Donderdag, 18 juli 2019

Pikmeer (Marrekrite) 2

Het is negen uur en ik heb net weer een stukje afgescheiden en op het internet gedeponeerd. Hatsekidee. Het is weer niet meteen zonnig, dus wel fris, buiten, maar de wind komt uit zuidelijke richtingen. Dat belooft wat. We blijven nog een dagje liggen want Paula, dochter van Joke en Willem, die in Heerenveen woont heeft ons vieren uitgenodigd vanavond bij haar thuis te komen barbecuen. Dat slaan wij natuurlijk niet af. Zij komt ons in Grou ophalen en brengt ons ook terug. Fantastisch geregeld. We moeten nog even beslissen of we met de grote of de kleine boot in Grou gaan liggen. Eerst maar eens koffie met een halve eierkoek. Ondertussen lees ik de laatste bladzijden (een stuk of 40) in het boek “De Brandhaard” van Patricia Cornwell. Bizarre doch onderhoudende lectuur over een seriemoordenaar die letterlijk de gezichten “oogst” van zijn slachtoffers (tientallen), waaronder dat van de vriend van de vrouwelijke hoofdpersoon, en deze in een vriezer bewaart. De vuilak krijgt aan het eind zijn trekken thuis. Heerlijk griezelen in een kampeerstoeltje met kussen, uit de wind op het achterdek en toch genieten van het langstrekkende bootjesvolk, een enkeling voortbewogen door een elektrische fluistermotor, terwijl hooigeuren van het land mijn neusvleugels strelen.

11.00 uur. De ochtend kabbelt gemoedelijk voort. Ik breng wat vuilnis weg. Een eind verderop staat een container. Je moet er voorzichtig heenlopen want de droge grond vertoont grillige barsten waar je makkelijk je enkel in kunt verzwikken. Op het land staan grote samengeperste rollen hooi, gewikkeld in wit plastic. Ik probeer zo’n baal in beweging te brengen. Vergeet het maar; die dingen wegen minstens 1000 kilo. Ik sta paf. 

Ik heb een stukje met de rubberboot gescheurd. De tank ín de buitenboordmotor moet leeg volgens de dealer, alvorens de externe tank met slang die ik onlangs heb gekocht in gebruik te nemen. Als ik alleen in het bootje zit haal ik met de nieuwe 6-pk motor makkelijk snelheden tot 30 km per uur. Je moet je goed vasthouden en geen onverwachte wendingen maken want je vliegt zomaar overboord. Een reddingsvest is dan geen overbodige luxe en het dodemans-koordje is een absolute must. Het waait inmiddels pittig maar een waterig zonnetje schijnt nu, het wordt warmer. Dit is nu wat je noemt: vakantie. Heerlijk uitrusten, lekker niks doen en een muziekje op de achtergrond.

12.45 uur. We zitten te lunchen op het achterbalkon. Willem kwam daarstraks langs en heeft eventjes “een draadje” gelegd tussen de zekering van de stabilisatoren en een nog vrije schakelaar in het schakelpaneel op het dashboard zodat ik voortaan niet meer de stuurstoel hoef te verschuiven om vervolgens in de kast onder het gangboord te duiken teneinde met het omklappen van de zekering het bedieningspaneeltje van de stabs “aan” te zetten. Het eerste project hebben we achter de kiezen.

Als we de boterhammen met Heinz Sandwich Spread achter de kiezen hebben gaan wij met de rubberboot naar Grou om de situatie voor het stallen van de boot vanavond te verkennen en om de nieuwe losse brandstoftank te vullen.

Vijf voor half drie. We zijn alweer terug op de boot en hebben besloten straks met de bijboot naar de kant te gaan als Paula ons komt ophalen. Even bij de boodschappensteiger van de Jumbo aangelegd voor een krantje voor Willem en voor Becel-boter voor Joke. Handig zo’n steiger die bewaakt werd door Jumbo personeel, genietend van een (lange) pauze aan het water.

Kwart over vier. We stappen bij Joke en Willem in de rubberboot met z’n twintig pk motor, die is wat ruimer en gaat wat harder dan de onze, zie je. We zijn er in een wip en leggen aan voor de boot van de havenmeester. Van hem mag het waarschijnlijk niet, maar hij “doet momenteel de ronde” volgens het bord op zijn kantoordeur. Volgens de jongen van het bootjes-verhuurkantoor ernaast kan het geen kwaad. Hoelang willen jullie blijven liggen? Oh, een uurtje, misschien twee zegt Willem. Oh, ok. Willem legt hem aan de ketting (de rubberboot), zodat de havenmeester hem niet los kan gooien. Even later komt Paula en binnen een kwartier zijn we in Heerenveen. Marije, dochter van Paula, is er ook. Het wordt een zeer gezellige barbecue in de tuin achter hun fraaie huis, “met zwembad (ruim twee meter in doorsnee en 0,85 m diep) en geen pony” in een buitenwijk van Heerenveen. Dat af en toe een spatje regen valt mag de pret niet drukken. De zalm en de kip smaken heerlijk en we lachen wat af zeg!

Tien voor tien saves. Met (nog) bolle(re) buiken stapten wij uiteindelijk weer in Paula d’r bolide die ons naar Grou terugbracht. Tot ziens en bedankt, het was heerlijk, Paula! Er stond een flinke plas water in het bootje van Willem want het had hier harder geregend dan in Heerenveen. Geen havenmeester meer te bekennen natuurlijk. Met een beetje meer gas op de plank trok Willem op de terugweg de boot via de zelflozer leeg. Toch wel lekker, zo’n 20 pk motor. Terug op onze boten was het verder uitbuiken geblazen. We spraken af morgen te vertrekken (zodra mijn stukkie af is) want Willem en Joke zijn nu in overtreding: het wordt hun vierde nacht op één Marrekrite-plek en dat mag niet! 

Ik ga vast beginnen met schrijven. Dat valt niet mee terwijl Eva Jinek op het grote tv-scherm met omgevingslicht jou, met haar elke avond dieper wordende décolleté uit je concentratie haalt. Het wordt evengoed nog half één snags voor ik gebroken in mijn nest tuimel. Het was een fijne dag.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s