Vrijdag, 3 juli 2015

Toulouse – Montech

Dag Datum Wind Weer
Vrijdag 3 juli 2015 Later gelukkig pittige wind Zon en bloedheet
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
09.00 uur 17.30 uur 19.863 (trip 58,5/track 52,5) 4705 uren

Vanoggend te 07.00 uur het bed verlaten. Ik heb niet zo heel goed geslapen en tijdens de doorwaakte uren deed de sluimerende kiespijn zich gevoelen. Ik steek mijn kop echter in het zand van Klaas Vaak en val tegen het ochtendkrieken toch nog in slaap. Kennelijk moet dat steeds zo gaan. Ik ben aan het schrijven geslagen aan 1 juli, foto’s erbij gezocht, dit keer in bestandjes per onderwerp opgeslagen, want ik wor gek van die rijstebrijberg. Ik heb het nu een beetje op een rij en ik moet het vanavond maar proberen af te maken, want het lukt nu weer niet. Ik wil per sé om negen uur voor de eerste van die drie automatische sluizen liggen, de Bayard-sluis is dat. Ingeborg haalt bij Lidl stokbrood voor vanmiddag en ik vul ondertussen de tanks, dat wil zeggen: alleen de stuurboordtank, de bakboordtank vergeet ik gemakshalve. De Nieuw Zeelandse buurman is wakker en scharrelt rond. Mooi, nu wil ik weg. Kan hij mooi helpen de boeg omduwen bij het achteruitvaren, in zijn eigen belang. Het gaat goed. Bedankt en tot ziens! Gisteren hadden we al afgerekend dus daar hoefden we ons niet meer mee bezig te houden. We varen op het kanaal. Ingeborg vraagt: heb je alle tanks gevuld, ook de bakboord? K..jeetje, nee, vergeten, sorry! Ingeborg kwaad. Waarom moet dat dan ook allemaal zo haastig!? Ja, kijk, de buurman was bij de hand, dus voor ie weg dook wou ik hem arresteren zie je. Lulkoek. We dobberen in een kwartier naar de stok waar je aan moet draaien, onze eerste keer! De sluisprocedure gaat dan geheel automatisch hier in Toulouse, in het controle hok hebben ze je dan gezien met camera’s. Het is inmiddels negen uur geweest en het rode licht brandt. heel zachtjes varen we naar de stok, die een rubberen slang blijkt te zijn, en ik draai hem met een polsbeweging naar rechts (dat wist ik!), hoor de klik en er begint een geel licht te knipperen en naast het rode verschijnt een groen licht. We dobberen langs het lampenbord en schuchter tuffen we verder, de sluis was nog niet te zien. Ah, na de volgende bocht komt ie in het zicht. Ervoor ligt de Occitania en een andere bak afgemeerd. Ze liggen danig in de weg vind ik. En dan, oh horror!, de inmiddels openstaande sluis waar ik opgelucht in wilde varen sluit zich voor mijn smoel, nog rapper dan een koeienaars na het vlaaien! Ik vloek en scheld alle duivels uit de hel. Wat zullen we nou krijgen!? Ook Ingeborg staat volkomen triplex en we kijken mekaar hulpeloos aan. Ik pak mijn GSM en bel de VNF, afdeling Toulouse. Ik krijg een vent aan de lijn die weigert Engels te spreken, niks in het Frans zegt en mij pardoes doorverbindt naar een dood nummer. Er ontspint zich een levendige discussie tussen Ingeborg en mij tijdens het wachten op goddelijk ingrijpen; maar dan kun je lang wachten. Dit resulteert uiteindelijk in het besluit tot terugkeer naar de jachthaven en het incident te rapporteren. Ik heb vast iets verkeerd gedaan, dat is altijd het eerste wat ik denk. Na veel motorgeronk, stinkende wolken uitlaatgas en wolken modder in de sloot krijg ik de boot gekeerd zonder het beton aan beide walkanten te beschadigen. Wat een ellende. Ik kom langs de plastic pijp schakelaar en wil hem wel van zijn kabeltje rukken. Kleresysteem: geen hond te zien en er gebeuren rare dingen en je kunt bij niemand terecht, je reinste Kafka, daarvan heb ik deze reis al heel wat gezien, maar dit is toch wel weer een zuivere! We leggen aan bij de jachthaven en worden opgevangen door een oud vrouwtje (ze is echt oud en klein) van de blauwe motorboot op de hoek, een Engelse geloof ik. Zij beaamt dat je nooit maar dan ook nooit door een rood licht moet varen, zodra het rood brandt: that’s a no no! De Nieuw Zeelander staat toevallig ook bij de balie van het havenkantoor te wachten en praat met ons. Hij kan dat bevestigen: pas bij alleen groen licht mag je doorvaren. Nou, dat zal het dan wel zijn. Nelly, de havenmeesteres van de dag, is inmiddels klaar met de vorige klant en ik mag voor van de Nieuw Zeelander. En nu komt het: ze is al volledig op de hoogte! De controlekamer heeft haar al pro-actief gebeld om door te geven dat er iets tussen de sluisdeuren zat waardoor de bediening moest worden afgebroken. Ze zijn naar de sluis gegaan en hebben inmiddels het stuk ongerechtigheid weggehaald en of ze namens hunnie ons verontschuldigingen wilde aanbieden voor het ongemak. Ze hadden mijn telefoonnummer niet, anders hadden ze me zelf opgebeld (deze laat ik gemakshalve maar even zitten, te moeilijk voor me)! Bovendien hebben ze nu alle lichten alvast voor ons op groen gezet en ik hoef niet meer aan de pijp te draaien! Mijn razernij smelt als sneeuw voor de zon. Ik had haar meteen op de jachthaven moeten bellen, dan had ik niet hoeven terugkomen. En de VNF bellen, tsja, daar werd door iedereen in het kantoor een beetje meewarig over gedaan, dat had ik helemaal niet hoeven doen, van die heb je niet veel te verwachten. Is het zo slecht gesteld met die organisatie? Ja, hadden, hadden. Dat soort sociale navigatorisch/logistieke intelligentie heb ik niet, kan niet dóórdenken, zie je. Jammer dan. Come to think of it: als dat wel het geval was geweest, dan had ik ook een geheel andere carrière gehad. Maar ik klaag niet hoor, ik ben geen klager. Nooit geweest ook. Dat weet iedereen. Afijn, nu geheel zonder zorgen en uitgezwaaid door de Nieuw Zeelander, het Engelse vrouwtje en Franse Nelly vertrekken we voor de tweede keer. De motor heeft al die tijd staan draaien, voor de zekerheid, je weet nooit hoe het noodlot je nog een keer te pakken neemt. En verdomd zeg, het licht staat op groen en in de eerste sluis staat demonstratief tegen het hek op een grote kunststoffen plaat te druipen; het bewijs. Verder verloopt de tocht door de stad langs de drie sluizen probleemloos. In de laatste, de “Béarnais”, komt een meisje uit het controlegebouwtje stappen en biedt nogmaals excuses aan voor het gebeurde. In dank aanvaard, al goed.

Daar gaan wij nogmaals

Daar gaan wij nogmaals

Idem

Idem

Ingeborg kan nog steeds niet lachen

Ingeborg kan nog steeds niet lachen

Ja, echte flatgebouwen hebben ze hier

Ja, echte flatgebouwen hebben ze hier

Maar ook mooie bruggetjes

Maar ook mooie bruggetjes

En draaipijpen

En draaipijpen

En stoplichten

En stoplichten

Maar uiteindelijk hebben wij het gehaald!

Maar uiteindelijk hebben wij het gehaald!

Tegenover het station ligt de eerste sluis

Tegenover het station ligt de eerste sluis

Het was een diepe

Het was een diepe

Met een tunneltje erachteraan

Met een tunneltje erachteraan

Op de tweede hadden we bekijks

Op de tweede hadden we bekijks

Ik dacht dat het een imposante controletoren was

Ik dacht dat het een imposante controletoren was

Veel verkeer

Veel verkeer

De laatste sluis van het Canal du Midi

De laatste sluis van het Canal du Midi

In de kom achter de sluis moet je een scherpe bocht naar rechts maken en onder een een brug door en dan ben je op het Canal Lateral à la Garonne, het kanaal dat naast de Garonne loopt. In ons geval anderhalf uur later dan we hadden gedacht en verwacht. Ook hier bij de bruggen en verderop ook trouwens irritante ondiepten. Dat had ik niet gedacht. Ik dacht:dat laterale kanaal is later gegraven dus dat zal wel minder plataan-bladeren en takken op de bodem hebben. Hele stukken lijkt dat inderdaad zo, maar te vaak gaat het mis wat mij betreft. Ook het “Lateraal” is een sloot, veel rechter maar wel een sloot. Om elf uur draaien wij dat kanaal op.

Rechts de uitgang van het Canal du Midi en links de ingang van het Canal Lateral

Rechts de uitgang van het Canal du Midi en links de ingang van het Canal Lateral

Doei, Canal du Midi!

Doei, Canal du Midi!

Een recht kanaal, voorlopig toeren we langs industriële terreinen, de buitengebieden van Toulouse. Eindelijk koffie! We kwamen er maar niet aan toe!

Tien voor half twaalf. We zagen net onder een brug een complete nederzetting van zwervers, met twee mannen erin. Ingeborg maakte gauw een fotootje.

De jongens hebben het daar goed voor elkaar

De jongens hebben het daar goed voor elkaar

Verderop nog zoiets: een tent hoog op het talud onder het wegdek van een viaduct gepropt, met een pallet als deur. Het verkeer raast aan onze linkerkant op een autosnelweg langs, wat een herrie! Voorlopig vinden we het een lelijk kanaal. Misschien wordt het beter, moet wel, heb er foto’s van gezien.

We komen steeds geheel “allennig” bij de sluizen aan en zien geen tegenliggers in de sloot, urenlang. Qua progressie een uitkomst maar niet gezellig. Ik ga de sluizen niet meer noemen en tellen of beschrijven. Af en toe een fotootje moet genoeg zijn. De snelweg ging zojuist over ons heen en de herrie om ons heen neemt af. We gaan hard: rond de 9 kilometer per uur, tenminste zolang de diepte rond de 1,9 tot 2 meter blijft. Je merkt het meteen als het ondieper wordt. Je moet dan minder toeren lopen om hem niet in de bagger te trekken. Het brandstofverbruik zit rond de 1 liter per uur, doordat we meestal rond de 1200 tot 1400 toeren draaien, harder kan hier gewoon niet. Ik zie de wijzer van de lucht-aangedreven meter plezierig traag teruglopen.

13.00 uur. Het gaat goed. De sluizen draaien probleemloos. Draai aan de stok, naar binnen varen, Ingeborg springt op de kade en legt mijn achterlandvast om de bolder, ik trek hem aan. Zij loopt naar voren, drukt op de knop, en legt de voorste landvast om een bolder terwijl de deuren zich achter ons sluiten. Tegen de tijd dat we klaar zijn met vastleggen zijn we al aan het dalen. Bij sommige sluizen duurt het hele proces niet langer dan 8 minuten! De afstanden zijn groot.

Om 15.00 uur pakken we de negende sluis, de “Emballens”. We komen in elk geval tot Montech, dat gaat lukken. Ik denk dat we daar blijven slapen want daarachter komt een keten van 4 bediende sluizen achter elkaar en daarna weten we niet waar we terechtkomen. Er gebeurt niet veel. We zien mooie landschappen, rare boten, heel af en toe een tegenligger. Het landschap wordt wel fraaier. Grote velden met zonnebloemen vinden wij erg mooi, een mooi huis hier of een kerkje daar. Groen begroeide oevers langs de kaarsrechte gedeelten van het kanaal. Soms bekleed met rotsblokken en dan weer gewoon met leem en gras. De foto’s geven een aardig beeld van wat je onderweg zoal tegenkomt.

DSC_7948 DSC_7950 DSC_7954 DSC_7958 DSC_7959 DSC_7962 DSC_7966 DSC_7968 DSC_7971 DSC_7974

100_8463 100_8467 Versie 2 100_8472

DSC_7975 DSC_7976 DSC_7980 DSC_7982 DSC_7983

Bijna half zes. We stoppen ermee. In Montech schijnt een haventje te wezen, met steigertjes en stroom en water. Daar gaan we liggen. Misschien kunnen we vanavond een stukje wandelen in het dorp. Vijftig kilometer gevaren vandaag, niet niks. Allemaal dankzij een stuk van 18 kilometer zonder sluizen.

DSC_7987 DSC_7988 DSC_7989 DSC_7990 DSC_7991

Tien over half zes. We liggen. In Montech. Aan een onooglijk klein steigertje dat bijna bezwijkt als je erop stapt, maar we liggen. Het is 36 graden celsius in de kajuit. Dat slaat je helemaal plat. We nemen een lekkere koude rakker op de rand van de kuip, maar ik ga eerst betalen in de Capitainerie.

Kwart voor zes. Zo snel heb ik me nog nooit door het registratie- en betaalproces gemanoeuvreerd! Ik kwam bij het kantoortje en daar zeilde een meneer de hoek om die mij zag met mijn papieren in de hand en vroeg wat ik wilde. Ik wilde me melden, meneer, zei ik. Ben je net gekomen? Ja, meneer, op nr. 7. Is het voor één nacht? Ja, meneer. Laat maar zitten dan en weg was ie. Kijk, dat noem ik nog eens zakendoen. Lijkt Griekenland wel, alhoewel de dingen daar nu gaan veranderen. Maar mij hoor je niet klagen, ik klaag nooit, ik ben geen klager, dat weet iedereen.

We gingen pas om twaalf uur naar bed. Het was te warm voor alles. Je kon alleen maar stilzitten. Lekker buiten gezeten, borreltje drinken, beetje kletsen. Eerder op de avond was ik in mijn eentje het dorp wezen verkennen. Een beetje unheimisch vond ik het. Weinig mensen op straat, alleen een dikke dronken kerel en een paar skinheads bij de kerk. Op dat moment had het geheel geen sfeer voor mij. Een doods dorp. Alles was dicht. Geen café gezien, slechts één restaurant waar een paar mensen zaten. Ze hebben hier wel een heus medisch centrum, waar ook een tandarts bij zit, moet ik vasthouden, die gedachte.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s