Zaterdag, 1 augustus 2015

Audierne – Aberwrac’h

Dag Datum Wind Weer
Zaterdag 1 augustus 2015 Geen wind, pas toen we in de haven lagen begon het te waaien Zon
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
08.30 uur 17.00 uur 11.315 (trip 59,6/track 53,97) 4775 uren

Half acht. Ik was reeds te 04.30 uur wakker, dus ik heb al een oggend achter de rug. Ik heb geprobeerd dingen te schrijven, dat lukte uiteindelijk niet want voordat ik het wist was het al half zeven en moest ik brood gaan halen (drie stuks want we eten vandaag de hele dag bietensalade op brood, met ui, mayo en ei, volgens mijn eigen recept; ik verheug me er nu al op) en vulles wegbrengen en was ik zenuwachtig over ons vertrek straks naar de Raz de Sein. Dat staat toch wel in het teken van deze morgen. De stad maakt zich op voor een markt, een brocante. Helaas gaan we daar niets van meekrijgen. De buren zijn zojuist in één klap verdwenen: drie boten; eentje naast ons en twee voor ons, dat maakt het wegvaren straks erg makkelijk; we hoeven ons alleen maar door de ebstroom om te laten gooien en het zeegat te kiezen. Hunnie zijn eerder weggegaan omdat ze als de dood zijn dat ze door het snel stromende en dalende water de bodem raken met hun diepstekende jachten, voor ze buiten zijn. Heel verstandig want het water daalt hier echt snel, vooral nu het bijna springtij is. Onze engelse buurman vertelde dat ie buiten aan een mooring ging liggen wachten tot het tijd werd om naar de Raz te varen. Daar zou het pas te 11.45 uur slack zijn, de beste tijd om er doorheen te gaan. Hij gaf ons ook nog de tip van het “dubbele tij” als je eenmaal door de Raz bent. Vandaag kun je zomaar met twee tijen stroom mee in Aberwrac’h zijn als je dat wilt. Dat lijkt ons wel wat. Wat moeten we in Camaret eigenlijk? Dat gaan we doen vandaag: naar Aberwrac’h. Niet verkeerd. Als we daar zijn kunnen we met een paar dagen hoppen zo in Nederland zijn want dat is op een of andere manier nu toch wel het doel geworden. Het hóeft niet, maar het kan. Kijk, als we door onvoorziene omstandigheden ergens (moeten) blijven liggen, is er geen man overboord (tenzij sprake is van man overboord, dan verandert alles): we moeten en hoeven nog steeds niks! Ik heb water getankt, op internet gekeken of er nog iets bijzonders was en dan gaan we er maar vandoor, zachtjes dobberend die 11 mijl langs de ruige kust tussen Audierne en de Raz afleggen om ook niet weer niet te vroeg daar aan te komen.

Half negen. Op weg door de kronkelige vaargeul naar buiten. Achter de pier liggen een heleboel jachten aan een mooring of op hun anker te wachten op het moment dat ze naar de Raz kunnen varen. Het wordt dringen in de raz.

De ankerplaats buiten Auditeren

De ankerplaats buiten Auditeren

Je kunt buiten een wachtplek innemen

Je kunt buiten een wachtplek innemen

Dag Audierne

Dag Audierne

Gaan wij niet doen, we varen door, heel langzaam.

Tien voor negen. Als we achterom kijken blijken toch al meer jachten hun mooring te verlaten om op pad te gaan. De zee is plat en supervlak bij volkomen windstilte. De windwijzer op de mast draait vrolijk zijn rondjes. Ideaal weer om zo’n stroomversnelling te nemen.

Plaatsje langs de kust

Plaatsje langs de kust

Kwart voor tien. We naderen ondanks het trage tempo (4 knopen) met rasse schreden de raz. Nog 4,5 mijl. Daar staat de stroom nog tegen. Temporiseren dus. Het waait nog steeds niet. Een hele vloot komt achter ons aan. Vooruit zien we diverse schepen die naar het zuiden varen en uit de raz komen. We gaan nu koffie krijgen met een lekker koekje erbij (sprits).

We zijn er bijna, bij de Raz

We zijn er bijna, bij de Raz

Half elf. Nog een mijltje en dan zitten we er in. Ik ben benieuwd wanneer de stroom “omslaat”. We zijn eigenlijk te vroeg. Volgens de modellen zou dat moment pas te 11.45 uur zijn, maar met dit weer kun je je wel wat afwijking van het ideale plan veroorloven. Het is ongelooflijk vlak het water, je kunt je haast niet voorstellen hoe erg het hier tekeer kan gaan. Een minuutje later begint het water te kolken, maar niet bedreigend. Het is erg rustig. Hier merken we pas iets van tegenstroom, maar niet drastisch vooralsnog.

Kwart voor elf. In feite zijn we de Raz gepasseerd, met tegenstroom! Ja, dat klopt, we waren te vroeg. Uiteraard maakten we fotootjes van de Vieille en de Plate, die dicht bij elkaar staan.

De beroemde bakens

De beroemde bakens

Met een stukje kust erachter

Met een stukje kust erachter

Half twaalf. De Raz en het eilandje met het vuurtoren huisje erop dat iets verderop staat hebben we achter de rug.

Het eilandje verderop

Het eilandje verderop, op de achtergrond het bewoonde Ile de Sein

Op naar het Chenal de Four bij Le Conquet, voorbij de baai van Brest, daar kan het ook flink stromen. Ingeborg gaat eieren en aardappelen koken. Daar maak ik straks een slaatje van met rooie bieten, gekookte sperziebonen, uien, mayonaise, ketsjup, ketjap manis en peper en zout. Ik had het grootzeil bijstaan, dat voor de Raz niet heeft geklapperd, maar nu is het water veranderd voor de baai van Douarnenez. Gek wor ik ervan. Ik maak de val los en laat het grootzeil in 1 keer naar beneden pletteren. Als er geen druk in staat valt ie keurig op de giek in het maindrop-systeem en ook nu is dat weer het geval. Simpel.

Kwart voor een. Slaatje klaar. Hij is weer lekker geworden! Ik heb het grootzeil weer omhooggetrokken want er kwam iets wind. Nog een mijl of zeven naar het Chenal de Four. Volgens de stroomkaart op de plotter staat de stroom daar al fiks mee. Als we maar niet te laat zijn!

Ingeborg zag het wel zitten

Ingeborg zag het wel zitten

Half twee. Lekker gegeten. De zon schijnt, een licht windje van achteren, de motor bij. Ik geloof dat er aan stuurboord een vrachtschip op ramkoers gaat liggen, die komt van Brest. Het is een tanker, de “Admiral”. Ik geef een beetje extra gas en hij stuurt zowaar iets bij. Alles gaat goed.

De "Admiral"

De “Admiral”

Kwart over twee. Ik heb 9,9 knopen op de plotter gezien (speed over the ground). Nu is ie alweer afgezakt tot 8,2 mijl. Ik hoop dat we dat nog een uurtje kunnen volhouden, zodat we op tijd zijn voor de meegaande stroom naar het oosten als we het eiland Ouessant voorbij zijn.

Hier zitten we in het Chenal de Four

Hier zitten we in het Chenal de Four

Le Conquet

Le Conquet

Vijf voor drie. De zeilen zijn allemaal weer weg, want in deze zee en bij deze windkracht (geen) blijft er niks van over. Ik zie wel andere schepen zeilen maar die hebben allemaal zo’n grote boterhammenzak voor hun boeg hangen. Die heb ik ook, twee zelfs, maar die blijven mooi in de zak; veel te veel werk en gevaarlijk ook in deze zee, voor een man alleen!

Mooie rooie ton

Mooie rooie ton

Half vier. Heksenketel, heksenketel! Kaapwater, kaapwater! We zijn voorbij Finistère, hèhè, eindelijk op de terugweg, eindelijk vakantie!

Mooie kusten

Mooie kusten

Finistere

Finistere

Half vijf. Na een lange, martelende, trage tocht tijdens welke wij snelheden haalden van slechts 9,9 knopen en dan weer 8 en dan weer 7 en dan weer 9, treurig gewoon, varen wij eindelijk de “trechter” in van Aberwrac’h, langs de rotsen, met de grootste vuurtoren ter wereld, de Ile de Vierge, dominerend op de achtergrond aan bakboord.

De langste!

De langste!

Aberwrac'h

Aberwrac’h

Daar liggen we

Daar liggen we

De track

De track

Vijf uur. We liggen in de haven van Aberwrac’h, helemaal in de hoek gedouwd tegen een jacht aan, weinig ruimte aan alle kanten om me er morgen uit te manoeuvreren. Niet zo’n slimme havenmeester, maar ik ben nog dommer want ik had gewoon moeten weigeren. Ik was echter te moe om te zeuren. Wat een gedoe. We liggen weer, in Aberwrac’h. Een andere havenmeester komt met de boot langs om geld op te halen: 34 euro en 4 cent.

Ik moet schrijven, ik moet schrijven, ik moet de tank vullen, ik moet de tank vullen, ik moet olie onder de motor opvegen, olie opvegen. Niets van dat alles: ik ga lezen.

Na het lezen kijk ik naar de waterstanden, de stromingen en we besluiten morgenoggend om 08.00 uur te vertrekken. Linda belt, heel gezellig.

Kwart over elf. Toch maar gaan schrijven, 30 juli. Er is een feest aan de gang op de kant, van de zeilvereniging denk ik, karaoke, harde muziek en geschreeuw. Leuk. We gaan vroeg naar bed want we moeten morgen zeilen naar Trébeurden

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

2 reacties op Zaterdag, 1 augustus 2015

  1. Cees zegt:

    Leuk in Aberwrac’h, zijn wij ook geweest in 2010. Uren lopen naar de supermarkt. Maar hoe spreek je het nu uit?

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s