Woensdag, 22 juli 2015

La Rochelle – St. Martin Ile de Ré

Dag Datum Wind Weer
Woensdag 22 juli 2015 NW, 2 – 3 Bf Geheel bewolkt en fris
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
06.30 uur 10.00 uur 10.989 (trip 14,2/track 12,17) 4750 uren

Kwart over zes. Ben zes uur eruit gegaan. De wekker staat op zes uur. Onnodig dus. Half zeven gaan we weg. Snoer naar binnen halen. Het is fris buiten, zwaar bewolkt. Veel herrie op de kades waar vuilniswagens en straatvegers af en aan rijden, waarom die kerels daarbij moeten schreeuwen is mij een raadsel. Schone stad.

Precies om half zeven gooien we los. De sluisdeur zit nog dicht en er is geen teken van leven in het havenkantoor. Na een minuutje of tien roep ik de havenmeester op, of ik misschien een opening kan krijgen? O, ja hoor, grote bassin of kleine bassin? En: om half zeven draaien wij! Eikel, kijk op je horloge en naar buiten (het Bureau du Port staat bovenop de kade waar ik lig te draaien en ik heb gisteren met hem afgesproken). Goed, kleine bassin. Hij komt naar buiten en zet de boel in werking. De linkersluisdeur gaat ongeveer met een centimeter per minuut open. Ik moet steeds voor- en achteruit gas geven om op mijn plaats te blijven. Zucht. Eindelijk draait de voetgangersbrug opzij en we kunnen erdoor. Doei, La Rochelle! Het is donker en dreigend, geen lekker vertrek zo.

Die linkerdeur ging zo traag als een luis op een teerton, net als de havenmeester

Die linkerdeur ging zo traag als een luis op een teerton, net als de havenmeester

Eindelijk draait dan de loopbrug

Eindelijk draait dan de loopbrug

De havenmeester aan zijn regelkastje

De havenmeester aan zijn regelkastje

Dag La Rochelle

Dag La Rochelle

Sombere gevel

Sombere gevel

Tien voor zeven motor uit, net buiten de torens, nog voor de ingang van Port Minimes, het “1000-mastenbos”. Op slechts de kluivert kruipen wij voort, de vaargeul door naar buiten. De stroom staat nog een klein beetje naar binnen, dus we gaan niet echt hard ondanks dat er best wat wind staat, soms op 30 graden inkomend en soms dwars. Voor de laatste keer (ga ik even vanuit) laten we La Rochelle achter ons.

Het is niet ver naar St. Martin, zo’n 9 mijl hemelsbreed, maar ik trek toch maar de kotterfok erbij want ik vind het te langzaam gaan: 2,8 knoop is te weinig. Tot we de hoek omgaan bij het industriële gedeelte op de stuurboordkant van het vaarwater, richting brug die het eiland met het vasteland verbindt is het een bezeilde koers, daarna moet de motor weer aan omdat het stik in de wind is, die is namelijk noordwest en staat recht in het gat tussen Ile de Ré en het vasteland.

De zuidkust van Ile de Ree

De zuidkust van Ile de Ree

Here comes the bridge!

Here comes the bridge!

Kwart over acht. We zijn de brug gepasseerd. De motor op 1800 toeren om tegen de korte golven op en tegen de wind in enige vaart te behouden. Ik heb sokken, een lange broek en een jasje aangetrokken want ik kreeg het verrekte koud achter het roer. Nog een uurtje en we zijn in St. Martin, komt mooi uit, ik heb er nu al genoeg van.

There goes the bridge 1

There goes the bridge 1

There goes the Bridge 2

There goes the Bridge 2

Tien over negen. De noord kardinaal die de ondiepten voor de havenhoofden markeert zijn we voorbij en ik ga de stootwillen ophangen en de landvasten klaarleggen. Vlak voor de haven roep ik de havenmeester op die zegt dat ie plek voor ons heeft maar dat ik buiten moet wachten want er komt een schip naar buiten. Ik keer om en ga liggen wachten. Er komen een paar jachten naar buiten en een ferry. Een andere ferry uit La Rochelle, die ook lag te wachten gaat voor ons naar binnen en wij achter hem aan. In de voorhaven moeten we weer wachten want er komen nog meer jachten naar buiten. Dat gaat een tijdje zo door. We dringen iets op naar voren, tot we de sluisdeur kunnen zien, die staat permanent open gedurende een uur of vijf rond hoog water. Af en toe komt er een boot uit en het licht blijft op rood staan. Ik roep de haven weer op. Ik moet wachten tot het licht op groen gaat. “Green” of “vert”, geeft de man aan de marifoon ongeduldig aan. Het duurt eeuwen, ze laten voorlopig voor mij het licht op rood en voor de boten die besluiten te vertrekken tussen nu en een paar uur verder blijft het licht op groen! Eerst denk ik dat ie dat doet om te treiteren, maar ik bedenk me op tijd dat ik natuurlijk op een achterlijk tijdstip de haven in wil: sogges vroeg! Eindelijk is de laatste eruit en gaat de lamp op groen. Er verschijnt een havenmedewerker op de sluis die volstrekt niet te volgen is (door mij). Volgens Ingeborg moeten we in box 15 gaan liggen, zodra ie te horen krijgt dat we twee dagen willen blijven. Ik geloof dat ik mazzel heb: als ik 1 dag had gezegd hadden we drie of vijf-dik moeten gaan liggen. De Nederlanders die we in La Rochelle spraken, liggen hier ook: twee dik. Zij willen hier nog een dag blijven en komen even later naast ons liggen in box 14. We kletsen gezellig een tijdje met mekaar over de onderdeur; de koffie stellen we even uit. Zij hebben al een heleboel tips voor ons. Mooi, gaan we gebruik van maken.

DSC_8933 DSC_8934 DSC_8935

DSC_8942 DSC_8943Twaalf uur. We zijn bij de havenmeesteres (altijd zit er een vrouw achter het bureau) geweest waar wij €79,80 moesten achterlaten. Genereus liet ik haar het wisselgeld van vier briefjes van twintig houden (ze bedankte me ook nog, lache man!). Ik vroeg of de derde dag gratis was, net als in L.R. Neen, monsieur, die regel treedt pas in werking bij een week liggen. Ze hebben hier ook wifi en toch eigenlijk ook weer niet: je krijgt codes en er is een heuse beginpagina, maar van de buren hadden we al begrepen dat er geen “bytje” doorkomt, laat staan een “megabytje”. Ach, het kost niks, maar dan heb je ook niks. De lezertjes zullen het weer een tijdje zonder moeten stellen vrees ik, want ik verdom het verder om steeds voor een tientje koffie of bier te bestellen om die kletskoekerij op het net te kunnen zetten. Af en toe kijk ik nog met een scheel oog, doch niet fanatiek, of ik ergens een Orange vestiging kan ontdekken, maar wat dat betreft zijn ze in deze contreien erg gedepriveerd. Het is warm hier in de haven en stervensdruk; het barst van de toeristen, onvoorstelbaar, maar wel gezellig.

DSC_8938 DSC_8939 DSC_8940 DSC_8941 DSC_8945 DSC_8947Dat gaan we nu pas goed meemaken de komende weken: augustus staat voor de deur, de maand waarin alle Fransen met vakantie gaan! We gaan nu even naar de “marché”, kijken wat daar te koop is en wat we dan niet gaan kopen, zie je.

Half twee. Onze wandeling door het dorp eindigt in een “near-disaster”: na gemoedelijk gekuier in straatjes en winkeltjes, op zoek naar batterijen voor de voice recorder, die hier overigens drie keer zoveel kosten als in Nederland maar dit terzijde, besluiten we maar eens een kerk van binnen te bekijken, dat was tenslotte al een dag geleden dat we dat deden. Ingeborg maakt een paar fotootjes met de mooie, witte Nikon.

DSC_8949Op weg naar de uitgang verstapt zij zich in het halfduister van die klotekerk en smakt hevig tegen de niet bepaald meegevende kerkvloer waarbij zij haar linkerhand en pols bezeert. Gelukkig mankeert haar niks. De camera echter maakt ook een smak tegen de grafzerken. Met name het objectief heeft te lijden: hij draait niet meer in of uit. Dat wil zeggen ik krijg hem nog wel in, maar niet meer uit. Ik ben heftig teleurgesteld door deze nieuwe tegenslag en laat dit gevoel een tijdje de opluchting dat Ingeborg niets mankeert overvleugelen. Ik weet het, ik ben een hufter, altijd geweest. Terug op de boot weet Ingeborg stiekem toch weer leven in het objectief te krijgen, maar houdt zelf pijn in haar hand. Bitter. We zijn ondanks dit nare voorval bij het Bureau voor Toerisme langsgegaan om te vragen waar de Lidl was. We kregen een plattegrondje mee waar ie op stond. Morgen gaan we daarheen, op fiets met aanhanger. We proberen de wifi met het bekende resultaat.

Half zeven. Ik ben des middags twee uur lang op bed wezen slapen terwijl ik mijn boek probeerde uit te krijgen (dat is uiteindelijk gelukt).

Kwart voor zeven. We gaan nazi eten, met pindasaus. Ik help Ingeborg omdat ze met haar linkerhand niet voldoende kracht kan zetten om pannen te tillen en potten te openen en dat soort dingen.

Kwart voor elf. Ik wil naar bed. Ik val steeds in slaap bij het lezen. Schrijven lukt niet. Heb een nieuw boek, een onbegrijpelijk verhaal van Robin Cook, “Terminaal” geheten, dat gaat over onoirbare praktijken bij de bestrijding van kanker en waarin medische zaken uit de doeken worden gedaan, waarvan ik denk dat zelfs specialisten die niet begrijpen. Het is moeilijk om de draad van het suspense-verhaal vast te houden tussen alle medische verhandelingen door. Maar je slaapt er lekker op.

Morgen gaan we naar de Lidl fietsen. Groeten uit St. Martin Ile de Ré. Tis hier fantasties. Welterusten.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s