Woensdag, 5 augustus 2015

St. Peter Port (Guernsey) 3

Half zeven. Ben eruit. Was om vijf uur al wakker doordat ik scheepsbewegingen hoorde, een vroege vertrekker (de catamaran voor ons). Het is laagwater, voor ons ligt er eentje op zijn kant, de sukkel.

Sukkel? Misschien doet ie dit vaker

Sukkel? Misschien doet ie dit vaker

DSC_9347

“Het daghet in het Oosten”

Ik ga maar eens aan de slag, kijken of ik die zooi op het net kan krijgen. Ingeborg ligt nog in bed en alle boten liggen tegen ons aan. Het is doodstil buiten, windstil. De meeuwen lopen op de eb-lijn te pikken in de modderbodem. Prachtig.

Tien over acht. Over 20 minuten ga ik naar die motorjongens toe, dan is het half acht engelse tijd, ik hoop hen vroeg aan te treffen. Ik heb vier stukkies op de weblog geplaatst. Terwijl het zonnetje bleekjes opkwam en de haven nog stil was had ik een super ontvangst: teksten en foto’s spoten door de virtuele ruimte! Heel goed. Ontbijt zit erin, nog een koppie thee en dan maar zien of we die monteur aan boord kunnen krijgen, dan is de grootste hobbel genomen.

Kwart over negen. Uiteraard was om half negen (half acht E.T.) de zaak nog gesloten. Ik heb de hele pier afgestruind tot aan het kasteel, naar bootjes gekeken en over de muur uitgekeken over Havelet Bay om de tijd te doden tot negen uur (acht uur E.T.). Toen zag ik de deur openstaan en dook ik erop af. De monteur was er nog niet. Een kwartier later sprak ik met dezelfde man van gisteren, kennelijk de baas, Keith Duquemin genaamd (staat op zijn kaartje), die vertelde dat de monteur deze morgen nog bezig is op een vissersschip en daarna naar mij toe komt, dat zal zo rond de middag zijn. Hij belooft dat de monteur zal bellen om zijn komst aan te kondigen. Nog steeds vertrouwen.

Tien over half tien. De boten naast ons gaan vertrekken. Een hele opluchting, die wel tijdelijk zal zijn vrees ik. Jammer dat die tweemaster die vanochtend plat lag intussen naar achteren is getrokken om herhaling te voorkomen, want ik wou op de plek van de vertrokken catamaran gaan liggen. Het zit me niet mee ook, zeg.

Kwart voor elf. Update. Alle boten naast ons zijn weg en achter ons liggen ze nog zeven dik! Ongelogen! Het giet, het regent pijpenstelen. Ik ga zo maar even schrijven, nog een stukkie inhalen, maar eerst even wat foto’s bewerken. Een havenknul is langs komen wandelen om geld afhandig te maken. Hup, weer 30 pond! Alsof het niks is. Dat kunnen we de rest van de maand volhouden en dan zijn we failliet. We hebben het wel naar ons zin verder, het is hier fantasties.

Half twaalf (N.T). Pijpenstelen. De monteur belde: kan ik langskomen. Jongen, je bent meer dan welkom! Ben er zo, zei ie. Dat klopte. Binnen 10 minuten stond ie op steiger met gereedschapkist en nog een tas. Prettige gozer, jong en dynamisch, precies zoals het hoort. Hij sprak goed Engels, ik bedoel: een goed verstaanbaar accent, een feest. Ik begin dan zelf ook beter Engels te lullen!

Twee uur. De monteur is weg, een half uurtje al. Hij heeft de moeren op de verstuivers aangedraaid en de koperen “washers” (=afdichtringen) op de “return banjo’s” die in de brandstof retourleiding zitten op elke verstuiver vervangen.

Nog een keer de lekkende "Return Banjo", die koperen bout naast de oliepeilstok

Nog een keer de lekkende “Return Banjo”, die koperen bout naast de oliepeilstok

Het duurde een tijdje tot het lekken helemaal over was. De motor moest tenslotte goed warm gedraaid worden met de schroef ingeschakeld, waarna hij een laatste keer alle moeren en banjo’s kon aanzetten en daarmee was het probleem opgelost. Hij heeft keurig gewerkt, maakte alles steeds schoon, helemaal goed. Volgende keer kan ik het zelf, maar dan moet ik wel zo’n speciale sleutel hebben waarmee je de moeren op de verstuiver aandraait. Ook hier weer: geschikt gereedschap is driekwart van het werk. Ik had zo’n ding nog nooit gezien. Wat wel weer jammer was, is dat we geen seconde hebben gedacht aan het maken van foto’s. Ik kan mezelf wel voor m’n kop slaan! Volgens de monteur, ik ben zijn naam vergeten, hebben ze in de winkel ook wel een impellertje dat geschikt is voor mijn brandstofoverhevelpompje en misschien ook wel een luchtpompje dat op de luchtleiding van het brandstof meetsysteem kan worden aangesloten, jeweetwel, zo’n dingetje dat ze voor benzine gebruiken op buitenboordmotoren. We spraken af dat ik aan het eind van de middag kom betalen. Afijn. We kunnen morgen weg, een hele opluchting.

Half drie. Ik sloopte meteen de brandstofpomp van zijn fundament en ging er direct mee naar de winkel. Keith deed vreselijk zijn best om een waaier te vinden, zoals bedoeld door de monteur. Het moet een nitrol of nitral waaier zijn, ook van Jabsco, die geschikt is voor olie. Hij kon hem helaas niet vinden, maar had ondertussen wel het dekseltje van het pomphuis gehaald. Dat had ik in Port Napoleon met vloeibare pakking dichtgeplakt. Ik kreeg een nieuwe pakking mee (na veel zoeken). Het luchtpompje voor de brandstoftank ging ook niet lukken, de maten klopten niet. De rekening was nog niet klaar, dus ik kom vanmiddag om vijf uur (vier uur E.T) terug. Ingeborg zit te skypen met Miriam, maar eigenlijk wil ik op pad om diesel te halen bij een “land”-pomp, want de pomp op de haven geeft alleen rooie diesel af en die ellende moet ik niet hebben. Ingeborg breit er op mijn aandringen een eind aan en we gaan met de boodschappentas op wielen, met de can van zwager Willem erin, op excursie. Ingeborg moet mee zie je, want we doen alles samen en ik durf niet alleen, zie je. Aan de hand van een plattegrond van St. Peter Port die ik ergens in een andere watersportwinkel had gekregen doorkruisen wij de stad, door tamelijk geaccidenteerde straten (omhoog en omlaag). Best mooi, mooie huizen, leuke optrekjes, fraaie tuinen, geen fototoestel, spijt. Na een half uur heuvel op zwoegen komen we bij de plek waar volgens de kaart een pompstation moest zijn. Dat is nu een motorfietsen-winkel. Het pleintje voor de winkel is bezaaid met alle mogelijke soorten tweewielige monsters; geen pomp te zien. De baas, een soort kabouter Plop, maar dan met zijn gedrongen lijf onder de tatoeages, legt ons vriendelijk uit dat hier vorige eeuw inderdaad een benzinepomp stond maar nu, zoals u ziet, meneer, echt niet meer! Hij wijst op de kaart aan waar we wel terecht kunnen en dat is dat hele teringeind weer terug, vlak boven het centrum, bij een Honda garage. Aardige gozer, mooie baard. Afijn, wij terug. Ingeborg heeft het eind in de bek, het arme kind. We zweten ons een kapotje. Uiteindelijk vinden wij het tappunt en ik prop de tank boordevol voor 29 pond (en nog een pondje voor een blikje koud, stevig bier). Bergafwaarts gaat het snel en na een haastig boodschapje in het ons bekende supertje haasten wij ons terug naar de boot, want de (engelse) tijd dringt; ik moet nog afrekenen. Bij de haven neemt Ingeborg de kar over en ik loop door naar Herm Seaway. De rekening is klaar en bedraagt 93 pond. Geen franse toestanden hier. Helemaal goed. Ik blij. We nemen hartelijk afscheid van elkaar, Keith en ik.

Tien over half zeven. T.o.d.b. heb ik de diesel meteen in de tank geheveld en verder alles klaargemaakt voor vertrek morgenochtend. Aan de hand van de stroomkaartjes in de Reeds bepalen we dat we rond 10 of 11 uur morgen moeten vertrekken om de stroom in de Race volledig mee te krijgen, tot aan Cherbourg aan toe. Dat zal wat worden met al die boten naast ons: zeven stuks worden er momenteel tegen ons aan gedirigeerd door de havenmeesters! Achter ons liggen 10 boten tegen de arme fransman aan.

Zwaan kleef aan

Zwaan kleef aan

Die man gaat verderop aan de andere kant van de steiger hele grote stootwillen ongevraagd lenen van de havenautoriteiten, hij sloopt ze gewoon van de ligplaatsen van de havenmeesters en hangt ze tussen zijn boot en de steiger. We helpen allemaal. Lache man. Hij heeft groot gelijk. Ze zijn hier helemaal van de pot gerukt. Aan de andere kant: al die stomme zeiltoeristen die in het hoogseizoen naar Guernsey willen komen zijn ook allemaal van de pot gerukt. Sukkels. Onze buurman wil morgen ook vroeg weg en een Engelsman van een paar boten verderop naast ons ook, dus dat komt wel goed.

Half acht. Jongens, wat is het druk hier in St. Peter Port. Als het hard zou waaien zou dit absoluut niet kunnen; schade alom, zeker weten!

Tien over negen. Het lijkt Enkhuizen wel: er kan nog meer bij. Onze buurman zegt dat ie dit nog nooit heeft meegemaakt en hij komt hier elk jaar, soms een aantal malen. Horror. Ik schrijf 3 augustus en probeer hem op de weblog te plaatsen, het lukt pas laat in de avond. Tijdens het schrijven stuif ik een aantal malen naar buiten om de koeien en stieren die over het dek stampen te vragen of ze onze boot niet als koebrug willen gebruiken, goddammit; in twee talen. Het helpt. Mij in elk geval.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s