Vrijdag, 16 augustus 2019

Langehoeks Pôlle – Medemblik – Enkhuizen

Dag Datum Wind Weer
Vrijdag 16 augustus 2019 Begint rustig met 2 Bf, later ZW 4 Bf op IJsselmeer  Zon, wolken
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
08.30 uur 22.45 uur 17.767 3.562

Kwart voor zeven en ik ben wakker. Ik sta verbijsterd om me heen te kijken; waar liggen we nou weer?! Ah  gelukkig, het zinkt in: op de Langehoeks Pôlle in de Fluessen. Het waait maar een beetje. Er liggen nu wat meer bootjes dan toen we aankwamen. Ik ga proberen een weerberichtje te vinden.

Kwart over zeven. We kijken tv, naar het weerbericht op rtl 4, althans daar is het wachten op. Ondertussen staan we over het meer uit te kijken, richting Staveren. Wat een mooi meer is het toch. Nog geen bootje te zien. Daar is ie, het weerbericht: het wordt 22 graden vandaag en de windverwachting komt niet boven de 3 – 5 Bf uit. Voornamelijk uit het zuidwesten. Is te doen naar Medemblik. Ik denk dat ik maar weer een stukje ga lezen, van een stukje schrijven komt het niet meer. We willen weg, we hebben goeie wind voor de oversteek. De tv kan wel weer uit.

Half negen. We varen weer op eigen kiel na afscheid te hebben genomen van Joke en Willem. Wij hebben hen hartelijk bedankt voor de goede zorgen waar zij ons mee hebben omringd  en voor het uitstekende advies- en gidswerk van Willem in de Duitse contreien. We moeten toch eens kaarten kopen van dat gebied. En Ingeborg kan best wel kwarktaarten maken maar Joke is haar steeds voor, zie je. Het was weer geweldig jongens, bedankt. Wij varen het gaatje uit en zij blijven nog even liggen. Zij gaan naar Lemmer en wij gaan naar huis over Medemblik en Enkhuizen. Het is rustig weer, windkracht 2 Bf. Het zal wel meer worden vandaag, maar dan zitten wij al veilig op het IJsselmeer(!)

Dag jongens, het was leuk!

Vanaf de Fluessen gemaakt met die goeie ouwe Kodak met z’n fantastische telelens.

Voorlopig stomen wij door Friesland over de Fluessen, langs de Galamadammen (ik zeg steeds: Geilemadammen, maar dat mag niet op de website van Ingeborg, dat vindt ze kinderachtig, dus doe ik het niet), over de Morra, langs Warns naar Staveren.

Half tien. Het is nog steeds redelijk rustig, net geen 4 Bf. Bijna van de Morra af, dan het Johan Frisokanaal op, langs Warns waar de enige brug is in dit traject. We gaan lekker. Nog drie mijl naar de sluis en dan zijn we bijna thuis. Kan het niet laten. Maar eerst probeer ik een hobie-cat (dat is een snelle open zeilboot met twee rompen) die vlak voor ons langs kruist te rammen. Dat lukt natuurlijk niet.

Tien voor tien. We naderden Warns. We zagen heel in de verte de brug al openstaan. Tot onze verbazing liet de brugwachter, nadat van twee kanten bootjes waren gepasseerd hem doodgemoedereerd wagenwijd open tot wij er ook doorheen waren en dat duurde een tijdje. In Friesland hebben bootjes echt een streepje voor op de auto’s. We hoefden onze snelheid van 6 knopen geen moment aan te passen.

Deze had pech, de brug ging voor zijn neus dicht

Tien uur. Zo druk als een klein baasje: ik heb het bootje omhoog getakeld, de ballen aan bakboord buiten gehangen, de ventilatiekoker op het dak dichtgedraaid en een plasje gedaan. En Ingeborg al die tijd maar sturen.

Tien voor tien in de ruif vóór de Johan Frisosluis.

Half elf de sluis uit. Duurde lang deze keer. Maar ja, we zijn hier altijd verwend in het verleden. Hop, op naar Medemblik, even kijken welke koers we moeten gaan voorliggen. Dat wordt ca. 233 graden. We zijn “op zee”.

Dag Friesland

Er staan witte kopjes op de golven, het lijkt meer dan het is: plusminus 13 knopen wind. Omdat het lager wal is hier krijg je wat knobbeltjes in het water, maar dat is geen enkel probleem. Ik zet de motor op 1500 toeren, dan douwt ie het schip er net lekker doorheen. Automaat erop, stoel achterover en slapen maar.

11.00 uur. Ik observeer dat er best veel boten om ons heen varen ondanks dat het een werkdag is, maar ook logisch omdat het nog vakantie is. Er staat wind dus er kan gezeild worden. De echte zeilers zitten op het IJsselmeer.

Ik heb Marijn gemeld in een voicemail dat we eraan komen. Het is heerlijk om op het wijde water te zijn. De stabilisatoren staan standby maar we hoeven ze niet te gebruiken. Daar komt de koffie. Recht vooruit zie ik de torentjes van slot Loevestein in Medemblik al.

Half twaalf. Marijn belde terug. We spraken af dat we buiten de haveningang voor anker gaan, dan komen ze naar ons toe met hun nieuwe boot en dan gaan we een stukje varen op het ruime sop, een stukje hard en een stukje zacht. Dat lijkt ons wel leuk. De wind is wel iets toegenomen inmiddels, er staan wat schuimstrepen op het water en de zon doet een beetje slijmerig achter de wolken.

Half een gingen we ten anker tussen de jachthaven en de haveningang, pal vóór kasteel Loevestein en om vijf voor een kwamen Marijn en Rietje de hoek omzetten, met z’n tweeën parmantig en trots in hun nieuwe aanwinst.

Het werd een heel gezellige middag, die we voornamelijk bij Marijn en Riet op hun boot hebben doorgebracht. We hebben een behoorlijk eind langs de kust gevaren tot de jachthaven van Andijk en weer terug. Het is een lekker schip voor lage en hoge snelheden met een 50 pk Honda, die vrijwel geruisloos is, vooral als we langzaam gingen. Ik mocht ook even sturen en gas geven, maar dat hield ik niet lang vol want ik scheet zeven kleuren bagger, zo hard gingen we. Veels te bang dat we uit de bocht zouden vliegen. 

We dronken gezellig een pilsje uit de koeler van Marijn en Riet en babbelden gezellig over van alles en nog wat, allemaal vertrouwelijke zaken, tendentieus van aard en niet politiek correct. Het was een heel genoeglijk weerzien en samenzijn.

Aan het eind van de feestelijkheden deden zij een “Sail by”, waarbij ze met hoge snelheid langs kwamen scheuren. Later vertelde Marijn dat ze toen 46,8 kilometer per uur klokten, terwijl met Ingeborg en mijn persoon erbij de snelheid niet boven de 34 kilometer kwam. Dat geeft te denken.

Daar gaan ze, het was leuk, jongens!

Kwart voor vijf. We hebben het anker gelicht. Heerlijk geankerd voor Medemblik, moeten we onthouden. Nu gaan we naar de ankerplek bij Enkhuizen op het IJsselmeer dus, waar we, naar ik dacht, meer beschut zouden liggen als de wind ging draaien naar zuidelijke of zuidoostelijke richtingen. Het was een hele leuke middag, we genieten nog na. Ik denk wel dat ik aan de snelheid van zo’n scheepje zou kunnen wennen, als ik maar tijd van leven heb. Ik ga de havenmeester bellen dat we morgen thuiskomen.

Kwart voor zes. Net de Fluithoek gepasseerd met de beroemde en beruchte visstokken met fuiken en/of netten, die daar al sinds mensenheugenis staan. Wij komen nu al bijna veertig jaar hier langs en ik weet niet beter of ze stonden er altijd (in de weg). Bij het lichttorentje van de Ven, dat vroeger wit was, staan ze ook.

Ingeborg heeft het eten voorbereid, alle ingrediënten en gereedschappen liggen klaar op het aanrecht. Het hoeft alleen nog maar te worden gaargekookt, opgeschept en opgegeten. We gaan eens even lekker voor anker, dat hebben we nog niet gedaan vandaag. We moeten wel oppassen voor de gele boeien die langs de kust een groot gebied markeren waar gekitesurft wordt (of is het kitegesurft?). Ik zie geeneen kite-surfer dus ik ga hier gewoon ankeren. Ingeborg zegt: ga nou niet te dicht bij het ondiepe gedeelte ankeren!

Half zeven. We liggen bij het buitenmuseum van het Zuiderzeemuseum van Enkhuizen aan de buitenkant in ruim twee meter water aan 15 meter ketting, moet kunnen. Een van onze favoriete plekjes. Buiten de scheepvaartroute kunnen we al het langsvarende verkeer aanschouwen. Dat vinden we leuk. Ingeborg is aan het koken. We eten aardappeltjes, doppertjes, worteltjes, kippetje en een eitje. Dat gaat lekker worden.

Tien over acht. Het eten was inderdaad lekker. We gaan tv kijken, ik ga niet schrijven; geen zin in. We liggen hier af en toe vreselijk te rollen, door scheepvaartverkeer in de verte. Was dat vorige keer ook zo? Dacht het niet. Tegenvaller. Nou ja, volhouden. 

Kwart voor elf. Wat we nou allemaal wel weer niet meegemaakt hebben! We zaten rustig tv te kijken, het was ongeveer 22.15 uur, toen ik een schokje in het schip voelde. Heel licht, maar ontegenzeggelijk en onmiskenbaar een schokje en dat kwam niet van het strak trekken van de ankerketting. Dat kon maar één ding betekenen: we raakten de (zand)grond. Godverdehierenginder! Toen ik naar buiten tuurde in het pikkedonker kon ik zien dat we ongeveer een kwartslag van de kompasroos achter het anker waren gedraaid, de ondiepten op. De wind was gekrompen naar het zuiden tot zuidoosten. Dit was niet nieuw voor ons; ooit al eens meegemaakt met de Wing IV in Salcombe, toen vielen we half droog en dat was best lollig. Maar dat gold hier niet: geen getij en vast is vast! Enigszins nerveus begon ik het anker in te halen met de lier, maar dat was zonder voortstuwing geen optie. Ingeborg gaf een beetje gas bij en langzaam maar zeker konden we ons hortend en stotend en bonkend over de bodem naar dieper water trekken. Wij vonden dit niet fijn. Ik ben zo kippig als de pest in het donker, dat heeft te maken met het feit dat er niet genoeg licht is en dat mijn bril een update nodig heeft. Tot overmaat van ramp begon het ook nog te regenen. Erger kon niet. We stuurden de boot op de plotter tussen de havenhoofden het Krabbersgat in. Die plotter verblindde me eerst maar toen ik de laagste lichtsterkte had ingesteld kon ik de details niet meer onderscheiden en moest ik steeds met m’n smoel op het scherm gaan liggen om het te zien, niet bepaald een aan te bevelen handelwijze want als je dan weer opkijkt, het donker in zie je helemaal niks meer. Ik hoopte dat de boeien nog op de goeie plek stonden (ik koop absoluut een update deze winter). Gelukkig bleek dit het geval te zijn. Ingeborg stond op het voordek en we hadden het voorraam open, ondanks de regen. Zo schuifelden wij uiteindelijk de veilige haven in langs de lichtopstand op het havenhoofd van de buitenhaven en konden daar iets beter de omgeving onderscheiden. Ingeborg vroeg aan een meisje op de Zorg en Vlijt, een tweemaster van de bruine vloot, of wij langszij mochten komen. Gelukkig mocht dat (of het een passagier of een bemanningslid was kon ons niet schelen). Ze hielp met aanleggen en gaf aanwijzingen, dus het zal wel een bemanningslid zijn geweest. Ik rukte in de kajuit een fles Vat 69 open en schonk een flinke bel in. Ingeborg nam een flink glas water. Jongens, jongens, wat was dat spannend. Die spanning is nu weg. We zitten weer tv te kijken. Jinek komt zo. De wind giert door het want van de ons omringende schepen.

Het is tien over twaalf. Deze bizarre dag is ten einde, dit is de meest gebeurlijke dag van de hele vakantie. Het waait windkracht 6 uit het westen. Maar goed dat we van anker af zijn gegaan. Ik heb twee dingen geleerd: het eerste is dat we nooit meer op die plek ankeren, bah, griezelig. En het tweede is dat ik altijd pas het anker laat vallen als Ingeborg het zegt. De stukkies schrijf ik thuis wel, daar komt niks meer van terecht. We gaan maar eens naar bed. Dit was een fijne dag met een “twist”.

Dit bericht werd geplaatst in Logboek. Bookmark de permalink .

2 reacties op Vrijdag, 16 augustus 2019

  1. Peter Schellinger zegt:

    Misschien een domme vraag: waarom ankeren jullie niet binnen bij het zuiderzeemuseum?Daar kan je aardig wat wind hebben.
    Peter

    Liked by 1 persoon

    • wingiv zegt:

      Het ging altijd goed daarbuiten en in de kom is het slappe prut, waar het anker doorheen blijft sleuren. Bovendien moet je er betalen om op je eigen anker te liggen. Geen zin in. Hadden we het maar wel gedaan.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s