Dinsdag, 15 mei 2018

Port Arsénal – Croissy-sur-Seine

Dag

Datum Wind Weer

Dinsdag

15 mei 2018 Matige wind

Eerst grauw/koud, later zonnig/warm

Vertrek

Aankomst Logstand

Motoruren

09.50 uur

15.45 uur

30.013 (40 km) 3225,6 (6 uren)

Vijf voor half acht. Paris s’éveille. Slecht geslapen, moest er om half vier uit voor de bekende exercitie, maar ben er weer in gegaan en om half zeven er weer uit. Ben  klaar met mijn stukje, heb er niet veel van gemaakt voor mijn gevoel. Straks vertrekken wij, zelfs als we zouden mogen blijven; dat gaan we niet vragen. Eerst brood halen, kaartje op de bus doen en afrekenen met de havenmeester. Het waait pittig, droog maar dreigend, koud in de boot. We gaan een bakkie joggert met muisli eten.

Kwart voor acht. De joggert hebben we op. Naar het havenkantoor.

Half tien. We zitten weer op de boot. Het havenkantoor bleek gesloten. We hebben geen horloges en ik had als gewoonlijk mijn GSM op de boot laten liggen en we zagen nergens een klok, dus we wisten niet hoe laat het was en ook niet hoe laat de havenmeester begint want de ingang was gebarricadeerd met een stalen rolluik, vol gekladderd met graffiti. Dan maar de stad in achter het Arsenaal, op zoek naar een boulangerie. Die was zo gevonden. Aanlegplaatsen voor de recreatievaart hebben ze in Frankrijk niet maar op elke hoek van de straat is een boulangerie. We kochten twee baguettes en twee Chaussons Pommes (bladergebak broodjes gevuld met appelmoes, erg lekker) en deden het kaartje voor onze zoon Marijn – hij is pas 20 juni jarig, maar bevindt zich op Z.M. Holland in de Caraïben en de marine heeft wat tijd nodig om te zorgen dat ie het op tijd krijgt – aan de overkant van de Rue de Huppeldepup op de bus. Om de tijd te doden liepen wij de straat uit, richting Seine, staken de brug, de Pont d’Austerlitz, over en maakten een wandelingetje in de botanische tuinen van het Nationaal Natuurhistorisch Museum, dat vindt Ingeborg altijd leuk, die bloemetjes en plantjes, wordt ze blij van. Ik voelde me minder blij want, nog afgezien van het grijze, kille weer, lijkt het of ik steeds meer “draadjes, fliebertjes en flubbertjes” in mijn oogbollen krijg. Ik denk dat ik toch weer een keertje naar de ogendokters moet. Het museum zagen we wel (ondanks de fliebertjes en de flubbertjes) aan het eind van het park maar het was te ver om daarheen te lopen, bovendien was het te vroeg. We keerden op onze schreden terug, staken de drukke boulevard en de brug over, waren getuige van een ruzie tussen een motorfietser en een automobilist, en stonden nog steeds voor een dichte deur. Verdomme, daar sta je met je twee baguettes die in je boodschappentas oud worden. Hoe laat is het nou? Aan een mevrouw, die toevallig van het motorjacht Petrus afstapte, vroeg ik hoe laat het was. Wiet eur ee karant. Mooi, tien over half negen dus. Die twintig minuten kilden wij door over het sluisje en onder de boulevard door naar de Seine te lopen en daar op een bolder dom voor ons uit te gaan zitten kijken, terwijl tegen de muur achter ons een clochard gewikkeld in plastic op een paar stukken karton lag te ronken. De rivier kwam duidelijk tot leven, de clochard nog niet. We kwamen tegelijk met de havenmeester (ze hebben er minstens drie, die om de beurt dienst doen) en betaalden de verschuldigde penningen: 168, 88 om precies te zijn. Ons verblijf hier was dat waard. We spraken af dat we hem rond 10.00 uur oproepen op kanaal 9 als we losgooien en wandelden terug naar de boot.

De wrijfhouten hebben we klaargelegd, nu drinken we koffie. Om 10 uur is het zover.

DSC_8052

Tien over tien. We liggen in de sluis en zakken rap naar Seine-niveau.

DSC_8057

DSC_8058

Het vertrek ging niet vlekkeloos. We moesten achteruit tussen de twee witte muren vandaan en telkens zwenkte de boeg naar bakboord tegen de Shivas van Sophia Loren. Gelukkig zat er een dikke stootwil tussen. Zou er iets met mijn roer zijn? Na drie keer realiseerde ik me opeens dat er aan stuurboord nog wel een springetje van de kont van de boot naar de vingersteiger kon staan en ja hoor, dat was zo. Pfff, gelukkig, niks aan de hand. Wegwezen.

Tien voor half elf. De Wing V draait rondjes voor de Pont Sully. De lichten staan op rood. Af en toe komt een vaartuig tegenstrooms onder de brug door onze kant op. Het stroomt behoorlijk en het is lastig de boot vóór strooms op zijn plek te houden als er van twee kanten verkeer aan komt. Ik maak nog één foto van de brug met de Notre Dame op de achtergrond, de laatste foto van Parijs. 

DSC_8059

Kwart voor elf. We zijn de eilanden Ile St. Louis en Ile de la Cité gepasseerd. Het duurde allejezus lang bij die Pont Sully. Pas toen er een spits bij kwam liggen wachten, sprongen de lichten op groen. Naast het Ile de la Cité deed een rondvaartboot wat ongeduldig door op mijn kont te gaan zitten, hij wou samen met mij onder een boog van de Pont Notre Dame door. Ik ging maar even aan de kant voor hem en dat waardeerde hij erg want hij stak zijn duim op, zei Ingeborg. Gelukkig stak ik niet mijn middelvinger op, want dat zou niet aardig geweest zijn. We komen langs het Louvre en langs de Quay d’Orsay met dat mooie museum met die mooie schilderijen van de impressionisten. Ik neem toch nog een fotootje, vooruit dan, echt de laatste dan.

DSC_8061

Elf uur. Dwars van de Eiffeltoren (zie foto’s bij 11 mei) en ik zie voor de tweede keer al vandaag een recreatievaartuig. Bij Pont Sully kwam een Belgische jordaankruiser de rivier op en nu is het een snelvarende 30 voet Bayliner of zoiets. Jeetje, het wordt druk.

Tien over elf. Krijg net een melding op de plotter: Ruisdrempel overschreden Kanaal A en: Ruisdrempel overschreden Kanaal B. Dat moeten we opzoeken, wat dat nou weer betekent. Ingeborg had dat al eens eerder gezien maar niet nodig gevonden dat te melden (ze dacht natuurlijk: daar kan hij toch niks mee).

Kwart over elf. Leuke grap: ik vergat de stuurautomaat op standby te zetten bij het onderdoor varen van een brug. Nou was dat toevallig een geheel massief stalen brug en de Eiffeltoren stond ook in de buurt. Het Fluxgate kompas op de mast, dicht bij die staalmassa, dacht: kom laat ik het roer eens in één keer een gooi van 90 graden naar bakboord geven. Dat heb ik dan ook weer geleerd: het is mogelijk de boot binnen twee seconden onder een hoek van 90 graden een bocht te laten maken. We schrokken ons wezenloos. Deze manoeuvre was niet één, twee, drie te corrigeren en de Wing V dook bijna een historisch pand op de Rive Gauche (=linkeroever) binnen! Met hard achteruit slaan en vele roeromwentelingen kon ik op het nippertje een catastrofe voorkomen. Eerst dacht ik dat er iets aan (de hydrauliek van) het roer was stuk gegaan, maar dat bleek mee te vallen. We hadden 4 kilometerpalen en een straffe bak koffie nodig om een beetje tot rust te komen.

Tien voor twaalf. Boulogne-Billancourt gepasseerd. Ik heb een foto gemaakt van de plek waar we op de heenweg hebben overnacht, als herinnering. Tis niks bijzonders.

DSC_8065

We hebben 1 tot 2 kilometer stroom mee. Dat betekent dat we met 1000 toeren 10 kilometer per uur over de grond lopen, een stuk sneller en zuiniger dan vorige week: toen “deden” we gemiddeld 8 kilometer met 1200 tot 1300 toeren, nogal een verschil. Het wordt warmer en lichter.

Tien over half een. De sluis van Suresnes achter ons. Het is lastig een sluis binnen te varen met de stroom op de kont. Als je gas terugneemt wordt de boot minder bestuurbaar en gauwer tegen de sluismuur gedrukt. Ik mis nog een hekschroef.

Kwart over vier. Een half uur geleden zijn we gestopt in Croissy-sur-Seine, niet ver voorbij de sluis van Chatou en afgemeerd aan een fraaie stevige steiger, in het struweel, met opgang naar de weg. Het is warm geworden en zonnig. Dit is een prachtige plek die we op de heenweg hebben aangekruist als overnachtingsmogelijkheid, werkelijk schitterend, klasse A 1, toplokatie. Het stroomt hard, dat dan weer wel. De rivier is hier iets smaller. Er staan twee bolders op onhandige plekken dus hebben wij de boot naar voren getrokken en op de boeg vastgeknoopt aan een boom, zodat er nog een boot achter ons kan afmeren. Een uitgelezen plek. Steil talud, luxe omgeving.

DSC_8067

DSC_8068

DSC_8073

DSC_8075

Hopen maar dat we niet weggestuurd worden. Ik neem aan dat het graties is en als iemand komt om geld op te halen, zal ik dat gaarne betalen. Het was een leuke tocht vandaag hoewel ik wat gespannen was, zo’n eerste keer na een paar dagen stilliggen. Ingeborg vond dat ik wel veel zat te zuchten. Zelf niks van gemerkt. Boven ons komen heel veel joggers langs, jong en oud. Gezond volkje, die Fransen.

Het is wel een beetje onrustig als de sluis een lading schepen uitspuwt. Precies waar wij liggen zijn ze op volle snelheid gekomen en het is ook hier dat ze soms met z’n tweeën naast elkaar varen, tegemoetkomend of passerend, het is soms een gekkenhuis en ons schip ligt dan flink aan zijn lijnen te rukken. Ik ga alles maar dubbel doen!

We zitten lekker in het zonnetje te lezen in de kuip, bij een biertje en een watertje. Ik moest zelfs m’n hoedje opzetten tegen de zon. Net kwam een jonge vrouw de steiger op, groette vriendelijk en begon allerlei ingewikkelde gymnastiekoefeningen te doen, voor haar was rennen kennelijk niet genoeg. Ik durfde geen foto’s te maken. Na een kwartier was ze klaar en daar ging ze weer. Je maakt wat mee op heden.

Tien over zes. Vier keer reeds spuwde de sluis een ploeg grote schepen uit en op die momenten komen dan ook schepen stroomopwaarts. Het is een strakke dienstregeling lijkt wel. Het zijn geen kleintjes ook: de maximale maat komt langs en dikke duwcombinaties. De ligplaats is niet een beetje, maar zéér onrustig. We waren van plan hier morgen te blijven liggen maar dat gaat niet door op deze manier. Dat wordt weer de betonnen wal bij de cementfabriek in Les Trembleaux, daar is de rivier twee keer zo breed en heb je veel minder last. Ik zie in de Fluviacarte dat de sluizen in de Seine twenty-four-seven draaien, behalve op 24 en 31 december (!). Dat kan wat worden vanavond en vannag.

Half zeven. Tussen twee aanvallen van vrachtschepen gaan we eten: stokbrood met pittige omoletten, lekker hoor.

Tien over zeven. Het heeft er alle schijn van dat onze ligplek, althans het bankje aan de weg boven ons, gebruikt wordt als ontmoetingspunt van jongeren met “hoodies”, geeft niks maar ze maken wel teringherrie en de langskomende wielrenners doen me denken aan de Volendammers die in hun (schaarse) vrije tijd wijd over de weg uitwaaierend langs de Purmerringvaart, luid schreeuwend langsscheuren op hun racefietsen. Die bejaarde joggers, die mag ik wel. Die hijgen alleen maar. Tamelijk luid, dat wel.

Tien uur. We gaan naar bed, na de hele avond te hebben gelezen en een heleboel muggen te hebben verknetterd. Het was een fijne dag.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s