Maandag, 13 juli 2015

JA HOOR, DAAR IS IE WEER. LEKKER HOOR, ZO’N MINI-VAKANTIE. DIT IS DE NADER ORDER.

Pauillac 3

Het is nu acht uur en ik ben alweer klaar met het stukkie schrijven van 12 juli, zo vroeg, ja, dat kwam ook doordat ik om half zeven eruit gegaan ben, weet je, we waren om half zes wakker, lekker geslapen van half twaalf tot half zes, afgelopen nacht, het water was toen hoog, in mij en naast de boot. Nu is het op beide fronten flink aan het zakken, snel. Dat betekent dat we vanmiddag op zijn vroegst pas om een uur of vijf voor de mastenkraan zouden kunnen liggen, als ze ons persé meteen vandaag zouden willen bemasten. Ik ga er vanuit dat dat niet gebeurt, zodat we lekker op ons gemak kunnen werken aan het bevestigen van alle toeters en bellen aan de mast. Tenminste, als ze dat ding een beetje op tijd komen aanleveren op die parkeerplaats. Zoals gezegd: stukkie is geschreven en dat ga ik op de weblog zetten, buiten aan het klaptafeltje in de kuip, want binnen doet de wifi het niet en of ie het buiten doet moet ik nog maar afwachten.

Tien voor half tien. Met veel vijven en zessen kreeg ik mijn verhaal op de weblog en daarna ben ik eventjes buiten het dorp wezen fietsen, Pauillac uit, om te zien of ik een depot kon vinden met een mast erin, de mijne bijvoorbeeld. Verdomd, ik vond em, een kilometertje naar het noorden op een afgesloten gemeenteterrein, achter een gaashek. Hij lag op van die plastic roadblock dingen, bijna helemaal doorgezakt tot op de grond. Mijn god, wat een verstand! Maar hij zag er gezond uit; alles wat ik er niet zelf afgehaald had zat er nog op, een hele geruststelling. Ik maak me wel ongerust over de kar waarmee de mast zo’n eind over de openbare weg wordt gesleept: een mooie hydraulische kar, dat wel, met massieve wielen, die zal hotsen en botsen over de weg mag ik aannemen. Ik ben blij dat ik de radar eraf gehaald heb. Ik blijf tobben, tistogwat. Een kop koffie helpt.

Vijf over half tien. Koffie is op. Ik heb de complete verstaging de loopbrug op gesjouwd en boven op de pier gelegd, met twee steekkarren om de zooi straks naar de mast te rijden. Nu ga ik de diesel uit Willem z’n jerrycan in de dagtank hevelen om het ding van het dek af en uit de weg te hebben. Ik ben zo druk als een klein baasje.

Kwart over tien. Rommel opgeruimd. Een tweede bak koffie is in aantocht, met een Knopper, zo heten ze hier niet maar ik blijf ze zo noemen. Ingeborg luistert naar Ilse de Lange en naar Katie Melua, op de kuiprand; daar is ze tamelijk verzot op.

Half twaalf. We zijn lekker bezig. Ik zag de havenjongen op een tractor met de botenkar erachter, gevolgd door een handlanger op een brommer, zich over de openbare weg richting depot begeven, vermoedelijk om onze mast op te halen. Mooi! Dat was kwart voor elf ongeveer. De tuigage en mijn gereedschap lagen al op de pier, klaar voor transport naar de mast. Kijk Ing, daar komt ie weer aan! We zagen hem met de tractor terug komen rijden, zonder kar met mast. Wat nou weer? Ik naar hem toe fietsen. Wat is er aan de hand? Komt die mast vandaag nog? Neen, er zijn “soucis” (=zorgen), il y a des problèmes (=problemen)! Wat dan? Ja, toen we daar waren en mijn maat die mast zag, wilde/kon/durfde hij niet mee te werken met het transport! Ook in dit geval werd het niet duidelijk waarom precies een en ander niet doorging; hij legde het wel uit maar in rap, dialectisch frans dat mij grotendeels ontging. Ik begreep wel dat het morgen, de veertiende, ook niet ging gebeuren maar overmorgen komt het zeker voor elkaar, dan komt er iemand anders bij; je suis désolé (=het spijt mij). Ja, het spijt mij ook zei ik en ik fietste gauw terug voordat ik in zijn gezicht ontplofte, hij kon er tenslotte ook niets aan doen. Ziedend van woede bracht ik alle spullen terug naar de boot. Met die fransen zijn gewoonweg geen afspraken te maken. Ik bedenk een nieuw project: de fietsjes wegbrengen en ter reparatie aanbieden bij het Atelier Vélo, naast het wijnchateau in Bages.

Kwart voor één was ik terug. Dwars door de wijngaarden met de twee fietsjes. Hetzelfde meisje zat er weer. Fietsjes afgeleverd. Ik kan ze woensdagmorgen vanaf negen uur komen ophalen. Op de terugweg (twee kilometer lopen) maakte ik foto’s van het chateau en de wijnvelden met uitzicht op de Garonne. Bij de Carrefour haalde ik een pak diepvriesgarnalen, want daar heb ik zin in vanavond, citroentje erbij, knoflook en in de Sambuco marinade; heerlijk.

DSC_8482 DSC_8484 DSC_8486 DSC_8488 DSC_8490 DSC_8491 DSC_8493 DSC_8495 DSC_8496

DSC_8499Drie uur. De zon schijnt. In de wind is het fris. We hebben liggen slapen, Ingeborg in bed en ik op de kuipbank, boven mijn boek in slaap gevallen. We gaan nog een keer naar de Carrefour om nog wat ingrediënten voor de garnalenmarinade te halen en steken daartoe met het bootje de haven over, dat scheelt een halve kilometer lopen.

Kwart over vier. Terug van de Carrefour. Ingeborg gaat de garnalen op sap zetten en ik ga helpen; daar is ze helemaal niet blij mee. Op de terugweg heb ik bij het Bureau voor Toerisme gevraagd naar de baas van de haven (omdat de havenjongen had gezegd dat ik bij hem met creditcard kon betalen, in het Bureau van Toerisme; nog zo’n raar verhaal). Het meisje keek me bevreemd aan, maar uiteindelijk kwam eruit dat het een gemeentehaven is en dat er wel 1 of 2 keer per week iemand op het BvT kwam, maar vandaag niet en als ik wilde betalen moest ik dat op de capitainerie doen. Ja, maar daar gaat het nu niet om, ik wil hem spreken! Ja, dat is dan jammer, ik weet ook niet waar hij is. Ik kwam er niet uit met haar. Het is wonderlijk dat er zo weinig “begrijpend Engels” wordt gesproken in zo’n toeristische streek.

Tien voor half acht. Lekker gamba’s eten!

Negen uur. Net geskypt met Joke en Willem, een stief kwartiertje; over de motorproblemen die we achter de rug hebben (hopelijk), heel gezellig. Staande het gesprek heb ik de motor gestart om te controleren of ie het nog doet en om Willem te laten horen hoe ie klinkt.

Half tien. Mijn boek is uit. Ingeborg zag het al aankomen: oh god, die gaat weer vervelend lopen doen! Z’n boek is uit! We luisteren naar muziek uit de jaren zestig, het zijn de resterende nummers op de computer die nog 0 keer waren afgespeeld. Wat een troep; nu begrijp ik waarom we er nooit naar geluisterd hebben.

Half elf. Nieuw boek, van Michael Connelly, ben erboven in slaap gevallen. Zere nek, pijn in mijn harses, helemaal niet fijn. We gaan maar naar bed denk ik.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

2 reacties op Maandag, 13 juli 2015

  1. Jan en Jolanda Veltkamp zegt:

    Blij dat je er weer bent😀

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s