Vrijdag, 2 augustus 2019

Nienburg – Unterweser-Altarm

Dag Datum Wind Weer
Vrijdag 2 augustus 2019 Niet veel Wolken en zon, de dag begon fris
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
10.00 uur 13.55. uur 17.498 NM 3506,2

Het is vijf voor acht. Ik ben inmiddels al sinds 07.00 uur aan het schrijven. Het was rustig en stil in en buiten de boot. In de boot wordt het nu iets minder rustig omdat Ingeborg uit haar bed komt. Heel gezellig. Buiten komt de haven ook tot leven. De twee werkschepen die gisteravond voor de nacht hier kwamen liggen, laten zich achteruit de rivier op zakken om hun dagelijkse werkzaamheden een eind ergens bovenstrooms te hervatten.

Kwart voor tien. We gaan van acquit, zou Cees van Anneke zeggen. Willem kwam daarstraks al even aan de deur om te overleggen over het tijdstip van vertrek. Ik zat toen net mijn verhaaltje af te ronden en ik vroeg hem of ik nog wat van zijn bijtjes mocht snoepen. Dat mocht en nu ben ik er klaar mee. We gooien los als een vrachtschip dat op 1,5 kilometer “naar beneden” (stroomafwaarts) komt de haven gepasseerd is. Dat kunnen we mooi zien op de AIS. Met dat systeem kun je de schepen in je omgeving zien; hun naam, welke koers ze varen, hoe hard ze gaan, welk soort schip het is en of ze op ramkoers liggen. Heel handig op een bochtige rivier. Op zee ook trouwens. Steeds meer schepen, ook plezierjachten, hebben zo’n ding. Handig dingetje. Veilig dingetje. Alleen de prijs, da’s nog een dingetje.

Tien uur. “On the road again”. On the river bedoel ik. Dag Nienburg. De moeite waard om te bezoeken. Aan de buitenkant van de stad zien we wat industrie, langs de Weser. De bakstenen kerktoren piekt tussen het geboomte. Het was leuk.

De “Bee Gees” galmen “Saved by the bell” door de kajuit. Ingeborg weigert mee te zingen. Ze kan goed zingen, maar wil niet dat het opgenomen wordt, dat ze ontdekt wordt als het ware. Dan niet. We gaan lekker. Ik zie allemaal groene boeitjes aan de rechterkant, stuurboord bedoel ik. Daarachter is het ondiep. Doe je broek uit, zegt Ingeborg. Ja, straks als het echt warm wordt, ik heb het koud. Djiez. We hebben de eerste tegenligger al gehad. Een enorme varende zandbak. Ik maakte een foto.

Ik werd net gebeld door het ziekenhuis. Ik schrok niet zo erg omdat ik in mijn elektronische (jawel) agenda had gezien dat ze dat vandaag zouden doen, mij bellen voor een follow up gesprekje over mijn Colonoscopie avontuur, afgelopen juni. De mevrouw wilde weten hoe het met me ging. Goed, hoor, zei ik – net als Ma altijd zegt als we dat aan haar vragen – ik vreet als een tijger en schijt als een holenbeer, niks te klagen dus. Alleen het plassen houdt niet over, maar dat is een andere afdeling, daar gaat u niet over. Da’s mooi, zei zij. Maar als er klachten kwamen moest ik echt naar de huisarts gaan, hoor, om dat te melden en u gaat nu weer “het BVO” (= Bevolkingsonderzoek) in. Dacht het niet, zei ik, want ik ben zeventig. Oh, dat kan ook, zei zij. En of ik de brief heb ontvangen waarin staat dat ik de colonoscopie heb ondergaan en dat er niks aan de hand was? Zou het niet weten, zei ik; ik ben meteen opgelucht en met schone darmen op vakantie gegaan. Oh, dan is het goed en zij wenste mij een fijne vakantie toe. Ik haar ook want desgevraagd zou zij a.s. weekend er eveneens tussenuit gaan.

De motor brult, de muziek loeit, de boot trilt, de zon schijnt, het is prachtig weer. Wat een mooie zomer hebben wij! Genieten maar weer.

Tien voor half elf. Ik moet wat beweging hebben en ga een rondje hordenlopen door de gangboorden, waarbij ik over de binnenboord gehesen stootwillen moet stappen. Een goede oefening, maar niet van enig risico ontbloot.

Kwart voor elf. De rivier is nu zo bochtig geworden dat je nauwelijks meer van het roer weg kunt lopen. Je moet met de hand sturen of je laat de automaat het werk doen, maar dan moet je constant in stappen van 1 of 10 graden een correctie naar stuur- of bakboord doen. Als je effe niet oplet schiet je achter de boeien langs de ondiepte op of, erger nog, de kant op en dan zijn we ver van huis, letterlijk en figuurlijk. Zeer riskant dat riviervaren. Je krijgt er kippevel van als je erover nadenkt. Niet doen dus.

Ik zie nu naaldbomen, dat is nieuw. Even een fotootje maken.

Vijf voor elf. Een tijd lang hebben we al meer dan een knoop stroom tegen en dat is toch wel irritant moet ik zeggen, vooral als je nog zo’n eind moet. Dat had Willem weleens kunnen zeggen, dat als je van de kust af een rivier opgaat, dat je dan altijd de stroom tegen hebt. Voor de leken onder ons: een knoop is een eenheid van snelheid en een mijl is een eenheid van afstand. Als je een knoop per uur vaart leg je in dat uur een afstand van 1.854 meter af, oftewel een mijl. Het is dus precies hetzelfde, maar wee je gebeente als je zegt: ik vaar zoveel mijl per uur. Ik vaar nu met een snelheid van 6 knopen door het water, dat is 11.124 meter per uur, maar ik kan ook zien dat ik over de grond 5 knopen vaar. Dat is dus 11.124 meter minus 1.854 meter = 9.270 meter. Met mijn snelheid van 6 knopen door het water met 1 knoop stroom tegen heb ik dus een afstand van 9.270 meter in een uur afgelegd en dat is het equivalent van 5 mijl, zoals wij zagen. Naarmate men de motor meer of minder toeren laat maken legt men meer of minder mijlen af en dat gegeven heeft niets met stroom te maken, dat spreekt. Wij varen nu stroomopwaarts (we zitten in de “Bergfahrt”)  en dat blijft zo tot Minden. Vanaf daar gaat het dalwaarts.

Kwart over elf. Af en toe wordt het landschap een heel klein beetje heuvelachtiger, met bossen en zo. De oevers zijn schilderachtig mooi met hier en daar koeien, fraai geboomte en maisvelden.

Half twaalf. Wat we nu allemaal weer meemaken! Daar werd me eventjes gewerkt aan de vaarweg, zeg, van A naar Beter, ook in Duitsland! Ze zijn bezig in een bocht de rivier breder te maken, maar geheel zeker ben ik daar niet van. Hopies zand worden verzet. Hier komen natuurlijk die zandbakken vandaan, die we steeds tegenkomen.

Vijf voor twaalf. Schleuse Landesbergen. Weer zo eentje van 222 meter lang en 12 breed, ze zijn allemaal hetzelfde. We hadden hem helemaal voor ons alleen, tijd voor een praatje over de schutting.

Nou meid, droogt de was bij jou ook zo slecht?

Tien over twaalf. Door de sluis (Schleusse Landesbergen). Het was een eindje varen voor we de kolk achter ons lieten. We zijn nu weer 6,40 meter hoger. Ik krijg last van mijn oren door het drukverschil. De zoveelste tegenligger.

Bij Landesbergen staat een Kraftwerk. Zou dat een atoomcentrale zijn? Het is prachtig weer en inmiddels knap warm. Dat doet mij eraan herinneren dat ik de aangroei op mijn bakkes moet verwijderen.

Kwart over één. We hebben Stolzenau dwars. Dat lijkt me wel een leuke plaats maar er zijn geen mogelijkheden om aan te leggen. 

Je ziet vaak op de oevers zandbergen, lopende banden en aanlegplaatsen voor zandschepen en in de zand- en grindgaten naast de rivier wordt de aarde nog steeds hier en daar uitgehold. Er ontstaan heel veel fraaie plassen waar je (nog) niet mag komen met je boot.

Vijf voor half twee. We hebben onze eindbestemming voor vandaag bereikt: kilometerpaal 238, dat is de Unter Weser-Altarm, ook zo’n dode arm waar het flink stroomt. Om de hoek begint het Schleuse Kanaal met de Schlüsselburg Schleuse. Schlüsselburg is het plaatsje hier in de buurt. Je zou er van gaan slissen. Daar gaan we morgen doorheen door die Schleuse. Maar voor nu is het wel mooi geweest. Willem is weer gaan palen en wij liggen prinsheerlijk op ons ankertje. De bodem is wel wat “stenig”, maar na enig krassen en krabbelen houdt het anker, aan twintig meter ketting. Bij het invaren zagen wij op de bakboord (= links) oever twee kleine hertjes dartelen tot ze ons in de gaten kregen en hem smeerden. Even later zagen we ze op de stuurboord (= rechts) oever dartelen! Dat ze overgezwommen waren of zo, dat doen ze soms heb ik me laten vertellen. Of misschien waren het wel twee andere hertjes. Niet te zeggen. Wie weet.

Vijf voor twee. We liggen op een A locatie, met die hertjes en met uitzicht op de rivier waar de schepen langskomen. Bovendien stroomt het hier nog harder (meer dan een knoop, dat wil zeggen dat het water binnen een uur over een afstand van meer dan 1.854 meter wordt verplaatst!) dan in de Dode Arm Drakenburg, zodat we nog beter op de stroomdraad blijven liggen als het mis gaat met het weer. We gaan de patio deuren opendoen, logboek bijwerken en een uurtje of wat lezen en verder zien we het wel.

17.50 uur. We hebben de hele middag zitten lezen in onze boekjes. Er kwam iemand langs met een gele kano. Die liet zich voortdrijven.

In de verte zat een man in zijn rubberbootje met elektromotor in zijn GSM te praten. Dat was een afstand van zeker driehonderd meter, maar wij konden hem horen, zo stil is het hier. En nu begint het te regenen, een bijzondere gebeurtenis. De stilte wordt ruw verstoord door het harde getik van grote druppels op de kuiptent. Ik sliep bijna, maar het mocht niet zo zijn. De Laga ligt vredig op zijn paal in de stroom. Zij hebben een hele stille generator, maar toch hoor ik hem. Zo stil is het hier. Shit, het begint steeds harder te regenen. Er breekt lichte paniek uit want alles staat open.

18.20 uur. Een prachtdag is dit. We kregen het vreselijk druk. Alle ramen dicht. De gordijnen die dicht waren vanwege de zon konden weer open. Ik heb de vetpot aangedraaid, olie bijgevuld en schoongemaakt in de machinekamer. Muziekje aan, van de Corrs, die zingen hele mooie ballades en dergelijke. Ondertussen spuit het van de lucht en het is flink beginnen te waaien. Ik probeer een beetje van deze natuurverschijnselen te filmen. Misschien krijg ik dat een keer in dit weblog.

Lekker gegeten: aardappeltjes, prei, worsjes, gekookt eitje en een handje kersen op steel als dessert. Ik ga voldaan op de patio staan met een glas wijn in de hand. Had ik maar een sigaar.

Half tien. Even pauze in de schrijfwerkzaamheden. Ik hoor de bliksem en de donder en de inmiddels stevige wind komt van achteren in, want de boot blijft doodgemoedereerd op stroom liggen. De hele kuip wordt zeiknat. Wat een bende, wel goed voor de bloemetjes. Er kan ons niks gebeuren hier, maar wat een herrie!

Tien voor half twaalf. Bedtijd. Ik ben klaar met mijn verhaaltje en ik heb hem ook nog op de website kunnen zetten. Niet met Willem z’n bijtjes want ik zie zijn hotspot niet, de afstand is te groot, maar met mijn eigen schaarse MB’tjes van de KPN. Ik moet wat aangebroken notenzakjes (hazel, amandel, cashew) en van de rozijnen dichtbinden met elastiekjes en dan kunnen we. Het regent niet meer en het is windstil. Het is hier fantasties en het was een fijne dag. PS. Het werd helemaal niet heuvelachtig, dat heb ik me maar verbeeld. 

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s