Zondag, 11 augustus 2019

Dode Kronkel Ems – Dode Kronkel Ems bij Herbrum

Dag Datum Wind Weer
Zondag 11 augustus 2019 Fris windje Zonnig
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
08.25 uur 13.30 uur 17.632 3.536,3

Half zeven, 11 augustus. We liggen nog steeds tegen Willem aan, de Laga bedoel ik. Ik zie paarden aan de overkant. Gisteravond kwam trouwens een kudde koeien aan onze kant heel nieuwsgierig een kijkje nemen vanachter de bosjes. Toen ze mij zagen hadden ze genoeg gezien en taaiden af. Terwijl ik dit zeg hoor ik krakende geluiden uit de voorkooi. Ingeborg is met haar oefeningen bezig en dan kraakt het bed. Niet Ingeborg want die is nu soepel door de oefeningen. We kunnen niet wandelen deze ochtend want we liggen in de bush bush. Het is een zeer mooie ochtend. Blauwe lucht. Behoorlijk fris buiten maar dat voelt lekker aan. Het waait een klein beetje, er staan rimpels op het water en verder is het doodstil. Heerlijk. Een heerlijke plek en een heerlijke ambiance om wakker in te worden. Ik was overigens reeds te 05.00 uur wakker maar ik heb het tussen de klamme lappen uitgehouden tot kwart over zes. Nu ben ik fris gewassen en aangekleed. Ik kan eigenlijk wel een beetje gaan schrijven, bedenk ik mij.

Tien voor half acht. Het stukje dat ik gisteravond heb geschreven, heb ik geredigeerd en hier en daar gecorrigeerd; ik had er nu even de rust voor. Er zaten wat foutjes en grofheden in, die heb ik enigszins hersteld en bijgeslepen. Ik wilde aan een nieuw stukje beginnen. De foto’s had ik klaargezet en de aanhef van de tekst stond er al toen mijn lust tot creëren als bij toverslag verdween. Ik zit nu drie kwartier op die computer en ik ben er zat van. Ik denk dat ik maar even ga wandelen, naar het voordek en terug. Eerst een fruitje en een yoghurtje en ik ga het voorraam dichtdoen, want het tocht een beetje, vind je niet, Ing?

Tien voor acht. Ik heb de wierpot schoongemaakt, olie hoefde niet te worden bijgevuld, zat nog zat in. Vetpotje aangedraaid. De machinekamer gecontroleerd. We hebben nog 500 liter dieselolie. We zouden hiermee nog 100 uur kunnen varen. Daarmee halen we Edam makkelijk, want van Edam tot hier hebben we in totaal 87 motoruren gedraaid en we zijn dik over de helft.

Ik zat te lezen in Baantjer (Moord à la Carte, waarin de oude grijze speurder met het brede gezicht als vanouds flink op dreef was) toen buurman het moment stilaan rijp achtte het spreekwoordelijke anker te lichten, daarmee profijt trekkend van het vrijwel afwezige beroepsverkeer in de dal- en de bergvaart op het kanaal. Binnen vijf seconden waren wij los van de Laga en had Willem zijn paal ingetrokken en wendden wij de respectieve stevens naar de uitgang van de dode kronkel. Een nieuw record. Ideaal zo’n spudpaal. In een mum zaten wij eens temeer in het aloude ritme (ik heb teveel Baantjer gelezen) van sturen, koffiedrinken en langdurig zwijgen achter het stuur en puzzelen op de bank. Wat een rust. Het was toen 08.25 uur. Ing, ik moet me scheren want het begint te jeuken. Ja, straks zal ik sturen zegt ze en dan kan jij scheren.

Ik maakte eerst een foto voor ik me ging scheren

Het is negen uur. Er vaart nu een schip voor ons, de Moana, een Nederlands vrachtschip dat zwaar geladen is en langzaam vaart. Dit schip zal de hele dag bij ons blijven en telkens vóór ons de sluizen binnenvaren. Dat zijn er drie: de Hilter Schleuse (een typefout is snel gemaakt, maar het is geen typefout, zoals zal blijken!), de Düthe Schleuse en de Bollingerfähr Schleuse. 

Ik zal de lezer niet meer vermoeien met een saai verslag over het in- en uitvaren van die sluizen. Alleen de hoogtepunten haal ik eruit. Zo kregen wij in de Hilter sluis van Joke een heerlijk stuk kwarktaart aangereikt. Hij smaakte weer voortreffelijk. Die naam van die sluis kan volgens de spellingscontrole niet: dat moet Hitler zijn, verdomd als het niet waar is! 

 

Daar moeten ze toch eens over nadenken, over die naam

In de Düthe sluis hadden we een passagiersschip, de Marisia, met een onhebbelijke schipper die met zijn boeg boven onze rubberboot ging hangen. Hij vond dat we verder naar voren moesten. Dat vonden wij niet. Hij daarentegen had ruimte zat. Wat een teringlijer. Bij het uitvaren passeerde hij op tamelijk woeste wijze de Moana, waarbij hij bijna uit het roer liep in de boeggolf van het diepliggende vrachtschip. Nee, geen fijne man, die schipper. Er voegden zich nog wat bootjes in het convooi maar dat leverde geen extra vertragingen op. We kropen voort achter de Moana aan. Rond half twaalf hebben we gebeld met Ma. Linda was er. Via haar telefoon hadden we een goede verbinding. Ma vertelde over de storm gisteren. De plantengieters vlogen door de tuin en ze was bang dat de boom in buurman z’n tuin zou omgaan en op haar dak zou terechtkomen. Gelukkig staat ie nog fier overeind. Ja, als 99-jarige ga je het wel een beetje benauwd krijgen in je eentje in zulke omstandigheden. 

God, wat is het hier mooi. Het landschap is lieflijk, lieflijker dan de meeste delen van het Mittellandkanaal; aantrekkelijker, knusser. De binnenvaartschepen die hier varen lijken wel wat kleiner te zijn dan wat je op het MLK ziet. Ik fotografeer en film dat het een aard heeft. Hieronder een (fikse) greep uit de vele prentjes die ik gemaakt heb.

Tegen twaalven kruisen wij het Küstenkanal, de verbinding tussen de Ems en de Weser. Die route volgden wij in 2016 op weg naar de Oostzee. Was ook een leuk kanaal. We zijn weer op bekend terrein. Op naar de Bollingerfähr sluis. De Moana ligt een eind op ons voor nu en we moeten het been bijtrekken om met hem de sluis in te kunnen. Dat betekent voor een tijdje de gashandel naar voren duwen. We redden het. Ook de Amisia ligt in de sluis. Had dus geen baat bij zijn gehaast. Teringlijer. We liggen deze keer aan een glijstang achter en een bolder voor, een stuk makkelijker dan steeds overpakken op één punt. Na deze sluis is het nog een klein stukje naar Herbrum.

Daar is ook een sluis maar daar gaan we niet doorheen. Willem weet een plek waar we weer voor paal kunnen gaan, als er geen plek is aan een steigertje aan de andere kant. Als we daar aan komen is er inderdaad geen plek en we zoeken een plek aan de oever. Het is hier overal ondiep, dus die spudpaal kan er altijd in. Wel veel modder wordt omhoog gewoeld hier. Daar was de Moana ook voor een flink deel schuldig aan. Maar die bagger schijnt hier normaal te zijn. Gewoon doordouwen. Willem maakte onderweg trouwens een praatje (van een half uur?) over de marifoon met de schipper van de Moana, als schippers onder mekaar. Jezus, wat kunnen die ouwehoeren zeg! Wel gezellig en vermakelijk ook. Af en toe moest ik mezelf bedwingen om er niet effe tussen te gaan zitten, dat zou niet beleefd geweest zijn.

Een mens maakt wat mee,

we liggen hier  tevree,

sinds half twee.

De rust keert weer. Ik lees Baantjer uit en begin aan een boek waar Ingeborg ook mee bezig is. Als zij iets anders doet mag ik en omgekeerd.

Kwart voor zeven. We hebben de hele rest van de middag met z’n vieren op een rij lekker zitten lezen, slapen, puzzelen, zwijgen, met de kuipen naast elkaar. Gezellig hoor. Nu gaat Ingeborg eten koken: stromboli met prei, aardappeltjes, een slavink en een eitje. Lekker hoor. We hebben net als in de rest van Duitsland hier geen dekking en/of bereik voor een fatsoenlijke internetverbinding. Dus weer geen stukkie op de website. Wat dat betreft ben ik blij dat we morgen in Nederland zijn, kan ik tenminste weer met bijtjes smijten. En wat ook jammer is, is dat je niet kan wandelen des morgens als je voor paal ligt. Dat is voorzover ik kan zien het enige nadeel van een spudpaal. Welk een kwellingen! Ik schrijf nu toch maar mijn verhaaltje af. Het was een fijne dag.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Zaterdag, 10 augustus 2019

Lingen – Dode Kronkel Ems

Dag Datum Wind Weer
Zaterdag 10 augustus 2019 Harde wind Zon, wolken uit zuidelijke richtingen
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
08.15 uur 13.30 uur 17.612 3.532,2

Slecht geslapen vannacht. Zeer slecht. Da’s niet zo moeilijk met al die schreeuwende door testosteron, drugs en drank geteisterde randdebielen die hier rondlopen, dat gaat maar door. Waarom dat moet weten wij niet, maar het gebeurt. Maakt niet uit, hoort erbij in deze wereld, kom je steeds vaker tegen in een stadse omgeving. Verder is het hier fantasties. We konden tenminste lekker lang in bed wakker liggen en goede gesprekken voeren, terwijl we goed luisterden of er geen onverlaten over onze boten begonnen te klauteren. Tegen het ochtendgloren vielen we in slaap, zoals altijd. Het is nu vijf over acht en ik zet een deur naar de kuip open want het stinkt naar camembert in de hut. Het gaat heel slecht weer worden volgens de weerberichten. In Holland gaat het al tekeer en gisteren hebben we hier een voorproefje gehad. Voorlopig schijnt hier de zon nog. We hebben drie kwartier gewandeld naar het centrum, onze dagelijkse oefening. Ik maakte  een foto van het braakliggende terrein met onze boten op de achtergrond. 

Het werd een verfrissende wandeling naar het centrum, weinig mensen op straat nog. Op een plein werd een markt ingericht, voornamelijk gericht op consumptie. Er was een Hollandse viskraam en ze hadden alvast een Hollandse klant, vast die man van dat Nederlandse bootje bij ons in de haven. We zagen een paar mooie geveltjes en een fotogenieke kerk. Best wel een aardig centrum heeft Lingen.

Qua tijd waren wij op de helft van onze wandeling en dus keerden wij met energieke pas op onze schreden terug. Lingen is best de moeite waard om een wandeling van maximaal 45 minuten te doen. Goed, Lingen is gedaan.

We deden vreselijk ons best om geluidloos over de Laga naar de Wing V over te stappen. Na alle voorbereidingen van fluisterende aanwijzingen, schoenen uittrekken, op kousenvoeten over de reling stappen, komt Willem doodgemoedereerd en klaarwakker de deur opendoen. Môgge. Godver. Dat deed ie expres. Joke was ook al op.

We hebben nog niet ontbeten, gaan we dat nog doen? Hoe laat gaan we weg, vraagt Ingeborg. Nou, Willem kijkt op de AIS of er wat aankomt van beneden of van boven, dat horen we wel. Ik ga zelf ook even kijken, dan kan ik meepraten. Gaan we nou een broodje eten of een bakje yoghurt, vraag ik. Wat wil jij, vraagt Ingeborg. Nou, misschien is een broodje ook wel een keertje goed, want melkproducten schijnen niet zo gezond te zijn. |Doe mij maar een half broodje met pindakaas en een halfje met Heinz Sandwich Spread, dan proef ik het broodje niet zo. We gaan dus nu ontbijten en dan weg.

Te kwart over acht hebben we losgegooid. Er bleek geen verkeer van beide kanten aan te komen. Als een speer het kanaal op. Heerlijk, zo’n leeg kanaal, zonder trage gemotoriseerde gevulde walvissen. Kun je tenminste doorvaren met zo’n 5 knopen. Tijd voor deze walvis om zichzelf te vullen met fruit.

We varen tussen de bomen dus merk je niet zo veel van de wind. Beboste oevers, mooie huizen. Ik probeer een beetje buiten te zijn, op het dek te zitten, foto’s te maken, om me heen te kijken, terwijl Ingeborg stuurt.

Maarre, afgezien van het feit dat het fris is met die pittige wind die er weer staat, al die bomen langs beide oevers zijn eikenbomen. Er staat een harde wind van achteren en met het oog op de processie rups ben ik er niet geheel gerust op. We doen het raam boven de stuurstand dicht maar Ingeborg wil de patiodeur nog niet sluiten, ondanks dat de wind erin staat. Free entry for the bastards dus.

We komen om half tien aan bij sluis Varloh. De kolk is gevuld maar het licht staat op rood. We moeten even wachten. Dat duurt een tijdje. Na twintig minuten zijn we erdoor. Een kaarsrecht stuk kanaal voor ons, heel in de verte zien we een langzaam varend schip dat ons tegemoet komt. Dat wordt persen in dit smalle kanaal. Het ging goed. Tien voor half elf naderen we de sluis van Meppen. De sluizen liggen hier dicht bij elkaar. Er ligt een vrachtschip in de dalvaart, dus we moeten weer wachten. We laten ons met een snelheid van twee tot drie knopen naar de sluis toe glijden. Willem heeft ons aangemeld. Het is geheel bewolkt, somber. Heel af en toe laat de zon zich zien. Nee, vandaag is het weer echt omgeslagen, maar we hebben er in de binnenlanden van Germania natuurlijk geen last van. 

De algemene conclusie mag wel luiden dat de sluizen in het DEK toch enigszins traag werken (of het de sluizen zijn of de mensen die ze bedienen zal wel altijd een geheim blijven, wat men daarvan ook zegt). Het verval is best groot, zo’n 4 meter soms, en de kolken zijn lang en breed (165 of 222 meter bij 12 meter), wat een hele smak water is, maar soms bekruipt je het gevoel dat het wat sneller kan. Het is zoals het is en ik vind het best lekker als Ingeborg even aan het roer staat en ik op de bank zit te mopperen, terwijl we liggen te wachten. Om half twaalf mogen we de sluis van Meppen verlaten. Het werd tijd. Een nieuw record kwa wachten. De deur gaat open met het tempo van een slak op een teerton, sjonge, jonge.

Bij het uitvaren van deze sluis regent het behoorlijk hard. Niemand heeft haast lijkt het. Wat een pokkeweer! We komen door Meppen en dat is best een mooie plaats. Het kanaal is hier wat bochtig, lijkt wel een meanderende rivier. Voor je het weet ben je Meppen alweer uit. Lastig varen hier, met verplicht verkeerde oevers houden enzo, je kent dat wel.

Te 12.30 uur bereiken we de laatste sluis van vandaag, sluis Hüntel. Marijn belde ons net terug. Geen nieuws, goed nieuws! Linda konden we niet bereiken. Het bereik is hier uitermate slecht. Dat geldt met name voor het internet. Na de sluis sloegen we linksaf een dode kronkel van de Ems in en nadat Willem zijn paal dicht tegen de stuurboord oever in de bodem stak, konden wij naast hem afmeren. Een geweldige plek! Ik wil hier toch een pleidooi houden voor het installeren van een spudpaal in ELK plezierjacht, groot en klein. Dat zal de jachthaven tarieven op termijn terug binnen de perken drukken. Werkelijk geweldig.

We hebben de hele middag zitten borrelen, nadat we eerst hebben zitten lezen in boeken zoals Baantjer (De Cock en moord à la carte). Er gebeurde een hele tijd geen niets. Willem nodigde ons eindelijk uit voor een glas geel water met een schuimkraag (voor mij) en een glas vreetjenever met slagroom voor Ingeborg. Daar zeggen we geen nee tegen (voorlopig, na de vakantie moet het afgelopen wezen). Er komen Jordaan kruisertjes langs met veel te veel mensen erop, die al behoorlijk bezopen zijn. Ze schreeuwen en zwaaien enthousiast en wij zwaaien terug. Ik denk dat een paar slimmeriken in de buurt hun boot tegen betaling beschikbaar stellen voor een excuus om op het water effe lekker dronken te worden. Dat doen ze goed. Wel gezellig. Ze komen een paar keer langs, heen en terug en dan keert de rust weder. Zij vragen zich waarschijnlijk wel af hoe het mogelijk is dat wij hier zo kunnen liggen, zonder anker, zonder lijnen naar de kant. Ja, jongens dat is Het Geheim Van De Laga! Het is hier fantasties. We gaan niet meer eten, genoeg gehad bij de borrel (Joke, mijn zuster de lieverd, is onvermoeibaar in het aandragen van maaltijden in de vorm van snacks). Ik ga beginnen aan mijn verhaaltje van gisteren.

Om vijf voor half elf ben ik klaar met mijn stukje over 9 augustus. Ik ga naar bed. Ingeborg ligt er zoals gewoonlijk al in, die houdt het niet vol, bless her heart. Ik heb van Willem zijn netwerkje nog even ter beschikking gekregen maar het mocht niet baten. De dekking van de Duitse internet zenders, of hoe het ook heten mag, laten zoals mij al bekend was zeer te wensen over. Nee, dat is te zwak: de dekking van de providers in dit (deel van het) land is gewoon kut, met dt. Niet te geloven dat dat mogelijk is in deze tijd in het land van het “Wirtschaftswunder”. Ik denk dat Poetin, Xi Ping (or Trump for that matter!) in een half uurtje klaar zijn met het oprollen van dit op dit punt onderontwikkelde land, als ze kwaad willen. 

Ik staak mijn pogingen om de zooi op de website te zetten en ga naar bed, hopend een betere nachtrust te krijgen dan afgelopen nacht en dan morgen weer kilometers te maken, een paar sluizen pakken. Morgen weer een dag. Het was een fijne dag, deze.

Geplaatst in Logboek | 2 reacties

Vrijdag, 9 augustus 2019

Altenrheine – Lingen

Dag Datum Wind Weer
Vrijdag 9 augustus 2019 Ja, wel een beetje Sombertjes, beetje spatjes, later in Lingen een soort wolkbreuk
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
09.45 uur 16.00 uur 17.597 3528,1

Het is nu vrijdag, 9 augustus 2019. Tien over half acht. Ik ben gisteravond om half tien naar bed gegaan, een beetje beschonken vanwege de met alcoholische versnaperingen beklonken vriendschappen op de kade. We zijn een beetje brakkig door de nacht gehobbeld. Om drie uur ging ik kijken hoe laat het was. Drie uur dus. We hadden al een tijdje wakker gelegen. Poe, poe. Het is frappant hoe donker het is in de boot. Je ziet werkelijk geen hand voor ogen. Dat betekent dat het buiten ook heel erg donker is. We zijn toch maar weer naar bed gegaan te 03.00 uur, nog weer een tijd wakker gelegen en uiteindelijk geslapen tot 07.00 uur. Nu gaan we een stukje wandelen. Dat gaan we volhouden, hoor. Dat wil ik. Dat is gezond. Dat betekent wel dat ik weer niet ga schrijven, gisteravond ook al niet. Dus we zijn weer terug bij af; ik loop een dag achter. Dat moet dan maar. Ik heb vannacht in bed al liggen overwegen, wat zal ik doen: schrijven of niet. Ik doe het niet. We gaan lekker wandelen, laat dat weblog maar de pest krijgen. Op de boten achter ons heerst nog diepe rust.

De Broom van de Australiers. Toen we terugkwamen van de wandeling was ie weg.

Kwart voor acht. We stappen van de boot en wat me opvalt in Altenrheine is de enorme herrie van een Autobahn die hier dichtbij moet lopen. Niet te geloven, het geraas houdt niet op. We lopen langs het restaurant twintig minuten lang in de richting waar het dorp moet zijn en passeren daarbij een mannetje in een hoogwerker die op 10 meter hoogte in beschermende kleding bezig is met het besproeien van een eikenboom. Zeker tegen de processie-rups. Hij is een beetje onhandig want hij laat zijn bakkie te hard zakken op een grote tak en die is niet bestand tegen hydraulisch geweld en breekt dientengevolge af. Scheisse, roept zijn maat beneden. Hij blijft aan een paar vezels hangen, de tak. Extra werk dus. Er staan hier veel eikenbomen, heel veel. Op hoop van zegen dus maar, dat we het niet voor onze kiezen krijgen. We zien onderweg een bakkerij. Onthouden. Bij een kruising, een eind buiten de bebouwde kom keren we om en lopen terug, dat is ook hoognodig voor Ingeborg want die moet bevallen van een gezond jong, dat losgekomen is door het ferm doorstappen. Bij de bakkerij loopt ze door naar de boot en ik koop ondertussen een keur aan broodjes, die we oud zullen laten worden, want we kunnen ze niet allemaal op. Het oog is groter dan de maag, het ruikt ook zo lekker in zo’n bakkerij. Ingeborg had liever gezien dat ik een brood had gekocht dat voor de helft de diepvries in kon. Ach ja, had ze er maar bij moeten blijven. Half negen ben ik terug op de boot.

Na wat aangerommeld te hebben vertrekken we om kwart voor tien. Er komt een vrachtschip “van boven”, de Niedersachsen en achter hem gaan wij de sluis van Altenrheine in. Dat is wel een heel langzaam schip zeg, zo traag als een slak op een teerton. Het regent een beetje. Kwart over tien gaat de sluis open en sloft de Niedersachsen naar buiten. Djiez.

Kwart voor elf. Ja Ing, moest je bijsturen? Ja, hij deed weer raar. Ik kwam net van beneden en nam het roer van haar over. De oevers van het kanaal zijn over grote afstanden “beslagen” met damwanden. Het magnetische stuurkompas in de mast reageert daar soms op met rare roeruitslagen waardoor je bijna op de kant loopt. We moeten voortdurend opletten als ie op de automaat staat. Ja, let even op jij, sta niet in dat ding te lullen, zegt Ingeborg, als de boot weer een zwieper dreigt te maken. We komen langs een industriële bedoening (met veel ijzer) waar onze voorligger, de Niedersachsen gaat afmeren. Goed zo, die zijn we kwijt.

11.15 uur. We liggen weer eens bij een sluis. Schleuse Venhause. Je kunt hier aanleggen op een plekje speciaal voor jachtjes, maar het is erg laag en de vastmaak puntjes zijn magertjes. Wat is dat toch, hier!? Van de andere kant gaat een vrachtschip de sluis in, de Oberon. Het weer blijft somber, da’s jammer. Ik maak een paar foto’s vanaf de wal. Daar zit wel een leuke tussen, denk ik.

Bijna twaalf uur. Drie kwartier duurt het voor we er in kunnen. De deur is gezakt en de Oberon komt eruit. We starten de motor en tuffen op onze beurt de sluis in, net zo traag als ie bediend wordt.

Half een. Kilometer na kilometer kruipen wij door het Nedersaksische land  richting Lingen, een tamelijk groot stadje. We gaan niet hard: 5 knopen per uur door een kaarsrecht kanaal met hier en daar een bocht erin, maar het kronkelt niet als een rivier. Dit kanaal loopt voor een groot deel naast de rivier de Ems, die niet geheel bevaarbaar is, zodat ook de Ems veel dode kronkels heeft, als weggegooide darmen. We zien links en rechts niet zoveel want er staat teveel geboomte, teveel struweel in de weg. Af en toe zie je wat land tussen de bomen door, met agrarische producten zoals graan, maar vooral mais.

12.45 uur. We zijn weer bij een Schleuse aangekomen, de Schleusse Hesselte. Dezelfde riedel van daarnet zal worden herhaald, schip erin, schip eruit, wij erin en dat duurt dan alles bij elkaar een uur. Ondertussen regent het weer eens. Bah. Het is de eerste dag dat het echt minder mooi weer is. We komen in de buurt van Nederland, dan krijg je dat. Als we denken dat we erin kunnen is dat dus niet zo. We hebben al losgegooid, maar moeten nu nog twintig minuten wachten omdat ze moeten spuien? (“Wasser abgeben”) en dan gaat ook nog eens een vrachtschip, de Mariëlle erin. Die is ondertussen ook in de kom aangekomen. We draaien rondjes tot het eindelijk zover is.

Afijn, nog zo’n sluis volgt, de laatste van vandaag, Schleuse Gleesen, waar gewerkt wordt aan een grotere sluiskolk. Daar moeten we ook dobberen omdat er helemaal geen gelegenheid is om als plezierjacht af te meren. In de sluis begint het behoorlijk hard te regenen. Ingeborg staat met blote benen en een regenjas in het gangboord het schip in bedwang te houden.

Ik heb tijdens de regenbui de drie plantjes die we aan boord hebben buiten gezet, op het dak van de kajuit, kunnen ze even lekker drinken.

Tien over drie. We zijn de laatste kilometers aan het afleggen naar Lingen en het is niet meer gestopt met regenen. Wat een toestand. De ruitenwissers maken overuren en de rubberen bladen beginnen alweer te scheuren. Ik probeer ze zoveel mogelijk te ontzien.

16.00 uur. We liggen in de Alte Haven van Lingen, een plek voor “kortliggers”, dicht bij het centrum. Wat er ligt aan bootjes, lijken mij trouwens langliggers te zijn. Er is eigenlijk geen plek voor ons soort boten, maar gelukkig staan een paar bootjesmensen op de kant die een schip wat socialer gaan neerleggen, zodat wij er ook bij kunnen, naast elkaar. Danke schön. Naast de haven ligt een braakliggend terrein. Volgens Joke en Willem was dit vorig jaar nog een aardig parkje. Het is er sindsdien niet op vooruit gegaan, maar misschien komt dat nog. Achter ons loopt een soort stedelijke snelweg die veel lawaai genereert, maar als je de patio-deuren dichtdoet hoor je dat niet. 

Er trekt heel wat volk langs, dat zijn ogen uitkijkt naar onze schepen. Als het maar goed volk is vind ik het best. Volgens Joke is hier heel dichtbij een Lidl! En het centrum is ook niet te ver weg. Het regent dat het giet. De pannetjes worden nat. Eerst even liggen en lezen: Het Oog van de Luipaard, van Henning Mankell. Na de eerste tien bladzijden krijg ik het gevoel dat er geen doorkomen aan is. Dat had ik niet van Henning verwacht. Doorzetten maar.

18.15 uur. Terug van boodschappen doen. Dat ging van een leien dakje! Die Lidl is inderdaad maar met een paar minuten lopente bereiken, letterlijk om de hoek. Daar hebben we zeer voordelig boodschappen gedaan. We hadden voor 28 euro een grote boodschappentas op wielen vol met zeker 10 kilo aan spullen en daar zaten grote garnalen uit de diepvries bij, kun je nagaan! Nou moet ik zeggen dat in dat bedrag voor 5,25 euro statiegeld voor lege bierblikken verdisconteerd was. 

Straks eten we gebakken gemarineerde garnalen met sla/kartoffelsalat en een ei. Lekker hoor. Scheutje Sambuca extra tijdens het bakken en een teentje knoflook uitpersen, beetje citroen erover, dan weet je het wel. Vanavond gaan we nergens heen want ik moet hoognodig schrijven. Aan het werk. Ingeborg gaat bakken. Ik ga schrijven.

19.15 uur. Heerlijk gegeten! Ik heb er de hik van gekregen. Ik ga schrijven (alweer). André Hazes kweelt een lied over het Leidseplein. Pure poëzie.

Tien voor half twaalf. Ingeborg ligt in bed te lezen. Ik heb de hele avond zitten schrijven en goochelen met foto’s. Willem moest zijn netwerkje aan de lader leggen, want de batterij was leeg. Ik krijg het verhaaltje op de website. Zo, da’s ook weer gepiept. Het is droog buiten en windstil. Joke en Willem zitten nog te lezen zie ik. De haven is niet bewaakt en feitelijk openbaar terrein. We horen vlakbij af en toe geschreeuw. Dat belooft wat. We doen de boel op slot voor de zekerheid en gaan slapen. Wat een fijne dag was dit.

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Donderdag, 8 augustus 2019

Ibbenbüren – Altenrheine

Dag Datum Wind Weer
Donderdag 8 augustus 2019 Ging wel Zon, wolken, niet te warm
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
09.30 uur 13.30 uur 17.582 3523,8

Tien voor half twaalf. Het is nog steeds 7 augustus. Ik heb mijn verhaaltje klaar. De hele avond had ik ontvangst van het netje van Willem z’n iPhone en op het moment dat ik het erop wilde zetten, ging ie uit! Ik zag dat Willem nog op was. Zijn batterij was leeg, hij heeft m aan de lader gelegd en ik kon weer verder. En nu staat het erop. Ik ben klaar voor vanavond. Ik ga naar bed. Ingeborg ligt er al in.

Donderdag, 8 augustus. Tien over half acht. Ik heb slecht geslapen. Jij ook Ing? Nee, Ingeborg niet. Nou ik wel. Ik kreeg het toch benauwd vannacht, een benauwd hoofd met verstopte luchtwegen, waar geen Dampo tegenop kon. Benauwde inborst ook. Bah. Ik heb ook geen boeken meer, ik heb ze allemaal uit. De zon schijnt al. Het is rustig weer. We gaan met z’n tweeën lekker eventjes wandelen, je moet wat doen, hè, als je geen boek meer hebt.

Tien over acht. Net terug van de wandeling. Een pracht van een wandeling mag ik wel zeggen. Veel beweging gehad en dergelijke. Om het hele schiereiland heen. Eerst langs het stuk kanaal dat dood loopt, helemaal tot het eind, waar twee dames hun honden met stokken verleidden het water in te springen. Het lukte. Daar kunnen ze ook geen kwaad. Daarna rechtsaf, een pad op langs de spoorweg, richting brug over het MLK (=Mittelland-kanaal) en vervolgens helemaal langs het kanaal naar de brug, waarachter de boot ligt. Ik had er weer niet aan gedacht het fototoestel mee te nemen. Dat was de laatste keer, die gaat voortaan altijd mee, waar ik ook ga, behalve naar de WC. Ik heb nu wel zo’n beetje het hele landschap verkend, hier in de nabije omgeving. Ik moet zeggen dat het geweldig is om hier te wandelen. We staan nu met een schillenmesje de stenen onder onze zolen vandaan te peuteren. Ingeborg had er ook nog een konijnenkeutel bij zitten.

Half tien. We zijn vertrokken. We zitten alweer op het kanaal, na een draai van 180 graden om de punt van het schiereiland heen. Ik maak een fotootje van waar we gewandeld hebben en van de werf van Albert Bergschneider, een toepasselijke naam heeft die man, hij verwerkt allerlei steensoorten tot  bruikbare tuinmaterialen, een gigantisch bedrijf, het grootste van Nedersaksen (staat op internet, echt waar).

Hier draaien we het MLK op

Daar hebben Ingeborg en ik gewandeld, ja echt

Tien uur. De sluis van Bevergern ligt voor ons. De eerste van vele, “bergafwaarts” naar het noorden, in het Dortmund – Eems kanaal, het DEK.  We gaan in de dalvaart, zoals dat heet. We moeten wachten, denk ik. Er gebeurt niets, zo te zien. Ik heb wat fotootjes gemaakt van de omgeving rond de driesprong MLK – DEK, vanaf de boot welteverstaan. In 2016 gingen we op de terugweg uit Denemarken hier bakboord uit, richting Münster en uiteindelijk via de Rijn en de IJssel naar huis. Nu gaan we stuurboord uit naar Delfzijl en via Groningen en Friesland naar huis. Volgens Willem zouden we in een paar dagen in Groningen kunnen zijn. Zoveel haast hebben we nu ook weer niet. Dit traject is nieuw voor ons en dus leuk om te doen. 

Dit is een deur in het MLK, vlakbij de driesprong die ze in noodgevallen kunnen laten zakken (bijvoorbeeld als de Russen komen, of de chinezen)

De Laga gaat stuurboord uit. In 2016 gingen we de andere kant op

En dit is de andere kant

Gezellig terrasje op de driesprong

Hier zijn we al afgeslagen; geen weg meer terug

Willem ligt al op steiger

Vanaf nu gaan we met de sluizen alleen maar naar beneden en dat is prettiger dan omhoog, wat betreft vasthouden aan de kademuren in al die sluizen, die in het geheel niet berekend zijn op jachtjes. Het hoogteverschil is tussen de 6 en 4 meter, dus je moet steeds je landvast overpakken naar een andere bolder en naar beneden gaat dat beter. Je moet hopen dat het vrachtschip dat meestal voor je ligt niet zijn schroef gebruikt, want dat geeft ongewenste wervelingen en kolkingen met eventueel ongewenste gevolgen. Maar wij zijn wel wat gewend na het Canal du Midi in 2015. Daar gaat het heel anders, als je niet uitkijkt krijg je daar iedere keer 20 ton water op je harses. Afijn we gaan het beleven op het DEK!

Het is al over twaalven en we zijn nu pas door de Bevergern sluis heen, de eerste. Als het overal zo gaat zijn we voorlopig nog niet thuis. Dit was de sluis met het grootste verval: 6,40 meter. We moesten aan de jachtensteiger wachten. Daar hebben we gesproken met de sluismeester via zo’n intercom-installatie. Er zouden twee tankers komen, eerst eentje voor de “Bergfahrt” en dan een voor de dalvaart. Het duurde allejezus lang. Ik ben naar de sluis gelopen (zonder fototoestel), even in het dorp gekeken en heb een hele tijd staan kijken naar een diepe, lege sluiskolk. Ik probeerde de sluisdeur dicht te kijken. Lukte niet. Eindelijk kwam de tanker de bocht om en schoof tergend langzaam de sluis in. Ik terug naar de boot. De kolk moest eerst vollopen dus ik hoefde niet te rennen. De tanker voor de dalvaart lag al te wachten. Ondertussen was bij ons een klein jachtje aangeschoven. Praatje gemaakt. Aardige lui. Eindelijk konden we erin. We bleven achterin want we wilden allemaal zo ver mogelijk bij de Luise Deyman (zo heette die tanker) vandaan blijven. Het was weer even wennen, zo’n sluis.

Er komt een deur verticaal omhoog, achter een enorme betonnen drempel en vervolgens zakt het water

Tien voor half een. We zitten te eten terwijl we met een gangetje van 4 knopen door het kanaal sukkelen. De Luise Deyman vaart vrij langzaam voor ons uit. Hij moet zeker nog op gang komen. We hebben geen haast, dat heb ik al eerder gezegd. We liggen natuurlijk ook weer achter hem (of haar eigenlijk) in de volgende sluis.

Half een. Daar is ie al: de volgende sluis, Schleuse Rodde. “Ing, ballen op boeiing en berghout!” De koffie nog geeneens op en we moeten alweer een sluis in. Gelukkig schijnt de zon.

We liggen in Schleuse Rodde. Ik vind het landschap hier toch wel leuker dan langs het Mittellandkanaal. Om te beginnen is het kanaal wat smaller, knusser dus. Je ziet hier prachtig parkachtig aangelegde “tuinen” op de sluis, de oevers langs het kanaal zijn bebost. Even afwachten hoe zich dat ontwikkelt.

Tuinachtige parken

Een uur. Sluis Rodde uit. Het is hier nog steeds mooi, aan deze kant. Mooie huizen, mooie begroeiing.

Kwart over vijf. Na een trage tocht hebben wij te 13.30 uur aangelegd vóór Schleuse Altenrheine, De trip van vandaag was in totaal niet echt lang: iets van 14 kilometer denk ik, maar het ging traag door die sluizen en de voor ons uit varende grote schepen. Het was erg druk vonden wij. Op dit smalle kanaal moesten ze voor elkaar afremmen en uitwijken, vooral als ze geladen zijn, wij zaten daar zo’n beetje tussen. Spannend af en toe.

We liggen in een stukje dood kanaal, naast de sluis van Altenrheine, met een aantal andere bootjes, die langzaam kwamen binnendruppelen. Het is hier fantasties. We zijn meteen gaan borrelen bij Joke en Willem.

Ik nam ijskoud bier mee uit de vriezer, ja het moet tegenwoordig in de vriezer anders wordt het niet koud. We hebben vreselijk gelachen, hè Ing? God, wat hebben we gelachen, ik kan niet vertellen waarom, simpelweg omdat ik het ben vergeten. Lekkere nootjes, hapjes en noem maar op. Ik zie er niet meer uit op foto’s. Na de vakantie ga ik er wat aan doen. Wat weet ik nog niet, maar ik ga er wat aan doen. Willem en ik zijn even naar de sluis gelopen, linksaf, richting dorp. Daar is een restaurant. We hebben de kaart bekeken en willen hier vanavond wel dineren. Terug op de boot bespreken we het met Joke en Ingeborg.

Daar is het restaurant, een soort van uitspanning, met terras en tevens partycentrum

In afwachting van de besprekingen op de Laga genieten Ingeborg en ik van het werkelijk prachtige zomerweer. De zon schijnt maar er staat ook een verkoelend windje, het perfecte zomerweer; zo’n 25 tot 30 graden. Het is goed uit te houden in de boot, vooral als we het voorluik open hebben. Ik zie het al helemaal zitten: naar zuid Frankrijk met het luik open, de patiodeuren open, geen enkel probleem. We hebben het naar ons zin en we gaan zometeen lekker eten in een restaurantje.

Kwart over acht. Oh boy, oh boy, zijn wij uit eten geweest zeg! Op de heenweg werden onze reukpapillen al opgepept door de heerlijke geuren die opstegen van de barbecue van de buren die gezellig naast hun boten alle Duitse soorten worsten aan het grillen waren. Het rook in elk geval lekker. We wensten elkaar smakelijk eten. In het restaurant kozen we de schnitzel met alle trimmings die er bij horen. Het smaakte heerlijk, maar uiteraard was het “veuls te veul”, zoals gewoonlijk. Daar moeten we toch beter over nadenken vantevoren. 

Na afloop bekeken we de sluis nog even, fotootjes maken en terug naar de boten.

Daar waren de Duitse buren steeds joliger geworden en we kregen spontaan een glaasje schnaps van het een of ander, dat in een keer naar binnen geslagen behoorde te worden, lekker hoor. Daarna nog eentje van een nog sterkere soort. We lieten ons niet kennen. Dom. 

“Down the hatch”!

Hatseflats, Willem!

Dat was echt een grappig kereltje (die rechtse)

Je kon goed grappen maken met deze Duitsers. Er lag ook een snelle motorboot, een Broom 42, met Australiërs erop. Zij hadden de boot in Engeland gekocht en zijn al drie jaar bezig met een rondtour door Europa. Fascinating. Ik heb een hele tijd met ze staan praten. Zij vonden de vriendelijke en gulle ontvangst in de meeste Europese landen (Frankrijk uitgezonderd door de lage waterstand in de rivieren en als gevolg daarvan het chagrijn van de Fransen) een openbaring. Vooral de Nederlanders kunnen niet meer kapot. Tuurlijk, wist ik al. Goeie oefening: overschakelen van Nederlands, naar Duits, naar Engels en weer terug. Zij kregen ook een proefglaasje van de Duitsers. Het werd een jolige boel. Te jolig. Het is nu bijna half negen. Ik moet aan de slag. Stukje schrijven als ik bij wil blijven.

Ik wilde niet bijblijven, kon niet. Ik ben s’avonds om half tien naar bed gegaan. Ingeborg de pest in, maar ik was te gaar, voornamelijk door te veel lol en drank. Van schrijven kwam dus niks. Het was desniettemin een fijne dag. 

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Woensdag, 7 augustus 2019

Osnabrück – Ibbenbüren (oude kanaal)

Dag Datum Wind Weer
Woensdag 7 augustus 2019 Matige wind Prima, warm zomerweer
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
10.00 uur 13.30 uur 17.574 3.521,8

We waren ongeveer te 07.00 uur wakker. Niks bijzonders dus. Ingeborg is er vannacht uit geweest om de raampjes dicht te doen vanwege een hevige regenbui. Weinig van gemerkt, ik. Nog vóór het ontbijt ben ik op mijn beurt druk bezig geweest, met recht een bezig bijtje: ik heb het vetpotje aangedraaid, de olie gecontroleerd (beetje bij gedaan), de wierpot gereinigd en de bilge onder de schroefas en onder de dieseltanks gestofzoogd, dat was in 15 jaar niet gebeurd, kreeg ik het idee. Nu wel, door mij. Het schot bovenop de schroefas moet ik nog steeds in tweeën zagen. Dat ga ik op de volgende ligplaats doen. Toen we op zout water voeren heb ik in de bilge voor de motor keukenpapier gelegd om het laatste vocht op te zuigen. Dat spul was nu opgedroogd en stijf van het zout. Heb ik ook opgeruimd. Verder heb ik gekeken of ik ander onraad kon ontdekken in de machinekamer. Alles in orde. Vervolgens heb ik de watertank gevuld met vers drinkwater uit de slang op de steiger. Wat een stijve slang was dat, zeg, niet te hanteren. Maar de druk op de leiding was geweldig: toen de tank vol was werd bijna de beluchtingsnippel uit de romp geblazen en zo hoort het ook. Toen was het tijd voor ons fruithapje en ons yoghurtje. Lekker hoor.

Het is stil op de haven, nog weinig leven. Alles is nat, de plassen staan op de steigerplanken. Ik loop naar de Laga en overleg over de tocht van vandaag. Dat wordt niet zo’n lange. Ergens in de buurt van de driesprong Mittellandkanaal/Dortmund-Ems kanaal zoeken we een ligplaats. Joke heeft nog een stuk kwarktaart voor ons, voor bij de koffie onderweg. Die wordt uiteraard in dank aanvaard. 

We hebben geen haast. Het is vakantie, nietwaar. Terug op de boot gaan we zitten lezen. Ik zet vast alle instrumenten aan, ook de AIS  om te zien of er op dit kanaal vrachtschepen aankomen, want we zagen er al twee of drie langsschuiven en het waren geen kleintjes. Als je die moet passeren op dit smalle kanaal knijp je de billen samen, want je loopt dan de kans dat je aan de grond loopt. Dat moeten we niet hebben, de billen samenknijpen doe ik al vaak genoeg. Tegen tienen roept Willem mij op over de marifoon: zullen we gaan? We gaan. Dag Osnabrücker Motorboot Yacht Club, bedankt voor de gastvrijheid. Jullie moeten de volgende keer wel dat restaurant opendoen.

We gaan

Na een halve uur draaien we het Mittellandkanaal weer op, bakboord uit. Het is een ruime driesprong, genoeg ruimte voor vrachtschepen om te keren.

Daar kwamen we gisteren vandaan….

Als we rechtdoor gaan, varen we daar tegenaan….

Laten we maar bakboord uit gaan.

Met een snelheid van rond de 5 knopen tuffen we naar het westen, de Laga voorop. Over de tocht valt niet zoveel anders te zeggen dan dat het een mooie, rustige was die ons door redelijk afwisselend landschap voerde. Ik probeer steeds de glooiing van het land in beeld te brengen, tussen de bomen door. Dat blijkt niet mee te vallen, vind ik. Uno momento dado krijg ik een stukje naaldbos voor de lens, kijk, daar kan ik wat mee.

We hebben redelijk wat tegenliggers, allemaal jongens van rond de 1000 tot 1600 ton. Bij de geladen diepstekende schepen merk je dat je na zijn boeggolf zo’n twintig centimeter naar beneden zakt en als ie voorbij is wip je weer omhoog. Boeiend. Niet alles wat we op de oever zien is altijd even fraai, bijvoorbeeld de werf met de enorme hopen schroot.

Levensgevaarlijk om daar te werken, lijkt mij

Onderweg kwamen we een mevrouw tegen die aan het zwemmen was in het kanaal. Van Joke hoorden we later dat dat dezelfde mevrouw was die zij hier iedere keer tegenkomen, als zij hier varen. Ze zwaaide naar ons. Jammer dat ze niet op d’r rug zwom. Verderop zagen we aan de overkant nog iemand zwemmen. We moeten dus uitkijken hier, voordat we er eentje tot pulp slaan (met de schroef begrijp je, niet met een knuppel), stel je voor!

Onderweg nuttigen we de lunch; een broodje met Heinz Sandwich Spread en een rozijnenbroodje (ook van Joke, die zorgt toch maar goed voor ons!) met dikke plakken kaas. Ik zat daarbij lekker in het zonnetje, achterop in de kuip, zwaaiend naar 200 bejaarden op een rondvaartboot, die ons passeerde. Ze zwaaiden allemaal terug. Lache man.

Te 13.30 uur meerden we af bij Ibbenbüren in de buurt, aan een kade in een oud stuk Mittellandkanaal dat te smal was voor de steeds grotere schepen. Daar liggen we rustig, met nog een paar bootjes. We gaan even lezen om bij te komen van de trip. De zon schijnt en de wind ruist door de bomen naast ons. Het is hier fantasties.

Vijf voor half drie. We zitten nog steeds te lezen, de zon schijnt nog steeds en de wind ruist nog immer door de bomen. Wat wel jammer is van deze plek is dat als je recht vooruit kijkt, je aankijkt tegen een stel hijskranen op een grote werf, een “schneiderei”. Daar liggen grote steenhopen in verschillende maten en we zien een lange vrachttrein aan de overkant van het kanaal een enorme lading keien, stenen aanvoeren naar de werf. Je kan daar grind en steenslag bestellen voor je tuin, denk ik.

Kwart over vier. Ik ben net terug van een wandeling in mijn eentje van drie kwartier over het “schiereiland” waaraan we liggen. Een stukje asfalt, met bramen erlangs, een steenslagpad langs het MLK, dan linksaf een weg op naar een prachtige paardenboerderij, daarna een eind langs maisvelden naar het zuiden. Bij het laatste huis lag een grote hond bij het hek (aan de verkeerde kant) en niet aangelijnd. Godver. Ik krijg de koude rillingen op mijn kruin. Het kreng zei niks, keek me met koude ogen na. Ik kwam er voorbij, maar kon dus niet meer terug, dat begrijp je. Hoe moest ik nou terugkomen? Verderop zag ik een verdroogd maisveld met een vrije strook ernaast die in de verte naar het MLK terug leidde. Heel goed, ik ging dus door het veld. Aan het eind kwam ik inderdaad uit op het steenslagpad langs het kanaal. Lekker stukje lopen was dat. Mooi rondje. Bij het stukje asfalt met de bramen plukte ik een handje van die dingen, voor Ingeborg. Er stonden er meer, niet zulke grote, maar een kwarkbakje zouden we er wel mee kunnen vullen. Met die mededeling kwam ik op de boot. Eerst een biertje en een goed gesprek (over onze toekomstplannen, lange vaartochten en nieuwe apparaten aan boord). 

Uitermate bevredigend verliep deze middag. Het was betrokken en bedompt, warm. Allerlei mensen wandelden langs met honden, al dan niet aangelijnd. Er was een oude meneer met een stok en een langharige, grote, niet aangelijnde hond. Die hond zag er onschuldig uit, maar het blijven roofdieren en die meneer zou niets tegen hem kunnen uitrichten. Voor die meneer was ik niet bang. Daarentegen was er een heftig getatoeëerde mevrouw met twee kleine witte hondjes (die wel een rondje in de wasmachine zouden kunnen gebruiken) die wel aangelijnd waren. Dat komt een stuk vriendelijker over; als ze maar niet groter zijn dan 40 centimeter. Maar voor die mevrouw was ik wel bang. 

Half vijf. We gaan bramen. Ik doe de hoge schoenen weer aan. Ingeborg trekt een lange broek aan, ik niet. We gaan plukken.

Tien voor half zes. We hebben bramen geplukt, een aangename tijdspassering afgezien van de schrammen en krassen die je oploopt als je een korte broek draagt, om maar niet te spreken van het kleefkruid en andere ongerechtigheden die in je sokken dringen. We kregen een kwarkbak vol. Hoe krijgen we het op? In de yoghurt en s’morgens in het fruithapje verwerken lijkt mij. Flink dooreten. Ik had Ingeborg een volle bak beloofd en dat waargemaakt.

18.00 uur. Ingeborg gaat het avondmaal (niet het laatste hoop ik) bereiden: kapucijners, groene salade, kartoffelsalade, uitgebakken spekjes, een augurk, snoeptomaatjes en het onvermijdelijke doch zeer gewaardeerde en voor de volksgezondheid zeer belangrijke gekookte ei. “Voor mij elke dag één ei”. Een ei hoort erbij. Joke is kennelijk ook aan het bakken en braden want de verrukkelijkste geuren strelen onze neusvleugels en reukpapillen (de wind staat onze kant op, zie je). Ingeborg werd er helemaal door geïnspireerd en al spoedig trok op de Wing V de geur van gebakken spek door de kajuit het raam uit. Man, wat lekker allemaal.

Terwijl Ingeborg eten stond te maken kreeg ik een aanval van werklust en heb op de bolder naast de boot de plank die op de schroefas ligt in tweeën gezaagd, op de ouderwetse manier met de handzaag. Een en ander voor een betere bereikbaarheid van de schroefasafdichting en de vetpot. Ik zei toch dat ik het vandaag ging doen?

Nu moet ik, vijf voor half zeven, alles klaar zetten voor het eten.

Tien over half zeven. We zitten te eten en het begint me toch een partij te regenen! We zijn blij dat we niet besloten hebben buiten te eten, zeg! Het is slechts een buitje, maar toch. Frans Bauer kweelt zijn lied (iTunes staat de hele middag aan).

19.35 uur. Het stinkt hier naar varkensmest, overal trouwens, onderweg ook vaak. Als het naar mest stinkt is het varkensmest. God, wat een lucht. We hebben gegeten. Lekker hoor, die kapucijners. Ik denk dat ik maar ga zitten schrijven, aan mijn tafeltje naast de tv.

22.41 uur. Ik zit nog steeds te schrijven. Willem heeft zijn bijtjes voor mij klaargezet tegen het voorraam van de Laga, alleen dan lukt het. We gaan het zo zien want dit zijn de laatste woorden en dan komen ze zo op de website. Als dat filmpje maar lukt. Heb er een hard hoofd in want mijn (werk)geheugen begint te haperen, dat van mijn laptop ook. Ik ga het nu proberen. Nog niet naar bed. Het was een fijne dag, dat wel.

Geplaatst in Logboek | 1 reactie

Maandag 5 en dinsdag 6 augustus 2019

Minden – Bad Essen – Osnabrück

Dag Datum Wind Weer
Maandag en dinsdag 5 en 6 augustus 2019 Weinig wind, dinsdag iets meer Bewolkt geen zon, later wel warm, gold voor beide dagen, dinsdagochtend wat regen
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
Maandag: 08.30 uur,

dinsdag: 07.45 uur

Maandag: 13.15 uur, dinsdag: 11.45 uur Maandag: 17.536

Dinsdag: 17.557

Maandag: 3514,4

Dinsdag: 3518,3

De oplettende lezer zal zich afvragen: wat is hier aan de hand? De schrijver zal het vertellen: hij heeft, notoir digibeet zijnde, met zijn klotekop alle in de digitale voice-recorder ingesproken waarnemingen en opmerkingen van twee dagen gewist en hij weet nu, 6 augustus 2019, 21.00 uur, nog niet hoe ie dat heeft geflikt. Ineens was alles verdwenen. Het krachtig in doffe razernij aanroepen en/of vervloeken van alle godheden en heiligen uit de geschiedenis der mensheid mocht helaas niet baten: de data waren weg en bleven weg. De schrijver gaat weer over op de eerste persoonsvorm.

Ik heb voorzichtig wat proefopnamen gemaakt, een stuk of twee met onnozele info over vandaag, 6 augustus om te kijken of het bleef staan op het ding. Dat lijkt het geval te zijn. Morgen ga ik dus met frisse moed verder met het optekenen van allerlei wederwaardigheden, voorvallen, onzinnige invallen enzovoort over de reis. Maar voor nu moet ik even volstaan met een zeer gemankeerd relaas aan de hand van een selectie van fotootjes, die het meest representatief zijn voor deze twee dagen. Godverdomme, ik kan mezelf nog steeds voor mijn bakkes slaan! Nou, daar gaan we dan.

Ik geloof dat we maandag ook zijn opgestaan en vertrokken uit Minden. Dat moet rond half negen zijn geweest. Voor die tijd hebben Ingeborg en ik  de benen gestrekt, even bewegen, over de brug de huppeldepup Strasse op en neer gedurende 40 minuten. Ik had me voorgenomen te proberen de drukte op het Mittellandkanaal in beeld te brengen. Daartoe heb ik veel foto’s gemaakt van tegemoetkomende schepen. Saai maar het vult wel. Daar komen ze:

Deze schepen kwamen ons binnen een tijdsbestek van een uur tegemoet. Natuurlijk heb ik ook getracht de oevers in beeld te brengen, maar dat is soms niet makkelijk met al die bomen die steeds in de weg staan, alhoewel die op zich ook niet te versmaden zijn, maar het zijn er wel veel. Gelukkig kwamen ook fraaie open stukken voorbij met beesten en huizen erin en zo. Ik weet bij god niet meer wat voor snedige opmerkingen ik hierover allemaal gemaakt heb op dat listige apparaatje. Allemaal verdwenen, in the cloud als het ware. De Laga staat soms ook op een foto.

Ik weet nog wel toen ik de foto van de stootwillen in het gangboord maakte, dat ik dacht dat dit misschien wel eens een kunstzinnige foto zou kunnen zijn. What-a-mistake-a-to-make-a.

En wat dacht je van de Tokkie-boot. Zo noem ik hem maar, niet erg netjes van me, maar die associatie kwam bij me op. Hij passeerde ons van achteren met een flinke vaart en vond het niet nodig om mijn handgroet te beantwoorden. Kijk, dan noem ik je niet een toffie  maar een Tokkie.

Wat mij ook weer opviel waren de enorme lange kades waar de beroepsvaart kon aanleggen voor de lunch of het diner, or whatever en de, soms niet eens altijd aanwezige, stukjes kade van 25 meter die voor de pleziervaart gereserveerd zijn. Hoogst irritant dat.

En Ingeborg bleef maar koffie zetten onderweg. Lekker hoor, met zo’n lekkere dubbele koek met smeersel ertussen van de Lidl. We hadden deze eerste dag op het MLK (=Mittellandkanaal) de mast naar beneden. Mij bekroop het gevoel dat dat niet nodig was. Maar ik had nog niet aan Willem gevraagd hoe hoog de bruggen waren hier en op mijn plotter werd dat niet aangegeven, dus liet ik het maandag maar zo.

We arriveerden precies te 13.15 uur in Bad Essen (dat heb ik in mijn papieren logboekje geschreven, dus daarom weet ik dat, zie je). We gingen liggen op dezelfde plek waar we in 2016 gelegen hebben. Op dat moment waren we de enigen. We gingen zo dicht mogelijk achter elkaar liggen, zodat achter ons nog een plek overbleef. De “grote vaart” bleef onverdroten doorgaan. Soms kwamen de kolossen vlak langs ons en kregen de landvasten het flink te verduren. Soms passeerden ze elkaar precies waar wij lagen. Niet schelden Willem. 

De hele middag hadden we vóór ons. Joke en Willem gingen fietsen en Ingeborg en ik brachten die voor een deel door met lezen op onze patio en met het maken van een wandeling in de hitte naar het dorp. We willen zoveel mogelijk beweging nemen als tegenwicht tegen de dagelijkse inname van al die lichaamsvijandige stoffen, die zo verdomde lekker zijn. Het dorp is niet al te ver, maar met deze warmte moest Ingeborg toch af en toe wel even pas op de plaats maken. Ik wilde eigenlijk flink zweten, maar dat kwam er dus niet van. Ik kreeg wel warme voeten. Leuk stadje of dorpje, weet ik veel, is Bad Essen. Het centrum heeft wel wat. Veel vakwerkhuizen, leuke pleintjes, een schilderachtige kerk met klokken voor de deur (volgens mij niet de goede plek).

Mooie Toque heeft die man, zei Ingeborg. Een idee wat ze bedoelt.

We liepen er wat rond en namen op een terrasje aan het plein bij de kerk een drankje en “watched the world go by”. Wij houden daarvan. Gewoon lekker zitten en genieten van een drankje en een beetje ouwehoeren, zoals al die andere ouwehoeren doen.

In een gezelschap van drie zat er me toch eentje achter ons! Die kon d’r tetter geen seconde dichthouden, ze praatte wel zacht maar het stopte niet. De anderen kwamen er niet aan te pas. Zelfs Ingeborg viel het op en die is zeer tolerant en merkt zulks niet zo. Ze (de tetter) rookte ook nog en dat deed er geen goed aan natuurlijk. Helaas kon ik haar niet verstaan want ze sprak buitenlands. Na een half uurtje rekenden we tegen een alleszins redelijk tarief af. Een straatje verder scoorden we een ijsje in een luxe salon. Twee grote bollen op een lekkere wafeltoeter, ook weer “ziemlich billig” (=tamelijk billijk). Een eindje verderop gingen we die lekker zitten verorberen in de zon. Hee, daar heb je Joke en Willem, wandelend over het trottoir met de fiets aan de hand. Ze hebben in het open veld appels geplukt en pruimen. Willem bood ons nog een ijsje aan, maar dat was ons te gortig! Wij wandelden met een omweg langs de tamelijk nieuwe jachthaven, langs het kanaal en over de brug terug naar onze boot.

Daar gooiden we de boel open om te luchten en verdiepten ons weer in de lectuur die we onderhanden hadden. We hebben ook nog gegeten geloof ik, die avond. Het was iets met aardappelen, groenten en vlees en ei natuurlijk. We spraken met Willem af de volgende dag, dinsdag, te vertrekken om een uur of zodra we klaar waren en wakker en dergelijke, of zoiets. Saves heb ik vast wel een stukkie geschreven, maar dat weet ik niet meer. We barricadeerden ons tegen de muggen en vliegen, die in groten getale kwamen opzetten, naarmate het donkerder werd. Miljoenen! Maar ze kwamen er niet in. We gingen ook slapen die avond, geloof ik.

De volgende ochtend kwam Willem vrij vroeg op de reling tikken. Hij had twee grote schepen gezien op de AIS, die eraan kwamen, een snelloper en een langzame. Hij stelde voor achter de snelloper los te gooien en de langzaam loper voor te blijven, dat leek hem het meest relaxte concept voor vandaag. Helemaal mee eens. Zodra de snelle jongen gepasseerd was staken wij van wal en tuften rustig achter hem aan. Onze bestemming van deze dag was Osnabrück, op een uurtje of vier varen van hier. Het was tijdens deze trip naar Osnabrück dat ik mijn cardinale catastrofale digitale blunder maakte. Dat had een zekere invloed op mijn stemming en intrinsieke motivatie om door te gaan met het hanteren van deze methode van vastleggen. Ik moest erg nadenken. Ondertussen voeren we door wisselend fraai landschap. Na nadrukkelijke getuigenissen van industriële activiteit kwam er meer ondulatie in het decor en het pittoreske karakter kreeg meer dimensie, aan weerszijden van het kanaal. Meer wil ik er niet over kwijt.

Eindelijk zag ik, het moet rond 11.15 uur geweest zijn, de Laga bakboord uit sturen het kanaal richting Osnabrück in. Als je denkt: ha, nu zijn we er, dan kom je van een koude kermis thuis: nog zes lange kilometers heb je voor de boeg, maar het is de moeite waard. Veel bosachtig terrein en velden wisselen elkaar af op beide oevers. Een viertal bruggen verbindt de oevers.

O, ik moet nog even vertellen dat ik op het MLK in stapjes de mast omhoog gebracht heb. Willem zei over de marifoon dat de brughoogten allemaal hetzelfde zijn en 5.20 m bedragen. Uiteindelijk stond ie voluit omhoog. Ik dacht al: 3 jaar geleden gingen we toch met mast omhoog onder deze bruggen door? Willem bleef het aanzien en richtte zijn paal niet in zijn geheel op, ook al weet ik zeker dat hij er ook onderdoor kan, onder al die bruggen. Ik ben toch niet gek? Ik begreep dat de meningen aan boord van de Laga uiteen liepen. Daar heerst een democratische cultuur, zie je. Bij ons niet. 

Ach, ach, wat een feest. We hadden gisteren al gebeld met de jachthaven van O.M.Y.C (=Osnabrücker Motorboot Yacht Club) of ze vandaag een plek voor ons hadden en dat bleek het geval te zijn. Wij blij en nu stomen we op naar de steigertjes van dit kleine haventje. De plekken zijn groot genoeg. De steigers vernieuwd, helemaal goed. We worden hartelijk ontvangen door leden en de havenmeester.

Helaas is het restaurant niet operationeel, donderdag pas, maar daar kunnen we niet op wachten. We babbelen wat met de buren en de havenmeester. Een andere havenmeester komt om 18.00 uur het havengeld bij de boot ophalen. Mooi. De buurvrouw, die met haar man op een Alm Trawler bivakkeert, wil een andere boot, voor haar man die slecht ter been is. De acht traptreden naar beneden in hun boot zijn teveel geworden voor hem. Ik nodig haar uit te komen kijken bij ons aan boord, maar dat moet nog even wachten want ze is bezig met water laden en wij gaan wandelen. We kiezen er niet voor naar de stad Osnabrück te gaan want dat hebben we 3 jaar geleden al gedaan. Ook zeer de moeite waard moet ik zeggen.

Even overleggen met Joke en Willem die verderop aan een kopsteiger liggen. We hebben het over de route voor de rest van de reis. Ingeborg zou wel naar Scheemda willen om daar een nieuw ontdekte nicht (Ingeborg doet aan genealogie) te bezoeken. Dat gaat moeilijk worden denk ik, vanwege de bereikbaarheid vanaf de voor ons begaanbare wateren. We zullen zien. Joke en Willem gaan per fiets de omgeving verkennen en wij per voet.

Ik denk dat we zo’n anderhalf uur onderweg zijn geweest, langs het kanaal, door de velden, door bossen, een woonbuurtje, langs agrarische gronden met ruiters in de verte en met een boog terug naar de jachthaven.

Ik kan zeker stellen dat het hier heel fraai wandelen is, je kunt grote tochten maken door prachtig terrein. Ingeborg was wel vaak afgeleid door braamstruiken die langs de paden en wegen naar haar lonkten. Halverwege kwamen Joke en Willem ons achterop.

Zij hadden het dorpje in de buurt gevonden (de naam weet ik niet meer, iets met Hollage of zo) en een brood gescoord. Een Duits brood dat ze, volgens Willem, met een cirkelzaag te lijf zullen moeten gaan. En dan maar soppen, Willem!

Terug op de boot kwam buurvrouw eventjes een kijkje nemen in ons schip, om een indruk te krijgen van de mogelijkheden. Ik heb haar nog gewezen op een Kuster 42, zo goed als nieuw, die momenteel te koop ligt in Harlingen en uitstekend zou voldoen. Ze zou het opzoeken op internet. Daarna kwamen Joke en Willem bij ons een biertje en dergelijke drinken. Willem nam een paar ijskouwe mee uit zijn koelkast en wij maakten happen en nootbakken. Joke had ook nog warme bitterballen meegenomen, die voortreffelijk smaakten. Het werd nog heel gezellig. De havenmeester kwam ook langs om de penningen te heffen. Twintig euro, dat viel mee.

Tegen zevenen nam het bezoek afscheid. We hebben geen eten gemaakt vanwege voldoende inname van voedsel deze middag. Ik heb zitten lezen in mijn gruwelijke boek (Tess Gerritsen) tot half negen en toen moest ik toch echt gaan proberen de schade van de digi-ramp te beperken. Vandaar dit verhaal. We gaan straks naar bed, net als gisteren. Voordeel van deze manier van doen is wel dat ik in één klap zo actueel als de pest ben. Het is buiten stervensdonker en windstil op het moment dat ik dit type. De haven is in diepe rust. Merk je dat ik in de tegenwoordige tijd schrijf nu, zo actueel ben ik nou. Het waren een paar fijne dagen, maar ik kan de consternatie missen als kiespijn. 

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Zondag, 4 augustus 2019

Minden 2

Vijf over half negen. Zondag, rustdag, kwarktaartdag. De Wing V en de Laga liggen in Minden op het kruispunt van de rivier de Weser en het Mittellandkanaal, het belangrijkste kanaal dat dwars door het midden van Duitsland loopt, van west naar oost en omgekeerd natuurlijk. We werden om zeven uur wakker, maar dat vonden we toch wat te vroeg hoor, voor een zondag. Terug het nest weer in. Gelezen in mijn boek, erg spannend, van ene Tami Hoag, “Dieper Dan De Doden” genaamd. Een krankzinnige triller. Je vraagt je af of er in het echt zulke moorden worden gepleegd waar dan boeken over worden geschreven of worden die moorden in het echt gepleegd omdát er boeken over worden geschreven?! Kip-ei discussie. 

Maar nu wordt het toch tijd dat ik weer eens wat ga doen, bijvoorbeeld foto’s bij mijn verhaaltje zoeken en de zooi op de website zetten. Daarvoor heb ik megabijtjes nodig, die van Willem, maar ik zie nog geen leven op de Laga en ik wil eigenlijk niet op hun boot kloppen anders krijg ik straks geen kwarktaart. Dus gebruik ik maar weer van mijn eigen beperkte voorraad, denk ik. Eerst even naar de plee, da’s zeer essentieel en van vitaal belang.

Kwart voor negen. Wat een zegen dat toiletpapier bestaat; die gedachte bekroop mij op het toilet. Stel je toch eens voor dat het niet bestond, denk je dat eens in, wat de gevolgen zouden zijn (ja ja, je reinste horror haal je je in je hoofd, dat krijg je na al die maffe boeken). Ik denk dat het dan heel gauw uitgevonden zou worden. Willem is ondertussen wakker en ik heb toegang gekregen tot zijn netje, dus ik kan aan de slag.

Half tien. Nou, het staat erop hoor. Hoop geknutsel. Ondertussen wordt het wat lichter, hier en daar zie ik wat blauw tussen de witte watten. Dat moeten we hebben want als het zo somber is wil ik naar huis, zie je, … dat vind ik zó erg! 

Ondertussen zijn er vanmorgen al zo’n 45 schepen voorbijgekomen, nee wacht, het waren er 46. Van alle kanten komen ze: Duitse, Tsjechische, Poolse en Nederlandse schepen, dat zijn de voornaamste nationaliteiten die je hier voorbij ziet schuiven. Wat een drukte! Willem legt mij later uit dat het wel meevalt. Het ligt aan mij, zegt ie. Als je zelf onderweg bent met ongeveer dezelfde snelheid zie je maar een enkel schip: die ene die voor je uit vaart en eventueel die andere die je achterop komt. Daar zit wat in. Maar, Willem, we vergeten gemakshalve de schepen die je steeds maar tegemoetkomen. Dat zijn er hier toch heel wat, vrees ik.

Heel frappant is dat gisteren achter de Laga een Duits vrachtschip uit Hamburg heeft afgemeerd. Dit schip heet “Buche” en laat dat nou de tobbe zijn waar Willem in augustus 2016 met zijn achterschip tegenaan geknikkerd werd omdat meneer demonstratief precies in het midden bleef varen in het smalle Elbe – Lübeck kanaal, waardoor Willem te ver naar stuurboord moest uitwijken, als gevolg waarvan hij met zijn stuurboord stabilisator op een object liep en met het achterschip een verschrikkelijke draai maakte en op de Buche klapte, met aanzienlijke schade tot gevolg. Destijds was de schipper niet echt toeschietelijk in het contact, toen Willem terugvoer en probeerde een overleg te starten. Hij kwam er niet verder mee en moest het laten zitten. En nu staan wij vriendelijk naar hem te zwaaien. Ja, wat moet je? Zou hij ons herkennen? Teringlijer.

We gaan koffiedrinken bij Joke en dan krijgen we een stukje verminkte kwarktaart want Willem die in de koelkast moest wezen, dacht dat het een witte doos was en heeft er iets zwaars opgezet. Nu zit er een mooie deuk in de taart. Ik ben blij dat ik er niet bij was toen Joke dit ontdekte. Arme Willem. Arme Joke, ze had zo d’r best gedaan. Willem ook. Moeten we wel gaan koffiedrinken daarzo?

Tien over half elf. Terug van koffiedrinken. De gehandicapte kwarktaart smaakte desalniettemin, niettegenstaande dat feit voortreffelijk. Willem heeft beloofd dat hij de hele dag zal helpen met afdrogen, koffie inschenken en dat soort dingen. Dat werkte bij Joke. We hebben ook gebeld met Ma. Ze moest uit de keuken komen aanrennen, zo hijgde zij. Maar ze haalde het. Ook nu weer gevraagd hoe het gaat: Oh, goed hoor! De tuin heeft wat te lijden onder gebrek aan personeel, dus het gras groeit iets groter dan de bedoeling is, maar dat moet dan maar. Onze schoonzuster Joke helpt Ma overigens voortreffelijk met de boodschappen en houdt haar gezelschap. Dat mag hier ook wel eens worden gezegd. En Linda komt af en toe ook haar steentje bijdragen met boodschapjes en gezelschap. Bovendien heeft ze Elly nog. Minpuntje is dat Ma te snel leest, ze is al bijna door haar voorraad van 20 boeken voor zes weken heen. Ik heb haar nog zo gewaarschuwd dat ze niet zo snel moet lezen. Nou ja, dan ik ga ik toch met het busje naar de bibliotheek? zegt ze. Komt alles toch nog goed, bovendien zijn we in wezen op de terugtocht naar huis en kunnen we straks weer helpen met gras naaien en dergelijke.

Tien over half drie. We hebben met zijn vieren op onze plooifietsjes een rondtour gemaakt in en om Minden. De waterwerken die hier in de loop der jaren zijn uitgevoerd om het kruispunt van de rivier en het kanaal goed te laten functioneren maken indruk. Vooral het aquaduct over een paar wegen en de Weser heen, waar het Mittellandkanaal doorheen loopt is imposant. Ze hebben een beetje de sfeer van een Romeins aquaduct willen weergeven. Ook de nieuwe sluis waar we vanaf de Weser zelf doorheen gekomen zijn, is met een verval van 13,30 meter een hoogstandje. 

We keken in het park bij de sluis naar een shantykoor dat net zijn laatste nummer voor een aanzienlijk publiek beëindigde. Luisteren was er niet meer bij dus. Hadden wij weer.

Voort ging het, terug zoals we gekomen waren, langs het park, over de sluizen, terug naar het aquaduct waar we de tijd namen voor een fotosessie. Het uitzicht op de Weser, de velden en de Altstadt van Minden is prachtig.

Via de twee sluizen die toegang geven vanaf de Weser tot het Mittellandkanaal v.v. fietsten wij terug naar de Weser en volgden de linkeroever naar het zuiden, langs de rand van de Altstad. Hier wordt het pas echt schilderachtig vind ik. Mooie gevels. Mooi park. 

Ik zie vanuit het park een standbeeld op de boulevard en dat moet ik fotograferen, het blijkt Frederik Willem te zijn, een Pruisisch despoot in de zeventiende eeuw (keurvorst van Brandenburg, was ie ook nog, toevallig, mooie naam: Brandenburg). In Wikipedia staan een heleboel interessante dingen over deze kerel, een markante persoonlijkheid was hij.

Op een bepaald moment slaan we rechtsaf de stad in en gaan op een terrasje in het gezellige centrum een kop koffie drinken met een appelgebakje, het is dan eigenlijk al lunchtijd, dus dat gaat er wel in.

Na te zijn verkwikt (…en dan volgt er nog wat, maar dat is het copyright van Anneke van Cees) vervolgen wij onze tournee. Willem heeft een plattegrond op zijn iPhone, dus we volgen hem blind. Dat wil zeggen dat we natuurlijk wel uitkijken bij het oversteken. We gaan door een tamelijk industrieel gebiedje een heel eind uit de flank naar het westen en steken dan het Mittellandkanaal over (via een brug) en dalen af naar de oever van het kanaal om te zoeken naar bramen. We plukken best wel wat handjes voor in de yoghurt. 

Dit was allemaal gepland en we voerden het uit ook. In de verte konden we onze boten zien liggen. Na wat omzwervende bewegingen en het inlassen van foto-momentjes, kwamen we terug op de boot. 

Het was een fijne fietstocht. Lang leve de elektrische plooifietsen! Het is ondertussen knap warm geworden en het is tijd voor een ijs- en ijskoud biertje op de Laga.

Kwart over zes. Gezellig geborreld op de Laga. Man, ik weeg wel 85 kilo onderhand. Toastjes, kaasjes, bier, pindaatjes, heerlijk, dus nu is het tijd voor een groene salade met een, u raadt het al, een eitje. D’r kwam een Nederlandse meneer langs die vroeg of ik iets wist van de waterstanden in de benedenloop van de Weser, want hij had gehoord dat er op een bepaald punt sprake zou zijn van slechts 20 centimeter water. Ze hadden al problemen gehad ergens op de Elbe en ze zijn over de weg (!) naar deze contreien vervoerd om hun tocht te kunnen vervolgen. Ik snapte dat niet helemaal, maar het klonk wel gezellig. Ik kon hem geruststellen over de situatie op de Weser. Tot Elsfleth zou ie geen enkel probleem tegenkomen volgens ons. Hoe het op het Küstenkanal is, want daar willen ze heen, weten wij ook niet, maar dat zal wel loslopen. Helemaal gerustgesteld was ie, leek ie. Later hebben we gezellig nog wat verder met mekaar gesproken en met zijn zwager want ze waren met twee boten onderweg (over de weg?!), terwijl Ingeborg bezig was met de salade. Anderhalf uur later smaakte de salade nog prima (met kartoffelsalad erdoorheen, een vondst!).

Kwart voor acht. Gezellig gebabbeld met Linda. Ze heeft lekker in d’r hangmat gelegen in de tuin. Voorlopig voor het laatst want het weer gaat veranderen in Nederland en niet ten goede, wel vanuit het standpunt van de boeren gezien natuurlijk.

Twaalf uur. Ik heb geschreven tot ik er bij neerviel maar het stukje niet op de website gekregen, dat komt morgen wel. Leuk dagje, zo’n ligdagje, veel gezien en lekker gefietst. Fijne dag ook wel. 

Geplaatst in Logboek | 2 reacties