Vrijdag, 26 juli 2019

Bremerhaven 2

Vijf voor half negen des morgens. Wat een prachtige haven is dit. We liggen aan een erg mooie, drijvende, brede betonnen steiger met een hek ervoor, waar je een code in moet typen. Dat geldt ook voor het sanitair. De douches zijn gratis. Het drinkwater is duur: 10 euro per kuub, oftewel 1 cent per liter. De jachthaven, Lloyd Marina Bremerhaven, is onderdeel van een conglomeraat van acht jachthavens, Im-Jaich genaamd, aan de Oostzee. Dit is de enige jachthaven aan de Noordzeekant. Je krijgt voor elke overnachting een stempel op een kaart en de zevende is dan gratis, kan niet schelen in welke van de acht jachthavens je bent. Grappig.

We waren niet eens zo vroeg wakker vanmorgen, wel weer vroeg naar bed gegaan gister, 24.00 uur ongeveer. Vanmorgen hebben we gedoucht. Dat was een gebeurtenis! We gaan toch water tanken hier, dus maakte het niet uit. Het water was nog een beetje warm. Dat was fijn. Ik ga maar aan m’n stukkie beginnen. De zon schijnt, het begint al warmer te worden in de kajuit. Geen last van vliegen in de boot. Happie eten en dan aan het werk. We blijven hier vandaag liggen. Meteen maar twee stempeltjes verzameld en 36 euro betaald. Ik geloof dat ik dit geneuzel gisteren al heb gemeld. Toen we nog zeilden gebeurde dat volgens mij niet, dat zinloos herhalen, of was ik toen jonger? Of ben ik vergeten dat het toen ook al gebeurde?! Mijn moeder doet dat wel eens, dingen meerdere keren vertellen, maar dan heeft ze nog wel de tegenwoordigheid van geest om telkens te vragen: heb ik dit al verteld? Dan moet je het zeggen, hoor! Wij zeggen dan altijd: ja, je hebt het al verteld, maar we willen het nog een keer horen. Ik hoop dat het goed met haar gaat, met die hitte en zo.

10.00 uur. Koffietijd. Mijn verhaaltje van 24 juli staat op de website. Lastig om in de gaten te houden waar ik ben gebleven als ik niet meteen alles dezelfde dag of de volgende morgen opschrijf. De lucht is betrokken, veel wolken en er staat behoorlijk wat wind. Het is niet koud. Je kunt wel met slechts een  T-shirt (en een broek natuurlijk) op de fiets. Dat gaan we dan ook doen na de koffie. Naar een supermarkt en fietsen door en om de stad. We weten dat Bremerhaven een interessante stad is, een leuk gebied. Dus. Beetje rondcrossen. Waar is mijn gevulde koek, Ing? Zijn ze op? Waarom is ie zo verkrummeld?!

Kwart voor twee. We zijn net terug van onze eerste tour door Bremerhaven. Het was een verkenningstocht. Vooral het eerste deel langs de terminals voor de autoboten en de containerterminals was indrukwekkend. Gisteren kwamen we er nog langs over het water. Werkelijk niet te geloven die hoeveelheid auto’s die hier in wagons, op parkeerplaatsen en kades staan te wachten om ingescheept te worden naar verre continenten.

Voornamelijk Duitse producten: Mercedes, BMW, Volkswagen, maar ook mobiele kranen, landbouw- en wegenbouwmachines en apparaten die ik niet kon thuisbrengen (wilde ik ook niet, wat moet ik ermee) stonden te wachten op verscheping. Het was een teringeind fietsen tot waar het industriële zo’n beetje ophield en de weg landinwaarts afboog naar de buitenwijken van Bremerhaven. Langs het centrum fietsten wij terug naar de Lidl, vlakbij de jachthaven, waar we een paar dingetjes kochten. Onderweg moest ik natuurlijk een foto maken van een vage kerk(toren) en een kei in een park.

 

Ik ontdekte op de dranken-afdeling 0,5 liter blikken bier van het merk Perlenbacher voor 0,29 cent per blik. Daar kwam dan wel 0,25 cent Pfand bij (statiegeld). Je moet de blikken in zijn geheel bewaren en terugbrengen. Dat is wel een dingetje. Ik weet uit ervaring dat dit bier goed te drinken is; het is namelijk vloeibaar. Willem en ik gaan straks terug met grotere tassen, karren en zakken om wat van dat spul mee te nemen. 

We willen vanmiddag ook het zout van de boot afspoelen en de watertanks vullen. De kraan op de steiger doet het niet maar desgevraagd zal de havenmeester(es) van dienst, als je dat een half uurtje van tevoren vraagt, de kraan in bedrijf stellen en de meter opnemen. Als je klaar bent met water spelen moet je hem/haar weer roepen om de kraan af te sluiten en je rekent ter plekke met hem/haar af. Desgevraagd is het toegestaan drinkwater te gebruiken voor het afspoelen van de boot. Je betaalt er immers flink voor (1 cent per liter, weet u nog?). Ik zal niettemin zo zuinig mogelijk doen. We eten nu een boterhammetje en we houden ons even koest, want het is bloedje warm vandaag, ondanks de meer dan pittige wind. Wat dat betreft was het een goede beslissing om gisteren te vertrekken van Helgoland. 

Nog even over de fietstocht. We hebben er vandaag erg van genoten. In het begin zag ik het niet zo zitten, op dat industrieterrein, maar het was toch fascinerend om al die bedrijvigheid te aanschouwen, vooral die malle, wanstaltige autoboten, schoenendozen op het water zijn het. Je kunt ze nauwelijks als schepen betitelen. Je snapt niet dat ze op de oceaan overeind blijven, maar handig zijn ze natuurlijk wel en ze voorzien toch de hele wereld van (Duitse) auto’s.

Zeven over half drie. “It ain’t half hot, Mum!” Zo warm als het is. In de boot is het drieëndertig graden, beneden in de kombuis. Buiten in de kuip is het veertig graden. Kokend heet. Heerlijk! We gaan een lekker bakkie thee drinken, dat is verfrissend en goed tegen de dorst. Ik heb de patio-deuren naar de kuip al opengezet en de plantage-teak tafel in stelling gebracht.

Kwart voor vijf. Rond vieren ben ik met Willem op de fiets naar de Lidl gegaan, het boodschappenkarretje vastgebonden op de bagagedrager van mijn plooifiets. Er gingen 18 halve literblikken in mijn rugzak en 18 in de boodschappenkar, plus 6 appelen. De kar deed het prima, maar het spul in de rugzak hing niet lekker. Op de boot bleek dat ik een ritssluiting had openstaan, waardoor de rugzak met de zware inhoud half achterover gekiept op mijn rug hing. Ik dacht al: wie stompt er steeds in mijn nieren?!

Willem had dezelfde hoeveelheid, maar geen centje last. Jongens, wat werkt dat perfect met die elektrische fietsen. Je kan met gemak spullen aan je bagagedrager hangen en alles gaat moeiteloos, het fietsen, het sturen. De snelheid is goed, je komt nog eens ergens. We hadden met gemak nog drie keer heen en weer kunnen rijden. Wat een genot! We hadden er lekker weer bij, dat wel: geen regen, fris windje, nou ja: windje, niet fris. 

En nu zit ik op mijn stuurstoel, midden in de kajuit achter het voorraam lekker breeduit in de tocht die door de boot blaast mijn boek te lezen. Cool! Een nieuw boek trouwens, “Nacht en Ontij” geheten, van ene Tami Hoag. Best wel grappig, ik denk dat ik deze morgen uit heb. Ingeborg zit buiten op haar troon, in het verlengde van het gangboord aan de stuurboordzijde van de boot, in het zoele windje op de kuipbank te lezen. We hebben het prima naar ons zin. Biertje erbij. Wie doet ons wat?

Half zeven. We hebben net een heel logistieke truc uitgehaald waardoor we nu lekker patat eten bij de groene sla en een gekookt eitje en 7 chili-garnaaltjes op een stokkie ieder. Voor de patat moest ik eerst het feestterrein, verderop aan de haven, verkennen, waar allemaal tentjes stonden met bratwurst, suikerpinda’s, ijs, bier, wijn, en andere fratsen. Gelukkig vonden Willem en ik een patatkraampje waar twee meisjes Willem bedienden met twee kleine puntzakjes patat. Ik nam nog niks want ik moest “thuis” verslag uitbrengen, omdat Ingeborg dus nog wat dingetjes “erbij” klaar moest maken. Terug naar de boot. Willem en Joke gingen de patat nuttigen en ik overleggen met Ingeborg. Wanneer was voor ons het beste moment om de patat te gaan halen? Nou, 10 minuten nadat de eieren waren opgezet, dus. Dan kon Ingeborg in de tussentijd de garnalen bakken. Ondertussen had ik van Joke al gehoord dat de patat niet te vreten was. Ik mocht een patatje proeven van Willem: de smaak en textuur viel alleszins mee. Dit was dus een puur subjectieve beleving van Joke, maar dus ook van mij. Ik kreeg van Ingeborg het startschot en binnen 7 minuten was ik heen en terug, met de twee patatzakken, gewikkeld in alu-folie. Ik was kennelijk te vroeg want de garnalen waren nog niet klaar. Niettemin begonnen wij eindelijk aan een smakelijke maaltijd met chili garnaaltjes en driedubbel gebakken frites met mayo (van de Deen) en een beetje groene salade. Het ei was ook lekker. Daar kan natuurlijk bijna nooit iets mee mis gaan. Alles smaakte prima, alhoewel je moest oppassen de scherpe kanten van de patat niet te nadrukkelijk in je tandvlees te persen want dat was pijnlijk. Ik snap niet waarom Joke hunnie patat niet lekker vond, dat patatje van Willem smaakte uitstekend! Ik hoorde later dat ze alles weggegooid hebben. Ik wou dat we geruild hadden.

Half acht. Lekker gegeten. Het was heerlijk, het smaakte prima. Echt lekker. Een goeie gok om dit zo te doen. Voor herhaling vatbaar. Wat verbazend was, was dat ik in 7 minuten uit en thuis was voor die patat. En nu gaan we weer niks doen, lekker in het zonnetje op het achterdek lezen in die achterlijke boekjes van ons.

Tien over half twaalf.  Het wordt een beetje te dol nu. De tocht wordt te kil. Ik ga de ramen en de deuren dichtdoen. Ingeborg ligt er al in. Ik heb vanaf half negen de hele avond zitten schrijven. Goh, ik moet nóg terugdenken aan die heerlijke maaltijd met patat en garnalen en een ei. Het was een fijne, warme dag. Dat er nog vele mogen volgen tot in de eeuwigheid, amen.

 

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Een reactie op Vrijdag, 26 juli 2019

  1. Wil Springer zegt:

    Hopelijk ben je niet vergeten gevulde koeken te kopen!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s