Boot ophalen

7 december 2004

Het was koud, het is koud en het zal koud blijven. Dat heb je zo met winters. Waterkoud, dat is het juiste woord, alhoewel het weerbericht op radio 1 om 07.00 uur rept van een lekkere temperatuur voor de tijd van het jaar: 8 graden Celsius. Ondanks mijn hardnekkige verkoudheid heb ik vanaf 24.00 uur doorgehaald. Ik laat me uit m’n kooi zakken en heb meteen spijt dat ik niet direct mijn sokken, die ik naast mijn hoofdkussen had liggen om sneller in te slapen, heb aangetrokken. In het donker race ik naar de plee, een klusje waar ik steeds meer tegen op zie. Niet dat mijn lichamelijke functies nou zo veel moeizamer verlopen, dat is namelijk normaal als je een bepaalde levensfase gaat bereiken, maar omdat ik de productie niet meer zonder kunstgrepen wegkrijg: het wordt tijd voor een nieuwe plee. Nou ja, ik ben mijn nieuwe electrische schakelpaneel aan het ophalen, dus die kan alvast van het wensenlijstje worden gestreept. De nieuwe plee komt er voor in de plaats. Zal ik het zelf doen of weten we nog iemand? Rillend van de kou zoek ik boven de kaartentafel de knop voor de verwarming, da’s nog even wennen. Terwijl ik me aankleed (5 lagen dik) zegt de Trumatic gaskachel: “plof, ga maar joggen, dan wordt je ook warm!” Ships, moet ik de kouwe kuip in om een nieuwe gasfles aan te sluiten. Gelukkig heb ik er genoeg bij me. Het is nog stikdonker buiten. Aan de overkant van het Spaarne zie ik de lichten van auto’s en het donkere water van het insteekhaventje zou schitteren in het maanlicht, als die scheen. Om acht uur zal Tim komen om de laatste puntjes op de i te zetten en dan kan ik weg. Hij is stipt op tijd. Ik confronteer hem, na mijn complimenten te hebben gemaakt over de keurige afwerking en het opgeruimde schip, meteen met een paar “kleinigheden” die ter plekke worden afgewerkt en opgelost. Hij neemt er de tijd voor. Tussendoor nemen we een bakkie koffie in zijn “kantoor”. Als alles is nagelopen en uitgelegd gaan de trossen los en vaar ik om circa 10.15 uur tevreden slingerend (en met m’n stomme kop roepend dat ie de rekening niet moet vergeten te sturen!) achteruit de haven van de firma van Kuikhoven uit. Het is rustig op het Spaarne, weinig jachten, dat was te verwachten in deze tijd van het jaar. Het is voor mijn gevoel bitter koud; gelukkig staat er nauwelijks wind anders zat het snot mij nu in de ogen. Hoestend en rochelend (ik, niet het schip) gaat het met een relaxte 4 knopen op de sluis van Spaarndam aan. Zul je zien: denk je dat je het rijk alleen hebt? Neen hoor, een 900-tonner komt je achterop en ragt vóór je de sluis in. Het lijkt dramatischer dan het is. Er blijft ruimte genoeg over om op mijn gemak aan te leggen. Ontspannen kijk ik om mij heen. Ik zie de schipper van het binnenvaartschip hoofdschuddend naar me kijken. Wat nou weer, denk ik. En dan weet ik het: ik moet nog “de keizer geven wat des keizers is” en ren met 3 uiro’s in de hand naar het sluiswachtershok op de brug. “Je bennie te vroeg, skipper en de brug in de A-9 draait om twaallef uur”, zegt ie. “Bedankt”, zeg ik, dankbaar dat de info in mijn ANWB-almanak van 1984 nog klopt. In het kielzog van de “zandbak” plokker ik door een droefgrijze wereld op de wachtplaats bij de brug in de A-9 af, alwaar ik om 11.00 uur afmeer. Als ik een half uurtje lig komt er een Westerly Falcon, aan met een bejaard echtpaar, die ook door de brug moet. De schipper steekt bij wijze van compliment zijn duim tegen me op. Verlegen maak ik een buiging en denk: hoe kan hij nou weten dat ik zo’n mooi nieuw schakelpaneel heb? Hij gaat een half uur cirkelen en ik ga koffie drinken, terwijl ik ondertussen nog een keer de knoppen probeer. Wat vliegt de tijd toch, als je het naar je zin hebt! Het is bijna twaalf uur. Het dagelijks bestuur zal wel aan de laatste pot koffie bezig zijn. Dan gaat het “mobieltje” af: het is Jaap S. Die was gisteren jarig; nog 19 kersboompies, Jaap! (Jaap denkt namelijk dat hij niet ouder dan 73 wordt). Hij wou voor Dick K. “effe sjekke” of dit het goede nummer was. We hadden namelijk afgesproken dat Dick onderweg zou opstappen. Dick komt zelf aan het apparaat, we nemen de Oranjesluizen als opstappunt. Hij komt op zijn racefiets en gaat nu weg uit Edam. Ik zeg: “dan ben je veel te vroeg, man!” Dick zegt: “welnee, man, ik heb tegenwind en ik kan niet hard op mijn leeftijd!” “Dan is het goed”, zeg ik. Klokslag twaalf uur gaat alles in een razend tempo: de lichten gaan op rood-groen, de bomen gaan neer, de klep omhoog en de luidspreker gaat van: “JA, DIE JACHTE, WIL U ZO SNEL MOGELIJK OPVARE EN REKENING HOUWE MET DIE ACHTEROP KOMMENDE BINNENVAART!!!” Ja hoor, denk ik, het is goed met je, ik wou dat je zomers net zo snel en alert die zooi opengooide! Ik mag van opa Westerly het eerst door de brug. Vriendelijk zwaaiend (dat doet ie zomers ook niet!) oogt de brugwachter ons na. Pas om half één draait die etter van een Buitenhuisbrug; hij wacht tot er flink veel wegverkeer langs komt en gooit dan de bomen neer! Opa ligt nu vóór mij, midden voor de brug te wachten op het groene licht en wel letterlijk!! Ik trek reeds op in mijn jeugdig enthousiasme, doch moet de grote drieblads weer in zijn achteruit gooien om narigheid te voorkomen! Opa kijkt diverse malen angstig om, doch komt niet op het idee op zijn gashendel te gaan leunen. Pas als het licht op groen gaat trekt hij op! Misschien is dit zijn manier om wraak te nemen op de brugbediener in Den Haag (of waar zitten die lui van die op afstand bediende bruggen eigenlijk?). Toch erger ik mij aan dat getreuzel en dat pleit voor mij! Alhoewel: haastige spoed levert meestal krassen op, zo luidt het spreekwoord, vraag maar aan Joep. Opa gaat linksaf en ik rechtsaf. Het is niet al te druk op het Noordzeekanaal. Ik heb in Haarlem al de hoezen van de voorzeilen gehaald, maar ik besluit toch maar niet te gaan zeilen. De wind is niet sterk genoeg, het is koud en ik moet op tijd bij de Oranjesluizen zijn om Dick op te pikken. In de richting van Amsterdam kijkend zie ik niks. Het zicht is uitermate slecht, nog net geen dikke mist. Met 6 knopen gaat het derwaarts! Oh ja, dat vergat ik nog: mijn nieuwe plotter werkt voortreffelijk; vlak voor mijn neus zie ik mijzelf over het scherm door het Noordzeekanaal schuiven, werkelijk geweldig! Ik zoom in en uit dat het een lieve lust is. Niet vergeten natuurlijk om die achterop komende binnenvaartpiraten, want dat zijn het, in de gaten te houden. Vooral de officiële instanties: Politie te water, Havendienst, voormalige Sovjet-Russische draagvleugelboten van Connexion etc. scheuren op meer dan a-sociale wijze vlak langs je heen! Zonder kleerscheuren (“aluminiumscheuren”) kom ik via de bouwput die het IJ geworden is, bij de Oranjesluizen. Omdat ik mij qua snelheid heb aangepast aan het piratenverkeer leg ik precies om 14.00 uur in de botenruif voor de sluis aan. Daar gaat het mobiel af: “kijk eens naar me, daar ben ik”, zegt Dick. Niet te geloven, wat een timing! Na de sluiswachter keurig toestemming te hebben gevraagd, dalen Dick en zijn racefiets (weegt niet veel: een kilo of drie) af. De fiets wordt aan het stuurboordstag vastgesjord, want als we gaan zeilen, zal dat over bakboord zijn. “Ach man, we gaan helemaal niet zeilen, d’r staat geen wind”, zegt Dick. “Dat zien we wel als we buiten zijn”, zeg ik. Dick heeft honger gekregen van het fietsen en eet een paar boterhammetjes. Hij vindt mijn nieuwe schakelpaneel heel mooi. Dat dacht ik wel. De Schellingwouderbrug draait precies op tijd. Ik moet zeggen dat je beter in de winter kunt varen; het lijkt wel of ze d’r dan meer zin in hebben! Dick krijgt gelijk, we gaan niet zeilen, de wind zakt helemaal weg. Jammer, maar ik ben eraan gewend; de Wing IV kijkt niet op van een motoruurtje meer of minder. Dick kijkt danig op van de snelheid die we bereiken met 2000 toeren (6,2 knopen). Hij vindt mijn boot wel mooi, echt wel, een echt schip (het zijn zijn woorden!). Ook Dick weet dat mijn schip te koop is (die Hutting komt steeds dichterbij!). We snellen voorbij Durgerdam, Uitdam, het Paard van Marken en hop naar Edam. Veel valt hierover niet te zeggen, behalve dan dat de grauwe dag overgaat in schemer, terwijl het schip het water splijt. De plotter biedt uitkomst bij het slechte zicht! Als we de betonning van Edam bereiken zegt Dick: “moet je nou kijken, kijk nou toch! Het is hier 4 meter diep, kijk dan, man!!” Het blijkt dat vlak voor de haveningang de diepte oploopt i.p.v. afloopt (of is het andersom?)! We geloven de dieptemeter niet, dus gaan we terug om nogmaals langzaam de “bodem af te tasten”. Maar ook dan blijkt dat vlak voor de havenhoofden tot een meter of 50 naar binnen de diepte toeneemt tot ongeveer 4,5 à 5 meter!! Rokus kan met zijn scheermes veilig naar buiten, ware het niet dat hij op de kant staat. Om exact 17.00 uur meren we af . Het was een fijne dag en Dick was ook weer even van de straat.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s