Maandag, 22 juli 2019

Voor anker voorbij Oostmahorn, op het Lauwersmeer

Het is nu de 22e juli, maandag, in het jaar onzes heren 2019 (ik vraag me af of ie nog wel vindt dat het zijn jaren zijn). Vijf voor half tien des morgens. De wind is gedraaid naar het westen en we liggen nog steeds voor anker bij Oostmahorn. We blijven hier vandaag, gaan het rustig aan doen. Ik heb op mijn gemak m’n stukkie geschreven en de foto’s erbij gezocht en alles op de weblog gezet. Nu ga ik maar weer in mijn boek lezen op het achterdek als de temperatuur het tenminste toelaat, want het waait wel iets harder dan gisteren en dat is dan een verkillende factor, vooral als ook de zon nog niet wil gaan schijnen. Verdikkie. We weten dat ie wel gaat komen, die zon. Een heuse hittegolf komt eraan. Laat maar komen. 

Ik zie de paardjes heel in de verte langs de dijk staan grazen. Jammer dat ze niet vlak tegenover onze ankerplek kunnen komen, daar zijn allemaal stenen. Ik kijk verlangend naar Lauwersoog, aan de overkant, met zijn brug over de sluis en de aangrenzende spuisluizen, waren we maar alvast op zout water. Eigenlijk een vreemd verlangen, want zout is helemaal niet goed voor je ijzeren boot, vooral niet als er al wat plekjes bruinzwart blootgesteld zijn aan het milieu. Daar moet ik gauw iets aan doen, de spullen ervoor heb ik bij me.

Het begint nu steeds harder te waaien. We zitten al op 17 knopen. Het moet natuurlijk niet te gek worden. Gelukkig hebben we prima ankergerei, dat een stootje kan hebben. 

Ik heb het toilet aangepast. Op onverklaarbare wijze krijgen we bij het doortrekken allerlei borrelingen en vreselijke rioolstank uit het doucheputje. Daar gaat iets niet goed. Er is iets mis hetzij met de ontluchting dan wel met de stankafsluiters. We ruiken met recht “een project”. Voorlopig lossen wij dit op middels het beproefde concept van het deponeren van onze overtollige lichaamsvloeistoffen en overige excrementen in een goed in de toiletpot passende emmer, welke op discrete wijze op ruim buitenwater geledigd en gereinigd wordt.  Wij zijn echte ervaringsdeskundigen op dit gebied want deze praktijk beoefenden wij reeds op de Wing, de Wing II, de Wing III en de Wing IV. Dat scheelt meteen de helft aan water: we doen nu vier in plaats van twee weken met een volle tank.

Tien over elf. Geen rust voor het boek. Ik laat de rubberboot zakken, zodat we ruim zicht hebben op de horizon achter ons. Ik maak hem meteen een beetje schoon en ruim de rommel erin op. Zodoende heb ik ook de ruimte om het zwemplatform met een harde borstel schoon te boenderen. Dat had ik eerder moeten doen; wist niet dat we zo’n mooi zwemplatform hadden. De koffie met een kruimelige gevulde koek heb ik verdiend.

Het is inmiddels zeven minuten over zes. Joke en Willem zijn vanmiddag bij ons op visite geweest. Het was een jolige boel, vooral de glorieuze entree van mijn zuster had wel wat. Kijk, we hebben vroeger allebei als kind op “gimmestiek” gezeten, je kreeg dat vak zelfs ook nog op de lagere school, maar Joke is de basisvaardigheden en de grondprincipes voorbij. Dat lot zal mij waarschijnlijk binnen niet al te lange tijd ook beschoren zijn. Niettemin stond ik haar aankomst in hun bijboot zomaar te filmen, zonder bijbedoelingen “whatsoever” en dat leverde amusante beelden op.

 

Ach, we worden allemaal ouder en het is van het grootste belang dat we blijven relativeren en de humor blijven zoeken. De gesprekken hadden als altijd naast het lachen natuurlijk ook een ernstig en indringend karakter; menig wereldprobleem werd gefileerd en opgelost.

Totdat zij kwamen hebben we de kuip gezellig met kussens ingericht, hapjes klaargemaakt, je weet wel, pindaatjes, gevulde dadels, kaasjes, en zo. Tevens heb ik toch nog wat zitten lezen in mijn nieuwe boek “Het laatste offer” van Mitchell Smith. Best een aardig verhaal, ook weer gruwelijk.

Het waait nog steeds als de pieten. We zijn het er over eens dat we morgen wel naar buiten kunnen, het Wad en de zee op, richting Norderney. We gaan het zien. Het zal een stuk warmer en zonniger zijn en de wind wordt variabel, wat meestal relatieve windstilte met zich brengt en dat moeten we hebben; hoeven we niet te zeilen. Op zee heb je als bijkomend voordeel dat je niet gauw last hebt van de warmte. 

We gaan zo ons avondeten eten. Ingeborg maakt wederom een groene salade met een gekookt eitje. Dat moeten we hebben, daar houden we van.

Het is nu vijf voor half twaalf. Jinek hebben we tot halverwege achter de kiezen en schatten in dat de resterende gasten/onderwerpen niet zo’n aantrekkingskracht voor ons hebben. We smoren haar, trekken het niet meer. Het was een fijne dag, veel gelezen, om ons heen gekeken, visite gehad, lekker eitje gegeten. Het is mooi geweest, we gaan naar bed.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s