Maandag, 29 juni 2015

Carcassonne – Castelnaudary

Dag Datum Wind Weer
Maandag 29 juni 2015 Pittige wind, westelijk Zonnig
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
09.30 uur 19.00 uur 19.729 (trip 51,8/track 32,77 km) 4685 uren

29 juni, half zeven. Ik moet eruit want aan de overkant zijn ze vanaf half zes bezig met wegwerkzaamheden, een ontzettende klere-herrie.

klere-herrie

klere-herrie

Tien voor acht. Ik moet stoppen met schrijven want we gaan boodschappen doen. De super gaat 08.00 uur open en als de sluis begint te draaien wil ik weg. Vulles verzamelen, afsluiten. De werkmannen zijn opgehouden met herrie maken. Er ligt aan de overkant al een vrouw in het gras. Honden worden uitgelaten; sommige baasjes ruimen de produkten van hun apengatjes op, anderen weer niet.

Tien over half negen. We zitten koffie te drinken in de kuip. Ik heb nu de rust niet meer om een stukkie te schrijven. Naast ons zijn twee jongens bezig met grote grasmaaiers waar geen knaldemper op zit, zo lijkt het tenminste. De wegwerkers zijn ook weer begonnen. Zucht. Blij als ik hier weg ben.

Tegen negenen loopt Ingeborg naar de sluis en ik sta klaar om los te gooien. Even later komt ze teruglopen, kwaad! Die rot sluiswachter heeft de kom vol laten lopen om een schip van de andere kant voor te laten gaan.

Deze dikke jongen kreeg voorrang

Deze dikke jongen kreeg voorrang

Wat?! De eikel! Ik had mee omhoog kunnen schutten voor hetzelfde geld, was geen moeite geweest en ook geen tijdverlies! Ze loopt er weer heen als een grote passagierboot vanuit de sluis onder de brug door komt. Even later lig ik erin. We gaan de sluiswachter niet meer aankijken en zwaaien ook niet. Zo.

Nu zijn wij aan de beurt

Nu zijn wij aan de beurt

Een laatste blik achterom

Een laatste blik achterom

De eerste sluis van vandaag hebben we achter de rug. Het eerste stuk erna is zeer ondiep, regelmatig voel ik dat de boot inhoudt en moet ik gas terugnemen. Het is kwart voor tien en we stomen op naar de volgende. We zijn de enigen en varen door een buitenwijk van Carcassonne, hoge, steile wanden van granieten blokken met gras en onkruid ertussen, een betonnen brug, lelijke flatachtige bebouwing, niet fijn.

Hoge, saaie oevers

Hoge, saaie oevers

De sloot blijft ondiep: tussen 1,4 en 1,6 meter en af en toe hoor je hoe de schroef een tak of iets dergelijks aantikt. Vervelend. We weten nu ook waarom elke dag de afvoer van de gootsteen verstopt zit: modder in het gat! Met de handpomp van de rubberboot goed weg te krijgen. Aan de rand van de stad staan fabrieken, we zien een soort cement- of steenverpulver industrie of zo. Ik ruik ook een epoxy-lucht of iets met Thinner. Bah, narigheid.

Fabriek

Fabriek

Tien uur. Ingeborg heeft de ramen van de buiskap schoongemaakt en ook de zonnepanelen. Nu kan ik zittend op de achterbank weer een beetje zien waar de boeg heen gaat, dat is toch wel van enig belang hierzo, met al die bochten. Volgens de kaarten in het boek dat we gekocht hebben in Napoleon zou het een tamelijk recht kanaal moeten zijn, maar in de praktijk trekt het kanaal zich daar geen barst van aan; we kronkelen als die slang die we laatst tegenkwamen.

Kwart over tien. We naderen sluis La Douce. Fotootjes.

Sluis La Douce

Sluis La Douce

We gaan erin

We gaan erin

We gaan eruit

We gaan eruit

DSC_7560

Sluis Herminis

Half elf. Wie volgt: sluis van Herminis, dat zijn er meteen drie achter elkaar. Tien over half elf liggen we erin, samen met een huurbak met Duitsers. Het is een hoge, die sluis, dat wordt me toch een bak water die naar beneden komt donderen.

Bijna boven

Bijna boven

We hebben het overleefd. Bij de volgende, La Lande, laat ik de Duitsers voorgaan, ze willen me steeds voorbij, zie je. In de sluis spreken we af dat ik bij de volgende sluizen als eerste erin ga en zij als eersten eruit. Kein problem!

Ik laat de Duitsers voor gaan

Ik laat de Duitsers voor gaan

In de sluis

In de sluis

Ingeborg moet steeds aan de kant

Ingeborg moet steeds aan de kant

Tien over elf. Eindelijk kunnen we ons uitgestelde bakkie koffie maken en opdrinken. Er kwam telkens een sluis tussen zitten, zie je.

Kwart over elf. Ik maak een foto van een tegenligger.

Tegenligger

Tegenligger

Half twaalf. Nu komen steeds meer tegenliggers. Net hadden we er eentje, waarschijnlijk een maagdelijke huurder, die niet opzij wou gaan, waardoor wij behoorlijk door de bagger gingen. Ik gebaarde naar hem dat ie zelf ook wel een beetje stuurboordwal mag houden. Hij keek me glazig aan, of misschien had ie wel glazen ogen, daar wil ik vanaf wezen.

Tien voor twaalf. We liggen voor de sluis van Villesèque, en goed vast in de prut bovendien.

Mooie coniferen

Mooie coniferen

In de prut voor de sluis

In de prut voor de sluis

De sluis van Villesèque

De sluis van Villesèque

Twaalf uur. Villeseque gehad. We kunnen langzaam varen want voor de volgende sluis moeten we toch wachten tot de lunstijd van de mannen voorbij is. Kunnen we zelf ook lunsen.

Half een. We eten broodjes met Tat, Camembert en kaas. Ik heb net alle stootwillen definitief laag op het water gehangen aan de scepters, dan trekken ze niet meer zo aan de zeereling als we langs sluismuren schuren. Iedereen heeft ze zo hangen, dus wij dan ook maar.

Op een gegeven moment komen we door een plataanlaan met een dicht bladerdak, waar hier en daar zon doorheen komt en als je voor op de boeg staat kun je de stilte horen, het kabbelen van het boegwater, heel zachtjes, 5 kilometer per uur omdat we toch tijd moeten doden voor de sluis die we zo direct tegen gaan komen. Groene platanen. Echt heel erg mooi.

DSC_7578 DSC_7579 DSC_7582 DSC_7584 DSC_7586 DSC_7588

Half twee. Net aangekomen, een kwartier te vroeg bij de sluis van Béteille. Mooi landschap zie je hier, veel landschap achter de dijk. Geen foto’s van gemaakt.

Vijf over half twee. We gaan erin. Béteille.

Wachten voor de sluis

Wachten voor de sluis

Dat is hem

Dat is hem

Kwart voor twee. We moeten eruit. Stonden te kijken of we schade hadden van de Duitsers die ons zwemplatform hadden geramd. Had spijt dat ik ze liet voorgaan. Niks te zien.

Tien voor twee. We zijn weer op pad.

Twee uur. We varen in het aquaduct van Rebenty.

Bijna half drie. We zijn bijna bij de sluis van Bram en daar gaan we dan doorheen als het ware.

Tien over half drie en we hebben Bram alweer gehad! De deurtjes gaan open en karren maar.

De volgende sluis heet Sauzens. Kwart voor drie is het. We zien de volgende alweer. Het gaat nu snel achter elkaar. Geen tijd om adem te halen.

Dat was Sauzens. Het ging niet lekker in deze. Op een gegeven moment vloog de boeg van de sluismuur weg. Ingeborg kon hem niet meer houden en ik had hem achter te strak aangetrokken zodat het zwemplatform alweer een oplazer kreeg. Verbazend hoe veerkrachtig dat ding is: geen schrammetje of verbuiging te bekennen! De scharnieren vangen de klap op. De sluisknul alhier waardeerden wij niet zo erg. Ondanks Ingeborg d’r verzoek of ie even wilde wachten met water inlaten, ging ie stoïcijns door, de lulhannes. Sommigen van die eikels zijn net robots.

Tien over drie. Volgende: Villepinte. Hij is fijn.

Villepinte

Villepinte

Tien voor half vier. De deuren gaan open. Verder maar weer, op naar Tréboul.

Treboul

Villepinte

Tréboul

Half vier. We varen nu op een soort hoogvlakte en de sluizen liggen dicht bij elkaar. De laatste bij Castelnaudary is een “viertrapsraket”. Zouden we die nog halen voor half zeven?

Na Tréboul volgt de Criminelle sluis. Ik maak van het landschap wat fotootjes.

Landschap 1

Landschap 1

Landschap 2

Landschap 2

Kwart over vier. De Criminelle hebben we ook weer gehad.

De criminele

De criminele

Ingeborg met wat landschap achter haar

Ingeborg met wat landschap achter haar

De volgende is La Peyruque, vierhonderd meter verder. Het is nu vijf voor half vijf. Daar liggen we te wachten want daar zitten een paar boten in de kom, die zijn nu aan het zakken en daarna kunnen wij erin.

Wachten voor Peyruque

Wachten voor Peyruque

Tis hier mooi

Tis hier mooi

Ingeborg voor de boot

Ingeborg voor de boot

Tien over half vijf. Klaar met La Peyruque. Die ging erg snel en ook wel rustig. Prettige vrouwelijke bediening hadden we daar, de mevrouw had het ook erg warm zei ze tegen Ingeborg.

Iedere keer dat klaterende water

Iedere keer dat klaterende water

Peyruque

Peyruque

Die mevrouw vond het ook warm

Die mevrouw vond het ook warm

Vijf voor vijf. Wachten bij Sluis Guerre. Er komen in de bloedhitte heel veel vervelende vliegjes om ons kop zoemen. Het is heet. De boten in de sluis zakken. Dan mogen wij pas weer.

Wachten voor de sluis

Wachten voor de sluis

Kletsen met de sluisdame

Kletsen met de sluisdame

Vijf over vijf. We zitten erin, in de sluis van de oorlog, maar er is geen sluiswachter te bekennen, geen hond die de deuren dicht doet. Ah, daar komt ze, deze is ook van de vrouwelijke kunne, ze stond te lullen met de buurvrouw. Godver. Nee Willem, moet kunnen.

Tien over vijf, We zijn uit de oorlog en gaan nu naar St. Sernin.

DSC_7633 DSC_7635

Daarna: Guillermin. Het gaat steeds harder. Het is nu half zes. Misschien komen we nog langs de Vivier sluis en dan halen we Castelnaudary misschien ook wel!

DSC_7637

Tien voor zes. Ik heb gewoon geen tijd om in te spreken. We hebben achter elkaar twee, drie sluizen gedaan en we liggen nu in de sluis van Vivier, dat zijn er drie aan elkaar vast en dat gaat me toch met een ongelooflijk geweld, potverdikkie! Niet normaal. Het gaat verschrikkelijk hard. Op zich een goeie zaak. Ik heb wel een fotootje gemaakt. Ingeborg loopt zich rot op de sluiskaden met de voorste landvast.

DSC_7639 DSC_7643 DSC_7644 DSC_7646

Dat was de sluis van Vivier met een ongeduldige sluiswachter. Het is nu zes uur, we liggen exact op schema voor Castelnaudary. Vervolgens zitten we een half uur te debatteren over afstanden tot sluizen en bedieningstijden terwijl de motor stampt en stampt en stampt en ………

Daar is sluis Gay. Ik vraag me af hoelang die sluis die naam al draagt. Tien voor half zeven is het. Een tweetrapssluis.

Twee minuten voor half zeven. De sluiswachter van Gay maant ons tot snelheid in het laatste stuk tot de viertrapssluis, St. Roch genaamd, de laatste voor Castelnaudary. Misschien konden we hem nog halen, zei hij. Aardig van hem.

We voeren dus veel te hard naar die laatste krachttoer van deze dag en verdomd de sluiswachter van deze sluis was heel coulant en hielp ons 10 meter omhoog naar de havenkommen van Castelnaudary. We zwaaien dankbaar naar hem.

DSC_7647 Versie 2 DSC_7650 DSC_7653 DSC_7654

Die eerste havenkom ziet er niet verkeerd uit, is de basis van de grote verhuurmaatschappij “Le Boat”, maar ik geloof niet dat het de bedoeling is dat we daar voor anker gaan of zo, niet dat ik daar nu zin in heb, ik wil tegen de wal.

DSC_7655 DSC_7658

Na dit meer, want dat is het eigenlijk, te zijn overgestoken en een brug te hebben gepasseerd komen we aan de stadskade tot stilstand. Eindelijk rust. Had je gedacht. De havenjuf komt meteen op ons af en nodigt ons uit, uiterst vriendelijk, dat wel, naar de Capitainerie te komen. Daar geeft zij mij het advies aan de overkant te gaan liggen als ik toch niet wil betalen voor elektra en water, want dat zit in de ligprijs, van elkaar scheiden kon ze die elementen niet! Kijk, dat noem ik nog eens service. Ze geeft me een plattegrond van de stad met de supermarkt aangekruist en ik loop terug naar de boot en vaar naar de overkant en schuif de boot in de prut. We worden opgevangen door een Frans echtpaar op een Nederlands schip (een Alm kotter, daar is ie weer!). Heel aardige lui, ze bieden zelfs water aan uit hun tanks met 3000 liter water! Gewoon een slangetje uitleggen met een pompje ertussen! Dat gaat ons te ver. We zijn te lui. Ik leg uit dat wij normaal gesproken nooit douchen, dus we hebben geen water nodig. Terwijl ik dat zeg ga ik een beetje onder de wind staan. Ik sla onze twee pennen (die ik nu voor de eerste keer allebei gebruik sinds ik ze 15 jaar geleden kocht voor onze nooit ondernomen tochten naar ruige oorden) in de keiharde keileem berm en we liggen. Niet dat we landvasten nodig hebben want de bagger zuigt ons lekker tegen de kant. Pfff. Rust. Na 25 sluizen of daaromtrent. Ingeborg is volkomen uitgeteld maar evengoed gaat ze eten koken, dat arme kind!

Hier liggen wij

Hier liggen wij

Wat een feest. We zijn in Castelnaudary. Daar zijn we toch wel blij mee, hoor! Een prestatie van formaat. Ingeborg heeft zich kranig geweerd. Elke sluis heeft ze bestegen als een jonge hinde, een woeste berggeit, eerst hard rennen en dan als een idioot touwtjes aanpakken die ik haar van beneden naar de kop slingerde en dan vastleggen, wat een gedoe! Ze is er zeker 25 kilo van afgevallen! Ze gaat het voorlopig niet controleren. Dit zijn wel herinneringen die moeilijk uit ons collectieve geheugen gebikt kunnen worden. Dit soort ontberingen vergeten we natuurlijk nooit meer. Heerlijk. Ik ga even buiten zitten. Het is nu acht uur. Ik moet eigenlijk schrijven. Ga ik zo doen.

Niettemin zijn we eerst een half uurtje op het neergelaten zwemplatform met onze voetjes in het bruin-groene water diepzinnige gesprekken gaan voeren. Ah, daar gaat de Skype-telefoon. Het is Linda die gezellig met ons wil babbelen. Nou, dat willen wij ook wel! Een klein uurtje duurt dat wel. Haar kat Binky heeft een nierprobleem, chronisch nierfalen, waarvoor medicijnen nodig zijn maar genezing niet echt mogelijk is. Kijk, dat is dan toch vervelend. Maar goed, Binky kan met de juiste medicijnen nog best jaren mee. We babbelen heel gezellig en “de tied vliedt”.

Kwart over elf. Na een rustperiode zijn we de stad in gegaan en hebben met onze stomme kop een te lange wandeling gemaakt, dat kwam doordat we een beetje verdwaalden. Mooi stadje hoor, maar we hebben het wel gezien in het avondlicht. Veel boeiender was dat we een gigantische rat door de haven zagen zwemmen, vanaf de brug en toen we op de boot terug kwamen zagen we hem op een meter van de romp langs zwemmen, doodgemoedereerd! Hij was zeker 50 0f 60 centimeter lang en dus geen gewone rat. Hij had een dikke staart, niet plat maar rond en hij was op de rug zeer breed. Op een gegeven moment klom ie achter onze boot op de kant en ging rustig zitten knabbelen aan iets! Ik heb met de grote Nikon foto’s gemaakt om het te bewijzen.

Een reuzenrat

Een reuzenrat

Later vroeg ik aan twee jongeren die zaten te vozen op het bankje naast de boot of zij wisten wat dat voor een beest was (want hij zat inmiddels voor de boot op de kant te snuffelen, terwijl het koppel rustig toekeek op een afstand van een meter of vijf!). Ik meen begrepen te hebben dat het een onschuldig, schuw soort rat is, wel heel groot en ondeugend, maar een soort dat niet op boten klimt om afvalzakken open te knagen. Het was echt een joekel!

Het is twaalf uur precies. Het feest aan de stadskant is ook afgelopen. Mazzel dat we daar zijn weggegaan, of we hadden moeten meedoen met hun barbecue- en dansfeest. Ik hoop maar dat het paartje naast de boot een ander bankje uitkiest om hun liefde voor elkaar te bezegelen. Het luik blijft in ieder geval open. Ik ga naar bed.

Kijk, daar liggen we

Kijk, daar liggen we

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

2 reacties op Maandag, 29 juni 2015

  1. Frans zegt:

    Hoi Willem en Ingeborg!
    Een hectische dag. Dat kun je wel zeggen. Knap hoor. Willem, schrijf zo door, dat doe je prima. Maak er een boek van! Hou vol. Jullie zijn al bijna op de helft van ´t kanaal!

    Liked by 1 persoon

    • wingiv zegt:

      Dank je Frans! Ik ben inderdaad van plan een boek te maken, een stuk of 35 eigenlijk, voor eigen gebruik! Het is zoveel materiaal geworden en indikken doe ik niet. Doe Cees en Anneke de groeten als ze terugkomen! En Amelia ook natuurlijk! Groetjes van ons uit Toulouse inmiddels.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s