn. Weer heel veel foto’s.

Tien over half twaalf. Stuk is af. Geskypt met Linda, meer dan een uur, heel gezellig over het klimaat en de toestanden in de wereld. Daarna nog een half uurtje met zwager Willem, was ook heel gezellig, daarna de stukken van Joop gelezen, want ook daarmee liep ik achter. Jammer dat we ze niet meer gaan tegenkomen hier in Zuid Frankrijk. Klaar. Computer uit. Plassen. Liggen. Einde bericht.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

2 reacties op Zondag, 28 juni 2015

  1. Voor ons blijft Carcassonne nog altijd op ons netvlies staan al is het al meer dan 20 jaar geleden dat wij daar een aantal keren waren. Ik denk dat het toen minder commercieel was. Maar jullie hebben weer prachtige plaatjes geschoten. Genieten toch zo door het prachtige landschap. Gr. C&m

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s