Zaterdag, 3 augustus 2019

Unterweser-Altarm – Minden

Dag Datum Wind Weer
Zaterdag 3 augustus 2019 Iets meer dan gisteren Het begon fris en bewolkt, maar het werd warm
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
07.45 uur 13.15 uur 17.515 3509,7

Vijf voor half acht. We zijn sinds 06.00 uur wakker. Goed geslapen geloof ik. Het heeft niet meer geregend na de vreselijke stortbui van gisteravond. De kuip is nog behoorlijk nat. Windstil. Koel. Damp stijgt op van het wateroppervlak. We liggen goed. Ik heb gisteravond een stuk geschreven en op de website gezet, met mijn eigen bijtjes want ik kon het netwerkje van Willem niet ontvangen, hij lag te ver weg.

Te kwart voor acht hebben wij het anker gelicht en hebben ons naar de Weser laten drijven. Op de AIS zien we een vrachtschip, de “Danny” in de “Bergfahrt” naderen. Daar moeten we op wachten want hij gaat als eerste de sluiskolk in, dus blijven we nog wat hangen in de monding van de dode arm. Als ie gepasseerd is schuiven we achter hem en de Laga en nog een bootje naar binnen. Altijd weer spannend zo’n sluis.

Half negen. We varen de Schleuse Schlüsselburg uit, 4.5 meter hoger, achter het vrachtschip en het zeilbootje aan. Het is moeilijk om met de kolkingen tussen de sluismuren de boot recht op koers te houden. Lastig sturen tussen de muren. Het is mistig. Een eind varen steeds weer in zo’n sluis. Ik slinger van bak- naar stuurboord. Maar uiteindelijk krijgen we weer de ruimte.

Volgende sluis: Petershagen met daarachter ook weer zo’n Schleuse kanaal. We halen deze sluis op het nippertje. De “Danny” en het kleine bootje liggen er al in. Door mij misten we bijna deze sluis, ik vond het niet nodig om bijtijds een tandje bij te zetten. Gelukkig liet de “sluismeester op afstand” de lichten op groen en waren we desniettemin op tijd, met een dot gas op het laatste stuk. Dit kanaal heeft na de sluis veel bruggen en we laten de mast naar beneden na de eerste brug.

Vijf over tien. Sluis uit, al slingerend door het schroefwater van de vrachtjoekel voor ons. Het zeilbootje voor ons houdt ook dapper stand.

Het spreekt vanzelf dat wij onderweg buitensporig genieten van het land- en rivierschap om ons heen.

Kwart voor elf. We verlaten nu het Schleuse kanaal van Petershagen. Op de punt van de splitsing tussen het kanaal en de dode arm met een eindje verderop de stuw, zien we een camping en een klein jachthaventje, net als Palm Beach. De stuw bevindt zich tamelijk vooraan in de dode arm zodat er geen of weinig ruimte is om te ankeren. Het haventje biedt ook weinig soelaas vrees ik.

Na de sluis van Petershagen zet ik er de sokken in, teneinde de “Danny” een beetje bij te houden. We passeren het zeilbootje voor ons. Daarvoor zijn 2000 toeren en een snelheid door het water van 7,5 knopen plus nodig. Alles tevergeefs. We komen allemaal tegelijk aan bij de sluis van Minden waar we toch moeten wachten op verkeer dat dalwaarts gaat en dan gaat de “Danny” erin met een rondvaartboot; voor ons is geen plaats meer. Na anderhalf uur wachten kunnen we er pas in, achter de “Everingen” een Nederlands vrachtschip van de familie Smedeman uit Terneuzen. De bemanningen van de Everingen en de Laga bepraten wat dingen, die wij niet kunnen verstaan. Wij moeten opletten bij de drijvende bolder waar we aan hangen. Joke en Willem hebben pech, hun drijvende bolder is er niet. Zij moeten dus steeds overpakken. Lastig. Verders is dit een mooie sluis. De wanden zijn glad en hoog. We stijgen 13,30 meter naar het niveau van het Mittelland kanaal.

13.30 meter stijgen

Het poortgebouw over de oude Schacht Schleuse, naast de nieuwe kolk waar wij in liggen.

Kwart over een. We liggen aan de kade aan de overkant, tegenover de sluis, aan het Mittelland kanaal, op dezelfde plek waar we in 2016 hebben gelegen. Een prachtige plek met zicht op de sluis en op de doorgaande vaarweg. De vrachtschepen vliegen je om de oren en toch heb je er niet zoveel last van, qua golfslag en dergelijke. Ze houden ook een beetje in heb ik gemerkt. We hebben volgens Joke en Willem ongelooflijk geluk dat er plaats voor ons was.

Ingeborg maakt de jasjes van de stootwillen schoon, die in de sluizen groen zijn geworden

14.30 uur. Na een gezellig glaasje bier aan boord van de Laga gaan we boodschappen doen bij de Lidl en lege blikjes wegbrengen. Daar krijg je namelijk statiegeld voor terug in dit land. Dat werkt. En trouwens: lang leve de plooifietsen! Zonder zouden we het niet hebben gered. Want het is best een eindje weg.

16.00 uur. We zijn terug van de Lidl, we hebben alleen maar boodschappen gedaan. Nog niks bezocht of bezichtigd. Dat gaat waarschijnlijk ook niet uitgebreid gebeuren, daar moet je hoofd naar staan. Van het statiegeld van de blikjes hebben we nieuw bier gekocht en nog wat andere schapjes. Het is ook hier, net als in Nederland best goedkoop, maar “je moet er wel op lopen”.

Tien voor half vijf. Allemaal appjes van Rianne: ze hebben hun nieuwe boot in ontvangst mogen nemen! Een mooie open sloep van 6 meter van het merk Maxima, met een flinke Honda buitenboordmotor van 50 pk in een bun zodat je hem niet ziet (of hoort). Het lijkt net of ie een binnenboordmotor heeft. Ze zijn er zeer verguld mee en hij ziet er ook gelikt en modern uit. Gefeliciteerd jongens! Ze moeten de motor nog “inlopen”, dus niet te gek doen. We nemen ons voor op de terugweg in Medemblik langs te gaan en dan hoop ik dat ik even een stukje mag scheuren. Ik heb de smaak te pakken gekregen, zie je, een mens mag dan zeventig wezen, maar ergens blijf je altijd kind.

Wat een drukte! De schepen vliegen hier af en aan. Duwbakken, vrachtschepen, rondvaartboten. Veel schepen onder Poolse of Tsjechische vlag (als ze hem voeren, want daar scheelt het ook nog wel eens aan). Wat een toestanden. Ingeborg serveert Emmenthaler kaasblokjes, daar zijn we dol op, een aparte vermelding waard.

Het wordt frisser. Ik krijg honger. Logisch, tis kwart voor zeven. een glaasje wijn, muziekje erbij. De zon schijnt nog steeds.

Te 20.30 uur begin ik met mijn verhaaltje. Misschien krijg ik het binnen een redelijke tijd af. Maar eerst naar de wc. Dat helpt niet mee. Na de bevalling ben ik tot 24.00 uur oftewel 00.00 uur bezig mijn verhaaltje te schrijven. Joke en Willem liggen dan al te kooi. Ik zal morgen (straks dus) wel vragen of Willem zijn sluis open wil zetten. Het is hier heel fijn en het was een fijne dag. 

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Vrijdag, 2 augustus 2019

Nienburg – Unterweser-Altarm

Dag Datum Wind Weer
Vrijdag 2 augustus 2019 Niet veel Wolken en zon, de dag begon fris
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
10.00 uur 13.55. uur 17.498 NM 3506,2

Het is vijf voor acht. Ik ben inmiddels al sinds 07.00 uur aan het schrijven. Het was rustig en stil in en buiten de boot. In de boot wordt het nu iets minder rustig omdat Ingeborg uit haar bed komt. Heel gezellig. Buiten komt de haven ook tot leven. De twee werkschepen die gisteravond voor de nacht hier kwamen liggen, laten zich achteruit de rivier op zakken om hun dagelijkse werkzaamheden een eind ergens bovenstrooms te hervatten.

Kwart voor tien. We gaan van acquit, zou Cees van Anneke zeggen. Willem kwam daarstraks al even aan de deur om te overleggen over het tijdstip van vertrek. Ik zat toen net mijn verhaaltje af te ronden en ik vroeg hem of ik nog wat van zijn bijtjes mocht snoepen. Dat mocht en nu ben ik er klaar mee. We gooien los als een vrachtschip dat op 1,5 kilometer “naar beneden” (stroomafwaarts) komt de haven gepasseerd is. Dat kunnen we mooi zien op de AIS. Met dat systeem kun je de schepen in je omgeving zien; hun naam, welke koers ze varen, hoe hard ze gaan, welk soort schip het is en of ze op ramkoers liggen. Heel handig op een bochtige rivier. Op zee ook trouwens. Steeds meer schepen, ook plezierjachten, hebben zo’n ding. Handig dingetje. Veilig dingetje. Alleen de prijs, da’s nog een dingetje.

Tien uur. “On the road again”. On the river bedoel ik. Dag Nienburg. De moeite waard om te bezoeken. Aan de buitenkant van de stad zien we wat industrie, langs de Weser. De bakstenen kerktoren piekt tussen het geboomte. Het was leuk.

De “Bee Gees” galmen “Saved by the bell” door de kajuit. Ingeborg weigert mee te zingen. Ze kan goed zingen, maar wil niet dat het opgenomen wordt, dat ze ontdekt wordt als het ware. Dan niet. We gaan lekker. Ik zie allemaal groene boeitjes aan de rechterkant, stuurboord bedoel ik. Daarachter is het ondiep. Doe je broek uit, zegt Ingeborg. Ja, straks als het echt warm wordt, ik heb het koud. Djiez. We hebben de eerste tegenligger al gehad. Een enorme varende zandbak. Ik maakte een foto.

Ik werd net gebeld door het ziekenhuis. Ik schrok niet zo erg omdat ik in mijn elektronische (jawel) agenda had gezien dat ze dat vandaag zouden doen, mij bellen voor een follow up gesprekje over mijn Colonoscopie avontuur, afgelopen juni. De mevrouw wilde weten hoe het met me ging. Goed, hoor, zei ik – net als Ma altijd zegt als we dat aan haar vragen – ik vreet als een tijger en schijt als een holenbeer, niks te klagen dus. Alleen het plassen houdt niet over, maar dat is een andere afdeling, daar gaat u niet over. Da’s mooi, zei zij. Maar als er klachten kwamen moest ik echt naar de huisarts gaan, hoor, om dat te melden en u gaat nu weer “het BVO” (= Bevolkingsonderzoek) in. Dacht het niet, zei ik, want ik ben zeventig. Oh, dat kan ook, zei zij. En of ik de brief heb ontvangen waarin staat dat ik de colonoscopie heb ondergaan en dat er niks aan de hand was? Zou het niet weten, zei ik; ik ben meteen opgelucht en met schone darmen op vakantie gegaan. Oh, dan is het goed en zij wenste mij een fijne vakantie toe. Ik haar ook want desgevraagd zou zij a.s. weekend er eveneens tussenuit gaan.

De motor brult, de muziek loeit, de boot trilt, de zon schijnt, het is prachtig weer. Wat een mooie zomer hebben wij! Genieten maar weer.

Tien voor half elf. Ik moet wat beweging hebben en ga een rondje hordenlopen door de gangboorden, waarbij ik over de binnenboord gehesen stootwillen moet stappen. Een goede oefening, maar niet van enig risico ontbloot.

Kwart voor elf. De rivier is nu zo bochtig geworden dat je nauwelijks meer van het roer weg kunt lopen. Je moet met de hand sturen of je laat de automaat het werk doen, maar dan moet je constant in stappen van 1 of 10 graden een correctie naar stuur- of bakboord doen. Als je effe niet oplet schiet je achter de boeien langs de ondiepte op of, erger nog, de kant op en dan zijn we ver van huis, letterlijk en figuurlijk. Zeer riskant dat riviervaren. Je krijgt er kippevel van als je erover nadenkt. Niet doen dus.

Ik zie nu naaldbomen, dat is nieuw. Even een fotootje maken.

Vijf voor elf. Een tijd lang hebben we al meer dan een knoop stroom tegen en dat is toch wel irritant moet ik zeggen, vooral als je nog zo’n eind moet. Dat had Willem weleens kunnen zeggen, dat als je van de kust af een rivier opgaat, dat je dan altijd de stroom tegen hebt. Voor de leken onder ons: een knoop is een eenheid van snelheid en een mijl is een eenheid van afstand. Als je een knoop per uur vaart leg je in dat uur een afstand van 1.854 meter af, oftewel een mijl. Het is dus precies hetzelfde, maar wee je gebeente als je zegt: ik vaar zoveel mijl per uur. Ik vaar nu met een snelheid van 6 knopen door het water, dat is 11.124 meter per uur, maar ik kan ook zien dat ik over de grond 5 knopen vaar. Dat is dus 11.124 meter minus 1.854 meter = 9.270 meter. Met mijn snelheid van 6 knopen door het water met 1 knoop stroom tegen heb ik dus een afstand van 9.270 meter in een uur afgelegd en dat is het equivalent van 5 mijl, zoals wij zagen. Naarmate men de motor meer of minder toeren laat maken legt men meer of minder mijlen af en dat gegeven heeft niets met stroom te maken, dat spreekt. Wij varen nu stroomopwaarts (we zitten in de “Bergfahrt”)  en dat blijft zo tot Minden. Vanaf daar gaat het dalwaarts.

Kwart over elf. Af en toe wordt het landschap een heel klein beetje heuvelachtiger, met bossen en zo. De oevers zijn schilderachtig mooi met hier en daar koeien, fraai geboomte en maisvelden.

Half twaalf. Wat we nu allemaal weer meemaken! Daar werd me eventjes gewerkt aan de vaarweg, zeg, van A naar Beter, ook in Duitsland! Ze zijn bezig in een bocht de rivier breder te maken, maar geheel zeker ben ik daar niet van. Hopies zand worden verzet. Hier komen natuurlijk die zandbakken vandaan, die we steeds tegenkomen.

Vijf voor twaalf. Schleuse Landesbergen. Weer zo eentje van 222 meter lang en 12 breed, ze zijn allemaal hetzelfde. We hadden hem helemaal voor ons alleen, tijd voor een praatje over de schutting.

Nou meid, droogt de was bij jou ook zo slecht?

Tien over twaalf. Door de sluis (Schleusse Landesbergen). Het was een eindje varen voor we de kolk achter ons lieten. We zijn nu weer 6,40 meter hoger. Ik krijg last van mijn oren door het drukverschil. De zoveelste tegenligger.

Bij Landesbergen staat een Kraftwerk. Zou dat een atoomcentrale zijn? Het is prachtig weer en inmiddels knap warm. Dat doet mij eraan herinneren dat ik de aangroei op mijn bakkes moet verwijderen.

Kwart over één. We hebben Stolzenau dwars. Dat lijkt me wel een leuke plaats maar er zijn geen mogelijkheden om aan te leggen. 

Je ziet vaak op de oevers zandbergen, lopende banden en aanlegplaatsen voor zandschepen en in de zand- en grindgaten naast de rivier wordt de aarde nog steeds hier en daar uitgehold. Er ontstaan heel veel fraaie plassen waar je (nog) niet mag komen met je boot.

Vijf voor half twee. We hebben onze eindbestemming voor vandaag bereikt: kilometerpaal 238, dat is de Unter Weser-Altarm, ook zo’n dode arm waar het flink stroomt. Om de hoek begint het Schleuse Kanaal met de Schlüsselburg Schleuse. Schlüsselburg is het plaatsje hier in de buurt. Je zou er van gaan slissen. Daar gaan we morgen doorheen door die Schleuse. Maar voor nu is het wel mooi geweest. Willem is weer gaan palen en wij liggen prinsheerlijk op ons ankertje. De bodem is wel wat “stenig”, maar na enig krassen en krabbelen houdt het anker, aan twintig meter ketting. Bij het invaren zagen wij op de bakboord (= links) oever twee kleine hertjes dartelen tot ze ons in de gaten kregen en hem smeerden. Even later zagen we ze op de stuurboord (= rechts) oever dartelen! Dat ze overgezwommen waren of zo, dat doen ze soms heb ik me laten vertellen. Of misschien waren het wel twee andere hertjes. Niet te zeggen. Wie weet.

Vijf voor twee. We liggen op een A locatie, met die hertjes en met uitzicht op de rivier waar de schepen langskomen. Bovendien stroomt het hier nog harder (meer dan een knoop, dat wil zeggen dat het water binnen een uur over een afstand van meer dan 1.854 meter wordt verplaatst!) dan in de Dode Arm Drakenburg, zodat we nog beter op de stroomdraad blijven liggen als het mis gaat met het weer. We gaan de patio deuren opendoen, logboek bijwerken en een uurtje of wat lezen en verder zien we het wel.

17.50 uur. We hebben de hele middag zitten lezen in onze boekjes. Er kwam iemand langs met een gele kano. Die liet zich voortdrijven.

In de verte zat een man in zijn rubberbootje met elektromotor in zijn GSM te praten. Dat was een afstand van zeker driehonderd meter, maar wij konden hem horen, zo stil is het hier. En nu begint het te regenen, een bijzondere gebeurtenis. De stilte wordt ruw verstoord door het harde getik van grote druppels op de kuiptent. Ik sliep bijna, maar het mocht niet zo zijn. De Laga ligt vredig op zijn paal in de stroom. Zij hebben een hele stille generator, maar toch hoor ik hem. Zo stil is het hier. Shit, het begint steeds harder te regenen. Er breekt lichte paniek uit want alles staat open.

18.20 uur. Een prachtdag is dit. We kregen het vreselijk druk. Alle ramen dicht. De gordijnen die dicht waren vanwege de zon konden weer open. Ik heb de vetpot aangedraaid, olie bijgevuld en schoongemaakt in de machinekamer. Muziekje aan, van de Corrs, die zingen hele mooie ballades en dergelijke. Ondertussen spuit het van de lucht en het is flink beginnen te waaien. Ik probeer een beetje van deze natuurverschijnselen te filmen. Misschien krijg ik dat een keer in dit weblog.

Lekker gegeten: aardappeltjes, prei, worsjes, gekookt eitje en een handje kersen op steel als dessert. Ik ga voldaan op de patio staan met een glas wijn in de hand. Had ik maar een sigaar.

Half tien. Even pauze in de schrijfwerkzaamheden. Ik hoor de bliksem en de donder en de inmiddels stevige wind komt van achteren in, want de boot blijft doodgemoedereerd op stroom liggen. De hele kuip wordt zeiknat. Wat een bende, wel goed voor de bloemetjes. Er kan ons niks gebeuren hier, maar wat een herrie!

Tien voor half twaalf. Bedtijd. Ik ben klaar met mijn verhaaltje en ik heb hem ook nog op de website kunnen zetten. Niet met Willem z’n bijtjes want ik zie zijn hotspot niet, de afstand is te groot, maar met mijn eigen schaarse MB’tjes van de KPN. Ik moet wat aangebroken notenzakjes (hazel, amandel, cashew) en van de rozijnen dichtbinden met elastiekjes en dan kunnen we. Het regent niet meer en het is windstil. Het is hier fantasties en het was een fijne dag. PS. Het werd helemaal niet heuvelachtig, dat heb ik me maar verbeeld. 

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Donderdag, 1 augustus 2019

Dode Arm Drakenburg – Nienburg

Dag Datum Wind Weer
Donderdag 1 augustus 2019 Beetje Mooi, zon
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
09.05 uur 11.05 17.480 3502,8

Zeven voor zeven. Het leven duurt maar even. Meel moet je zeven. Als het koud is moet je beven. Ik kan wel doorgaan even. Maar de dag begint. Ik moet opschieten. Half zeven waren wij beiden wakker en buiten. We wilden de ochtend intens beleven. Ingeborg was al eerder opgestaan om het ankerlicht en de lamp in de kajuit, die we voor een goede zichtbaarheid extra hadden laten branden, te doven. Hier is overigens helemaal niets langsgekomen, van menselijk leven aan de kant is ook niets te bespeuren. Je hoort voornamelijk vissen springen in de rivier; deze dode arm barst van het leven. Ik had het leuk gevonden als een otter of een bever langs kwam zwemmen, dat zou volgens mij hier zomaar kunnen. We hebben veel bezoek van spinnetjes, die komen aan hun draadje aanzweven en vullen de reeds aanwezige bevolking aan; iedere morgen loop ik met mijn kanis in de kuip door een stuk of drie vers gesponnen webben. Niet uit te roeien dat spul. Het is mooi stil, de stroom stroomt eeuwig door, wel lekker met doortrekken. Kijken wat deze dag brengt. De Laga ligt voor ons, bovenstrooms, in een laagje mist op het water. Ik heb er fotootjes van gemaakt.

Vijf over acht. Ingeborg die vanmorgen weer in bed gedoken was, is definitief wakker dus ik kan weer hardop praten. Zij gaat gimmestiek doen en ik praat tegen de voice-recorder, een update. Ik heb van alles gedaan: overboord gepiest, mijn stukje geredigeerd, foto’s uitgezocht. Zo stil hier, genieten. Zonnetje schijnt. Alles rustig. 

Tien over half negen. We liggen nog steeds in de Dode Arm Drakenburg. Opeens verschijnt een kudde paarden op de dijk schuin achter ons aan stuurboord. Het zijn er elf en ze gaan staan drinken uit de rivier. Je hoort hun hoeven over de stenen kletteren. Ik maak een paardengeluid met mijn lippen, je weet wel, en eentje heft zijn kop op en staat te kijken welke dwaas die zielige nabootsing op zijn geweten heeft. Tot twee keer toe. Lache man. Ze trappen d’r toch in.

 

Vijf over negen. Vertrokken. Willem had 15 seconden nodig en ik tien minuten, dat is het verschil tussen een paal en een anker. Maar geef mij maar het ouderwetse anker, lekker romantisch. Met zo’n paal is er toch geen donder aan?! Dat is iets voor baggerbakken. Door de stroom zijn we vrij snel de Dode Arm uit en meteen bakboord uit bevindt zich de Schleuse Drakenburg. Oh, Ingeborg, die ene stootwil staat op het punt zijn t-shirt uit te trekken, die moet je even vastnaaien!

Half tien. De sluis stond open. We gaan 6,40 meter omhoog. Mooie sluis, Deze heeft wel bolders, zijn er nog niet afgehakt. De sluis is 222 meter lang en 12 meter breed, rare maat. Na de sluis is het niet ver naar Nienburg, dat moet een leuke plaats zijn volgens Joke en Willem. Ze zijn er tien jaar geleden geweest, dat was al met de Laga, We gaan het zien.

Kwart voor tien. Er moest veel water in deze bak: 222 x 12 x 6,4 meter = ruim 17.000 kuub, dus dat duurde een kwartiertje maar nu kunnen we eruit. Meteen na de sluis hebben we een brug te pakken, waarvan we niet weten hoe hoog ie is. Er zijn op deze rivier geen peilschalen en in de gids staat ook niks, op de plotter evenmin. Uit voorzorg strijken we telkens de mast, waar onze toeters en bellen opzitten. Hij doet het nog steeds prima na de reparatie door Cees, vorig jaar op de Seine. Godsamme, wat lijkt dat alweer lang geleden. Ik (Zwager Willem) moet nog steeds het kroonsteentje vervangen door een waterdichte oplossing.

Bijna bij Nienburg. Frappant zo druk als het hier is, meteen na de sluis. De ene na de andere duwbak of zandboot trekt langs. Ze komen voornamelijk “van boven naar beneden”.

Half twaalf. Elf uur legden we aan in Nienburg in een prachtige havenkom, diep genoeg overal. Er is een kanovereniging met steigers voor eigen boten en die van bezoekers. We liggen aan een redelijk nieuwe steiger, die hier vroeger niet was, volgens Joke en Willem. We parkeren de boot vóór een Nederlands schip, een tot motorboot verbouwde Fairwind 36. De Laga erachter en daarmee is de steiger vol.

Toen we van de wandeling terugkwamen was de Nederlander weg, maar er kwam een roker voor in de plaats. Man, wat stonk die boot

We moeten ons melden in het restaurant verderop, maar dat gaat pas om 15.00 uur open. Willem en ik zijn er heen gelopen en we hebben het menu bekeken, dat er goed uit zag. Misschien gaan we hier vanavond wel een hapje eten met z’n allen. Tevens trokken we een folder en een plattegrond van de stad uit een kast. Er was verder niemand op de haven te zien. Na de lunch gaan we de stad in voor boodschappen en bezichtiging. Het lijkt mij hier wel wat. Nu even het logboek invullen en dan mijn stukje op het internet zetten en eten en koffie drinken, want ik heb vreselijke trek in koffie.

13.00 uur. We gaan met z’n vieren lopen naar de Altstad. Ik was effe bezig met een stukkie (ik weet niet meer welke, want als er steeds een dag tussen zit raak ik in de war) op het internet te zetten, met fotootjes erbij. Een hele uitzoekerij, ik had van Willem ook foto’s nodig, maar het is weer gelukt.

Half zes. We gaan uit eten hier op de haven. Dat staat. Vanmiddag gewandeld over de vesting en door de winkelstraten en over het plein rond de wanstaltig met moderne bakstenen gerestaureerde kerk, geen porum. Nienburg is best wel mooi hoor, nog veel leuke geveltjes uit oude tijden, er is veel aan gedaan, men doet zijn best, maar men schiet weleens naast de roos, ook hier. 

Widukind

Karel de Grote

We hangen wat rond, schieten plaatjes (ik) van de bezienswaardigheden (leuke beeldengroepen hebben ze hier en een ooievaarsnest) en wandelen door de Lange Strasse terug naar de haven, na wat boodschappen te hebben gescoord in de “Netto” (= een supermarkt), waar je Bruto moet betalen. Lache man. Op de haven hebben we de dikke platanen van 300 jaar oud bewonderd.

Na de wandeling heerlijk met z’n vieren geborreld in onze kuip: biertje, Berenburgertje, kwarante très, nootje, kaasje, je kent dat wel. Willem nam echt ijskoud bier mee, want dat wil bij ons niet lukken. Ik moet een nieuwe koelkast hebben, 220 volt bij voorkeur, eentje van 200 euro. Nu hebben we een Coolmatic of zoiets op 24 volt die drie keer zoveel kost. Gaan we regelen voor we naar de Middellandse Zee afreizen. We hebben vreselijk gelachen. Ik weet niet meer waarom.

Half acht. Dat was lekker! Heerlijk gegeten. We namen allemaal een Cordon Bleu met een salade en frieten. Jammer dat er geen ei bij zat. Het smaakte echt lekker, een beetje veel en machtig was het wel. Vriendelijke bediening en niet duur. Heel gezellig.

O, kijk daar is Willem. Ik krijg geld van hem, van het afrekenen nog. Helemaal niet gezellig, zegt Willem. Waarom niet? Omdat ik moet betalen! Dikke pech dan. Morgen om zes uur weg? Dikke …, zegt Willem. Negen uur. Ok. Ingeborg: een tussenstop en dan Minden, hè? Willem: ja, ik denk een tussenstoppie, hè. Ik: een tussenstoppie? Willem: ja, tussenstoppie. Allemaal: we zoeken weer een dooie arm, hè. Ja, een dooie arm, anders wordt het te duur. Er zijn zat dooie armen, dus dat komt goed.

Het is rustig weer, het zonnetje schijnt nog steeds. Windstil. Er varen nu geen schepen meer op de rivier. Nienburg is een aanrader. Een zeer vriendelijke ontvangst in het restaurant, dat tevens de havenpenningen int.

Tien uur. We gaan vroeg naar bed. Ik heb vanavond niks geschreven, morgenochtend maar, ik heb tot negen uur. Ik ben moe en heb misschien iets te veel gegeten en gedronken, misschien iets té gezellig? Mooie stad, fijne haven, fijne dag. Dag.

Geplaatst in Logboek | 3 reacties

Woensdag, 31 juli 2019

Dode Arm Alte Weser – Dode Arm Drakenburg

Dag Datum Wind Weer
Woensdag 31 juli 2019 Ja Bewolkt, af en toe zon
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
10.10 uur 15.15 uur 17.472 3501.2

Het is nu hoe laat? Hoe laat is het nu, Ing? Oh ik zie het al, het is tien voor vier s’morgens. We werden wakker omdat het begon te regenen en niet zo zuinig ook, en onweren en bliksemen. Het stort naar beneden. Nu staan we met z’n tweeën buiten in onze blote dinges in de kuip onder de kap van de kuiptent. Alle zijkanten zijn sinds twee weken opgerold, dus de banken worden zeiknat. Het is 31 juli vandaag, het kan niet op. Ja, het kan wel op, het is de laatste dag van de maand, het is op. Tjiez, wat is het donker, hoewel, je kunt wel iets zien. Alles is nat, we kunnen niet zitten. Hier op dit puntje kan je nog zitten, Ing, maar ook niet lang, hoor. Het waait niet, en het regent wel dat betekent dat die harde wind nog kan komen. Als het moet kan ik het anker van binnenuit laten vieren, Ing. Wat een spanning, dit hebben we deze vakantie nog niet meegemaakt, dat we wakker werden van regen en onweer. Wat is dit, vraagt Ing. Een boodschappentas vol zwemspullen. Oh ja, we zouden gaan zwemmen, nou of het daar nog van komt, denk het niet. Kan jij het trapje dan naar beneden laten, langs de rubberboot die er voor hangt, vraagt Ingeborg. Ja, dat kan ik, Ing.

Dat is me ook wat, het is nu half acht, de 31e juli, woensdag en we hebben gezwommen! Half acht sogges. Vannacht werden we wakker van een onweersbuit met kletterende regen en om zeven uur gingen we er maar even uit om te zwemmen. Om de boot heen en helemaal naar de Laga en terug. Heen duurde lang, tegen stroom in maar terug ging dus snel. We mogen de waterlijn wel eens schoonmaken. Nu even niet. Het zwemmen  was verfrissend en verkwikkend. Je knapt er als het ware van op. Het water was lekker, helemaal niet koud. Het is bewolkt en boven water wel frisjes, verder is het rustig op de ankerplaats, overal eigenlijk.

Kwart over tien. Het anker is gelicht, we zijn weer op weg, uit de Dode Arm Alte Weser. We hebben het hier fijn gehad, goede herinngeringen, maar nu moeten we toch verder, hoor. Nou tabée dan. Met weemoed verlaten wij deze Dode Arm Alte Weser, wegwezen van de Alte Weser.

Had ik al verteld dat we hebben ontbeten, zitten lezen en koffie hebben gedronken? Bij deze. De dag is goed begonnen en de frissigheid is er vanaf, het begint alweer goed warm te worden.

Vijf voor half elf. Voordat we vertrokken had Willem gebeld en hebben we overlegd over de bestemming van vandaag. Dat wordt weer een dode arm, die bij het plaatsje Drakenburg. Volgends de gids kun je daar prachtig ankeren op stroom. Volgens Willem is het 30 km, met slechts één horde te nemen in de vorm van een sluis, die bij het plaatsje Dörverden. Dat is alleszins te doen. Nu is 30 kilometer niet niks, daar gaan we een uurtje of 3 à 4 over doen met mijn tempo, daar komt nog sluistijd bij. Ik hou hem op 1200 toeren, dan varen we ongeveer 5 knopen. Kijk, Ing, we komen nu op het punt, tot waar ik gisteren met Willem heb geracet in het rubberbootje. Dat is de ingang van de rivier de Aller. Hier zijn we omgedraaid. Oh, goed hoor, zegt Ingeborg.

Vijf voor twaalf. We varen de kleine kolk van de Schleuse Dörverden in. Ze hebben er twee, een kleine en een grote en dit is de kleine. We hebben wat wind op kop en er valt een spatje regen. Het is weer betrokken en fris, vergeleken bij een uurtje geleden. We maken vast aan Willem, aan de Laga bedoel ik dan, hè. De bolders in de muren zijn een beetje vreemd: ze zijn allemaal afgeslepen. Niet zo handig. Joke en Willem moeten hun schip bij de middenbolder aan de trap hangen. Rare jongens, die Duitsers.

Met vijf minuten waren we door deze sluis heen. Het is nu acht minuten voor half één, we zijn het dorpje Dörverden gepasseerd. Dat zag er best leuk uit vanaf het water. Ik heb een paar fotootjes gemaakt. Waar het Schleuse kanaal samenkomt met de Weser, is aan stuurboord aan het begin van de dode arm een jachthaventje, Palm Beach. Dat zag er alleraardigst uit.

Schleuse kanaal

Palm Beach

Dörverden

Dörverden is ook wel een paar fotootjes waard. Hier is de rivier weer breed en er staat een pittig windje. Don schijnt nu wel, het is nu niet warm eigenlijk, nog niet, terwijl het toch al bijna half één is. We zien vaak beesten op de rivierdijken. Dan moet ik altijd fotootjes maken.

Tien voor half twee. Het stadje Hoya voorbij, daarvóór hebben we Barme gehad, na Dörverden dus. Weinig van te zeggen eigenlijk.

Deze bruggen waren bij Hoya geloof ik.

Vijf voor half drie. We kwamen langs de pont van Schweringen. Dat is een gierpont aan een draad, zeven meter boven het water (die draad). Er schoof aan lussen een kabel mee. Het zal wel een elektrische pont wezen. Hij ging heel traag naar de overkant (en later weer terug natuurlijk, toen wij gepasseerd waren). Grappig ding.

Tien voor half vier. We liggen voor anker in de Dode Arm van Drakenburg. Dat is een dorpje/stadje dat aan het begin van deze dode arm ligt helemaal aan de andere kant. Wij dachten tot aan de stuw te varen bij Drakenburg en daar te ankeren, nog zeker een zes kilometer af te leggen, maar omdat we steeds meer stroom tegen kregen, het werd uiteindelijk zo’n 2,3 knoop stroom, zijn we gekeerd en hebben we ergens niet ver van het begin van de dode arm het anker laten vallen. Willem stak een eind verderop zijn paal in de bodem, achter de bosjes. Wij moesten middenin de rivier gaan liggen om zwaairuimte te hebben naar beide kanten. De stroom (ruim 0,5 knoop op deze plek) houdt ons in het midden. We hoefden niet achteruit te slaan; het anker werd vanzelf in de grond getrokken. Hier is geen doorgaand verkeer, helemaal geen verkeer zelfs zoals later zou blijken. Een fantastische plek, midden in de bush bush.

de stroom kolkt (een beetje) terwijl we stil liggen

Half zeven. We zijn aan tafel gegaan, na een heerlijke middag in de kuip, met een lekker windje, zonnetje erop, boekje erbij. Het wordt nu onaangenaam want de zon is weg en het begint steeds harder te waaien. Maar evengoed blijven we in de richting van de stroom liggen. Geen golfslag natuurlijk hier, dus als het zou gaan stormen kan ons hier niets gebeuren. De wind krijgt ons niet in de kant gedrukt, wel liggen we soms aan de rechteroever, dan weer aan de linker. Gek genoeg blijft de boot in de lengterichting van de rivier liggen, de ketting maakt dan een flinke hoek met de boeg. Dat zijn vreemde dingen. We gaan nu eerst genieten van onze rauwe lofsalade van lof met mandarijntjes, appel, mayo, zilveruitjes en ketjap manis en aardappeltjes (Opperdoezer ronde), een eitje en kip piri piri. Zo lekker. Terwijl Rod Stewart op de achtergrond een melancholisch-nostalgisch lied kweelt.

Zeven minuten voor acht. Het eten is op (al een tijdje). De patio-deuren zijn dicht, het is koud buiten. De wind is inmiddels weer gaan liggen, maar buiten zitten is niet meer lekker. Na eerst mijn boek, een flutding van Nora Roberts dat als een nachtkaars uitging, te hebben uitgelezen, ga ik beginnen aan mijn verhaaltje van 30 juli. Het is bijna acht uur, ik vrees dat ik weer een lange zitting voor de boeg heb voordat ik klaar ben, want we hebben zoveel avonturen beleefd gisteren! Terwijl het schrijven ook steeds trager gaat, ik begrijp er niets van. Laat ik maar stoppen met ouwehoeren en beginnen.

Exact 00.01 uur. Het is 1 augustus. Dat we dat nog mogen meemaken. Middernacht. Geen maan maar des te meer sterren, niet te tellen. We liggen in een doodstille arm van de Weser, die nog dood is ook, op stromend water, smal, maar gewoon op anker, de stroom houdt ons in de stroomdraad van de rivier. De hele avond zitten werken, veel woorden zijn het geworden, heel vervelend, maar niks aan te doen. Ik ga nu naar bed. Ingeborg ligt er al in. Nu heeft Willem zijn ankerlicht wel aan. Die van mij brandt ook maar ik doe ook nog een lamp aan in de kajuit, voor de zekerheid. Morgen weer een dag, vandaag bedoel ik. Gister was een fijne dag

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen

Dinsdag, 30 juli 2019

Marina Wieltsee – Alte Weser (voorbij Sluis Langwedel)

Dag Datum Wind Weer
Dinsdag 30 juli 2019 Weinig Prachtig
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
09.45 uur 13.20 uur 17.447 NM 3496,4

Het is alweer Dinsdag, 30 juli. De tijd gaat hard. Ik moet zachtjes praten want anders worden de buren wakker. De haven is nog in diepe rust. Het is pas tien over half acht. Ik ben vanaf half zeven druk geweest met het plaatsen van mijn schrijfsels van gisteravond. Het kost tegenwoordig wel heel erg veel megabijtjes moet ik zeggen. Dat komt door de foto’s die ik met een tamelijk hoge resolutie op de website zet en door de filmpjes natuurlijk. Gelukkig heeft Willem Megabijters teveel en mag ik daar wat vanaf snoepen. Ik weet wél dat KPN eruit gaat en Bel Simpel (of zoiets) erin komt na de vakantie, die hebben veel goedkopere alternatieven. Het is prachtig fris, helder weer met zon. We gaan even wandelen. Als Ingeborg klaar is met haar gimmestiek-oefeningen kunnen we. We zijn goed bezig, wij.

Tien voor negen. Terug van de wandeltocht (die wij maakten zonder fototoestel). Een uurtje weggeweest. Er blijkt toch een dorpje in de buurt te liggen, Dreyer of Dreye genaamd. Niet zo bijzonder, maar ook niet onaardig. Het is ongeveer twintig minuten doorstappen over de onverharde steenslagweg, om de plas heen langs de diverse watersportverenigingen en dan een dijk over, waar het asfalt begint en een eindje verderop rechtsaf een kaarsrechte, tamelijk saaie straat in, waar geen einde aan kwam. Ergens halverwege keerden wij op onze schreden langs dezelfde weg – we hadden broodkrummeltjes gestrooid – terug. We plukten een paar handjesvol bramen welke langs het pad reeds tot wasdom waren gekomen. Voor in de yoghurt, zie je. Dat scheelt een lepel jam. Ja, ons ben zuunig; hoe denk je anders, dat wij aan die stabilisatoren komen?! Terug op de boot een lading steentjes uit de ribbels van de zolen peuteren. Bramen en stenen. Best een leuke wandeling, je neemt er wat van mee.

Kwart voor tien. We zijn los. De zeer behulpzame havenmeester hielp ons ontmeren. We werpen nog een laatste blik op het meertje en de haventjes eromheen. Dag Marina Wieltsee. Een plek om te onthouden.

Vijf voor tien. Toen we onze kop door het gaatje tussen de Wieltsee en de Weser staken kregen we meteen van stuurboord een geladen vrachtschip om de oren. Tegelijkertijd zagen we achter ons om de bocht een andere binnenvaarder opdoemen, ongeladen en direct daarna nog een schip dat ons tegemoet kwam. Binnen vijf minuten drie schepen: dat belooft wat vandaag! Maar hier bij kilometerpaal 352 wordt de Weser toch echt wel mooi. De rivier kronkelt zoals het een echte rivier betaamt. Mooie oevers met zandstrandjes, veel bomen en laagblijvend struweel. Mooie huizen. Ingeborg, let jij even op, hij staat op standby. Ik moet een foto maken. 

 

Je ziet hier ook ontzettend veel caravanparken. In die korte tijd heb ik er al drie of vier gezien. De luitjes die aan het water staan hebben een gouden plek. Kijk, daar ligt een mevrouw plat op haar rug te zonnen terwijl een peuter aan de rand van het water speelt en een tweede kindje iets van de kant af in een bandje ronddrijft, in stromend water! En dat terwijl wij weten dat achter ons de “Bersemar” de bocht om komt scheuren. Ach, het zullen haar kinderen wel niet zijn.

Mooie rivier, prachtig landschap. Geen industrie meer. Wel koeien, veel koeien, die overal naar de rivier komen om te drinken en de poten te koelen.

Tien voor half elf. Tijd voor koffie en een heerlijk stukje kwarktaart met bessen, dat we eergisteren van Joke hebben gekregen en nog steeds in de koelkast staat. Wie wat bewaart, die heeft wat. Hij smaakt overheerlijk, Joke! Dat oplopende vrachtschip is me net gepasseerd, ik heb even ingehouden om de passage sneller te laten verlopen. Ah, daar hoor ik Willem op de marifoon.

Vijf voor half elf. Willem ligt vóór ons gestopt in de rivier. Hij marifoneerde om te zeggen dat ze zojuist op zo’n twintig meter uit de kant met een snelheid van 9 kilometer met de stuurboord stabilisator op een object zijn geknald, letterlijk met een knal, zei hij. Aan de uitlezing van de dieptemeter was niets te merken van een ondiepte. Hij had meters water onder de boot. De Laga kwam zo ongeveer een halve meter omhoog. Volgens Willem moet het goed mis zijn. Hij kan het nu niet controleren want de stabs werken niet zonder snelheid en zeegang. Als we straks ergens liggen gaat hij het onder water bekijken, meer kan je niet doen. Jezus, wat een rotpech! Dit is een verschrikkelijke tegenvaller, in meerdere opzichten.

Elf uur. Ik moet zeggen dat het op dit stuk van de Weser tot aan de sluis van Langwedel verdomde druk is met binnenvaartschepen. We moeten steeds de kant in. Te 12.00 uur wordt de bediening van die sluis gestopt tot morgenochtend 06.00 uur. Misschien heeft dat ermee te maken. Iedereen wil er gauw nog effe doorheen. Wij moeten trouwens ook opschieten om die deadline te halen. Er komt er nu één met een blauw bord van achter op ons af. Willem doet het goed en kiest bijtijds de verkeerde wal als hij ook een tegenligger krijgt met een blauw bord. Ik kijk achterom en zie dat mijn belager het blauwe bord alweer heeft weggehaald. Dan zit ik dus gelukkig weer aan de goede kant van het vaarwater. Chaos alom.

Vijf over elf. De rivier wordt smaller en mooier. Stenen kribben met strandjes ertussen. Dat ziet er niet verkeerd uit. Mooi landschap dat iets van een welving krijgt. Hier en daar een huis, verder weinig tot geen bebouwing. Ach, welk een schoonheid. Ik moet eigenlijk het dak op voor een goed uitzicht.

Tien over elf. We hebben een tandje bijgezet. Willem is bang dat we anders de sluis niet halen. Ik vrees ook het ergste. We willen die sluis halen omdat daarachter een mooie ligplek is, in een dode arm van de Weser, de Alte Weser genaamd. Daar willen we ankeren en palen. We hebben geen oog meer voor de schoonheid van de wereld om ons heen. We moeten nu de “Umschlag” inhalen, één van de schepen die ons daarstraks passeerden. Plankgas. Op een gegeven moment loop ik 8 knopen door het water bij 2000 toeren. Ik hoor zuigende geluiden in de dieseltank. Het is overigens wel eens goed flink gas te geven “om de verstuivers te poetsen”.

Het is bijna half twaalf en we zijn er nog lang niet. We halen de Umschlag in en als die omhoog gaat kunnen wij ook mee. De Bersemar ligt ook nog te wachten voor de sluis. Dat kunnen we zien op de AIS. Het valt mee. Tien minuten later drijven we uit bij de Langwedel Schleuse en leggen naast elkaar aan op het wachtsteigertje voor de jachten. Op hoop van zegen.

12.02 uur. De sluis heeft zijn bak water naar beneden geloosd. Er ligt niks in de kolk dat van de andere kant af kwam. De deuren gaan open en de twee beroepsschepen gaan erin. Wij mogen ook mee, Gott sei dank, na marifonisch overleg met de sluismeester. Daar hebben we mazzel mee want het is na twaalven. Ik zag het niet zitten om op dat kale kanaal aan dat steigertje de nacht door te brengen, terwijl de binnenvaartschepen zich komen opstapelen voor de volgende ochtend, brrr. In de sluis vraagt Joke of ik op het voordek wil helpen overpakken bij het stijgen. We moeten 4,5 meter omhoog. Tuurlijk wil ik dat. Dat valt nog niet mee dat mikken van het touw om de bolder die verzonken in de muur zit.

Half één tuffen we de sluis uit. Wij zijn de laatsten voor vandaag. Aan de andere kant ligt een aantal werkschepen, die de boel behoorlijk verstoppen. Wij hebben geluk gehad, hadden achteraf gezien vroeger moeten vertrekken, dan hadden we niet zoveel verstookt. Maar achteraf kijk je een koe in zijn hol (je zegt nooit: haar hol, terwijl een koe toch van de vrouwelijke kunnen is; uit respect vermoed ik). Nu gaan we een ligplaats zoeken in een dode arm van de Weser, de Alte Weser. 

Vijf voor één. Bijna het sluiskanaal uit. Wat een vervelend kanaal zeg, niks aan: links een met droog gras bedekte dijk en rechts stomvervelend groen struikgewas. Onder het varen zijn we aan het lunchen geslagen. Ik hield het niet meer. Een Duits boterhammetje met kaas en een boterhammetje met cervelaat van de Deen. Het brood is heerlijk, vooral die graantjes op de korst, die knapperen zo lekker tussen je tanden. De Laga loopt ons voorbij.

Tien voor twee. We liggen voor anker in het zes meter diepe water van de Alte Weser. Het water stroomt langzaam naar de stuw verderop. Al die dode Weser-armen hebben een stuw. Daarom lig je hier altijd dezelfde kant op. De wind kan daar niet tegenop. Die waait nu recht van achteren de kuip in en dat is wel lekker want het is bloody hot. Willem ligt vóór ons dicht bij de wal met zijn paal in de prut. Willem z’n paal is natuurlijk niet van onbepaalde lengte dus heeft ie een zekere ondiepte nodig om hem kwijt te kunnen. Hier is geen beroepsvaart. Verderop zien we wat steigers met kleine bootjes. Dit is recreatie-gebied. Op deze manier wordt goed gebruik gemaakt van de dode Weser-armen. Het is heerlijk stil hier. Willem heeft meteen z’n bootje te water gelaten. Die gaat natuurlijk kijken naar zijn manke flipper. De gordijnen moeten dicht want de zon staat erop. Alle ramen staan open met horren erin. Jongens, wat is heet.

Ik laat mijn bootje ook te water en werk het logboek bij. De rust is weergekeerd. Ik ga bij Willem kijken wat er allemaal aan de hand is. Ik zie dat ie al aan het scharrelen is, daar moet ik bij zijn.

Tien over vijf des namiddags. Wat er nu allemaal weer gebeurd is. Niet te beschrijven. Het is bloedheet. Prachtig zomerweer dus, daar zijn we heel blij mee enne, nadat ik een stukje gelezen had in mijn boek, zag ik Willem zich nu echt klaarmaken voor onder water. Ik ben er heen gevaren en heb hem geholpen met spulletjes aanreiken en dergelijke. Hij is gaan kijken met een cameraatje en een lamp en inderdaad, er is een flinke hap uit de stabilisatie vin gebroken. De foto’s waren natuurlijk niet erg goed omdat het zicht nul komma nul was, maar lieten toch wel een gruwelijk beeld zien van de ravage. Het was net of je naar een operatie aan ingewanden zat te kijken, blèèhh, zulke vreselijke verwondingen. Het liet zich echter aanzien dat de as van het blad, het belangrijkste onderdeel, recht is gebleven, maar dat zal allemaal expertise-onderzoek op de wal nodig hebben. Wat een ellende. Ze kunnen nog wel varen met deze vin, maar van een gebalanceerde stabilisatie kan natuurlijk geen sprake meer zijn. Bah.

Moving on. Toen heb ik Ingeborg opgehaald, wat fotootjes gemaakt vanuit het bootje en zijn we een biertje wezen drinken op de Laga en hebben we de gebeurtenissen met gevolgen en mogelijke oplossingen nog eens grondig doorgesproken. Ondanks de malheur en malaise hebben we ook weer vreselijk veel lol gehad, grappen en grollen enzovoort. Zo vroeg Ingeborg zich met betrekking tot de as die mogelijk toch krom zou kunnen zijn, af of de werf “de stang” wel recht zou kunnen krijgen”. Willem: als ze hem kietelen wel. Lache man.

Vanaf de Laga genomen

Nu zijn we terug op de boot. Ik zat me net af te vragen of ik zal gaan zwemmen. Toch maar niet. We gaan zo eten: een groene salade met een eitje, want Joke heeft ons voor een flink deel al voorzien van voedsel in de vorm van haringsalade, cashewnoten, andere noten, snoeptomaatjes en diverse kazen met Zaanse mosterd. Op onze boot eten we dus het nagerecht: groene salade, maar niet zonder een ei.

Kwart over vijf. Het is hier echt geweldig om te liggen. We liggen rustig en stil. Hoewel: af en toe komt een boot voorbij met een skiër erachter, wat geheel tegen de regels is want ik las op een bord aan de ingang dat alleen tussen eind mei en begin september op zaterdag en zondag en op feestdagen hier geskied mag worden. We hebben er niet echt veel last van. De boot schudt een beetje. Ingeborg zegt dat ze na half acht wel stoppen. Ik gok op half negen.

Half zeven. Heerlijk gegeten: voortreffelijk groenvoer met een nog lekkerder eitje. Ondertussen is het hier een soort Center Parks geworden met door Bayliners voortgesleepte bananen, bankstellen en skiërs van uiteenlopend niveau, maar ook solitaire raceboten knetteren langs, godverdegodver.

Ze hebben allemaal gemeen dat ze zich niet houden aan de toegestane snelheid. Ik hoop dat het beperkt blijft tot dit ene spitsuur. Wij, Ingeborg en ik, oude lullen die wij zijn, kunnen er niet meer tegen! Zie je hoe hier voor zowel de mannelijke als de vrouwelijke bejaarden de betiteling oude lullen wordt gebezigd? De reden ook hier weer: respect. Probeer namelijk maar eens in dit verband de zaak te scheiden en tevens het equivalent voor het vrouwelijk geslachtsdeel te bezigen: de wereld is dan te klein! Je krijgt het meteen voor je kiezen! Ik heb het net geprobeerd en meteen weer gewist. Ik schaamde me dood, liet het niet eens door Ingeborg lezen, heb het ook niet met haar besproken. God, wat een kwellingen. Wat moet ik nou? Wat een gekut! Jongens, wat een hitte.

We gaan lekker zitten lezen en houden ons vast als er weer wat kruisgolven op ons af komen. In de keuken is het 31 graden en in de kajuit (die ligt iets hoger) 34 graden. Dat valt alleszins mee. Kijk, daar wordt een Bayliner door een andere Bayliner terug gesleept; te kleine tank vermoedelijk.

Tien voor half negen. Na het diner zat ik even te lezen en vervolgens op het zwemplateau met mijn voetjes in het water te mijmeren toen Willem zachies langskwam met zijn rubberboot. Hij ging even verderop kijken, richting stuw. Doei. Maar na vijf minuten dacht ik: dat kan ik ook. Ik ben in ons bootje gestapt met de 6 pk Yamaha en de nieuwe vaste tank. Heerlijk om even voluit te kunnen gaan, zonder je druk te maken om het risico van een lege tank. En het mag hier kennelijk, lekker scheuren. In een mum van tijd had ik Willem ingehaald die inmiddels alweer gekeerd was. Verbazend hoe ver je komt op topsnelheid. Terug idem dito. Ik besloot nog even door te varen de Weser op. Ik dacht dat ik hard ging, dat ik hem misschien niet in de hand kon houden, en dat Willem mij noooit meer zou inhalen, toen hij op topsnelheid met zijn 20 pk langs kwam scheuren. Met verbijstering zag ik dat ie mij met twee maal mijn snelheid passeerde, alsof ik stillag! Ik denk dat ik 40 km per uur ging en hij 80! Dat wil ik ook. Moekookhè. Ach ja. Zit er niet in. We tuften nog even de hoek om naar de ingang van de Aller, een aftakking van de Weser. Opnieuw bij mij verbazing over de afstanden die je met zo’n bootje kunt afleggen. Dit was eigenlijk de eerste keer dat ik dit deed. Bevalt goed. Was leuk.

Het is windstil. Het water is zo glad als een spiegel en de zon zakt en zakt en wordt roder. We zitten op de kuipbanken met het zonnetje in de rug en de wind van voren te lezen, zo is het nog wel uit te houden. Binnen is het niet uit te houden. Toch moet ik aan het werk, ik moet een stukkie schrijven, anders zakt dat weg. Aan de bak maar weer.

Ruim na twaalven snags. De hele avond in de bloedhitte zitten werken aan mijn verhaaltje over 29 juli. Ik krijg geen enkel contact met een netwerk. Duitsland is een achtergebleven gebied wat internet betreft. Een groot drama. Geen signalen. Naks. Ik ga naar bed. Het was een fijne dag, weliswaar met een kartelrandje maar toch.

Geplaatst in Logboek | 2 reacties

Maandag, 29 juli 2019

Bremen – Marina Wieltsee (aan de Weser)

Dag Datum Wind Weer
Maandag 29 juli 2019 N – NW 0- 2 Bf Betrokken en fris, maar later warmer
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
12.25 uur 14.25 uur 17.432 3493,4

Sodeju, nu moet ik me ook nog haasten. Het is kwart voor tien en ik ben nu pas klaar met het plaatsen op de website van het laatste stukje dat ik geschreven heb, dat moet 27 juli zijn geweest. Een beetje halfbakken heb ik het gevoel. Ik weet het niet meer. Willem kwam ons uitnodigen voor een bakkie koffie met een stukje kwarktaart, door Joke zelf gebakken. Ja, echt.

Het is alweer half één in Bremen. De koffie van Joke was erg lekker, maar de kwarktaart ging er helemaal in als “Gods Woord in een ouderling”. Ingeborg heeft een fotootje gemaakt van de lekkernijen.

Willem heeft met mij gekeken naar de mogelijkheden voor het verbeteren van de vetpot problematiek. Dat moet professioneler dan het er nu uitziet.

Hij ziet wel kans om er wat van te maken, met een knietje, een slangetje en een vetpot met een drukveer die automatisch de hoeveelheid vet in de daartoe bestemde ruimten van het schroefaslager op peil houdt. Volgens Willem moet ook de vetpakking oftewel het vetkoord achter de pakkingdrukker vervangen worden. Voorlopig zal het aandraaien van de pakkingdrukker en het dekseltje van het huidige vetpotje moeten volstaan om het binnendringende water tegen te houden.

Ik vind het prachtig om over deze dingen te schrijven, terwijl ik er geen flikker van snap! Lache man. Ach, ik snap het eigenlijk wel: we hebben gewoon weer een project bij de kop. Ik ga op advies van Willem de plank boven de schroefas door midden zagen, zodat we niet steeds hoeven te etteren om hem onder de uitlaatslang vandaan te wurmen. We maakten de bilge onder de schroefas schoon en ik legde een nieuwe luier neer om overtollig vet op te vangen. Voorlopig laat ik nu de boel open liggen om goed in de gaten te kunnen houden of er nog water binnenkomt.

Toen dit gedaan was, dacht ik dat we weg gingen, maar we maakten op steiger nog even een praatje met de schipper en zijn vrouw van de Con Amore uit Warmond, die ook verhalen konden vertellen waar wij ons wel in konden vinden: aan de grond lopen, motor niet starten wegens waterslag etc. Herkenning alom. Zo’n gesprekje loopt al gauw uit, maar dat was niet erg want we kwamen op het onderwerp van ligplaatsen langs de Weser en dat soort dingen. Onze nieuwe vriend leende zijn navigatieboek van dit gebied waarvan wij de relevante bladzijden kopieerden met de iPads, zodat we kant en klare kaarten hadden van de Weser tot Minden, waar we het Mittelland kanaal op gaan en dat is bekend terrein. Heel fijn. En toen gooiden wij los, nagezwaaid door de bemanning van de Con Amore.

Het is helemaal bewolkt, althans de lucht is egaal grijs en het is een stuk frisser vandaag. Mijn weertje, zegt zus Joke. Een mens kan van mening verschillen. Wat mij betreft schieten de palmbomen uit de grond en gaan we over van kersengaarden naar olijfgaarden in Nederland. Weer eens wat anders. Wij zullen het niet meemaken, onze kinderen niet en kleinkinderen hebben we niet, maar het gaat gebeuren! Dat wil zeggen als niet de stijging van de zeespiegel roet in het eten gooit, verdomme.

We varen inmiddels gezellig op de Weser en we varen hier tevree. We gaan de Weser op, want zo heet dat: je vaart naar de bron en die ligt hoger, je gaat omhoog. Je gaat op en je hebt stroom tegen. Dankzij de sluizen is de Weser bevaarbaar.

Kwart over één in de eerste sluis van velen tot aan Delfzijl. Ja, we maken een ommetje door Duitsland naar Delfzijl. Lange, smalle sluis. En dit is nog wel de grootste van de twee. De kleine waar we eerst voor lagen, konden we niet meer in: te kort en te smal. Dan maar naar de “grote”. Veel groen op de wanden, bah, gore sluis. De stootwillen en de landvasten worden er vies van. Nog steeds somber weer, geen zon.

Half twee. Dat was nog even spannend na de sluis. Ik had de besturing op automatisch gezet, maar had niet in de gaten dat we dichtbij een stalen damwand voeren. Ik gaf wat koerscorrecties in en plotseling stuurde de boot richting damwand aan stuurboord. Godver. Ik kon nog net de boel op standby zetten en achteruitslaan anders hadden we echt een probleem gehad. Een onzachte landing op een stalen damwand wil je niet hebben, dat verlies je. Tot overmaat van ramp zat er om de hoek een binnenschip aan de verkeerde wal, waardoor we vrij plotseling naar bakboord moesten uitwijken. Pfff. Ik had hem niet gezien op de AIS. Afijn, we varen nu echt het land in, op zoet water! De eerste de beste gelegenheid om te liggen grijpen we aan. Ergens verderop is een plas met een jachthaven waar we terechtkunnen. Het ziet er hier, langs de rivier, mooi uit. Veel loofbomen, struikgewas, campings met caravans, maar ook wel wat industriële dingetjes, maar die hebben we ook nodig, dus niet zeuren. Veel reigers, aalscholvers en dergelijke.

Tien voor half drie. We naderen de jachthaven Wieltsee, een ietwat wijdse benaming voor een “gat in de muur” naar een plas hier aan de rechterkant van de Weser. Benieuwd wat we daar aantreffen.

Tien over half drie. Nou, we zijn aangekomen hoor! Heel gezellig hier. We stumperden wat rond toen we op de plas waren, die overigens 10 tot 24 meter diep is. Op een steiger stond een bejaarde havenmeester (net zo oud as ons) ons te wenken. Hij had een plaatsje voor ons. We moesten helemaal achterin naar de langste steiger waar we naast elkaar in een soortement box konden afmeren. Ruim genoeg, helemaal goed. De havenmeester en een andere man hielpen uitstekend bij het aanleggen. Een gigantische jachthaven hier! En vrijwel vol. Je snapt niet dat ze niet met vakantie zijn. Een diepe plafs met vijf watersportverenigingen. Dat zou je niet denken als je het toegangsgaatje zag. We liggen uitstekend hier. 

We gaan betalen “ins Büro, neben das restaurant”. Ok. Lekker rustig hier. geen herrie. Dit is geen exclusieve speedboten marina, hoewel die hier ook wel liggen. Het is een allegaartje van boten, heel veel, dat wel. Aardige en hulpvaardige havenmeester, heeft veel gezeild in Nederland. De prijs viel mee: rond de twintig euro. Willem speelde weer voor bank. Ze hebben hier geen pinautomaten, zie je.

Tien voor zes. Ik ben weer terug. Ingeborg staat eten klaar te maken. Lekker hoor, peultjes, aardappeltjes, eitje, kippetje. Ik heb op de kant foto’s gemaakt van hoe we erbij liggen hier. Daarvoor moest ik een eindje lopen. Er zitten hier verschillende verenigingen die allemaal goed afgesloten zijn voor ongewenst bezoek. Ik vond een plek waar ik wat foto’s van onze boten kon maken.

Onderweg zag ik veel braamstruiken met min of meer rijpe vruchten. Dat is wat voor Ingeborg. Het landschap rond de haven is tamelijk ruig, grasland afgewisseld met een korenveld. Geen leven te bekennen, afgezien van een paar konijnen. 

We liggen hier in “the Middle of Nowhere”. De toegangswegen tot dit gebied zijn onverhard en van steenslag voorzien. Hier en daar betonnen platen. Verder heel mooi hoor, puur natuur. Terug op de haven ging ik even kijken waar het toilet was. Ik moest pissen zie je.Helaas stapte ik bij een naakte Duitser in de douche, ik had niet goed gekeken op de deur. Hij had een dikkere buik dan ik en hij leefde evengoed nog. Een opsteker. Wat ie eronder had hangen kon ik niet zien, dus. Het was vast geen “opsteker”.

Het is warm, de zon schijnt nu volop en we hebben het reuze naar ons zin. Morgen gaan we om half tien verder, een sluis pakken die om 12.00 uur stopt met schutten vanwege werkzaamheden, de Langwedel Schleuse.

Kwart voor negen. Lekker gegeten. De hele avond gelezen. Het is hier stil. Het wordt tijd dat ik wat ga schrijven. De zon gaat onder boven de Wieltsee aan de Weser, onder de melancholische tonen van het lied “Love got lost” vertolkt door Marianne Faithfull.

PS. Gisteren is Evert Smit overleden, zeer gewaardeerd lid van onze duikvereniging “Trilobiet”. Een verschrikkelijk bericht was dat. Hoe is het mogelijk, zo’n vitale kerel, zo sportief, zo jong. Wij leven mee met de familie en met iedereen die Evert gekend hebben en wensen hen sterkte om dit verlies te dragen.

Geplaatst in Logboek | 3 reacties

Zondag, 28 juli 2019

Bremerhaven – Bremen

Dag Datum Wind Weer
Zondag 28 juli 2019 Ja, weer Mooi, begint fris, later warm
Vertrek Aankomst Logstand Motoruren
06.30 uur 11.45 uur 17.425 3491,4

Het is half zeven en we liggen in de sluis, waar we de afgelopen dagen zo vaak overheen gefietst of gelopen hebben. Ik heb mijn ogen nog nauwelijks open. Willem kwam ons om 06.15 uur aanmanen tot vertrek. Ik was net mijn nest uit, rillend, brak en gammel met pijn in mijn nek. Wat heb ik vannacht nou weer uitgevreten. Kreun. Dat is het mooie van een redelijk comfortabele motorboot: je kunt gewoon half ziek binnen een minuut vertrekken als het moet en vanmorgen moest het kennelijk. Je moet wel met z’n tweeën zijn anders gaat het (goed) mis. Losgooien en wegwezen.

Verdikke, gaat de deur achter ons weer open omdat er nog een klein zeilbootje bij moet. Het is altijd wat met die stokkenboten. Gelukkig is dit een zeer gesmeerd lopende sluis. Het loopt allemaal als een Zwitsers uurwerk. In een mum zitten we op het wijde water van de Weser.

Kwart voor zeven. 6,9 knopen over de grond 5,2 door het water. De vloedstroom loopt al goed mee naar binnen, ik vraag me af hoe lang al. Volgens Willem gaan we het in goed 5 uurtjes redden naar Bremen. We zullen zien.

Kwart voor acht. We zijn al flink opgeschoten op de enorm brede rivier de Weser. Het oeverschap laat nog wat te wensen over. Redelijk wat industriële activiteiten ontsieren het. Benieuwd hoe het verderop zal zijn.

Oh nee, ik weet al hoe het verderop zal zijn, want in 2016 kwamen wij hier ook langs, samen met de Laga, maar dan de andere kant op, naar Bremerhaven. Oh ok, dan is het goed, want het wordt fraaier en aangenamer om aan te gluren. Nee, je hoeft op deze website niet te zoeken naar verhalen over die vakantie, want die zijn er niet. Ik was toen nog aan het afkicken van de vijf jaren durende schrijfmarathon over onze tocht naar en van de Middellandse Zee.

Het zal verderop ooit een echte rivier worden, met nabije oevers, maar nu lijkt het meer op een binnenzee, zo breed. Er gebeurt niet zoveel. Het ontbijt (fruit, yoghurt, jeweetwel) zit erin. Ik zit te lezen achter het roer en Ingeborg heerlijk op haar stoeltje in de kuip. Ze wil niet ruilen.

Half negen. Dwars van het plaatsje Brake (“mag ik effe”, o, o, wat flauw) dat aan de stuurboordzijde, rechts dus, van ons schip aan ons voorbijtrekt.

Het ligt dus op de linkeroever van de rivier en we varen naar het zuiden met de stroom mee naar boven. Zo gaat dat als je op een rivier vaart. Voor de leek erg verwarrend, helemaal als je zoals ik de oriëntatie van de kaart op de plotter hebt ingesteld op noord wijzend waarbij de koerslijn dus nu overwegend zuid wijst. Je moet dus 180 graden omgekeerd denken bij het sturen. Ik wil altijd zien en weten waar het noorden is, ook bij het autorijden, anders verdwaal ik. Willem doet dat precies andersom. Hij wil de koerslijn in de richting hebben waar hij de boeg heen stuurt. Wie snapt het nog?

We komen nu in een gedeelte waar de industrie wordt afgewisseld met huizen, best mooie bij, tussen het struweel op de oever. Voornamelijk rechts van ons (aan stuurboord, de linkeroever dus). En ze hebben heel vaak gewoon een zandstrandje voor de deur. Ik zie hier en daar al wat mensen op het strand zitten.

Op een gegeven moment zie ik een hond aan de waterkant scharrelen en ineens gaat ie op zijn achterpoten staan, het is een klein hondje. Verrek, wat is dat nou? Circus? Ik pak de verrekijker. Shit, het is een kind dat rechtop gaat staan. Een mens kan zich maar vergissen. Dit stuk lijkt me een soort goudkust, “ze” wonen hier heel mooi.

Negen uur. Het gaat hard: 7,2 knopen. Toch minder dan daarnet, toen we de 8 knopen aantikten. Ik denk niet dat we het redden tot Bremen met stroom mee straks. Dat gaat niet gebeuren. Willem kan het wel mooi vertellen, maar ik moet het nog zien. Afijn, we genieten van het strand, vooral aan de stuurboordkant, met mensen erop, kinderen en heel veel honden. Hier en daar een boot op een privé-bol.

Nou zeg, da’s nou ook wat, we zitten zomaar dwars van de Sportboot Hafen bij Elsfleth. Je zou hier gewoon het Küstenkanal op kunnen gaan. Hier kwamen we drie jaar geleden uit, toen we naar het noorden voeren en nergens een ligplaats konden krijgen, pas in Bremerhaven, inmiddels onze Duitse thuishaven. Maar nu varen we er voorbij, richting Bremen. We komen op nieuw terrein. Op Lauwersoog en dat stukje Wadden na, waren we overal al eens geweest.

Tien over half tien. Dwars van Farge, zo heet dat hier. Vlak langs het strand varen we. Hier steekt een veerboot over, heen en weer. Eentje ligt klaar om te vertrekken maar wacht keurig tot ik voorbij ben. Als ik achteruit kijk, blijft ie gewoon liggen. Nog niet vol zeker.

Tien uur. Met Ma gebeld. Het duurde even voor ze de telefoon opnam. Als een hijgend hert kwam zij uit de garage draven, waar ze de deur alvast had losgemaakt voor ons dochter Linda die vanochtend op visite zou komen en wat boodschapjes zou meebrengen. Heel gezellig gaat dat worden. Gisteren was schoonzus Joke al geweest en die heeft weer stukken zitten voorlezen van onze website. Kijk, zo blijft Ma een beetje op de hoogte en maakt ze de reis actief mee. Zo werkt het dus ook; de thuisblijvers reizen mee. Linda kan vandaag mooi het laatste nieuws voorlezen. Dan is Ma weer bij en blij.

Vlak voor Bremen zien wij een jacht van een meter of 120 liggen bij de gerenommeerde jachtwerf Lürsen. Over de marifoon zei Willem dat ie van zijn werkloze broer is, moet nog een beetje afgewerkt worden. Ik geloof hem niet anders had ik dat toch al geweten?

Kwart voor elf. We naderen de stad Bremen. Dat is duidelijk te zien. Fabrieken, windmolens, hoog gebouw in de verte, een zeer lang dun naaldachtige toren en we varen onder hoogspanningskabels door. De oevers zijn niet meer zanderig maar stenig, basalt, graniet or whatever. In een kom naast de rivier worden speedboat races gehouden.

We worden ingehaald door een klein houten speedbootje. Mooi scheepje. Het wordt steeds drukker. Heel veel mensen gaan op zondag natuurlijk met dit mooie weer een stukje varen, heen en weer op de Weser. We hebben de stroom nog steeds mee, enkele tienden tot een halve knoop. We zien een hele nette jachthaven, maar te ver van de stad.

Elf uur. Nog vier mijl. Nog een megajacht. Een rare met een papegaaiensnavel. En we passeren een lange muur met kunstzinnige graffiti.

Vijf voor half twaalf. Komen nu in een gebied met appartementen-gebouwen en flats langs de rechteroever van de Weser, bakboord (=links) van ons dus. Dit is allemaal al Bremen. Nog twee mijl tot de jachtensteiger tegen het centrum aan. Het zal er wel vol liggen. Het is prachtig weer en het wordt erg warm. De wind is zoel. Ingeborg is even op het dak gaan zitten van de kajuit (ik zei tegen haar, ga jij effe op het dak zitten) waar ze geniet van het uitzicht, van de mensen en de spelende honden. Gezellig hoor. Sommigen zitten te vissen. Het is zondag. Iedereen doet het rustig aan.

Te 11.45 uur lagen we aan de steiger in het centrum van Bremen. We hadden geluk, er ging net een boot weg. De steiger lag namelijk helemaal vol. Het doet me hier denken aan Bordeaux met al die langs fietsende, wandelende en joggende personen over de mooie boulevard.

Dat heeft Willem fantastisch uitgerekend: precies met stil water kwamen we aan. De stroom stopte bij de steiger als het ware. Ik neem mijn petje voor hem af. Hij moet alleen ophouden met Stil Water steeds Doodtij te noemen. De havenmeester is een actieve. Hij hielp waar hij kon. Hij ging onze boot uitmeten met stappen en zei dat ie 15 meter was inclusief rubberboot. Echt niet; dat komt straks bij het afrekenen. Willem moet tegen een andere boot aan, maar die gaat om half twee weg en dan heeft ie ook een plek aan de steiger. Ik heb vreselijke honger. Ik ga weer bockwursten op brood eten, met mayo (van de Deen), ketchup en ui. Lekker hoor.

Kwart over een. We zijn nog niet van steiger af geweest. Na de bockwurst  eerst betalen bij de havenmeester. De prijs viel mee. Incl. rubberboot ben ik 14 meter en dat kostte 18 euro. De Bremer Marina beschikte nog niet over een pin automaat dus Willem moest voorschieten. Het betrekt een beetje. Wolken boven de stad. Oh ja, Linda belde ons ook nog. Zij vertelde van haar bezoek aan Oma en nu gaf ze de (drie) planten bij ons thuis water. Even gezellig bijkletsen. Er lagen hier een stuk of vijf nederlandse boten die allemaal tegelijk naar het noorden vertrekken, met de stroom mee. Zo wisselt dat zich af. Ik maak foto’s van onze nieuwe woonplaats.

 Half twee zijn we met zijn vieren in de hitte langs de boulevard naar het oude centrum van Bremen gewandeld. Het was hier en daar druk met terraszitters die in de schaduw van de bomen genoten van koude dranken.

DSC_0879

Ik bedoel oud in die zin dat het allemaal na de tweede wereldoorlog opnieuw is opgericht, maar in een aantal gevallen bijna niet van “echt” middeleeuws te onderscheiden. Een prachtige kerk, een mooi raadhuis, een standbeeld, bronzen ruiterbeelden en andere fraaie panden. Zeer de moeite waard om te bezichtigen. Hieronder de foto’s van de wandeling.

Op het grote plein tussen de fraaie panden stond een jongen met een listig soort springtouw vanuit een bak met zeepsop prachtige zeepbellen te blazen. Kinderen vonden het prachtig en joegen achter de bellen aan. Ik maakte veel foto’s ervan. Erg mooi, wat ie deed. Alleen wel jammer dat ie tijdens het bellen blazen het publiek begon uit te schelden, We verstonden er niets van maar hij zal wel gefrustreerd zijn geweest vanwege te lage opbrengsten. Wel kijken, maar niet kopen, zoiets. Geen goeie marketing.

Zoveel mogelijk in de schaduw wandelden wij over de drukbevolkte terrassen langs de boulevard terug naar de boot.

We dronken bij ons een biertje. Gezellig gekletst over van alles. Het is behoorlijk warm. Ik weet niet meer waar we het over hebben gehad. Het zal wel over “de projecten” aan onze boot gegaan zijn en de volgorde waarin die moeten worden uitgevoerd. Door wie weten we al, alleen nog niet wanneer.

Op een gegeven moment kwam er een motorjacht, de “Con Amore” uit Warmond, dat voor Willem ging liggen. Willem hielp hem daarbij. Toen ie terugkwam vertelde hij dat die schipper al onze verhalen heeft gelezen, hij heeft alleen onze motivatie voor de switch van zeilen naar motorbootvaren gemist. We hebben hem gewezen waar hij dat ongeveer kon vinden, alhoewel ik me eigenlijk niet kan herinneren dat ik met betrekking tot deze keuze ergens een afgewogen motivatie heb neergepend. Volgens mij moet die groeiende motivatie tussen de regels door lezend in de verhalen sinds ongeveer 2013 er wel uit te halen zijn. Altijd leuk om een “volger” tegen te komen.

Half negen. Na de borrel niks meer gedaan. Ja, curry gegeten met ei dit keer. Buiten gegeten voor het eerst.

Warm. Het dreigt te gaan regenen, beetje onweer in de lucht. Er vallen zelfs druppeltjes. Ik heb al die tijd zitten lezen. Moet weer eens wat gaan doen.

Kwart over twaalf. Het wordt tijd dat ik naar mijn bed ga. Jeetje, de hele avond, vanaf half negen, zitten werken. Tistochniettegeloven. Het is een moeizaam proces, hoor, dat schrijven. Ik ga nu maar naar bed. Ingeborg heeft het licht al uitgedaan. Ik moet alles op de tast doen. Het was een fijne dag. 

Geplaatst in Logboek | Een reactie plaatsen