Dinsdag, 30 juli 2019

Marina Wieltsee – Alte Weser (voorbij Sluis Langwedel)

Dag Datum Wind Weer
Dinsdag 30 juli 2019 Weinig Prachtig
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
09.45 uur 13.20 uur 17.447 NM 3496,4

Het is alweer Dinsdag, 30 juli. De tijd gaat hard. Ik moet zachtjes praten want anders worden de buren wakker. De haven is nog in diepe rust. Het is pas tien over half acht. Ik ben vanaf half zeven druk geweest met het plaatsen van mijn schrijfsels van gisteravond. Het kost tegenwoordig wel heel erg veel megabijtjes moet ik zeggen. Dat komt door de foto’s die ik met een tamelijk hoge resolutie op de website zet en door de filmpjes natuurlijk. Gelukkig heeft Willem Megabijters teveel en mag ik daar wat vanaf snoepen. Ik weet wél dat KPN eruit gaat en Bel Simpel (of zoiets) erin komt na de vakantie, die hebben veel goedkopere alternatieven. Het is prachtig fris, helder weer met zon. We gaan even wandelen. Als Ingeborg klaar is met haar gimmestiek-oefeningen kunnen we. We zijn goed bezig, wij.

Tien voor negen. Terug van de wandeltocht (die wij maakten zonder fototoestel). Een uurtje weggeweest. Er blijkt toch een dorpje in de buurt te liggen, Dreyer of Dreye genaamd. Niet zo bijzonder, maar ook niet onaardig. Het is ongeveer twintig minuten doorstappen over de onverharde steenslagweg, om de plas heen langs de diverse watersportverenigingen en dan een dijk over, waar het asfalt begint en een eindje verderop rechtsaf een kaarsrechte, tamelijk saaie straat in, waar geen einde aan kwam. Ergens halverwege keerden wij op onze schreden langs dezelfde weg – we hadden broodkrummeltjes gestrooid – terug. We plukten een paar handjesvol bramen welke langs het pad reeds tot wasdom waren gekomen. Voor in de yoghurt, zie je. Dat scheelt een lepel jam. Ja, ons ben zuunig; hoe denk je anders, dat wij aan die stabilisatoren komen?! Terug op de boot een lading steentjes uit de ribbels van de zolen peuteren. Bramen en stenen. Best een leuke wandeling, je neemt er wat van mee.

Kwart voor tien. We zijn los. De zeer behulpzame havenmeester hielp ons ontmeren. We werpen nog een laatste blik op het meertje en de haventjes eromheen. Dag Marina Wieltsee. Een plek om te onthouden.

Vijf voor tien. Toen we onze kop door het gaatje tussen de Wieltsee en de Weser staken kregen we meteen van stuurboord een geladen vrachtschip om de oren. Tegelijkertijd zagen we achter ons om de bocht een andere binnenvaarder opdoemen, ongeladen en direct daarna nog een schip dat ons tegemoet kwam. Binnen vijf minuten drie schepen: dat belooft wat vandaag! Maar hier bij kilometerpaal 352 wordt de Weser toch echt wel mooi. De rivier kronkelt zoals het een echte rivier betaamt. Mooie oevers met zandstrandjes, veel bomen en laagblijvend struweel. Mooie huizen. Ingeborg, let jij even op, hij staat op standby. Ik moet een foto maken. 

 

Je ziet hier ook ontzettend veel caravanparken. In die korte tijd heb ik er al drie of vier gezien. De luitjes die aan het water staan hebben een gouden plek. Kijk, daar ligt een mevrouw plat op haar rug te zonnen terwijl een peuter aan de rand van het water speelt en een tweede kindje iets van de kant af in een bandje ronddrijft, in stromend water! En dat terwijl wij weten dat achter ons de “Bersemar” de bocht om komt scheuren. Ach, het zullen haar kinderen wel niet zijn.

Mooie rivier, prachtig landschap. Geen industrie meer. Wel koeien, veel koeien, die overal naar de rivier komen om te drinken en de poten te koelen.

Tien voor half elf. Tijd voor koffie en een heerlijk stukje kwarktaart met bessen, dat we eergisteren van Joke hebben gekregen en nog steeds in de koelkast staat. Wie wat bewaart, die heeft wat. Hij smaakt overheerlijk, Joke! Dat oplopende vrachtschip is me net gepasseerd, ik heb even ingehouden om de passage sneller te laten verlopen. Ah, daar hoor ik Willem op de marifoon.

Vijf voor half elf. Willem ligt vóór ons gestopt in de rivier. Hij marifoneerde om te zeggen dat ze zojuist op zo’n twintig meter uit de kant met een snelheid van 9 kilometer met de stuurboord stabilisator op een object zijn geknald, letterlijk met een knal, zei hij. Aan de uitlezing van de dieptemeter was niets te merken van een ondiepte. Hij had meters water onder de boot. De Laga kwam zo ongeveer een halve meter omhoog. Volgens Willem moet het goed mis zijn. Hij kan het nu niet controleren want de stabs werken niet zonder snelheid en zeegang. Als we straks ergens liggen gaat hij het onder water bekijken, meer kan je niet doen. Jezus, wat een rotpech! Dit is een verschrikkelijke tegenvaller, in meerdere opzichten.

Elf uur. Ik moet zeggen dat het op dit stuk van de Weser tot aan de sluis van Langwedel verdomde druk is met binnenvaartschepen. We moeten steeds de kant in. Te 12.00 uur wordt de bediening van die sluis gestopt tot morgenochtend 06.00 uur. Misschien heeft dat ermee te maken. Iedereen wil er gauw nog effe doorheen. Wij moeten trouwens ook opschieten om die deadline te halen. Er komt er nu één met een blauw bord van achter op ons af. Willem doet het goed en kiest bijtijds de verkeerde wal als hij ook een tegenligger krijgt met een blauw bord. Ik kijk achterom en zie dat mijn belager het blauwe bord alweer heeft weggehaald. Dan zit ik dus gelukkig weer aan de goede kant van het vaarwater. Chaos alom.

Vijf over elf. De rivier wordt smaller en mooier. Stenen kribben met strandjes ertussen. Dat ziet er niet verkeerd uit. Mooi landschap dat iets van een welving krijgt. Hier en daar een huis, verder weinig tot geen bebouwing. Ach, welk een schoonheid. Ik moet eigenlijk het dak op voor een goed uitzicht.

Tien over elf. We hebben een tandje bijgezet. Willem is bang dat we anders de sluis niet halen. Ik vrees ook het ergste. We willen die sluis halen omdat daarachter een mooie ligplek is, in een dode arm van de Weser, de Alte Weser genaamd. Daar willen we ankeren en palen. We hebben geen oog meer voor de schoonheid van de wereld om ons heen. We moeten nu de “Umschlag” inhalen, één van de schepen die ons daarstraks passeerden. Plankgas. Op een gegeven moment loop ik 8 knopen door het water bij 2000 toeren. Ik hoor zuigende geluiden in de dieseltank. Het is overigens wel eens goed flink gas te geven “om de verstuivers te poetsen”.

Het is bijna half twaalf en we zijn er nog lang niet. We halen de Umschlag in en als die omhoog gaat kunnen wij ook mee. De Bersemar ligt ook nog te wachten voor de sluis. Dat kunnen we zien op de AIS. Het valt mee. Tien minuten later drijven we uit bij de Langwedel Schleuse en leggen naast elkaar aan op het wachtsteigertje voor de jachten. Op hoop van zegen.

12.02 uur. De sluis heeft zijn bak water naar beneden geloosd. Er ligt niks in de kolk dat van de andere kant af kwam. De deuren gaan open en de twee beroepsschepen gaan erin. Wij mogen ook mee, Gott sei dank, na marifonisch overleg met de sluismeester. Daar hebben we mazzel mee want het is na twaalven. Ik zag het niet zitten om op dat kale kanaal aan dat steigertje de nacht door te brengen, terwijl de binnenvaartschepen zich komen opstapelen voor de volgende ochtend, brrr. In de sluis vraagt Joke of ik op het voordek wil helpen overpakken bij het stijgen. We moeten 4,5 meter omhoog. Tuurlijk wil ik dat. Dat valt nog niet mee dat mikken van het touw om de bolder die verzonken in de muur zit.

Half één tuffen we de sluis uit. Wij zijn de laatsten voor vandaag. Aan de andere kant ligt een aantal werkschepen, die de boel behoorlijk verstoppen. Wij hebben geluk gehad, hadden achteraf gezien vroeger moeten vertrekken, dan hadden we niet zoveel verstookt. Maar achteraf kijk je een koe in zijn hol (je zegt nooit: haar hol, terwijl een koe toch van de vrouwelijke kunnen is; uit respect vermoed ik). Nu gaan we een ligplaats zoeken in een dode arm van de Weser, de Alte Weser. 

Vijf voor één. Bijna het sluiskanaal uit. Wat een vervelend kanaal zeg, niks aan: links een met droog gras bedekte dijk en rechts stomvervelend groen struikgewas. Onder het varen zijn we aan het lunchen geslagen. Ik hield het niet meer. Een Duits boterhammetje met kaas en een boterhammetje met cervelaat van de Deen. Het brood is heerlijk, vooral die graantjes op de korst, die knapperen zo lekker tussen je tanden. De Laga loopt ons voorbij.

Tien voor twee. We liggen voor anker in het zes meter diepe water van de Alte Weser. Het water stroomt langzaam naar de stuw verderop. Al die dode Weser-armen hebben een stuw. Daarom lig je hier altijd dezelfde kant op. De wind kan daar niet tegenop. Die waait nu recht van achteren de kuip in en dat is wel lekker want het is bloody hot. Willem ligt vóór ons dicht bij de wal met zijn paal in de prut. Willem z’n paal is natuurlijk niet van onbepaalde lengte dus heeft ie een zekere ondiepte nodig om hem kwijt te kunnen. Hier is geen beroepsvaart. Verderop zien we wat steigers met kleine bootjes. Dit is recreatie-gebied. Op deze manier wordt goed gebruik gemaakt van de dode Weser-armen. Het is heerlijk stil hier. Willem heeft meteen z’n bootje te water gelaten. Die gaat natuurlijk kijken naar zijn manke flipper. De gordijnen moeten dicht want de zon staat erop. Alle ramen staan open met horren erin. Jongens, wat is heet.

Ik laat mijn bootje ook te water en werk het logboek bij. De rust is weergekeerd. Ik ga bij Willem kijken wat er allemaal aan de hand is. Ik zie dat ie al aan het scharrelen is, daar moet ik bij zijn.

Tien over vijf des namiddags. Wat er nu allemaal weer gebeurd is. Niet te beschrijven. Het is bloedheet. Prachtig zomerweer dus, daar zijn we heel blij mee enne, nadat ik een stukje gelezen had in mijn boek, zag ik Willem zich nu echt klaarmaken voor onder water. Ik ben er heen gevaren en heb hem geholpen met spulletjes aanreiken en dergelijke. Hij is gaan kijken met een cameraatje en een lamp en inderdaad, er is een flinke hap uit de stabilisatie vin gebroken. De foto’s waren natuurlijk niet erg goed omdat het zicht nul komma nul was, maar lieten toch wel een gruwelijk beeld zien van de ravage. Het was net of je naar een operatie aan ingewanden zat te kijken, blèèhh, zulke vreselijke verwondingen. Het liet zich echter aanzien dat de as van het blad, het belangrijkste onderdeel, recht is gebleven, maar dat zal allemaal expertise-onderzoek op de wal nodig hebben. Wat een ellende. Ze kunnen nog wel varen met deze vin, maar van een gebalanceerde stabilisatie kan natuurlijk geen sprake meer zijn. Bah.

Moving on. Toen heb ik Ingeborg opgehaald, wat fotootjes gemaakt vanuit het bootje en zijn we een biertje wezen drinken op de Laga en hebben we de gebeurtenissen met gevolgen en mogelijke oplossingen nog eens grondig doorgesproken. Ondanks de malheur en malaise hebben we ook weer vreselijk veel lol gehad, grappen en grollen enzovoort. Zo vroeg Ingeborg zich met betrekking tot de as die mogelijk toch krom zou kunnen zijn, af of de werf “de stang” wel recht zou kunnen krijgen”. Willem: als ze hem kietelen wel. Lache man.

Vanaf de Laga genomen

Nu zijn we terug op de boot. Ik zat me net af te vragen of ik zal gaan zwemmen. Toch maar niet. We gaan zo eten: een groene salade met een eitje, want Joke heeft ons voor een flink deel al voorzien van voedsel in de vorm van haringsalade, cashewnoten, andere noten, snoeptomaatjes en diverse kazen met Zaanse mosterd. Op onze boot eten we dus het nagerecht: groene salade, maar niet zonder een ei.

Kwart over vijf. Het is hier echt geweldig om te liggen. We liggen rustig en stil. Hoewel: af en toe komt een boot voorbij met een skiër erachter, wat geheel tegen de regels is want ik las op een bord aan de ingang dat alleen tussen eind mei en begin september op zaterdag en zondag en op feestdagen hier geskied mag worden. We hebben er niet echt veel last van. De boot schudt een beetje. Ingeborg zegt dat ze na half acht wel stoppen. Ik gok op half negen.

Half zeven. Heerlijk gegeten: voortreffelijk groenvoer met een nog lekkerder eitje. Ondertussen is het hier een soort Center Parks geworden met door Bayliners voortgesleepte bananen, bankstellen en skiërs van uiteenlopend niveau, maar ook solitaire raceboten knetteren langs, godverdegodver.

Ze hebben allemaal gemeen dat ze zich niet houden aan de toegestane snelheid. Ik hoop dat het beperkt blijft tot dit ene spitsuur. Wij, Ingeborg en ik, oude lullen die wij zijn, kunnen er niet meer tegen! Zie je hoe hier voor zowel de mannelijke als de vrouwelijke bejaarden de betiteling oude lullen wordt gebezigd? De reden ook hier weer: respect. Probeer namelijk maar eens in dit verband de zaak te scheiden en tevens het equivalent voor het vrouwelijk geslachtsdeel te bezigen: de wereld is dan te klein! Je krijgt het meteen voor je kiezen! Ik heb het net geprobeerd en meteen weer gewist. Ik schaamde me dood, liet het niet eens door Ingeborg lezen, heb het ook niet met haar besproken. God, wat een kwellingen. Wat moet ik nou? Wat een gekut! Jongens, wat een hitte.

We gaan lekker zitten lezen en houden ons vast als er weer wat kruisgolven op ons af komen. In de keuken is het 31 graden en in de kajuit (die ligt iets hoger) 34 graden. Dat valt alleszins mee. Kijk, daar wordt een Bayliner door een andere Bayliner terug gesleept; te kleine tank vermoedelijk.

Tien voor half negen. Na het diner zat ik even te lezen en vervolgens op het zwemplateau met mijn voetjes in het water te mijmeren toen Willem zachies langskwam met zijn rubberboot. Hij ging even verderop kijken, richting stuw. Doei. Maar na vijf minuten dacht ik: dat kan ik ook. Ik ben in ons bootje gestapt met de 6 pk Yamaha en de nieuwe vaste tank. Heerlijk om even voluit te kunnen gaan, zonder je druk te maken om het risico van een lege tank. En het mag hier kennelijk, lekker scheuren. In een mum van tijd had ik Willem ingehaald die inmiddels alweer gekeerd was. Verbazend hoe ver je komt op topsnelheid. Terug idem dito. Ik besloot nog even door te varen de Weser op. Ik dacht dat ik hard ging, dat ik hem misschien niet in de hand kon houden, en dat Willem mij noooit meer zou inhalen, toen hij op topsnelheid met zijn 20 pk langs kwam scheuren. Met verbijstering zag ik dat ie mij met twee maal mijn snelheid passeerde, alsof ik stillag! Ik denk dat ik 40 km per uur ging en hij 80! Dat wil ik ook. Moekookhè. Ach ja. Zit er niet in. We tuften nog even de hoek om naar de ingang van de Aller, een aftakking van de Weser. Opnieuw bij mij verbazing over de afstanden die je met zo’n bootje kunt afleggen. Dit was eigenlijk de eerste keer dat ik dit deed. Bevalt goed. Was leuk.

Het is windstil. Het water is zo glad als een spiegel en de zon zakt en zakt en wordt roder. We zitten op de kuipbanken met het zonnetje in de rug en de wind van voren te lezen, zo is het nog wel uit te houden. Binnen is het niet uit te houden. Toch moet ik aan het werk, ik moet een stukkie schrijven, anders zakt dat weg. Aan de bak maar weer.

Ruim na twaalven snags. De hele avond in de bloedhitte zitten werken aan mijn verhaaltje over 29 juli. Ik krijg geen enkel contact met een netwerk. Duitsland is een achtergebleven gebied wat internet betreft. Een groot drama. Geen signalen. Naks. Ik ga naar bed. Het was een fijne dag, weliswaar met een kartelrandje maar toch.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

2 reacties op Dinsdag, 30 juli 2019

  1. Peter Schellinger zegt:

    Mooi verhaal, mooie tocht ook. Dikke pech voor de Laga. Er is ook altijd wat met zo’n boot. Veel plezier verder. Wij liggen momenteel in de stortregen in Amersfoort. Schijnt een leuke plaats te zijn. Ik hoop dat later nog te zien. Groeten.
    Metty en Peter.

    Liked by 1 persoon

    • wingiv zegt:

      Hoi Peter en Metty. Dank. Amersfoort is zeker een leuke plaats, zeer aan te bevelen. Ingeborg is er geboren, zie je, alleen al daarom. Groetjes van ons.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s