Zaterdag, 28 april 2018

Gent – Deinze

Dag

Datum Wind Weer

Zaterdag

28 april 2018 Ging wel

 Koud, miezerig

Vertrek

Aankomst Logstand

Motoruren

11.15  uur

14.45 uur

29.467 (30 km) 3146,5 (4 uren)

Half zeven begonnen met schrijven. Kwart over acht klaar. Het gaat al iets sneller. Met Cees en Anneke hadden we afgesproken rond negen uur te vertrekken om nieuwe avonturen te beleven. Nou, de avonturen lagen dichter binnen handbereik dan ik dacht. Ik ging even kijken of de neoprene afdichting van de koelvloeistof tank op de motor het hield. Die hield het voor geen meter, de sappen dropen spontaan langs de tank, godverdegodver. Kan het alleen mezelf verwijten: neopreen is poreus en werkt natuurlijk niet. Onder het aanroepen van de Heer op een verkeerde manier gingen we zoeken naar een fiets binnenband, die ik ergens moest hebben, zo herinner ik mij vagelijk. En eindelijk vond ik hem, diep in een hoek van de bakboord kuipbank weggedouwd. Ingeborg knipte aan de hand van de lekkende oude ring een nieuwe van fietsbinnenbandrubber, ik prakte het ding op de dop en vroeg Ingeborg de motor te starten om te zien of ie de boel afdichtte, daarbij vergetend dat de extra plastic expansietank aan zijn rubberen slang over de schoepen van de dynamo heen hing. Stóóóp!! Het kwaad was al geschied: de koelvloeistof-bende spoot met een straal uit de doorgesneden slang, zo de bilge in. Het koelvloeistof niveau stijgt daar momenteel tot grote hoogte, maar daar heb ik niks aan. Ik kon wel janken. Cees was getuige van de catastrofe, dus ik kan geen verhaaltjes lopen ophangen, hierzo. Denk ik klaar te zijn met redderen, veroorzaak ik alweer het volgende gebeurlijke ongeval: tot overmaat van ramp ga ik namelijk (Cees was al weg, gelukkig) met mijn reet op het bakje opgevangen koelvloeistof zitten, dat ik uit het extra tankje moest laten lopen, waardoor dat omkiepert over de accu’s heen zo de bak in waarin ze staan. Ik krijg de gilzenuwen, maar dit vertel ik niemand want dat wordt te gek. Ik sloop de slang tussen de tankjes weg en kruip uit mijn hol en loop de hele steiger af naar de havenmeester om te vragen waar ik zo’n brandstofslangetje zou kunnen verkrijgen. Hij raadt mij de Brico aan op de Vrijdagmarkt, autogarages daar weet hij niet van, hier in de buurt. Maar het is zaterdag zeg ik. Neen, man, gij zotteke, ik bedoel het plein dat zo heet! O, ok. Bedankt. Ik loop terug en pak een klapfiets waarmee ik aan de hand van de plattegrond van Gent met gevaar voor eigen leven over tramrails en kinderhoofden naar de Vrijdagmarkt scheur. Oh ja, hier zijn we gisteravond geweest. De Brico is een soort doe-het-zelf zaak waar ze geen automaterialen hebben, maar wel een verkoper die mij het adres van en de route naar een garage in St. Amandsberg kan geven, zo’ 5 km verderop buiten Gent. Welja, wat kan mij het schelen, er zit nog sap in mijn batterij. Voort gaat het. Ik verdwaal natuurlijk en na wat rondtoeren kom ik op de weg naar Zelzate (je ziet zo nog eens wat van het Vlaanderenland!) en verdomd aan mijn rechterhand zie ik een ietwat louche algemene garage, geen merk of zoiets, met monteurs erin, gebogen onder motorkappen. Ik rij van de zenuwen zowat een smeerkuil in. Een vriendelijke monteur die aanvankelijk wat argwanend naar die kanarie op z’n klapfiets kijkt (ik had mijn wegwerkersjas aan) helpt mij aan zo’n stukje slang van plm. 35 cm. Ik ben tot tranen toe geroerd en zie de toekomst een stuk zonniger in. Wat krijg je van me? Moet je aan baas vragen, zegt hij. De baas is ook de beroerdste niet en doet mij de slang cadeau en hij kent mij geeneens! Ik omhels hem nog net niet. Terug gaat het nog harder; ik slalom als een Max Verstappen door de stad want het is al na tienen en we zouden bijtijds weg. Ik kan best nog behendig fietsen al zeg ik het zelf (en als er niemand bij is). Terug op de boot had ik de slang er vrij snel tussen, de expansietank in zijn slangklem opgehangen en de dop getest door de motor te laten lopen, nadat Cees mij bezwoer toch vooral de gereedschappen van de motor af te halen alvorens hem te starten. Als ik Cees toch niet had! Willem heb ik nu  niet bij me, maar Cees wel gelukkig. Tering, wat moet dat worden als we in Parijs afscheid nemen van elkaar! Gelukkig heb ik Ingeborg dan nog. Om een kort verhaal lang te maken: de dop lekt vooralsnog niet dus we kunnen weg. Pffff.

Vijf over half twaalf. We varen door de dure buurt van Gent, mooie huizen langs de oevers van de grachten, of is het de Leie? Wat een toestand was dat. Ik moest even bijkomen met een bakkie koffie, het was wel even schrikken en wat een zenuwachtig gedoe, zeg. Iedereen was zenuwachtig, behalve ik. Nu is alles hopelijk in orde. Ik moet het onderweg nog wel een keertje controleren. Ik heb alvast het licht laten branden in de motorkamer. We varen de ringvaart op en nemen een nieuwe route over Kortrijk, dus niet over de Schelde. Cees had van zijn buurman voor hem (een Steeler NG 40) gehoord dat dat ook een hele mooie route naar Parijs was. Ik vind alles goed.

Kwart voor twaalf. We zijn nu op de Leie, de oude Leie, en het is hier geweldig mooi! Je vaart hier door een soort van villapark. Werkelijk prachtige huizen en parkachtige tuinen trekken aan ons voorbij, vooral aan bakboord. Ingeborg staat aan dek driftig te fotograferen. Ik heb de dop gecontroleerd en ik zie geen enkel drupje lekkage. Dat is fijn. Wel jammer van het weer. Het is dik bewolkt en geen straaltje zon. Hopen maar dat ie een beetje doorbreekt vanmiddag, dat is wel voorspeld, maar het gaat ook regenen morgen en het wordt kouder. We moeten echter niet vergeten dat het pas april is.

Twaalf uur. Bij Ketelvest zijn we bakboord uit gegaan, richting Deinze. Dit is een heel kronkelige rivier met een pittige stroom van wel twee kilometer per uur, tegen welteverstaan. Dat is jammer maar we hebben geen haast en we kachelen langzaam voort. Hotdamn, wat een mooie huizen staan hier! Onvoorstelbaar.

DSC_7042

DSC_7044

Vijf over een. Nog steeds op de Leie sukkelen wij. Kronkelend door het Oost Vlaamse land. Het is hier werkelijk schitterend! Als de zon zou schijnen weet je niet wat je hier overkomt. Heel veel mooie huizen, soms klassiek, soms ludiek, soms belachelijk modern met enorme glaspuien, biljartlakens in de vorm van grasvelden met robotjes die aan het maaien zijn.

DSC_7052

DSC_0554

DSC_7054

Voor eentje stop ik want daar moet Ingeborg even de tijd voor nemen. Dit is wel een heel kronkelige rivier, of had ik dat al gezegd? Tot twee keer toe raken we iets, wat weten we niet. Er stond voldoende water. Het zal wel een lijk of een autowrak of een boomstronk zijn geweest.

DSC_7061

Half twee. Het moet niet gekker worden. D’r staat bij zo’n woonkasteel een heuse helikopter op het biljartlaken! Gewoon in zijn achtertuin geparkeerd, klaar voor woon-werkverkeer! Wij zijn ook niks gewend, hè? Zeer buitenissig. We stoppen met foto’s maken, geen beginnen an.

DSC_7068

DSC_7070

DSC_7077

DSC_7080

Half drie. We zijn vlakbij Deinze, na 27,9 km. Nog steeds stroom tegen. Ze zijn zeker ergens aan het spuien. De omgeving wordt iets minder fraai. We zijn net door een openstaand sluisje gevaren van plm 5,50 m breed met een brug die voor ons moest draaien. Cees had al verteld dat je je roer moest loslaten en alleen sturen met je boegschroef in dat soort benarde situaties. Het ging wonderwel goed.

DSC_0570

Kwart voor drie. We liggen in Deinze aan een splinternieuwe kade vlak voor de Tolpoortbrug. Geen elektries en geen water. Geen kosten dus. Direct naast ons staat naast het plein een kerk, waarvan de klokken dringend gingen luiden. Ingeborg en Anneke meteen erop af want dat moet een trouwerij of een begrafenis zijn, altijd leuk. Hier blijven we voor vannacht.

DSC_7089

DSC_7095

DSC_7096

Half vier. Hier in Deinze is een Carrefour. Karrespoor, een supermarkt pal naast de deur, tegenover de kerk. We moeten eieren hebben en brood, de twee belangrijkste ingrediënten voor ons voedselpatroon. gaan we zo halen. Daar liggen we dan in Deinze, we deinzen nergens voor terug. We gaan boodschappen doen.

Half zes. Ik ben even in de kerk wezen kijken na de boodschappen in de “Karrefuur, geen supermarkt zo duur”; eitjes, brood, camembert, en nog wat. De kerkklokken beieren en roepen de gelovigen op tot het gebed. Ik zie ze mondjesmaat de kerk in gaan. Hij blijft beieren want de belangstelling houdt niet over. Ik ga binnen kijken, er zitten er niet zoveel, een stuk of 40. Er kunnen veel meer in. Voor ik word uitgenodigd mede de hostie te nuttigen verlaat ik het pand (“Willem has left the building”) en kijk de grote markt/winkelstraat in. Uitgestorven. Ik ga maar terug naar de boot. 

Wat we saves hebben gedaan weet ik niet meer. Niet belangrijk dus. Het was een fijne vaardag, dat zeker. De Leie vanaf Gent is absoluut de moeite waard. Morgen verder naar Kortrijk. 

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s